Index Recepten
Proefabonnementen
Shop index
Startpagina ( Home )
Zoeken
Google
Linkpartners






Recepten uit alle windstreken voor zoet gebak

  • Tips voor het bakken van een taart

  • Aardbeien-fyllotaartjes

  • Aardbeien-schuimtaart

  • Aardbeiencaketaart

  • Aardbeiengebak met citroencrème

  • Aardbeiengebak met lange vingers

  • Aardbeienhart

  • Aardbeientaart

  • Aardbeientaartjes

  • Aardbeientaartjes II

  • Aardbeientaartjes met vanillecrème

  • Abrikozen-amandeltaart

  • Abrikozen-bavaroisetaart

  • Abrikozencustardtaartjes

  • Abrikozenkruimelvlaai

  • Abrikozentaartjes

  • Advocaat-kwarktaartje

  • Advocaattaart

  • Advocaattaart II

  • Amandel-mokka-rumcake

  • Amandelhartjes voor Valentijnsdag

  • Amandelhartjes voor Valentijnsdag II

  • Amandelkoekjes uit China

  • Amandelmacaronen

  • Amandeltaart

  • Amandeltaartje met citroen

  • American cookies

  • Amerikaans gingerbread

  • Amerikaanse browniecake

  • Amerikaanse kwarktaart

  • Ananas-bavaroisetaartjes

  • Ananas-honingbeignets met aardbeiensaus

  • Ananas-kwarktaart

  • Ananas-tarte tatin met gemberroom

  • Ananashapjes

  • Ananaskoek

  • Ananastaart

  • Apfelstrudel

  • Appelcake

  • Appelclafoutis

  • appel-dadeltaart

  • Appelflappen

  • Appelkruimeltaart met bosvruchten

  • Appelpasteitjes

  • Appelplaattaart uit de Savoie

  • Appelpoffertjes met kaneelboter

  • Appels onder een dekentje

  • Appeltaart I

  • Appeltaart II

  • Appeltaart III

  • Appeltaart IV

  • Appeltaart V

  • Appeltaart VI

  • Appeltaart met kokos

  • Appeltaart met vanillevulling


  • Appeltaart uit grootmoeders tijd

  • Appeltaartjes met puntjes kaas

  • Arnhemse meisjes

  • Arretjescake I

  • Arretjescake II

  • Arretjescake III

  • Arretjescake IV

  • arretjescake V

  • Arretjescake VI

  • Baklava I

  • Baklava II

  • Bananenbrood

  • Bananen-notenbrood

  • Bastognetaartjes met Mascarpone en frambozen

  • Berliner bollen

  • Biercake

  • Biscotti di Prato

  • Biscuitgebak met mokkacrème

  • Biscuitrol met Mascarpone-aardbeienvulling

  • Biscuittaart

  • Bitterkoekjes

  • Bladerdeegbakje met vers fruit

  • Bladerdeegrondjes met kaas

  • Boffertje

  • Bokkepootjes

  • Bosbessenvlaai

  • Bossche bollen

  • Bosvruchtentaart

  • Boterplaatkoek

  • Brownie-macadamia-ijstaart

  • Brownies I

  • Brownies II

  • Butterscotch-brownies

  • Bruidstaart

  • Buttermilk pancakes

  • Cake

  • Cake met pruimen en amandelen

  • Cake van bittere chocolade

  • Cakejes

  • Camemberttaartje

  • Cappuccinocake

  • Cappuccinocake met pecannootjes

  • Cappuccino éclairs

  • Catalaans gebak

  • Cheesecake

  • Chinese zoete broodjes

  • Chocolade verleiding

  • Chocolade-amandeltaartjes

  • Chocolade-appeltaart

  • Chocolade-bietentaart

  • Chocolade-biscuitgebak

  • Chocolade-gembercake

  • Chocolade-Grand Marnier Bombe

  • Chocolade-hazelnoottaart

  • Chocolade-hazelnoottaart II

  • Chocolade-kaastaart

  • Chocolade-knoflookcake

  • Chocolade-pecantaart

  • Chocolade-slagroomtaart

  • Chocoladecrêpes met muntsaus

  • Chocolademoussetaart met sinaasappel

  • Chocoladepavlova met Mascarpone

  • Chocoladepizza met marshmellows

  • Chocoladesymfonie

  • Chocoladetaart

  • Chocoladetaart met kersen

  • Chocoladetaart Montezuma

  • Chocoladetaart zonder bloem

  • Chocoladetulband

  • Christoffeltaart

  • Churros

  • Cinnamon-rolls

  • Citroenijscake

  • Citroenkwarktaart

  • Citroenkwarktaart met meloen

  • Citroenrijstvlaai

  • Citroenschuimtaart

  • Citroentaart I

  • Citroentaartjes

  • Citroentaart II

  • Citrus-alaska

  • Citrusflensjes

  • Clafoutis aux abricots

  • Clafoutis met kersen

  • Clafoutis met kersen II

  • Clootie dumpling

  • Courgettecake

  • Courgettecake met pijnboompitjes

  • Cranberrytaart

  • Cranberrytaart met Vooraf en Toe

  • Crema Catalana met anijskoekjes

  • Crêpes

  • Crêpes Suzette

  • Crumpets

  • Dadelkoekjes

  • Dadeltaart

  • Desserttaart met mascarpone en fruit

  • Diverse Limburgse vlaaien

  • Donauwellen-kuchen

  • Doughnuts

  • Douhgnuts met rode grapefruit

  • Dranktaart

  • Driekoningenbrood

  • Druiven-notentaart

  • Duitse kokos-karnemelkcake

  • Eenpersoons-appeltaartjes

  • Eenvoudige kruidkoekjes

  • Eierkoeken I

  • Eierkoeken II

  • Eierkoeken III

  • Eierkoekjes

  • Engadiner Nusstorte I

  • Engadiner Nusstorte II

  • Engelse appeltaart

  • Engelse kerstcake

  • Engelse fruitcrumble

  • Engelse kwarktaart uit de oven

  • Engelse peperkoek

  • Exotisch schuim

  • Fat Breton (Bretonse koek)

  • Feestelijke chocoladetaart

  • Finse kruidkoek

  • Flensjes met appelroom

  • Flensjes met kaneelijs en geglaceerde appel

  • Flensjestaart

  • Florentines

  • Fortune Cookies

  • Franse kersentaart

  • Franse kwarkbol

  • French toast

  • Friese duimpjes

  • Friese suikerbroodjes

  • Frittellini

  • Fruitgebak met citroencrème

  • Gateau de patate

  • Gebakken griesmeelrondjes met pruimencompote

  • Geflambeerde banaan in pannenkoek

  • Gefrituurde verse vijgen

  • Gekarameliseerde appelpannenkoekjestaart met slagroom

  • Gekarameliseerde bananen in fillodeeg

  • Gekarameliseerde flensjes met carambola

  • Gekruide grieskoekjes uit India (Halwa)

  • Gemarmerde chocolade-cake

  • Gember-perenpie

  • Gemberbolussen

  • Gevulde koeken

  • Gevulde Dumkes

  • Gevulde strudel met banaan

  • Graanbroodjes

  • Halloween Barmbrack

  • Havermoutpannenkoekjes

  • Hazelnoot-kastanjecrèmetaart

  • Hernhuttertjes I

  • Hernhuttertjes Ii

  • Holger's kwarktaart

  • Holger's zware lagentaart

  • Hollandse appeltaart

  • Honing-gemberkoek

  • Honingbrood

  • Honingkoekjes uit India

  • Ierse theecake

  • IJstaart

  • Italiaanse koekjes

  • Italiaanse Mascarpone-fruittaartjes

  • Joodse amandelkoek

  • Kaasrolletjes met gemberjam

  • Kaiserschmarrn I

  • Kaiserschmarrn II

  • Kaiserschmarrn III

  • Kaiserschmarrn IV

  • Kaiserschmarrn V

  • Kaiserschmarrn VI

  • Kaiserschmarrn met pruimencompote

  • Kaneelbroodjes

  • Kaneelijstaart

  • Kaneelijstaart II

  • Kastanje-chocoladetaart

  • Karamelflensjes

  • Kersencrêpes met likeur

  • Kersencroissants

  • Kersentaart

  • Kerstkransjes

  • Kerststerren

  • Kerststol

  • Kersttaart van witte chocolademousse

  • Kersttulband

  • Ketelkoek

  • Klappertaart

  • Kletskopmandjes

  • Kletskoppen I

  • Kletskoppen

  • Kletskoptaartjes

  • Knapperige hoorntjes met yoghurt en vers fruit

  • Knapperige tuiles met kwark- en roomvulling

  • Koffietaart

  • Kokos-banaanpannenkoeken (Bengaals dessert)

  • Kokos-bananenpie

  • Kokos-cheesecake

  • Kokoskoekjes

  • Kokosmacronen I

  • Kokosmacronen II

  • Koravapuusut (Finse oorvijgen)

  • Krakelingen I

  • Krakelingen II

  • Krenten- en/of rozijnenbrood

  • Krentenbrood

  • Krokante appeltaart

  • Krokantjes met verse roomkaas

  • Kruimige dadelkoek

  • Kruidige gembercake

  • Kruidkoek

  • Kruidkoek op basis van karnemelk

  • Kruidtaart

  • Kruimelvlaai

  • Kruisbessentaart

  • Kwark-rozijnentaart

  • Kwarkbeignets

  • Kwarktaart

  • Kwarktaart met cranberrycompote

  • Kwetsenvlaai

  • Lange vingertaart met banaan en rum

  • Libanese sprits met saffraan (Sfoof)

  • Limburgse rijstevlaai

  • Limoentaart

  • Limoentaart met passievruchtenroom

  • Linzertorte

  • Linzertorte II

  • Luchtige cake-appeltaart

  • Luxe rozijnenbrood

  • Maïskoekjes

  • Maïsmuffins

  • Malagataart

  • Mandarijnentaartjes

  • Mango-kokostompouce

  • Maple Syrup-notencake

  • Marsala-roomtaart

  • Mascarponetaartjes

  • Meringue

  • Meringue met aardbeien en amandelen

  • Meringuebakjes met ijs en vruchten

  • Meringues met chocolade-ijs

  • Meringuetompouces met mascarponeroom

  • Mille-feuille met zomerfruit

  • Mincemeatkruimelkoek

  • Mini aardbeientaartjes

  • Mini Cheddar-appeltaartjes

  • Mini perzikbakjes

  • Mirlitoncake

  • Moeders appeltaart

  • Mokkataart

  • Mokkatompouces

  • MonChou-bavaroisetaart

  • MonChoutaart I

  • MonChoutaart II

  • MonChoutaart III

  • Moskovisch gebak

  • Moskovische tulband

  • Muizentaartjes

  • Muffins I

  • Muffins II

  • Muffins III

  • Muffins met bananenlikeur

  • Nectarinevlaai

  • Noten-petits fours

  • Notentaart met karamelijs

  • Oliebollen

  • Omgekeerde cake

  • Ontbijtkoek I

  • Ontbijtkoek II

  • Ontbijtkoek III

  • Paasbrood

  • Palmpaashaan

  • Panforte

  • Pannenkoekjes met honing en pijnboompitten

  • Pannenkoekjes met Maple Syrup

  • Pannetone

  • Passievrucht-kwarkplaatkoek

  • Peperkoek I

  • Peperkoek II

  • Peren-kwarktaart

  • Perentaart

  • Perentaartjes met warme chocoladesaus

  • Perentaartjes met vanillecrème

  • Perzikclafoutis

  • Perzikstrudel

  • Pie van walnoten

  • Pistache-amandelbrownies

  • Plaattaart met verse vruchten

  • Poffertje of bollebuisje

  • Poffertjes II

  • Poffertjes III

  • Polvorones (anijskoekjes)

  • Pompoenpannenkoekjes

  • Pruimentaart van Roy Verge

  • Pruimentaartje met eiwitschuim

  • Pruimenvlaai

  • Rabarber met kruimeldeeg

  • Rabarberschuimtaart

  • Rabarbertaart

  • Rabarbertaart met paprijst

  • Rahkapiirakka (Fins kwarkbrood)

  • Ravani (Grieks gebak)

  • Ricotta-meloentaart

  • Rijstevlaai I

  • Rijstevlaai II

  • Rijstevlaai III

  • Rijstevlaai IV

  • Rode bessentaart

  • Rode pasta pancakes

  • Romige ananas-kwarktaart

  • Romige appeltaart

  • Roodfluwelen cake

  • Roomboterkoek

  • Roomkaastaart met aardbeien

  • Room-plaatkoek met rozijnen

  • Roti kukus

  • Rum-rozijnenkwarktaart

  • Rumbaba's met room en vruchten

  • Rumtaart I

  • Rumtaart II

  • Sachertorte

  • Sachertorte II

  • Schuimharten (voor Valentijnsdag)

  • Scones I

  • Scones II

  • Scones III

  • Scones met jam en room

  • Scones met sinaasappel

  • SchwarzwÄlder kirschtorte I

  • SchwarzwÄlder Kirschtorte II

  • Siciliaanse cassatataart

  • Simpel suikerbrood

  • Sinaasappelschuimpjes

  • Sinaasappelsterren

  • Sinaasappeltaart

  • Sinaasappeltaart met paranoten

  • Sinaasgebakjes

  • Sint-Janskoek

  • Slagroomsoesjes

  • Slangenkoek

  • Slordige taart

  • Snelle appeltaart

  • Snelle perziktaart

  • Soesjes met bramenmoes

  • Soezen

  • Sour cream-applepie

  • Spaans amandelgebak

  • Speculaasjes

  • Spekkoek I

  • Spekkoek II

  • Spritsstukken

  • Stroopwafels I

  • Stroopwafels II

  • Stroopwafels III

  • Strudelvariaties

  • Strudel met peren

  • Taart met koffie en chocolade

  • Taartjes van chocolade en Duvelbier

  • Tarte tatin I

  • Tarte tatin II

  • Tarte tatin III

  • Tarte tatin van peer

  • Tompouce met aalbessenroom

  • Tompouce met bramen

  • Traditionele cakejes in een eigentijds jasje

  • Traditionele fruitcake

  • Trifle

  • Tropische taart met drie laagjes

  • Tulband met kersen

  • Tulpkoekjes met ijs en chocoladesaus

  • Turkse rozijnentaart

  • Valentijns briochehart met banketbakkersroom

  • Vastenavondkoeken

  • Victoria Sponge

  • Vijf koekjesvariaties van één basisrecept deeg

  • Visitandine

  • Vogelnestjes met ijs en paaseitjes

  • vruchtencake met noten

  • Vruchtenvlaai

  • Walnotenbrood

  • Walnotentaart

  • Warme appelcarré

  • Warme appeltaartjes met calvados

  • Warme mango-gembertaartjes

  • Warme vijgentaartjes

  • Weense chocoladetaart

  • Wentelteefjes met abrikozenjam

  • Wentelteefjes met marmelade en Schotse room

  • Wijntaart met druiven

  • Winterse notentaart

  • Wortelcakejes met yoghurtglazuur

  • Wortel-notentaart

  • Worteltaart

  • Worteltaart met roomkaas

  • Worteltaart II

  • Yoghurt-notencake

  • Yoghurttaart met exotisch fruit

  • Yoghurttaart met vruchten

  • Zandkoekjes

  • Zandspritsjes

  • Zoete aardappelkoekjes

  • Zoete kaasflapjes met honing

  • Zomerfruittaart met romige citroencrème

  • Zomerse frambozen-kwarktaart

  • Zuidlaarder bollen

  • Zweedse boterkoek

  • Zwitserse pannenkoeken

  • Zwitserse worteltaart


  • Tips voor het bakken van een taart

    - Alle ingrediënten moeten op kamertemperatuur zijn.
    - Om het rijzen te vergemakkelijken, kunt u 1/4 van de hoeveelheid bloem
    vervangen door zetmeel (bijvoorbeeld maïzena).
    - Verhouding per 3 eieren: 3 eieren nr. 4
    100 gr suiker
    60 gr bloem en maïzena
    1 gr zout
    of: 3 eieren nr. 4
    120 gr suiker
    120 gr bloem en maïzena
    1 gr zout
    - hoe meer bloem, hoe meer kans op inzakken van het deeg.
    - Als u de eieren en de suiker klopt, moet u kloppen tot de massa als een
    lint van de lepel valt.
    - Meng de bloem daar luchtig door.
    - Bak het deeg direct in een matigwarme oven (bij een hoge temperatuur
    rijst het gebak in het midden meer dan aan de zijkanten).
    - Inzakken voorkomt u door niet eerder dan na tenminste 15 minuten de oven
    te openen en de taart na het bakken langzaam te laten afkoelen (laat de
    ovendeur open staan).
    - Maak de bodem een dag van tevoren; dan kunt u hem gemakkelijker snijden.


    Aardbeien-fyllotaartjes

    7 velletjes fyllodeeg (diepvries)
    boter om in te vetten
    250 gr aardbeien
    1/8 liter slagroom
    200 gr lemoncurd (Chivers)
    poedersuiker
    4 hoge bakbormpjes (onderzijde doorsnee ± 7 cm)

    Laat het fyllodeeg ontdooien, snijd elk velletje in 4 gelijke vierkantjes en leg de vierkantjes in 4 stapeltjes op elkaar.
    Vet de buitenkant van de bakvormpjes met wat boter in en zet ze ondersteboven op een bakblik.
    Leg op elk vormpje een stapeltje fyllodeeg en bak de deegbakjes in een op 200°C voorverwarmde oven in ± 15 minuten goudbruin.
    Neem de bakjes van de vormpjes en laat ze afkoelen.
    Maak de aardbeien schoon en snijd ze in plakjes.
    Klop de slagroom stijf en spatel er de lemoncurd door.
    Verdeel dit mengsel en de aardbeien over de fyllobakjes en bestuif ze met poedersuiker.


    Aardbeiensaus

    2 kg aardbeien
    6-7 citroenen
    4 flinke eetlepels rode bessenconfituur
    1 kopje grenadine siroop (± 2 dl)
    een scheutje likeur 'Fraise des bois'

    Snijd 1 kg aardbeien klein en pureer ze samen met de andere ingrediënten.
    Voeg er de rest van de aardbeien in stukken bij en vries de saus in porties in.
    Deze saus is lekker fris en kan zowel koud als lauw worden geserveerd.


    Aardbeien-schuimtaart

    1 rol kruimeldeeg
    50 gr geroosterde hazelnoten
    beschuit
    500 gr aardbeien
    2 eiwitten
    7 ml vloeibare suikervervanger
    1 theelepel maïzena

    Bekleed een taartvorm met het kruimeldeeg en prik de bodem in.
    Bak hem in 25 minuten op 200°C bruin en gaar.
    Zet hierna de oven hoger.
    Snijd intussen de aardbeien in stukjes.
    Maal de hazelnoten met de beschuit fijn.
    Laat de aardbeien in een zeef uitlekken.
    Klop boven stoom de eiwitten met de suikervervanger heel stijf en klop er halverwege de maïzena door.
    Bestrooi de afgekoelde taartbodem met het notenpaneer.
    Spatel de uitgelekte aardbeien door het eiwitschuim, leg het aardbeienschuim op de taartbodem en maak er met een vork pieken op.
    Zet de taart terug in de oven tot de bovenkant is gekleurd.
    Laat de taart iets afkoelen en dien hem op.


    Aardbeiencaketaart

    150 gr boter
    150 gr witte basterdsuiker
    3 eieren
    1 zakje vanillesuiker
    een snufje zout
    150 gr bloem
    fyllodeeg
    boter
    2 bakjes aardbeien
    1 zakje heldere taartgeleipoeder
    2 dl water
    1/2 dl aardbeienlimonadesiroop

    Verwarm de oven voor op 175°C.
    Klop een cakebeslag van de boter, de witte basterdsuiker, de eieren, de vanillesuiker, zout en de bloem.
    Vet een springvorm van 24 cm doorsnee in.
    Neem uit een pak fyllodeeg (diepvries of Turks/Griekse winkel) 5 vellen, bestrijk elk vel met gesmolten boter en leg ze verspringend in de springvorm; vouw de overlappende randen naar binnen.
    Schep het cakebeslag in de fyllovorm en strijk het glad.
    Bak de cake midden in de oven in 60 minuten goudbruin en gaar.
    Laat hem in de vorm afkoelen en neem hem dan uit de vorm.
    Was de aardbeien, halveer ze en schik ze dakpansgewijs in cirkels op de cake.
    Maak een gelei van het taartgeleipoeder, het water en de limonadesiroop en lepel dit over de aardbeien.


    Aardbeiengebak met citroencrème

    (12 personen)

    Voor het deeg:
    5 eieren
    30 gr onbewerkte marsepein
    100 gr suiker
    een snufje zout
    100 gr bloem

    Voor de vulling:
    750 gr aardbeien
    350 gr rode bessengelei
    2 citroenen
    7 blaadjes witte gelatine
    5 eidooiers
    100 gr poedersuiker
    1/2 liter slagroom

    Splits voor het biscuitdeeg de eieren.
    Kneed de marsepein met 50 gr suiker en meng met een handmixer geleidelijk 2 eetlepels lauw water door de marsepeinmassa.
    Meng er één voor één de eidooiers door en klop met de mixer door tot een gladde witte crème is ontstaan.
    Sla de eiwitten met de rest van de suiker en het zout stijf en schep ze op het dooiermengsel.
    Zeef de bloem hierboven en schep het eiwit en de bloem voorzichtig door het dooiermengsel, zodat een homogene massa ontstaat.
    Beleg een bakblik met bakpapier, verdeel het beslag hier gelijkmatig op in een rechthoek van 30 x 40 cm en laat het gebak in een op 225°C voorverwarmde oven in 8 minuten gaar worden.
    Neem de taartplak met het bakpapier uit de oven en laat hem afkoelen.
    Verwijder het papier en snijd het gebak in de lengte in drie even grote stukken.
    Was de aardbeien, laat ze uitlekken, maak ze schoon en halveer ze.
    Bestrijk één taartplak met 2/3 van de bessengelei en beleg hem met de helft van de aardbeien.
    Boen voor de citroencrème de citroenen onder de hete kraan schoon, rasp de schil en pers het sap uit.
    Week de gelatine in ruim koud water.
    Klop met de handmixer de eidooiers met de poedersuiker en 6 eetlepels citroensap in ± 6 minuten tot een dikke witte crème en roer de citroenrasp hierdoor.
    Klop de slagroom stijf.
    Laat de uitgeknepen gelatine op laag vuur smelten en roer hem met een garde door de citroencrème.
    Schep, zodra de crème begint te geleren, de slagroom door de crème.
    Strijk de helft van de citroencrème over de met aardbeien belegde taartplak, leg hierop een tweede plak en druk die enigszins aan.
    Strijk de rest van de crème hier weer op uit, leg de derde plak hierop en druk die eveneens aan.
    Zet het gebak 30 minuten in de koelkast, zodat de crème kan geleren.
    Bestrijk de bovenkant dun met rode bessengelei en leg de rest van de aardbeien hierop.
    Breng de rest van de bessengelei snel aan de kook, roer tot die koud, maar nog vloeibaar is en bestrijk de aardbeien hiermee.


    Aardbeiengebak met lange vingers

    250 gr aardbeien
    1 theelepel rum
    1 1/2 dl melk
    32 lange vingers
    1/8 liter slagroom
    1 theelepel vloeibare honing
    1 zakje vanillesuiker
    citroenmelisse

    Was de aardbeien, laat ze uitlekken, verwijder de kroontjes en halveer ze.
    Roer de rum door de melk, laat de lange vingers hierin korte tijd weken en leg ze steeds 4 bij 4 op een theedoek.
    Sla de room stijf en breng hem op smaak met de honing en de vanillesuiker.
    Verdeel de helft van de room over de viermaal 4 lange vingers en beleg ze met de aardbeien (houd enkele aardbeien apart voor de garnering).
    Leg de rest van de lange vingers op de aardbeien en verdeel de rest van de slagroom hierover.
    Garneer met aardbeien en citroenmelisse en serveer het gebak koud.


    Aardbeienhart

    (2 personen)

    200 gr diepvriesbladerdeeg
    boter
    gedroogde oude peulvruchten
    melk
    200 gr aardbeien
    4 eetlepels aardbeienjam
    1/8 liter slagroom
    2 eetlepels suiker
    enkele blaadjes verse munt
    een hartvormige taartvorm
    bakpapier

    Laat het bladerdeeg in ± 10 minuten ontdooien, bekleed er de ingevette bakvorm mee en prik er met een vork wat gaatjes in (tegen teveel rijzen).
    Leg een vel bakpapier in de vorm, stort de peulvruchten daarop en bak de taartbodem in 10 minuten in een op 200°C voorverwarmde oven.
    Haal dan de peulvruchten en het papier eruit, bestrijk de bodem met wat melk en schuif de bodem nog 10 minuten terug in de oven.
    Haal het gebak uit de vorm en laat het afkoelen.
    Was de aardbeien, ontkroon ze en snijd grote aardbeien doormidden.
    Laat ze op keukenpapier goed uitlekken.
    Klop de slagroom met de suiker stijf.
    Verwarm de jam in een pannetje tot hij goed heet is geworden en druk hem dan door een zeef.
    Verdeel de slagroom over de taartbodem, leg de aardbeien er in hartvormige 'rondes' in en bestrijk de aardbeien met de warme jam.
    Leg hier en daar een blaadje verse munt.
    In plaats van jam kunt u ook taartgeleipoeder uit een pakje aanmaken.
    Dit is bij supermarkten kant en klaar te koop.


    Aardbeientaart

    (12 punten)

    120 gr boter
    3 eieren
    75 gr suiker
    1 citroen
    100 gr bloem
    zout

    Voor de crème:
    1/8 liter melk
    1 citroen
    50 gr suiker
    2 blaadjes witte gelatine
    1/4 liter slagroom
    250 gr aardbeien
    1 eetlepel poedersuiker

    Laat op een laag vuur 100 gr boter smelten.
    Splits de eieren.
    Klop het eigeel met 50 gr suiker, 2 eetlepels citroensap en de rasp van de schoongeboende citroen schuimig.
    Klop het eiwit met de rest van de suiker en een snufje zout stijf en vermeng het met de eidooiers, de bloem en de lauwe boter.
    Doe het deeg over in een ingevette hartvorm en laat het op de tweede richel van de op 175°C voorverwarmde oven in 20-25 minuten gaar worden.
    Week de gelatine 10 minuten in ruim koud water.
    Verwarm de melk met de schil van de citroen en de suiker en los de uitgeknepen gelatine hierin op.
    Laat het afkoelen en verwijder de citroenschil.
    Klop de room stijf, meng hem voorzichtig met de melk en het citroensap en strijk dit over de afgekoelde taartbodem uit.
    Was de aardbeien.
    Snijd 200 gr aardbeien in plakjes en leg die langs de rand van de taart.
    Pureer de rest van de aardbeien met de poedersuiker, doe de puree over in een spuitzak met een fijne mond en garneer de taart hiermee.


    Aardbeientaartjes

    750 gr aardbeien
    2 eieren
    1 cake
    2-3 eetlepels fraise des bois-likeur
    4-5 blaadjes gelatine
    1 zakje vanillesuiker
    1 mespunt zout
    1 bekertje slagroom
    kristalsuiker
    4 ronde bakringen van 8-10 cm doorsnee

    Steek met de bakringen 4 cirkels uit 4 plakjes cake en laat ze in de bakringen.
    Was de aardbeien, verwijder de kroontjes en houd 250 gr aardbeien apart.
    Pureer de overige 500 gr in een keukenmachine.
    Meet in een maatbeker 4 dl aardbeienpuree af, verwarm die op matig vuur in een steelpannetje en los hierin 25 gr kristalsuiker op.
    Laat 4-5 blaadjes gelatine in een kom ± 5 minuten weken, knijp ze uit en los ze van het vuur af in de vruchtenpuree op.
    Roer er de fraise des bois-likeur door en laat het mengsel afkoelen.
    Scheid intussen voorzichtig het eigeel van het eiwit (het eigeel wordt niet gebruikt) en klop het eiwit met een mespunt zout en een zakje vanillesuiker in een kom heel stijf.
    Roer de geklopte eiwitten door de aardbeienpuree en giet de puree voorzichtig in de bakringen op de cakebodems.
    Laat de aardbeientaartjes in de koelkast minstens 3-4 uur opstijven.
    Halveer de overige 250 gr aardbeien.
    Klop de slagroom met wat suiker stijf.
    Snijd de aardbeientaartjes met een mes uit de bakringen los en leg op ieder bord een aardbeientaartje.
    Leg daar wat aardbeien naast en schep er wat slagroom naast.

    Variatie: U kunt deze taartjes ook met andere vruchten maken, bijvoorbeeld met mango.
    Neem in dat geval abrikozenlikeur in plaats van fraise des bois-likeur.


    Aardbeientaartjes II

    1/2 dl slagroom
    1 1/4 dl crème fraîche
    2 eetlepels aardbeiensaus (flesje)
    12 gesuikerde ronde roomboterkoekjes
    100 gr aardbeien in plakjes + 4 grote aardbeien
    2 eetlepels poedersuiker

    Klop de slagroom lobbig.
    Roer de crème fraîche met de aardbeiensaus los en spatel dit door de slagroom.
    Verdeel het roommengsel over 8 koekjes en rangschik er de aardbeiplakjes op.
    Zet steeds 2 koekjes op elkaar en dek ze af met het laatste koekje.
    Schep de poedersuiker in een zeefje en bestuif de torentjes hier royaal mee.
    Snijd de grote aardbeien een paar keer in (niet helemaal doorsnijden) en vouw ze als een waaiertje open.


    Aardbeientaartjes met vanillecrème

    (12 taartjes)

    1 zakje vanillepuddingpoeder
    3 dl melk
    2 eetlepels suiker
    1 vanillestokje
    30 gr zachte boter
    500 gr aardbeien
    1/4 liter slagroom
    12 kant-en-klare kleine taartbodems
    2 eetlepels rode bessengelei

    Roer het puddingpoeder met 4 eetlepels koude melk en 1 eetlepel suiker glad.
    Snijd het vanillestokje met een scherp mesje in de lengte door, schraap het merg er met een lepeltje uit en breng dit samen met de melk aan de kook.
    Voeg al roerend het gladgeroerde puddingpoeder toe, breng het aan de kook en
    laat het binden.
    Roer de boter door de pudding, strooi de suiker erover en laat koud worden.
    Was de aardbeien, verwijder de kroontjes en snijd ze in plakjes.
    Sla de slagroom stijf.
    Klop de vanillepudding met een staafmixer los en schep er de room door.
    Verdeel de vanillecrème over de 12 taartbodems, strijk het glad, zet de taartjes 10 minuten koud weg en beleg ze met de aardbeien.
    Laat de bessengelei in een pannetje smelten en smeer de aardbeien hiermee in.


    Abrikozen-amandeltaart

    (8 personen)

    180 gr bloem
    135 gr boter
    100 gr suiker
    1/2 losgeklopt ei
    boter om in te vetten
    2 gr zout
    70 gr poeder voor gele banketbakkersroom
    1 pot abrikozen (720 ml)
    1 zakje amandelen (45 gr)
    2 pakken amandelspijs á 200 gr

    Verwarm de oven voor op 180°C.
    Zeef de bloem.
    Kneed een soepel deeg van de bloem, de boter, de suiker, het ei en het zout en laat het, verpakt in vershoudfolie, in de koelkast 15 minuten rusten.
    Bestuif een werkvlak met bloem en rol het deeg uit tot een cirkel van 30 cm.
    Vet een springvorm (doorsnee 26 cm) in, bekleed hem met het deeg en prik de bodem met een vork in.
    Bekleed het deeg met bakpapier en strooi er een steunvulling in, bijvoorbeeld van gedroogde peulvruchten.
    Bak de bodem 20 minuten in het midden van de oven, verwijder de steunvulling en het bakpapier en bak de bodem nog eens 10 minuten.
    Laat de taartbodem afkoelen.
    Bereid de banketbakkersroom met 2 dl water volgens de gebruiksaanwijzing.
    Laat de abrikozen uitlekken en snijd ze in reepjes.
    Rooster de amandelen in een droge koekenpan in 3 minuten lichtbruin.
    Verdeel de amandelspijs over de taartbodem, bedek het met de lauwwarme
    banketbakkersroom, verdeel de abrikozen erover en bestrooi de taart met de
    amandelen.


    Abrikozen-bavaroisetaart

    (8-10 personen)

    4 eieren
    130-150 gr witte basterdsuiker
    1 zakje vanillesuiker
    zout
    40 gr bloem
    20 gr maïzena
    500 gr gehalveerde, ontpitte abrikozen
    12 blaadjes witte gelatine
    200 gr roomkaas
    3 eetlepels citroensap
    3 1/2 dl slagroom
    1 eetlepel fijne tafelsuiker
    2 springvormen, doorsnee 22 en 24 cm, de bodems met bakpapier bekleed

    Bodem:
    Verwarm de oven voor op 175°C.
    Klop 2 eieren, 50 gr suiker, de vanillesuiker, zout en 1 eetlepel warm water heel luchtig.
    Zeef de bloem en de maïzena en spatel ze door het eimengsel.
    schenk het beslag in de grootste vorm, bak het in het midden van de oven in 15-20 minuten lichtbruin en laat het op een rooster afkoelen.

    Abrikozengelei:
    Breng 300 gr abrikozen met 1 1/2 dl water aan de kook en kook ze in 10 minuten zacht.
    Pureer de abrikozen met het vocht en zeef ze.
    Week 4 blaadjes gelatine 5 minuten in ruim koud water, knijp ze uit en los ze in de warme gezeefde vruchtenpuree op.
    Laat het gelatinemengsel afkoelen tot het iets dik begint te worden.
    Doe het over in een spuitzak met een glad spuitmondje en spuit het in een spiraal op de bodem van de kleinste springvorm.
    Laat het in de koelkast 1 uur opstijven.
    Roomkaasmengsel:

    Week 8 blaadjes gelatine 5 minuten in ruim koud water.
    Splits 2 eieren en roer de dooiers en de roomkaas tot een crème.
    Verwarm het citroensap en los de uitgeknepen gelatine hierin op.
    Roer het gelatinemengsel door het roomkaasmengsel.
    Klop de slagroom stijf en klop de eiwitten met de suiker stijf.
    Schep eerst de slagroom en daarna het eiwit door het roomkaasmengsel.
    Snijd 200 gr abrikozen in kleine stukjes en meng ze door het roomkaasmengsel.
    Schep het mengsel op de abrikozengelei in de vorm en laat het in de koelkast 2 uur opstijven.

    Afwerken:
    Snijd de deegbodem bij tot een doorsnee van 22 cm en leg hem op het roomkaasmengsel.
    Verwijder de rand van de vorm en stort de taart op een schaal.
    Bestrooi hem eventueel met tafelsuiker.


    Abrikozencustardtaartjes

    4 plakjes diepvriesbladerdeeg, ontdooid
    1/2 pakje poeder voor banketbakkersroom (pakje á 140 gr)
    2 dl volle melk
    2 eetlepels hazelnoot-krokant (zakje, Baukje)
    1 eetlepel cognac
    12 halve abrikozen (blik, inh. 425 gr)
    4 kleine ronde taartvormpjes, doorsnee 10 cm

    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Bekleed de vormpjes met het bladerdeeg, snijd het overhangende deeg langs de randen weg.
    Bereid de banketbakkersroom met de melk volgens de aanwijzingen op de verpakking.
    Roer de hazelnoot-krokant en de cognac erdoor.
    Verdeel het roommengsel over de deegbodems en leg op ieder taartje 3 abrikozen.
    Bak de taartjes in het midden van de oven in 15 minuten goudbruin en gaar.

    U kunt banketbakkersroom ook zelf maken.


    Banketbakkersroom I

    1 liter melk
    80 gr custard
    200 gr suiker
    2 eieren
    1 Vanillestokje

    Breng in een pan 9 dl melk met de helft van de suiker en het opengesneden
    vanillestokje aan de kook en laat het even zachtjes doorkoken.
    Klop de eieren met de suiker los en voeg er de custard en de achtergehouden melk aan toe.
    Verwijder het vanillestokje en voeg de kokende melk onder voortdurend roeren met een garde aan het custardmengsel toe.
    Giet het terug in de pan, zet de pan op het vuur en laat het mengsel al roerend doorkoken (pas op, het brand gemakkelijk aan).
    Laat het snel afkoelen.


    Vanilleroom

    (1 1/2 liter)

    10 Eidooiers
    250 gr suiker
    1 liter melk
    1 vanillestokje
    3 dl slagroom

    Breng de melk met het opengesneden vanillestokje aan de kook.
    Klop de eidooiers met de suiker tot een luchtige massa op.
    Haal het vanillestokje uit de melk en voeg de kokende melk langzaam, al roerend, aan de eimassa toe.
    Giet de massa in een pan en breng hem tot net onder bet kookpunt.
    Houd de massa al roerend net onder het kookpunt tot hij als een dun laagje aan een houten lepel blijft zitten.
    Neem de crème dan van het vuur.
    Passeer de massa dor een theedoek in een vergiet boven een pan of schaal en roer hem koud (bijvoorbeeld door de pan in een bak ijs te zetten).
    Voeg vlak voor het serveren de room toe.


    Abrikozenkruimelvlaai

    500 gr abrikozen
    1 eetlepel citroensap
    4 eetlepels abrikozenjam
    250 gr boter
    250 gr witte basterdsuiker
    2 eieren
    325 gr bloem
    2 theelepels kaneel
    zout

    Was de abrikozen, halveer ze, verwijder de pitten en snijd het vruchtvlees
    in stukjes.
    Schep de abrikozen, het citroensap en de jam in een kom door elkaar.
    Vet een lage taartvorm met een doorsnee van 26 cm in.
    Klop in een kom 100 gr boter met 100 gr basterdsuiker en een snufje zout in ± 5 minuten tot een romig en crèmekleurige massa.
    Klop er één voor één de eieren door en schep er luchtig 100 gr bloem door.
    Schep het deeg in de vorm, strijk het over de hele bodem uit en verdeel er het abrikozenmengsel over.
    Doe 225 gr bloem, 150 gr suiker en de kaneel in een kom en snijd er 150 gr koude boter in kleine stukjes door.
    Wrijf dit mengsel met de vingers tot een kruimelig deeg en strooi de kruimels over de abrikozen.
    Bak de vlaai in een op 175°C voorverwarmde oven in ± 45 minuten goudbruin en gaar.


    Abrikozentaartjes

    (12 taartjes)

    plakjes diepvriesbladerdeeg (in totaal ± 200 gr)
    100 gr abrikozenjam
    250 gr boter
    250 gr suiker
    het merg van 1/2 vanillestokje
    1 theelepel citroenrasp
    4 eieren
    70 gr bloem
    80 gr poedersuiker
    zout
    12 taartvormpjes van ± 7 1/25 cm doorsnee

    Laat het bladerdeeg ontdooien.
    Leg de plakken op een met 1 eetlepel bloem bestoven aanrecht op elkaar en rol ze uit tot een lap van ± 36 x 25 cm.
    Zet de taartvormpjes in rijen van 4 naast elkaar, zodat een rechthoek ontstaat.
    Leg de deegplak losjes over de vormpjes en laat het ± 10 minuten liggen, zodat de spanning van het deeg wat afneemt.
    Werk intussen de abrikozenjam door een roerzeef en doe hem over in een spuitzak.
    Knijp een stukje keukenpapier tot een balletje, druk hiermee het deeg in de vormpjes en druk vervolgens met de vingertoppen de eventueel nog aanwezige luchtbelletjes weg.
    Snijd het deeg rond de randen weg en spuit in de deegbakjes een ring van abrikozenjam.
    Smelt op laag vuur de boter.
    Doe de suiker, het vanillemerg, de citroenrasp en een snufje zout in en mengkom en giet de gesmolten boter hierbij.
    Roer met een garde in de mengkom tot de suiker volledig is opgelost.
    Voeg vervolgens één voor één de eieren bij de botermassa en klop met een garde tot het ei volledig is opgenomen (let op, dat u de eieren niet met een elektrische mixer klopt, want an bestaat de kans dat de massa te schuimig wordt).
    Roer er tot slot de bloem door en vul de deegbakjes met dit mengsel.
    Strooi er de helft van de poedersuiker over en laat de taartjes in het midden van een op 200°C voorverwarmde oven in 20-25 minuten gaar worden.
    Zet de taartjes op een rooster, bestrooi ze met de rest van de poedersuiker, neem ze uit de vormpjes en serveer ze lauw.


    Advocaat-kwarktaartje

    (2 personen)

    4 bastognekoeken
    1 eetlepel boter
    1 eetlepel abrikozenjam
    1/2 sinaasappel
    4 eetlepels advocaat
    1 zakje gelatinepoeder
    125 gr magere kwark
    50 gr witte basterdsuiker
    3/4 dl slagroom
    4 chocolademokkaboontjes

    Knip van een melkpak een rand van ± 8 cm af en zet deze op een bord.
    Verkruimel de koeken met de deegroller.
    Smelt de boter en roer de koekkruimels en de jam erdoor.
    Verdeel dit mengsel over de bodem van het 'taartvormpje' en druk het goed aan.
    Pers de sinaasappel uit en klop het sinaasappelsap met de advocaat en het gelatinepoeder met een handmixer in ± 3 minuten tot een luchtige massa.
    Klop de kwark en de basterdsuiker erdoor.
    Klop de slagroom stijf en schep deze luchtig door het kwarkmengsel.
    Schep het mengsel in de vorm en strijk de bovenkant glad.
    Laat het taartje in de koelkast in ± 1 uur opstijven.
    Verwijder de rand en snijd het taartje diagonaal door.
    Garneer met de mokkaboontjes.


    Advocaattaart

    )12 punten)

    1 1/2 eetlepel boter
    100 gr bloem
    5 eetlepels maïzena
    5 eieren
    150 gr suiker
    1 eetlepel citroenrasp
    zout
    1 zakje geschaafde amandelen
    1/2 liter slagroom
    4 zakjes vanillesuiker
    2 blaadjes witte gelatine
    6 eetlepels advocaat

    Verwarm de oven voor op 175°C en vet een springvorm van 24 cm doorsnee met de boter in.
    Zeef de bloem met de maïzena.
    Breek de eieren boven een kom, voeg de suiker, een snufje zout en de citroenrasp toe en klop het geheel in ± 10 minuten schuimig.
    Schep lepel voor lepel het bloemmengsel door het eimengsel.
    Doe het deeg over in de springvorm en bak het in ± 45 minuten lichtbruin.
    Laat de taart in de vorm ± 5 minuten afkoelen, verwijder dan de vorm en laat de taart verder afkoelen.
    Rooster de amandelen even in een droge koekenpan.
    Klop in een kom de slagroom met de vanillesuiker bijna stijf.
    Week de gelatine in koud water.
    Verwarm in een steelpan 2 eetlepels water, los de gelatine daarin op en klop het gelatinemengsel door de slagroom.
    Doe 1/3 deel van de slagroom in een aparte kom en roer de advocaat door de rest van de slagroom.l
    Snijd de taart in 2 lagen door.
    Leg 1 laag op een platte schaal, strijk er met een mes een laag van het room-advocaatmengsel op en leg daar de andere taartlaag op.
    Bestrijk de zijkanten en de bovenkant van de taart met de rest van de slagroom en druk er de geroosterde amandelen tegen.
    Zet de taart tot het gebruik in de koelkast.


    Advocaattaart II

    (10 punten)

    200 gr lange vingers
    3 1/2 dl advocaat
    5 eieren
    zout
    8 blaadjes gelatine
    250 gr boter
    2 zakjes vanillesuiker
    1/2 dl melk
    1/8 liter slagroom
    chocolaatjes

    Breek de lange vingers in stukjes, roer hier 1/2 dl advocaat door tot een samenhangende massa is ontstaan en leg die op de bodem van een beboterde springvorm.
    Splits de eieren en klop de eiwitten met wat zout en vervolgens met de helft van de suiker zeer stijf.
    Week de gelatine in koud water.
    Klop de eidooiers met de zachte boter en de vanillesuiker schuimig en meng hier de rest van de advocaat en de in lauwe melk opgeloste gelatine door.
    Spatel deze advocaatmassa door de stijfgeklopte eiwitten en schenk dit op het lange vingermengsel.
    Laat de taart in de koelkast enkele uren opstijven, neem de rand van de vorm weg en spuit op de taart slagroom in de vorm van nestjes, waarin kleine chocolatjesa kunnen worden gelegd.


    Amandel-mokka-rumcake

    300 gr bloem
    50 gr witte basterdsuiker
    50 gr boter
    2 eieren
    1 dl melk
    1 zakje bakpoeder
    1/2 zakje gist
    1 zakje vanillesuiker
    1 mespunt zout
    1/2 theelepel kaneel
    2 theelepels citroensap
    2 theelepels amandelessence
    2 theelepels mokka-essence
    1 ampul rum-essence
    1 volle eetlepel cranberrycompote

    Doe alles in de keukenmachine en klop stevig met de grote messen tot een wat taai, draden trekkend deeg is ontstaan.
    Doe het over in een beboterde cakevorm en bak de cake 30-35 minuten in een op 200°C voorverwarmde oven.


    Amandelhartjes voor Valentijnsdag

    250 gr fijne amandelspijs
    2 eiwitten
    de rasp van 1 citroen

    Vermeng de amandelspijs, de onopgeklopte eiwitten en de rasp en spuit hiervan op bakpapier harten van 1 1/2 cm dikte.
    Of rol staafjes spijs in de suiker (niet in de bloem) en vorm daar harten van.
    Laat ze 2 uur in een droge en warme omgeving staan en bak de harten in een op 185°C voorverwarmde oven goudgeel.
    Laat ze afkoelen en garneer met chocolade of vul de binnenruimte met bonbons.


    Amandelhartjes voor Valentijnsdag II

    125 gr basterdsuiker
    175 gr roomboter
    250 gr bloem
    25 gr ei of melk
    zout
    hele ontvliesde amandelen

    Kneed eerst de boter, de suiker, het zout, het vocht en tot slot de bloem tot een deeg en laat dit in de koelkast opstijven.
    Rol hiervan een plak van 3 mm dikte en steek daar hartjes uit.
    Bestrijk de hartjes met losgeklopt ei en leg op ieder koekje 3 amandelen. Bestrijk ze nogmaals met ei en bak ze 25 minuten op 175°C.


    Amandelkoekjes uit China

    (30 stuks)

    100 gr boter
    60 gr witte basterdsuiker
    30 gr lichtbruine suiker
    1 losgeklopt ei
    1 theelepel amandelessence
    100 gr bloem
    2 theelepels bakpoeder
    30 gr gemalen witte amandelen
    2 eetlepels water
    30 hele witte amandelen

    Doe de zachte boter, de witte en de bruine suiker in een beslagkom en klop het licht en luchtig.
    Verdeel het losgeklopte ei in 2 porties en vermeng de helft met de amandelessence.
    Doe het bij de boter en klop het nog even stevig door.
    Zeef de bloem met het bakpoeder boven de kom en werk het met een houten
    lepel door de boter.
    Strooi er de gemalen amandelen over en klop nog even stevig door.
    Het deeg zal nu zo stevig zijn dat u met de handen verder kunt werken.
    Vorm van het deeg ± 30 balletjes, leg ze op een ingevette bakplaat en druk ze met de vlakke hand wat plat.
    Leg in het midden van elk koekje een amandel.
    Gebruik de rest van het losgeklopte ei, aangevuld met het water, om de koekjes te bestrijken.
    Schuif de bakplaat in het midden van een op 180°C voorverwarmde oven en bak de koekjes 12-15 minuten.
    Laat ze afkoelen en bewaar ze in een goed afgesloten blik.


    Amandelmacaronen

    (± 30 stuks)

    1 staaf amandelspijs (200 gr)
    175 gr suiker
    3 licht stijfgeslagen eiwitten
    1 eetlepel bloem

    Verwarm de oven voor op 170°C.
    Klop de amandelspijs en de suiker met een mixer door elkaar.
    Voeg het eiwit toe, klop het geheel tot het smeuïg is en voeg tenslotte de bloem toe.
    leg een stuk aluminiumfolie op een bakplaat, vet dit in en bestuif het met
    bloem.
    Vorm van het deeg koekjes met een diameter van 2 1/2 cm en leg die op de bakplaat met voldoende tussenruimte om ze in omvang te laten verdubbelen.
    Bak de koekjes in ± 15 minuten goudbruin.
    Laat ze afkoelen en neem ze pas dan van het aluminiumfolie.


    Amandeltaart

    (8-10 personen)

    250 gr boter
    250 gr witte basterdsuiker
    4 eieren
    250 gr bloem
    1/2 theelepel bakpoeder
    zout
    150 gr gemalen amandelen
    1 1/4 dl slagroom
    200 gr gepelde, in staafjes gehakte amandelen
    een ingevette springvorm, doorsnee 20 cm

    Verwarm de oven voor op 170°C.
    Roer de boter en 225 gr suiker schuimig en roer er één voor één de eieren door.
    Zeef de bloem, het bakpoeder en het zout en schep ze met de gemalen amandelen voorzichtig door het botermengsel.
    Schep het deeg in de vorm en bak de taart in het midden van de oven in 1 uur en 15 minuten goudbruin en gaar.
    Laat de taart op een rooster afkoelen.
    Klop de slagroom met 25 gr suiker stijf en bestrijk de taart ermee.
    Rooster de staafjes amandel in een droge koekenpan lichtbruin en bedek de taart er royaal mee.


    Amandeltaartje met citroen

    Voor het deeg:
    200 gr gezeefde bloem
    25 gr suiker
    1 mespunt zout
    100 gr koude boter in blokjes

    Voor de vulling:
    75 gr boter
    100 gr fijngemalen amandelen
    200 gr suiker
    de geraspte schil en het sap van 2 citroenen
    4 eieren
    poedersuiker
    een ingevette springvorm van 25 cm doorsnee
    bakpapier
    steunvulling

    Deeg:
    Meng de bloem met de suiker en het zout, maak in het midden een kuiltje, doe de boter hierin en kneed het snel door.
    Voeg 2 eetlepels ijswater toe en kneed het snel tot een samenhangend deeg.
    Vorm het deeg tot een bal en laat die afgedekt in de koelkast 1 uur rusten.
    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Bekleed de vorm met het deeg, zodat een rand van 2 cm hoog ontstaat.
    Bedek het deeg met bakpapier, vul het met een steunvulling en bak de bodem 15 minuten in het midden van de oven.
    Verwijder het bakpapier en de steunvulling.

    Vulling:
    Smelt de boter.
    Meng de amandelen, de suiker, de citroenschil en het sap, de boter en de eieren en pureer het tot een smeuïge massa.
    Verdeel de amandelmassa over de deegbodem en strijk de bovenkant glad.
    Bak de taart nog 15 minuten in het midden van de oven en laat hem afkoelen.
    Schep de poedersuiker in een zeefje en bestuif de bovenkant van de taart hier royaal mee.


    American cookies

    (± 80 stuks)

    150 gr boter
    200 gr donkere basterdsuiker
    2 eieren
    2 eetlepels slagroom
    400 gr bloem
    100 gr rozijnen
    100 gr ongezouten pinda's
    100 gr pure chocolade in stukjes
    4 eetlepels cacao
    een ingevette bakplaat

    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Smelt de bBoter en roer er van het vuur af de suiker, de eieren en de room door.
    Spatel er de bloem, de rozijnen, de pinda's en de chocolade door en roer de cacao door de helft van het deeg.
    Schep bergjes deeg op de bakplaat en bak de koekjes in de oven ± 12 minuten.


    Amerikaans gingerbread

    (10 personen)

    125 gr bruine basterdsuiker
    125 gr boter
    1 ei
    200 gr keukenstroop
    2 dl gemberstroop
    300 gr bloem
    1 theelepel bakpoeder
    1 mespuntje zout
    1 theelepel kaneel
    1 1/2 theelepel gemberpoeder
    1/2 theelepel kruidnagelpoeder
    5 eetlepels gembersnippers
    een leuke platte vorm of een grote cakevorm

    Verwarm de oven voor op 160°C.
    Roer de suiker, de boter en het ei romig.
    Verwarm de keukenstroop en de gemberstroop en roer die erdoor.
    Zeef er de bloem, het bakpoeder, zout en de kruiden boven en voeg de gembersnippers toe.
    Stort het deeg in de met bakpapier beklede vorm en bak de koek in een platte vorm 50 minuten en in een cakevorm 1 1/2 uur.
    Laat de vorm even afkoelen.
    Stort de cake op een rooster en laat hem verder afkoelen.


    Amerikaanse browniecake

    (12 personen)

    200 gr pure chocolade
    75 gr witte chocolade
    125 gr melkchocolade
    125 gr boter
    125 gr grofgehakte walnoten
    2 losgeklopte eieren
    175 zelfrijzend bakmeel
    12 bolletjes vanille-ijs
    een ingevette cakevorm van 20 cm

    Hak de 3 soorten chocola apart grof.
    Verwarm de oven voor op 180°C.
    Doe de pure chocola en de boter in een kom en laat die op een pan met heet water al roerend smelten; laat de chocola daarna iets afkoelen.
    Schep de walnoten erdoor, roer de eieren erdoor, zeef het meel erboven en spatel dat erdoor.
    Schep de witte chocola en de melkchocola erdoor.
    Doe het mengsel over in de vorm, bak de cake 35-40 minuten in het midden van de oven en laat hem in de vorm ± 30 minuten afkoelen.
    Keer de cake op een rooster en laat hem verder afkoelen.
    Snijd de cake in plakjes en serveer die met het ijs.
    Serveer deze cake met een frisse mangosaus:
    Pureer 2 zeer rijpe mango's met 2 eetlepels limoensaus en het sap van 1 sinaasappel.


    Amerikaanse kwarktaart

    200 gr beschuit of boterkoekjes
    125 gr zachte roomboter
    2-3 eetlepels poedersuiker

    voor de vulling:
    200 gr HüttenkÄse
    400 gr roomkwark
    1 dl crème fraîche
    2 eetlepels suiker
    de geraspte schil van 1 citroen

    Voor de granering:
    200 gr aardbeien
    een paar blaadjes citroenmelisse

    Maal de beschuiten of boterkoekjes in de keukenmachine fijn of verkruimel ze tussen 2 lagen plasticfolie met een deegroller.
    Roer de roomboter en de poedersuiker tot een crème en roer er de beschuit- of koekkriumels door.
    Bekleed een springvorm van 24 cm doorsnee met het mengsel en druk het met de bolle kant van een eetlepel stevig aan.
    Zet de vorm op een koele plaats.
    Roer de HüttenkÄse met de kwark en de crème fraîche tot een crème en breng die met de suiker en de citroenrasp op smaak.
    Stort de kwarkmassa in de vorm, strijk hem glad en laat de taart 2 uur in de in de koelkast koelen.
    Snijd de randen met een nat mes los en verwijder de ring van de springvorm.
    Was de aardbeien, snijd ze in plakjes en gebruik die met de citroenmelisse als garnering.


    Ananas-bavaroisetaartjes

    (8 stuks)

    voor het deeg:
    50 gr suiker
    150 gr bloem
    een snufje zout
    1/2 klein ei (nr. 4)
    100 gr boter

    voor de bavarois:
    400 gr verse ananas in stukjes
    50 gr suiker
    3 blaadjes gelatine
    3 dl lobbig geklopte slagroom
    ananasgelei*1
    een met bakpapier beklede bakplaat
    een uitsteekvorm, doorsnee 6 cm
    8 ingevette hoge ringen van ± 8 cm hoog en ± 6 cm doorsnee

    Deeg:
    Meng de suiker, de bloem, het zout en het ei, meng de boter erdoor tot een kruimelig deeg ontstaat en het deeg in plasticfolie gerold in de koelkast 1 uur opstijven.
    Verwarm de oven voor op 180°C.
    Rol het deeg uit tot een lap van ± 15 x 30 cm, leg het op de bakplaat en bak het ± 25 minuten in de oven.
    Laat het deeg afkoelen, steek er met de uitsteekvorm 8 cirkels uit en leg die in de ringen.

    Bavarois:
    Blancheer de ananas 1 minuut in ruim kokend water, laat uitlekken en afkoelen.
    Pureer de ananas en zeef de puree.
    Verwarm 1 dl puree met de suiker.
    Week de gelatine ± 5 minuten in ruim koud water, knijp hem uit en los hem van het vuur af in de warme ananaspuree op.
    Roer de rest van de puree erdoor en laat afkoelen.
    Roer de slagroom door het ananasmengsel en schenk het in de ringen.
    Vul de ringen niet helemaal, laat ± 1/2 cm vrij.
    Laat de bavaroisetaartjes in de koelkast in ± 1 uur opstijven.
    Verwarm de ananasgelei en schenk die in een dun laagje op de bavarois.
    Laat de bavaroisetaartjes nog ± 2 uur in koelkast opstijven.
    Verwijder de ringen en zet de bavaroises op een mooie schaal.

    *1 Ananas-gelei:
    Pureer 100 gr ananas en zeef de puree.
    Week 3 blaadjes gelatine ± 5 minuten in ruim water.
    Breng de ananaspuree met 1 dl water en 75 gr suiker aan de kook tot de suiker is opgelost.
    Los de uitgeknepen gelatine in de warme vloeistof op en laat de gelei afkoelen.
    Verwarm de gelei voor het gebruik zacht (laat niet koken!) tot deze weer vloeibaar is.


    Ananas-honingbeignets met aardbeiensaus

    250 gr aardbeien
    75 gr suiker
    1-2 eetlepels citroensap
    1 grote rijpe ananas
    175 gr bloem
    zout
    3 dl bier
    1 eetlepel olie
    3 eetlepels honing
    3 eiwitten
    frituurolie
    1 eetlepel gemalen kaneel
    4 eetlepels poedersuiker

    Pureer de aardbeien met de suiker en het citroensap.
    Schil de ananas dik, snijd hem in 12 dunne plakken en verwijder de harde kern.
    Zeef de bloem en het zout.
    Voeg het bier, de olie en 1 eetlepel honing toe en roer het tot een glad beslag.
    Klop de eiwitten stijf en spatel ze door het beslag.
    Verhit de frituurolie tot 180°C.
    Bestrijk de ananasplakken dun met honing, haal ze door het beslag en frituur de beignets maximaal 4 tegelijk in 2 minuten goudbruin en knapperig.
    Vermeng de kaneel en de poedersuiker en strooi dit over de beignets.
    Geef de aardbeiensaus er apart bij.


    Ananas-kwarktaart

    1 taartbodem
    1 pak kwarktaartmix met gevriesdroogde kwark
    6 dl ananassap (pak)
    1/2 liter slagroom
    1 blik ananasschijven
    3 blaadjes witte gelatine
    1 klein blikje aardbeien of ander gekleurd fruit
    een springvorm van 26 cm doorsnee

    De taartbodem kunt u maken van een zakje kruimelbodemmix met boter.
    Bereid de bodem volgens de aanwijzingen op de verpakking.
    Leg hem in de springvorm en zet hem om stevig te worden even in de koelkast.
    Mix de kwarktaartmix met 4 dl ananassap schuimig.
    Klop in een andere kom de slagroom stijf, schep dit door de taartmix en vul de springvorm hiermee.
    Strijk de bovenkant glad en zet de taart ± 1 uur in de koelkast.
    Laat de ananas in een zeef uitlekken, vang het sap op en vul het met ananassap uit het pak tot 3 dl aan.
    Week de gelatine in koud water.
    Breng in een steelpan wat ananassap aan de kook en los de uitgeknepen gelatine erin op.
    Roer de rest van het ananassap erdoor en laat dit (eventueel in de diepvries) dik vloeibaar worden.
    Leg de schijven ananas op de kwarktaart, leg het andere fruit in de holten daartussen en giet er dan voorzichtig een laagje gelei over.
    Laat het geheel in de koelkast dan nog 11/2 uur opstijven.


    Ananas-tarte tatin met gemberroom

    (6 personen)

    50 gr poedersuiker
    175 gr boter
    2 eidooiers
    125 gr zelfrijzend bakmeel
    125 gr fijne tafelsuiker
    4 eetlepels crème fraîche
    900 gr ananas (vers of uit blik)
    1 eetlepel Kirsch
    toefjes munt

    Voor de gemberroom:
    1 dl stijfgeklopte slagroom
    1 dl Griekse yoghurt
    2 fijngehakte bolletjes gember
    1 eetlepel suiker
    een bakvorm met een dichte bodem van 22 cm doorsnee

    Klop de poedersuiker en 50 gr boter in een kom tot een romige dikke massa.
    Klop de eidooiers erdoor en spatel het bakmeel er luchtig door.
    Kneed het tot een zacht en soepel deeg en laat het afgedekt in de koelkast 30 minuten rusten.
    Smelt 125 gr boter met de tafelsuiker in een steelpan, breng het aan de kook en laat het al roerend 3-4 minuten zachtjes tot een lichtbruine massa koken.
    Laat het van het vuur af 1 minuut staan en klop er dan de crème fraîche door tot een gladde massa ontstaat (verwarm het zo nodig nog even).
    Schenk het mengsel in de vorm en verdeel het over de bodem.
    Maak de ananas schoon, snijd hem in plakken en verwijder de harde kern.
    Verdeel de Ananas dakpansgewijs over de sirooplaag en besprenkel ze met de Kirsch.
    Rol het deeg uit tot een cirkel van 25 cm doorsnee, leg die op de ananas en vouw de randen langs de zijkanten om de ananas.
    Verwarm de oven voor op 200°C en bak de taart in het midden van de oven in 20 minuten goudbruin en gaar.
    Verwarm de grill voor op de hoogste stand.
    Steek de taart los van de zijwanden, laat hem 2 minuten staan en keer hem dan op een ovenvaste schaal.
    Schuif de schaal met de taart nog even onder grill tot de bovenkant karameliseert.
    Spatel intussen de yoghurt, de gember en de suiker luchtig door de slagroom.
    Snijd de taart in 6 punten, leg ze op de bordjes en garneer met de gemberroom en een toefje munt.


    Ananashapjes

    4 eiwitten
    125 gr suiker
    125 gr gemalen amandelen
    100 gr uitgelekte, in stukjes gesneden ananas
    ± 20 stukjes ouwel (diameter 5 cm)

    Klop de eiwitten stijf en klop er geleidelijk de suiker door.
    Schep de amandelen en de ananas erdoor.
    Schep met 2 theelepels hoopjes op de stukjes ouwel, schik ze op een met bakpapier beklede bakplaat en bak ze ± 30 minuten in een op ± 150°C voorverwarmde oven.


    Ananaskoek

    1 literblik ananas
    2 eieren
    250 gr suiker
    150 gr bloem
    2 theelepels bakpoeder
    paneermeel
    2 eetlepels boter
    100 gr suiker
    150 gr gemalen kokosgarnering
    2 pakjes vanillesuiker
    1 ei

    Klop de eieren met de suiker in ± 10 minuten schuimig en klop er daarna 1 1/2 dl water door.
    Zeef de bloem met het bakpoeder erbij en schep dit voorzichtig om.
    Vet een braadslee of bakvorm van 25 x 40 cm in en bestrooi die met paneermeel.
    Doe er het deeg in en bak de koek in 20 minuten bij 200°C gaar en goudbruin.
    Laat de koek afkoelen.
    Laat de stukjes ananas goed uitlekken, snijd ze fijn en verdeel deze massa gelijkmatig over de koek.
    Vermeng voor de garnering de boter, de suiker, het ei, de kokos en de vanillesuiker in een steelpan en verwarm dit al roerend tot een dikke saus ontstaat (het mag niet gaan koken!)/
    Verdeel de kokosmassa over de ananas.
    Zet de koek nog een paar minuten in de vrij hete oven tot de bovenkant mooi lichtbruin kleurt.
    Laat de koek in de bakvorm afkoelen en snijd hem dan in vierkante stukken.


    Ananastaart

    Vermeng 4 eieren met 75 gr suiker en 1/2 zakje vanillesuiker en voeg er 250 gr gezeefde bloem, een zakje bakpoeder en 75 gr gesmolten boter bij.
    Laat 1 groot blik ananas op siroop uitlekken.
    Bewaar 4 hele schijven, snijd de rest in kleine stukjes en voeg die bij het deeg.
    Schik de 4 hele ananasschijven op de bodem van een ingevette springvorm en schenk het deeg erover.
    Bak de taart 40 minuten in een op 180°C voorverwarmde oven.
    Stort hem en doordrenken hem naar smaak met de ingekookte en met wat rum geparfumeerde siroop uit het blik ananas.


    Apfelstrudel

    (± 10 stukken)

    250 gr bloem
    1 ei
    3/4 dl olie
    1 druppel azijn
    zout
    8 appels (Jonagolds of goudreinetten)
    2 eetlepels citroensap
    1 blikje frambozen
    60 gr rozijnen
    1 eetlepel basterdsuiker
    1 theelepel kaneel
    1 zakje geschaafde amandelen
    150 gr boter
    40 gr paneermeel

    Zeef de bloem boven een kom, maak in het midden een kuiltje en breek het ei erover.
    Voeg de olie en de azijn toe en meng het vanuit het midden tot een soepel deeg.
    Voeg tijdens het mengen in scheutjes 1 1/2 dl water toe, maar zorg dat het deeg niet te nat wordt.
    Strooi bloem op een werkvlak en kneed het deeg hierop ± 10 minuten goed door tot het van de handen loslaat.
    Vorm het deeg tot een bal, leg die in een kom, dek met plasticfolie af en laat het deeg in de koelkast minstens 30 minuten rusten.
    Schil intussen de appels en snijd ze in stukjes.
    Doe die in een kom en sprenkel er het citroensap over.
    Laat de frambozen goed uitlekken en dep ze eventueel met keukenpapier droog.
    Schep de frambozen, rozijnen, basterdsuiker, kaneel en amandelen door de stukjes appel.
    Verhit in een koekenpan 50 gr boter en bak het paneermeel hierin al omscheppend goudbruin.
    Smelt in een steelpan de rest van de boter.
    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Kneed het deeg weer goed door en verdeel het in 2 stukken.
    Bestrooi het werkvlak weer met bloem en rol hierop 1 stuk deeg tot een flinterdunne lap uit.
    Spreid een theedoek uit en bestrooi hem met bloem.
    Til de deeglap op, trek hem uit tot het deeg bijna doorschijnend wordt, leg de deeglap op de theedoek en strooi er de helft van het paneermeel over.
    Leg het appelmengsel op 1/3 deel van het deeg en rol de deeglap op door de theedoek aan één kant voorzichtig omhoog te trekken.
    Vet een bakplaat in, leg de deegrol op een helft van de plaat en bestrijk hem met gesmolten boter.
    Maak op dezelfde manier nog een deegrol.
    Bak de apfelstrudel in het midden van de oven in ± 25 minuten goudbruin en gaar.
    Serveer de strudel warm of laat hem op de bakplaat afkoelen.


    Appelcake

    250 gr zelfrijzend bakmeel
    200 gr suiker
    200 gr boter
    4 eieren
    3 appels

    Laat de boter zacht worden en werk de suiker en de eidooiers eronder samen met het zelfrijzend bakmeel.
    Klop de eiwitten met een klein schepje suiker stijf, spatel ze door het deeg en meng het zeer goed.
    Snijd de appels klein en voeg ze toe.
    Boter een cakevorm goed in en bestrooi rondom met bloem.
    Doe het deeg in de vorm, zet hem in een 180°C voorverwarmde oven en bak de cake in 45-60 minuten gaar.


    Appelclafoutis

    Een clafoutis wordt in het algemeen lauwwarm geserveerd. Het is geen cake en ook geen pudding, maar iets daartussenin.
    De clafoutis wordt in een quichevorm gebakken (nooit in een springvorm, want daar 'lekt' het beslag uit), in punten gesneden en als nagerecht geserveerd.

    ± 500 gr appels
    2 eetlepels boter
    50 gr suiker

    voor het beslag:
    125 gr bloem
    zout
    50 gr suiker
    3 eieren
    3 dl melk
    4 eetlepels calvados
    poedersuiker

    Verwarm de oven voor op 180°C.
    Schil de appels, snijd ze in vieren, verwijder de klokhuizen en verdeel de partjes in plakjes.
    Verwarm de boter en bak de appelpartjes hierin om en om.
    Bestrooi ze met de suiker en laat die licht karameliseren.
    Schep de appelplakjes uit de pan in een ingevette ronde ovenschaal.
    Zeef de bloem in een kom en voeg het zout en de suiker toe.
    Breek de eieren één voor één boven een tweede kom en klop ze licht op.
    Voeg al roerend de melk en de eieren aan het bloemmengsel toe tot een glad beslag is ontstaan en meng de calvados hierdoor.
    Schenk het beslag over de appels uit en schuif de vorm in het midden van een op 175°C voorverwarmde oven.
    Bak de clafoutis in 35-40 minuten gaar.
    Laat de clafoutis enigszins afkoelen en bestrooi hem met poedersuiker.


    appel-dadeltaart

    300 gr volkorenmeel
    3 theelepels bakpoeder
    2 theelepels speculaaskruiden
    1/2 theelepel geraspte nootmuskaat
    125 gr bruine basterdsuiker
    250 gr gehakte gedroogde dadels
    500 gr geschilde en uitgeboorde handappels
    1 1/2 dl halfzoete cider
    3 eieren
    0,8 dl olie om in te vetten
    2 eetlepels heldere honing

    Verwarm de oven voor op 175°C.
    Vet een taartvorm met een doorsnee van 20 cm in, bekleed de bodem met vetvrij papier en vet ook het papier in.
    Zeef de bloem met het bakpoeder in een kom en doe de in de zeef overgebleven zemelen erbij.
    Voeg dan de speculaaskruiden, de nootmuskaat en de dadels toe.
    Rasp de helft van de appels en doe ze met de cider, de eieren en de olie bij de droge ingrediënten.
    Klop het mengsel zorgvuldig met een houten lepel en doe het dan in de springvorm.
    Snijd de rest van de appels in dunne plakjes en schik die in 2 cirkels dakpansgewijs op de taart; zet in het midden een paar plakjes rechtop.
    Bak de taart 1-1 1/2 uur in de oven, tot een droge breinaald er schoon uit
    komt.
    Stort de taart op een rooster en verwijder het papier.
    Verwarm de honing, terwijl de taart nog warm is, 1 minuut.
    Bestrijk de appel met de honing en laat de taart afkoelen.


    Appelflappen

    bladerdeeg
    4 appels
    150 gr suiker
    2 eigelen

    Rol de plakjes bladerdeeg uit en snijd ze in vierkanten.
    Snijd de appels in kleine stukjes en meng die met de suiker.
    Prik eerst gaatjes in het bladerdeeg en leg er dan de stukjes appel op.
    Vouw het deel dicht en prik nog eens bovenop het bladerdeeg.
    Bestrijk het met eigeel.
    Leg de flapjes op de bakplaat en bak ze 20 minuten op 180°C.


    Appelkruimeltaart met bosvruchten

    1 pak bosvruchtenmix (300 gr diepvries)
    100 gr bloem
    zout
    75 gr gele basterdsuiker
    50 gr koude boter
    500 gr goudreinetten
    2 eetlepels suiker
    1/2 bekertje slagroom á 125 ml
    2 eetlepels bosvruchtensaus (flesje á 200 ml)
    1 eetlepel boter om in te vetten
    een lage taartvorm, doorsnee 24 cm

    Neem de bosvruchtenmix 1 uur van tevoren uit de diepvries en laat het in een kom ontdooien.
    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Meng in een kom de bloem, het zout en de basterdsuiker.
    Smelt de boter op laag vuur in een pan en meng dit met een vork door de bloem, zodat een deeg met een kruimelige structuur ontstaat.
    Schil de appels, halveer ze, verwijder de klokhuizen, snijd het vruchtvlees in partjes van 1 1/2 cm dik en bestrooi die met suiker.
    Vet de vorm met boter in, leg er de helft van de appel in en verdeel er de bosvruchtenmix over.
    Verdeel de rest van de appel over de bosvruchtenlaag en strooi daar het kruimeldeeg over.
    Bak de appelkruimeltaart in het midden van de oven in 25 minuten goudbruin.
    Klop intussen de slagroom stijf en roer de bosvruchtensaus erdoor.
    Serveer de taart heet met de bosvruchtenroom.


    Appelpasteitjes

    (2 vormpjes)

    4 plakjes bladerdeeg
    1 appel
    50 gr amandelspijs
    2 biscuits
    1 mespunt kaneel
    1 klein ei

    Spreid de plakjes bladerdeeg uit en laat ze ontdooien.
    Vet intussen de vormpjes in, schil de appel en snijd hem in kleine stukjes.
    Vermeng de appel met de amandelspijs, de verkruimelde biscuits en de kaneel.
    Verwarm de oven voor op 225°C.
    Bekleed de vormpjes met een plakje bladerdeeg, snijd de randen bij en leg de vulling erop.
    Bestrijk de deegrand met wat losgeklopt ei, snijd het plakje deeg dat over de vulling komt bij en plak het goed op de deegrand.
    Prik in het midden van de pasteitjes een gaatje.
    Maak uit het overgebleven deeg figuurtjes en plak die met ei op het pasteideksel vast.
    Bestrijk de deegdeksel met losgeklopt ei en bak de pasteitjes onder in de oven ± 25 minuten.
    Zet de oven na 10 minuten baktijd op 220°C.


    Appelplaattaart uit de Savoie

    (6 personen)

    5 ontdooide plakjes diepvriesbladerdeeg
    40 gr zachte boter
    40 gr witte basterdsuiker
    1 ei
    50 gr gemalen amandelen
    6 friszure appels
    2 eetlepels abrikozenjam
    1 eetlepel citroensap
    een ingevette bakplaat

    Leg de plakjes bladerdeeg op elkaar en rol ze uit tot een rechthoekige deeglap ter grootte van de bakplaat (± 25 x 35 cm).
    Leg de deeglap op de bakplaat en zet die ± 30 minuten in de koelkast.
    Roer intussen de boter en de suiker zacht en romig.
    Voeg het ei en de amandelen toe en roer alles tot een gladde crème.
    Snijd de deegranden eventueel mooi bij en prik de deegbodem regelmatig met een vork in.
    Verdeel de amandelcrème over de deegbodem, laat rondom een rand van 2 1/2 cm vrij.
    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Schil de appels, boor het klokhuis uit en snijd de appels in tweeën.
    Snijd de helften in plakjes en snijd de plakjes net niet helemaal los.
    Druk zachtjes op de plakjes, zodat de appelhelften open waaieren.
    Schik de halve appels in 3 rijen op de amandelcrème (± 4 helften per rij).
    Bak de appeltaart ± 20 minuten in het midden van de oven.
    Verwarm de abrikozenjam met het citroensap en breng dit aan de kook.
    Lepel de warme jam direct uit de oven over de appels en laat de taart afkoelen.


    Appelpoffertjes met kaneelboter

    1 kleine appel
    1 eetlepel citroensap
    1 dl koud water
    3/4 dl appeldiksap
    100 gr poffertjesmix
    3 eetlepels losgeklopt ei
    1 eetlepel slaolie
    boter
    poedersuiker
    1/2 eetlepel kaneel

    Schil en rasp de appel en besprenkel de appelrasp met 1/2 eetlepel citroensap.
    Meng het diksap en het water in een kom en roer de pofferijesmix erdoor.
    Voeg het ei, de olie en de appelrasp toe.
    Meng 80 gr boter met 40 gr poedersuiker, de rest van het citroensap en de kaneel.
    Zet een poffertjespan op een matig vuur en laat de pan heet worden.
    Vet de holletjes met een beetje gesmolten boter in, vul ze voor 3/4 met het beslag en laat de poffertjes aan beide kanten bruin worden.
    Leg de poffertjes op een bordje en houd ze warm (bijvoorbeeld in een warme
    oven), terwijl u de andere poffertjes bakt.
    Bestrooi de poffertjes met poedersuiker en leg er een klontje kaneelboter op.

    Variaties:
    Zoete amandelpoffertjes: vervang de geraspte appel door 4 eetlepels gemalen amandelen.
    Hartige kaaspoffertjes: vervang het diksap door water en de appel door 4 eetlepels geraspte kaas.
    Serveer de poffertjes met kruidenboter.


    Appels onder een dekentje

    100 gr bloem
    3 eetlepels custardpoeder
    50 gr suiker
    3 eieren
    1 1/2 dl volle melk
    per persoon 1 appel
    kaneel
    (kaneelsuiker)

    Zeef de bloem en het custardpoeder in een kom en meng er de suiker door.
    Klop de eieren met de melk los en schenk het mengsel in een dun straaltje en in delen bij het bloemmengsel.
    Roer het glad en klontvrij.
    Schil de appels, boor ze uit en halveer ze.
    Schik de appels met de bolle kant naar boven in een ovale ovenschaal en bestrooi ze met kaneel.
    Schenk er het beslag over en bak het schoteltje 3/4-1 uur in een oven van 175°C goudbruin en gaar.
    Serveer de appels warm, eventueel bestrooid met kaneelsuiker.


    Appeltaart I

    Voor het deeg:
    300 gr zelfrijzend bakmeel
    150 gr witte basterdsuiker
    175 gr koude boter
    1 ei
    zout
    2 eetlepel paneermeel

    Voor het appelmengsel:
    500 gr appels
    citroensap
    50 gr krenten
    50 gr rozijnen
    50 gr suiker
    3 eetlepels kaneel

    Zeef de basterdsuiker goed, zodat er geen klontjes meer in zitten.
    Klop het ei met een garde los.
    Schil de appels, verwijder de klokhuizen en snijd ze in stukjes.
    Was de krenten en rozijnen.
    Verwarm de oven voor op 175°C en beboter een springvorm van 24 cm doorsnee.
    Doe het bakmeel, de basterdsuiker, de boter en zout in een mengkom en snijd de boter met 2 messen in kleine stukjes door het meel.
    Voeg 3/4 van het ei toe en kneed het geheel tot een soepele bal.
    Druk 3/4 van het deeg op de bodem en tegen de zijwand van de vorm uit, verdeel het paneermeel over de bodem en vul de vorm met het appelmengsel.
    Vorm van de rest van het deeg dunne reepjes, leg die kruislings over het appelmengsel en bestrijk ze met de rest van het ei.
    Zet de taart op een ovenrooster, één richel onder het midden, in de oven en bak de taart in ± 1 1/4 uur gaar en goudbruin.


    Appeltaart II

    200 gr bloem
    150 gr boter
    100 gr basterdsuiker
    1 ei
    de geraspte schil van 1 citroen
    8 moesappelen
    60-80 gr suiker
    40 gr krenten

    Maak een zanddeeg van de bloem, de boter, de suiker, het ei en wat zout en laat dit, als het door het kneden wat week is geworden, op een koele plaats 10 minuten rusten.
    Rol het daarna op een met bloem bestrooid werkvlak tot een grote lap uit. Bekleed er de beboterde en met bloem bestrooide bodem en rand van een springvorm mee en druk de rand stevig op de bodem vast.
    Maak van de appels met overige ingrediënten een niet te vochtige moes en doe deze massa over in de vorm.
    Leg reepjes overgebleven deeg in ruitvorm over de moes en bestrijk de rand en de reepjes met losgeklopt ei.
    Bak de taart in een vrij warme oven in ± 1 uur gaar en lichtbruin.
    Laat de taart afkoelen alvorens hem uit de vorm te nemen.


    Appeltaart III

    500 gr appels
    50 gr boter
    1/2 dl calvados
    150 gr bloem
    150 gr boter
    3 eieren
    een snufje zout
    1 zakje bakpoeder

    Schil de appels en snijd ze fijn.
    Vermeng de bloem en de suiker en voeg er de gesmolten boter aan toe.
    Doe de eidooiers en het bakpoeder erbij, schenk de calvados erbij en meng dit verder door elkaar.
    Voeg de appels toe.
    Klop het eiwit stijf en schep dit voorzichtig door het deeg.
    Doe dit in een beboterde springvorm en zet de taart ± 1 uur in een op 180°C voorverwarmde oven.
    Haal de taart uit de oven en laat hem afkoelen.
    Strooi er poedersuiker over.


    Appeltaart IV

    (8 stukken)

    1 kg goudrenetten
    2 eetlepels citroenrasp (pot á 200 gr, Baukje)
    60 gr suiker
    60 gr gehakte garneeramandelen (zakje á 45 gr, Baukje)
    2 theelepels kaneel
    2 eieren (M)
    100 gr witte basterdsuiker
    300 gr bloem
    1/2 theelepel zout
    200 gr koude boter
    3 eetlepels abrikozenjam
    springvorm, doorsnee 22 cm
    bakpapier

    Schil de appels en snijd ze in schijfjes, meng die met de citroenrasp, de suiker, 45 gr garneeramandelen en de kaneel en laat ze samen zo lang mogelijk (liefst een nacht) intrekken.
    Meng de basterdsuiker, de bloem en het zout in een beslagkom.
    Snijd de boter in kleine blokjes en kneed die met 1 ei door het bloemmengsel tot een samenhangend deeg.
    Laat het deeg afgedekt rusten op een koele plaats minstens 15 minuten.
    Verwarm de oven voor op 180°C.
    Bekleed de bodem van de springvorm met bakpapier.
    Rol een deel van het deeg tot ± 3 mm uit en bekleed de bodem en de zijkant van de vorm ermee.
    Bestrijk de deegbodem met abrikozenjam en verdeel de appelschijfjes erover.
    Rol de rest van het deeg uit, snijd er repen van en leg die kruiselings over de appelvulling.
    Verdeel de rest van de amandelen erover.
    Klop het laatste ei los en bestrijk het deeg ermee.
    Bak de taart midden in de oven in ± 1 uur goudbruin en gaar.
    Haal de taart uit de vorm en laat hem afkoelen.
    Lekker met lobbig geslagen, licht gezoete slagroom of met zure room.


    Appeltaart V

    60 gr suiker
    water
    citroenschil
    1 kg zure appels
    60 gr krenten
    melk
    suiker
    150 gr bloem
    110 gr boter
    75 gr basterdsuiker
    1/4 ei
    2 gr zout
    1 losgeklopt eidooier

    Kook de suiker met weinig water en de citroenschil.
    Schil de appels, snijd ze in kleine blokjes en verwarm die met de krenten in de suikerstroop tot ze wat zachter zijn.
    Neem de appels uit het suikerwater en schep ze over in een schaal.
    Verwijder de citroenschil en laat het vocht in een steelpan tot een stroopje inkoken.
    Giet dit over de appels en laat ze afkoelen.
    Doe de bloem, de basterdsuiker, het ei en het zout in een kom, snijd de boter klein en kneed alles vlug door elkaar tot een gelijkmatig
    deeg.
    Verwarm de oven voor op 175°C.
    Houd een stuk van het deeg apart voor het vlechtwerk op de taart en rol de rest op een met bloem bestoven werkblad uit.
    Beboter de vorm, leg het deeg erin en maak de zijkant 3-4 cm hoog.
    Vul de deegvorm met de appelvulling, snijd reepjes van het overgebleven deeg en leg die in ruiten over de vulling.
    Vouw het deeg dat boven de vulling uitsteekt over de uiteinden van de reepjes en bestrijk het deeg met de losgeklopte eidooier.
    Zet de vorm in het midden van de oven op het rooster en bak de taart in ± 50 minuten gaar.
    Neem de taart uit de oven, laat hem afkoelen en verwijder de vorm.
    Serveer met slagroom.


    Appeltaart VI

    Voor het deeg:
    300 gr . bloem (of zelfrijzend Bakmeel)
    zout
    175 gr boter
    150 gr suiker
    vanillesuiker of geraspte citroenschil
    1 ei
    1-2 eetlepels paneermeel of beschuitkruim

    Voor de vulling:
    1 kg zure appelen (van een stevige soort)
    50 gr suiker
    1-2 theelepels kaneel
    100 gr rozijnen

    Kneed een deeg van de ingrediënten en het grootste deel van het losgeklopt ei (snijd de harde boter met 2 messen klein snijden in de bloem).
    Rol het deeg op een met bloem bestoven aanrecht uit en bedek er de bodem en een gedeelte van de opstaande rand van een beboterde springvorm mee.
    Schil de appels en snijd ze in schijfjes of stukjes of rasp ze op een grove rasp.
    Meng er de suiker, de kaneel en de gewassen en gedroogde rozijnen door.
    Strooi een dun laagje paneermeel of beschuitkruim op het deeg in de vorm en vul de vorm met het appelmengsel.
    Garneer de bovenkant met reepjes deeg die ruitgewijs over de vulling worden gelegd. Leg voor de afwerking een smalle reep langs de gehele bovenrand.
    Bestrijk de bovenkant met de rest van het ei.
    Zet de vorm op het rooster onder in de op 175-200°C voorverwarmde oven en bak de appeltaart in ± 60 minuten lichtbruin en gaar.
    Neem de rand van de vorm en laat de taart uitdampen en afkoelen.


    Appeltaart met kokos

    (8-10 punten)

    1 zakje droge gist (7 gr)
    1 dl melk
    150 gr bloem
    90 gr suiker
    zout
    75 gr zachte boter
    3 eieren
    160 gr gemalen kokos
    nootmuskaat
    1 eetlepel gemalen kaneel
    2 appels, bijvoorbeeld Golden Delicious
    een ingevette en met bloem bestoven springvorm, doorsnee 24 cm

    Verwarm de oven voor op 180°C.
    Los de gist in 2 eetlepels melk op.
    Zeef de bloem boven een kom, voeg 75 gr suiker en een mespunt zout toe en meng de boter erdoor.
    Roer er één voor één de eieren door, schenk de rest van de melk erbij en roer het glad.
    Kneed er 120 gr kokos, een mespunt nootmuskaat en 1/2 eetlepel kaneel door.
    Schil de appels, halveer ze, verwijder de klokhuizen en snijd de appels in schijfjes.
    Druk het deeg in de vorm en strijk de bovenkant glad.
    Leg de appels dakpansgewijs in een cirkel op het deeg.
    Meng 40 gr kokos, 15 gr suiker en 1/2 eetlepel kaneel en bestrooi de appels met dit kokosmengsel.
    Bak de taart in het midden van de oven in 1 uur goudbruin en gaar.


    Appeltaart met vanillevulling

    Voor het deeg:
    200 gr boter
    100 gr suiker
    1 ei
    300 gr bloem

    Voor de vulling:
    750 gr appels
    50 gr rozijnen
    50 gr gehakte amandelen
    100 gr onbewerkte marsepein
    1/2 liter melk
    100 gr suiker
    1 zakje vanillesuiker of het merg uit 1 vanillestokje
    1/2 pakje vanillepuddingpoeder (om te koken)
    3 eieren

    Kneed een deeg van de boter, de suiker, het ei en de bloem en leg dit ± 1 uur in de koelkast.
    Rol het dan uit en bekleed er een ingevette springvorm van 26 cm doorsnee mee.
    mee.
    Snijd de geschilde appels in schijfjes en rangschik die met de amandelen en de rozijnen op het deeg.
    Verkruimel de marsepein en roer hem met de helft van de melk glad.
    Vermeng de rest van de melk met het vanillemerg, de suiker en het marsepeinmengsel en breng dit al roerend aan de kook.
    Roer er met een garde het puddingpoeder door, breng het opnieuw aan kook en laat het gedeeltelijk afkoelen.
    Klop er dan de eieren door en schenk het mengsel op de appels.
    Strijk de bovenkant glad en bak de taart in ± 45 minuten in een hete oven (225°C) gaar.



    Appeltaart uit grootmoeders tijd

    Voor het deeg:
    350 gr zelfrijzend bakmeel
    250 gr boter
    175 gr suiker
    snufje zout
    1 eidooier

    Voor de vulling:
    6-8 goudrenetten
    100 gr suiker
    2 zakjes vanillesuiker
    2 theelepels kaneel
    50 gr rozijnen

    Kneed de boter, de bloem, de suiker en het zout tot een samenhangende bal en laat deze op een koele plaats in een half uur stijf worden.
    Schil de appels, snijd ze in 8 partjes en schaaf ze met een komkommerschaaf in dunne plakjes.
    Bekleed de bodem (doorsnee 30 cm) en de wand van een met boter bestreken en met paneermeel bestrooide springvorm met ruim de helft van het deeg. Vul deze deegbodem met de appelschijfjes, strooi er telkens wat (vanille)suiker, kaneel en rozijnen tussen.
    Vorm smalle reepjes of rolletjes van het overgebleven deeg en leg die, in ruiten, op het vulsel.
    Plak ze stevig op het deegrandje van de wand vast.
    Maak van overgehouden deeg rondom nog een rand (deze rand gaat over de uiteinden van de deegreepjes).
    Vermeng de eidooier met 1/2 eetlepel water en bestrijk het deeg hiermee.
    Verwarm de oven voor op 175°C en bak de taart hierin in ± 1 1/4 uur lichtbruin en gaar.
    Laat de taart in de springvorm afkoelen (zo voorkomt u het uiteenvallen van de rand).
    Snijd de taart in punten en serveer die met een toef slagroom.


    Appeltaartjes met puntjes kaas

    150 gr bloem
    100 gr koude boter
    50 gr basterdsuiker
    zout
    een snufje kruidnagelpoeder
    1 ei
    4 appels
    1 eetlepel melk
    een dikke plak pittige oude kaas
    4 kleine vormpjes

    Kneed een deeg van de bloem, de boter, de suiker, het zout en het kruidnagelpoeder en zet dit ± 30 minuten in de koelkast.
    Verdeel het dan in 4 bolletjes, rol die uit, leg de lapjes in de vormpjes en prik de bodempjes met een vork flink in.
    Schil de appels, boor de klokhuizen eruit en snijd het vruchtvlees in dunne schijfjes.
    Schik in elk vormpje een appel.
    Klop het ei met de melk en wat suiker los en schenk dit over de appels.
    Bak de taartjes in een op 175°C voorverwarmde oven in ± 30 minuten lichtbruin.
    Snijd de plak kaas in mooie puntjes en serveer die bij de warme taartjes.


    Arnhemse meisjes

    (35-40 koekjes)

    190 gr bloem
    1 dl melk
    4 druppels citroensap (zo nodig later meer) of een scheutje uit een knijpcitroen
    5 gr verse gist
    100 gr ongezouten boter (verdeeld in 5 stukjes
    een snufje zout

    Bestrooi het werkvlak met grove kristalsuiker in plaats van met bloem (u kunt ook suikerklontjes pletten met een deegroller).
    U kunt het deeg het beste een nacht laten rusten; het is dan gemakkelijker te verwerken.

    Meng de bloem, de melk, het zout, het citroensap en de gist goed door elkaar en klop met een elektrische mixer op hoge snelheid één voor één de klontjes boter door het mengsel.
    Wikkel het deeg dan in plasticfolie en laat het een nacht in de koelkast staan.
    Verwarm de oven voor op 140°C.
    Leg aluminiumfolie op de bakplaat en smeer dit in met boter, of smeer de bakplaat zo in met boter.
    Bestrooi het werkvlak met kristalsuiker en rol het deeg over de suiker uit.
    Strooi er nog wat suiker over en rol het deeg verder uitrollen tot het heel dun is.
    Steek er dan met een uitsteekvorm koekjes uit (de oorspronkelijke vorm is ovaal).
    Leg de koekjes op de bakplaat, strooi er nog wat grove suiker over en bak de koekjes in 30-40 minuten goudbruin.


    Arretjescake I

    300 gr witte basterdsuiker
    200 gr boter
    200 gr biskcuit (± 34 stuks)
    1 ei
    2 afgestreken eetlepels cacao

    Smelt de boter in een pannetje en klop de suiker, de cacao en het geklopte ei erdoor.
    Breek de biscuits in stukjes en roer ook die erdoor.
    Doe de massa in een vorm en laat het geheel in de koelkast opstijven.


    Arretjescake II

    50 gr cacao
    200 gr biscuit
    250 gr diamantvet
    200 gr witte basterdsuiker
    3 eieren
    1 theelepel koffie-extract

    Klop de basterdsuiker en de eieren schuimig.
    Smelt het vet, zonder het te veel te verhitten.
    Voeg de cacao lepel voor lepel aan het eieren-suikermengsel toe.
    Breek de biscuit in kleine stukjes en voeg die aan het cacaomengsel toe.
    Meng alles goed door elkaar.
    Voeg het vet toe en roer tot een gladde massa ontstaat.
    Leg vetvrij papier in een cakeblik, leg het mengsel erop en laat het in de koelkast ± 2 uur opstijven.
    Snijd de cake dan in plakken.


    Arretjescake III

    100 gr frituurvet
    100 gr suiker
    2 eieren
    5 eetlepels cacao
    200 gr mariabiscuit

    Breek de biscuit in heel kleine stukjes.
    Roer de eieren met de suiker los en voeg de cacao toe.
    Smelt het frituurvet en voeg ook dit al roerend toe.
    Roer de biscuitbrokjes er goed door.
    Doe het mengsel in een met vetvrij papier beklede cakevorm, druk het goed aan en zet de vorm 24 uur in de koelkast.


    Arretjescake IV

    250 gr boter
    200 gr poedersuiker
    50 gr cacaopoeder
    1 ei
    200 gr biscuit

    Vermeng het ei, de suiker en het cacaopoeder, voeg de gesmolten boter toe en
    roer het glad.
    Voeg vervolgens de biscuit in gebroken stukjes toe en meng ze door de massa.
    Giet de massa uit in een platte vorm, strijk het glad en zet het een nacht in de koelkast.


    arretjescake V

    Arretjescake

    1/2 pak of rol biscuitjes
    100 gr witte basterdsuiker
    100 gr boter
    25 gr cacao (3 eetlepels)
    1 zakje vanillesuiker
    1 ei
    Meng de cacao, vanillesuiker en basterdsuiker door elkaar en roer tot er geen klontjes meer in zitten.
    Doe dit samen met de boter in een pan en zet die op laag vuur.
    Klop intussen het ei en bekleed een (cake)vorm met plasticfolie.
    Verkruimel de biscuitjes door ze in een plastic zak te doen en daar met een deegroller overheen te gaan.
    Roer het boter-suikermengsel regelmatig door.
    Laat het, als de suiker min of meer is opgelost, een beetje afkoelen en meng dan alles (dus ook het ei) door elkaar.
    Doe het mengsel over in de vorm en laat het 1 nacht in de koelkast staan.


    Arretjescake VI

    Vermeng 2 pakjes verkruimelde Mariabiscuitjes met 2 pakjes zachtgeroerde boter, 5 eetlepels cacao, 2 eieren en 400 gr suiker.
    Doe dit mengsel in een vorm doen laat het in de koelkast opstijven.


    Baklava I

    (± 50 stukjes)

    350 gr gesmolten boter
    175 gr grofgehakte amandelen
    175 gr grofgehakte walnoten
    2 theelepels kaneel
    1/2 theelepel kruidnagelpoeder
    24 plakjes fyllodeeg
    350 gr suiker
    350 gr honing
    4 eetlepels water

    Verwarm de oven voor op 180°C.
    Vet een flinke rechthoekige ovenschaal (± 32 x 22 cm) met wat gesmolten boter in.
    Leg de plakjes fyllodeeg uit en bestrijk ze stuk voor stuk met gesmolten boter.
    Vermeng in een kom de gehakte noten, de kaneel en het kruidnagelpoeder.
    Leg 1 plakje fyllodeeg op de bodem in het midden van de ingevette schaal.
    Verspreid daarop 7 plakjes deeg en laat het overtollige deeg over de rand hangen.
    Strooi er 1/3 deel van het notenmengsel over en leg daarop 4 plakjes deeg.
    Strooi er nog 1/3 deel van het notenmengsel over en leg daarop weer 4 plakjes deeg.
    Strooi er de rest van het notenmengsel op en dek af met de resterende plakjes fyllodeeg.
    Vouw de overhangende randen van 7 plakjes deeg weg, laat het overtollige
    deeg van het laatste deegplakje weer over de rand van de schaal hangen en snijd dit met een scherp mesje netjes bij.
    Maak met het mesje door alle lagen van het gebak diagonale sneden van ± 4 cm en doe hetzelfde in de andere richting, zodat diamantvormige stukjes ontstaan.
    Bak de baklava ± 1 uur, zet de oven dan uit en laat de schaal nog ± 30 minuten in de oven staan.
    Bereid intussen de siroop.
    Vermeng daarvoor boven middelhoog vuur de suiker, de honing en het water in een pan met dikke bodem en roer tot de suiker is opgelost.
    Zet het vuur hoog en breng de siroop al roerend aan de kook.
    Temper het vuur weer tot middelhoog, laat de siroop 5 minuten pruttelen en neem de pan dan van het vuur.
    Neem de baklava uit de oven, giet er de warme siroop over en laat die in alle lagen doordringen.
    Snijd de 'diamantjes' goed van elkaar los en laat ze, alvorens ze te serveren, helemaal afkoelen.


    Baklava II

    500 gr fyllodeeg

    Voor de vulling:
    250 gr ongezouten boter
    250 gr suiker
    1/4 liter water
    250 gr fijngehakte walnoten
    een snufje kaneel

    voor de stroop:
    250 gr suiker
    250 gr honing
    1/4 liter water
    het sap van 1 citroen

    Breng het water met de helft van de boter en de suiker aan de kook en voeg, als de suiker is opgelost, de walnoten toe.
    Haal de pan van het vuur.
    Smelt de rest van de boter en bestrijk er een bakblik mee.
    Leg er een lap fyllodeeg op, bestrijk die met gesmolten boter en herhaal dit tot 4 deeglappen bovenop elkaar liggen.
    Strijk een dunne laag vulling over de bovenste lap fyllodeeg, strooi er een beetje kaneel over en leg daar 2 met gesmolten boter bestreken fyllodeeglapjes op.
    Herhaal dit tot de ingrediënten op zijn.
    De laatste laag moet uit 2 lappen fyllodeeg bestaan.
    Bestrijk de bovenste laag rijkelijk met boter en kerf er met een scherp mes vierkanten in.
    Bak de baklava in een op 180°C voorverwarmde oven in 20 minuten goudbruin en bros.

    De stroop:
    Breng het water aan de kook en voeg al roerend de honing, de suiker en het citroensap toe.
    Giet de saus kokendheet over de baklava.
    Laat het gebak afkoelen en snijd het in stukken.


    Bananenbrood

    (Een goede manier om overrijpe bananen te verwerken)

    Dit gebak kan goed worden ingevroren in een polytheen zak waar alle lucht is uitgedrukt.

    2 goed rijpe bananen
    50 gr boter
    150 gr fijne kristalsuiker
    2 eieren
    225 gr zelfrijzend meel (*)
    een snufje zout

    Moes de bananen.
    Roer de boter en de suiker tot room.
    Sla de eieren er door.
    Voeg meel, zout en bananen toe en meng alles goed.
    Vet een broodblik in voor een brood van 675 g of iets groter en bestuif het met bloem.
    Vul het blik met het beslag.
    Bak het brood ± 1 uur in het midden van een matig hete oven (190°C) tot het goudbruin is, terugveert na indrukken en van de randen van het blik wijkt.
    Keer het brood op een rooster om af te koelen.
    Serveer dun-beboterde sneetjes.

    * Dit recept kunt u ook maken met half wit en half volkoren zelfrijzend meel. Als er geen volkoren zelfrijzend meel te koop is, moet u 1/2 theelepel bakpoeder toevoegen.


    Bananen-notenbrood

    (12-16 plakken)

    100 gr grofgehakte hazelnoten
    400 gr gepelde en fijngeprakte bananen
    30 gr boter
    2 eieren
    150 gr honing
    3 eetlepels melk
    vanille-essence
    250 gr volkorenmeel
    1 theelepel bakpoeder
    zout

    Rooster de hazelnoten even in een droge koekenpan.
    Smelt de boter, fruit hierin de banaan en laat de massa afkoelen.
    Splits de eieren boven twee kommen.
    Klop de dooiers los met de honing en voeg de melk, de vanille-essence en de banaan toe.
    Vermeng dit alles met het volkorenmeel, het bakmeel, een mespunt zout en
    de hazelnoten tot een samenhangend geheel (voeg eventueel wat extra melk toe).
    Sla de eiwitten stijf met wat zout en schep de stijfgeslagen eiwitten door het beslag.
    Doe het beslag over in een ingevette cakevorm en bak het bananen-notenbrood in de tot 175°C voorverwarmde oven in ± 1 1/2 uur gaar.


    Bastognetaartjes met Mascarpone en frambozen

    (2 personen)

    15 gr boter
    6 bastognekoeken
    1 eetlepel gemberjam
    200 gr frambozen
    1 mespunt gemberpoeder
    2 eetlepels poedersuiker
    75 gr Mascarpone

    Smelt de boter.
    Verkruimel de koeken met een deegroller en meng de boter, de jam en het gemberpoeder erdoor.
    Verdeel het kruimelmengsel over de bodem van 2 kleine taartvormpjes van ± 10 cm doorsnee en druk het goed aan.
    Laat de taartbodems in de koelkast minstens 1/2 uur opstijven.
    Was de frambozen en schep er 1 eetlepel poedersuiker door.
    Roer de andere lepel poedersuiker door de Mascarpone.
    Schep de Mascarpone en de frambozen in de taartjes.


    Berliner bollen

    500 gr wit tarwebloem
    1 zakje gist
    100 gr suiker
    1 zakje vanillesuiker
    1 afgestreken theelepel zout
    1/4 liter melk
    100 gr gesmolten boter
    2 eieren

    Kneed de ingrediënten tot een smeuïge massa en laat die op een warme plaats staan tot het volume is verdubbeld.
    Zet de mixer op de hoogste stand en kneed hiermee nogmaals goed door.
    Rol het deeg op een werkblad uit tot een lap van 1/2 cm dik en steek daar met een glas of kopje ronde plakjes van 5-7 cm doorsnee uit.
    Leg de schijfjes op een met bloem bestrooide bakplaat en laat ze nogmaals ± 20 minuten op een warme plaats rusten.
    Bak de Berliner bollen in een frituurpan met plantaardig vet of plantaardige olie aan beide kanten goudbruin.
    Neem ze met een schuimspaan uit de pan, laat ze op keukenpapier uitlekken en rol ze dan in suiker.

    U kunt de Berliner bollen met jam vullen.
    Doe de jam in een slagroomspuit, plaats een puntig mondje aan de voorkant van de spuit en spuit de jam aan de zijkant van de bollen naar binnen.

    U kunt voor de Berliner bollen ook een ander deeg maken (makkelijker en sneller klaar). Hier volgt het recept:

    Kwark-oliedeeg

    250 gr magere kwark
    6 eetlepels melk
    1 ei
    8 eetlepels zonnebloemolie
    100 gr (4 eetlepels) suiker
    400 gr wit tarwebloem
    1 zakje bakpoeder

    Roer de kwark met een mixer glad.
    Meng de bloem en het bakpoeder door elkaar en roer de helft hiervan door de kwark.
    Klop er de melk, het ei, de zonnebloemolie en de suiker door, voeg de rest van het bloemmengsel toe en kneed het geheel goed door.
    Ga verder te werk als boven beschreven; alleen hoeft dit deeg niet te rusten.


    Biercake

    100 gr zachte boter
    200 gr bruine suiker
    1 ei
    200 gr bloem
    1/2 theelepel zout
    1 1/2 theelepel dubbelkoolzure soda (eventueel zuiveringszout)
    1 theelepel kaneel
    1/2 theelepel piment
    1/2 theelepel kruidnagel
    1/4 liter bier (oudbruin, pils of witbier)
    50 gr walnoten
    325 gr dadels

    Vermeng de boter en de suiker en roer er het losgeklopte ei door.
    Zeef de bloem met het zout, de soda, de kaneel, het piment en de kruidnagel en houd 3 eetlepels van dit mengsel apart.
    Meng de rest door het suiker-botermengsel, voeg het bier toe en roer die voorzichtig door het beslag.
    Hak de walnoten en de ontpitte dadels fijn, meng er de 3 achtergehouden eetlepels van het bloemmengsel door en schep het geheel door het beslag.
    Beboter een cakevorm en bestuif hem met bloem.
    Verwarm de oven voor op 175°C.
    Giet het beslag in de cakevorm en bak de cake 75 minuten in de oven.
    Laat de cake, alvorens hem uit de vorm te halen, 10 minuten afkoelen.
    Zet de cake tenminste 1 dag verpakt in aluminiumfolie in de koelkast.
    Bestuif de cake voor het serveren met poedersuiker.


    Biscotti di Prato

    (Italiaanse amandelkoekjes)
    (± 100 stuks)

    2 eieren
    3 eidooiers
    350 gr suiker
    400 gr gezeefde bloem
    1 theelepel bakpoeder
    een snufje zout
    150 gr gehalveerde witte amandelen
    75 gr pijnboompitten
    2 theelepels geraspte sinaasappelschil
    een met bakpapier beklede bakplaat

    Verwarm de oven voor op 190°C.
    Klop de eieren, 2 eidooiers en de suiker tot een licht schuimig mengsel en kneed er de bloem, het bakpoeder, het zout, de amandelen, de pijnboompitten en de sinaasappelrasp door.
    Vorm van het deeg vingerdikke repen en leg deze op de bakplaat.
    Klop 1 eidooier los en bestrijk het deeg hiermee.
    Bak het deeg ± 15 minuten in het midden van de oven.
    Laat de deegrollen op het rooster iets afkoelen en snijd ze in stukken van ± 1 cm dik.
    Leg de stukken deeg op de bakplaat, bak de biscotti in het midden van de oven nog 15-20 minuten en laat ze afkoelen en.


    Biscuitgebak met mokkacrème

    Biscuitgebak:
    3 eieren
    120 gr suiker
    vanillemerg of -suiker
    zout
    60 gr bloem of 90 gr bloem
    20 gr maïzena of 30 gr maïzena

    Beboter een springvorm van 20 cm doorsnee en bestrooi hem met bloem.
    Klop in een verwarmde kom de hele eieren met de suiker, vanillesuiker en zout zo stijf dat de massa als een lint afvloeit en langzaam gelijkvloeit.
    Vermeng hier de gezeefde bloem en maïzena luchtig mee en doe het deeg dadelijk in de vorm.
    Schuif het rooster zo in de oven, dat het midden van de vorm in het midden van de oven staat.
    Laat het deeg in een matigwarme oven rijzen en bak het in 30-40 minuten lichtbruin bij een oventemperatuur van 160°C.

    Splits eventueel de eieren.
    Klop de eidooiers dik met de suiker en zout en klop het eiwit stijf.
    Vermeng het eiwit en de bloem luchtig met de eidooiers en de vanille.
    Bak dit mengsel 30-40 minuten op 180°C.

    Smelt eventueel per ei 25 gr boter zonder die heet te laten worden en voeg de boter toe, nadat de bloem door het deeg is gemengd.

    Mokkacrème:
    150 gr roomboter
    75 gr (of naar smaak meer) lichtbruine basterdsuiker
    2 dl stijfgeklopte slagroom
    10 theelepels oploskoffie (of naar smaak meer of minder)

    Voor de garnering:
    100 gr geschaafde amandelen of hazelnoten of chocoladehagelslag

    Breng de boter op kamertemperatuur, roer er met de basterdsuiker een glad mengsel van (de suiker moet geheel zijn opgelost) en schep daar voorzichtig de geklopte slagroom door.
    Los de oploskoffie in een kopje met een bodempje heet water op (neem niet te veel water!) en schep deze koffie-oplossing door de mokka.
    Garneer het mokkagebak met amandelen, hazelnoten of chocoladehagelslag.


    Biscuitrol met Mascarpone-aardbeienvulling

    (± 14 plakken)

    voor het biscuitdeeg:
    6 gesplitste eieren
    150 gr suiker + suiker voor het bestrooien
    1 mespunt zout
    1 1/2 theelepel geraspte citroenschil
    90 gr gezeefde bloem
    90 gr gezeefde maïzena
    90 gr amandelschaafsel

    voor de vulling:
    1 potje rode bessengelei (Robertson's, 227 gr)
    250 gr rijpe aardbeien in vieren
    25 gr suiker
    2 eetlepels sinaasappellikeur
    3 blaadjes witte gelatine
    250 gr losgeroerde Mascarpone
    poedersuiker
    een met bakpapier beklede bakplaat
    een schone theedoek

    Biscuitdeeg:
    Verwarm de oven voor op 250°C.
    Klop de eidooiers krachtig met 75 gr suiker, zout, de citroenrasp en 2 eetlepels lauw water.
    Klop de eiwitten met 75 gr suiker stijf en spatel ze door de dooiermassa.
    Schep er in delen de bloem en de maïzena door.
    Strijk het beslag in een rechthoek van 30 x 35 cm op de bakplaat uit en bestrooi met het amandelschaafsel.
    Bak het biscuitdeeg in het midden van de oven in ± 6 minuten goudbruin.
    Bestrooi de theedoek met suiker, keer de biscuit hierop en trek het bakpapier eraf.
    Rol de biscuit en de doek strak op.

    Vulling:
    Roer de gelei los.
    Pureer de helft van de aardbeien met de likeur en de suiker.
    Week de gelatine ± 5 minuten in ruim koud water, knijp ze uit en los ze in 1 eetlepel kokend water op.
    Klop de gelatine door het aardbeienpuree en roer het mengsel door de Mascarpone.
    Laat het al roerend tot een crème afkoelen.
    Rol de biscuit uit.
    Bestrijk het eerst met bessengelei en daarna met aardbeiencrème, aan één lange kant een beetje dikker.
    Verdeel er de aardbeistukjes over.
    Klap de biscuit vanaf de dik bestreken kant om en rol op: trek de doek hiervoor langzaam maar krachtig omhoog.
    Wikkel de doek strak om de rol en laat het geheel, met de naad onder, ± 2 uur in koelkast opstijven.
    Bestrooi de rol voor het serveren dun met poedersuiker en snijd hem met een kartelmes in plakken.

    Dit Italiaanse dessert maakt u extra snel als u de Mascarponeroom door 300 gr kant-en-klare roombavarois met amaretto (Mona) vervangt. U heeft dan wel de helft minder aardbeien nodig. Ook lekker bij koffie of thee.


    Biscuittaart

    5 eieren
    200 gr kristalsuiker
    100 gr bloem
    100 gr aardappelmeel
    1/2 zakje bakpoeder

    Klop de eieren in een kom samen met de suiker en mix dit 10 minuten.
    Mix daarna verder in een warmwaterbad tot het lauw is.
    Neem de kom dan uit het warmwaterbad en mix tot het koud is (de totale kloptijd is ± 20 minuten).
    Zeef de bloem met het aardappelmeel en het bakpoeder en spatel dit in gedeelten zachtjes en voorzichtig door het ei-suikermengsel (klop niet meer).
    Boter een bakvorm goed in en bestrooi hem met bloem.
    Bak de taart 45-60 minuten op 175°C.
    Haal de taart uit de oven, neem hem uit de vorm, leg hem op een taartrooster en laat afkoelen.
    Snijd hem doormidden en werk af met fruit en slagroom.


    Bitterkoekjes

    100 gr bittere amandelen
    200 gr zoete amandelen
    600 gr suiker
    1 eiwit

    Maal de gepelde amandelen tweemaal met 150 gr suiker fijn.
    Vermeng ze dan met de rest van de suiker en zoveel eiwit tot een vrij slap deeg is ontstaan.
    Leg vetvrij papier op de bakplaat en spuit daar met een spuitzak met een gladde mond kleine bolletjes op.
    Druk ze met een vochtige doek een beetje plat en bak ze laag in een op 200°C voorverwarmde oven in ± 1/2 uur bruin en gaar.
    Laat ze op het papier afkoelen en neem ze er dan voorzichtig af.
    Mochten ze toch nog plakken, maak dan het papier aan de onderkant vochtig.


    Bladerdeegbakje met vers fruit

    4 plakjes bladerdeeg (diepvries)
    1 eidooier
    4 eetlepels kristalsuiker
    1/2 citroen
    1 banaan
    1 dl slagroom
    1 eetlepel poedersuiker

    Laat de plakjes bladerdeeg ontdooien.
    Verwarm de oven voorop 200°C.
    Vet 4 kleine taartvormpjes (doorsnee ± 10 cm) met boter in en bekleed ze met het bladerdeeg.
    Snijd de overhangende randjes eraf.
    Bestrijk ze met losgeklopte eidooier en bestrooi met de suiker.
    Bak de bakjes in ± 20 minuten goudbruin en gaar, neem ze uit de vormpjes en laat ze afkoelen.
    Rasp intussen de schoongeboende citroenschil dun af en pers de vrucht uit.
    Pel de banaan en snijd hem in plakjes.
    Was de druiven, halveer ze eventueel en verwijder de pitjes.
    Schil de kiwi's, snijd het vruchtvlees in plakjes en halveer die.
    Schep het fruit met 1 eetlepel citroensap door elkaar.
    Klop de slagroom met de rest van de suiker stijf.
    Houd 1 theelepel rasp apart en spatel er de rest van de rasp met een paar
    druppels citroensap en poedersuiker door.
    Doe het geheel over in een spuitzak met grove kartelmond en leg die tot het gebruik in de koelkast.
    Vul de afgekoelde bakjes met het fruit en garneer met een flinke toef slagroom en wat citroenrasp.

    Variatietip: Vervang de druiven door 2 in partjes gesneden sharonvruchten.


    Bladerdeegrondjes met kaas

    (2 personen)

    2 plakjes diepvriesbladerdeeg
    2 bolletjes gember
    1 eetlepel abrikozenjam
    25 gr geraspte jonge kaas
    1 eetlepel koffiemelk
    1 mandarijn

    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Laat het bladerdeeg ontdooien en steek er met een glaasje 8 rondjes uit.
    Snijd de gember in dunne plakjes.
    Leg 4 deegrondjes op een ingevette bakplaat, bestrijk ze met de jam, verdeel er de kaas en de gember over en dek af met de overige deegrondjes.
    Druk de randen van het deeg met een vork op elkaar en bestrijk de bovenkant met koffiemelk.
    Bak de bladerdeegrondjes in het midden van de oven in ± 15 minuten goudbruin en gaar.
    Pel de mandarijn en verwijder de vliesjes rond de partjes.
    Leg de rondjes op 2 bordjes en garneer ze met de mandarijnpartjes.


    Boffertje

    2 eetlepels paneermeel
    150 gr rozijnen
    150 gr krenten
    200 gr gemengde ongezouten noten
    500 gr zelfrijzend bakmeel
    100 gr boter
    175 gr suiker
    4 dl melk
    1 theelepel zout
    1 eetlepel citroensap
    1 ei
    2 eetlepels azijn

    Vet een afsluitbare vorm van 2 1/2 liter in en bestrooi hem met paneermeel.
    Spoel de krenten en de rozijnen af.
    Hak de noten grof.
    Doe het bakmeel, de boter, de suiker, de melk, het zout, het citroensap en het ei in een kom en meng alles met een mixer goed door elkaar.
    Voeg de rozijnen, krenten en noten toe.
    Doe het deeg over in de vorm en sluit de vorm af.
    Breng in een grote pan water met de azijn aan de kook, zet de vorm erin (het water moet tot aan de rand van de vorm staan) en laat de koek in ± 3 uur gaar worden (vul het water zo nodig tot het gewenste peil aan).
    Neem de vorm dan uit het water, haal het deksel eraf en keer de koek op een schaal.
    Laat hem afkoelen, snijd hem in punten en besmeer die met boter.


    Bokkepootjes

    (1 bakplaat)

    Voor het deeg:
    7 eiwitten
    zout
    175 gr witte basterdsuiker
    150 gr geschaafde amandelen

    Voor de vulling:
    150 gr boter
    75 gr poedersuiker
    2 eetlepels kofie-extract (van oploskoffie)

    Voor de garnering:
    1 zakje chocofix (chocoladeglazuur)

    Klop de eiwitten met een snufje zout met een mixer halfstijf.
    Voeg er geleidelijk al roerend de suiker aan toe en sla het eiwit verder stijf, tot u de kom kunt omkeren zonder dat het eiwit eruit loopt.
    Schep het schuim in een spuitzak met het gladde spuitmondje.
    Bekleed de bakplaat met bakpapier of beboter hem licht en spuit er repen op van ± 6 cm lang.
    Bestrooi ze met de geschaafde amandelen en schuif de bakplaat midden in de oven.
    Steek een houten lepel tussen de ovendeur en schakel de oven in op 100°c.
    Droog de schuimpjes ± 2 1/2 uur en laat het schuim daarna afkoelen.
    Roer intussen de zachte boter, de gezeefde poedersuiker en het koffie-extract tot een glad mengsel.
    Bestrijk de platte kant van de helft van de schuimpjes met de mokkaboter en druk de platte kant van de niet bestreken schuimpjes er tegenaan.
    Bereid het chocoladeglazuur volgens de aanwijzingen op het zakje.
    Dompel de uiteinden van de bokkepootjes erin en laat het glazuur hard worden.

    Tip: Roer voor zelfgemaakte chocoladeglazuur 100 gr poedersuiker en 2 volle eetlepels cacao door elkaar. Voeg al roerend enkele druppels water toe en blijf roeren tot een glanzend mengsel ontstaat. Het glazuur moet zo dik zijn, dat het bijvoorbeeld met de botte kant van een mes goed kan worden uitgestreken.


    Bosbessenvlaai

    Voor het deeg:
    200 gr bloem
    1 mespuntje zout
    100 gr koude, harde boter
    1 dl ijskoud water

    Voor de vulling:
    150 gr suiker
    40 gr bloem
    500 gr bosbessen
    2 theelepels citroensap
    1 eetlepel koffiemelk

    Deeg:
    Meng de bloem met het zout in een kom en snijd de boter hierin met 2 messen tot kruimels.
    Giet er het water bij, roer met een mes tot de bloem al het vocht heeft opgenomen en kneed er dan met koele handen snel een soepel deeg van.
    Laat dit op een koele plaats minstens een half uur rusten.
    Bestuif het werkblad en de deegroller met bloem en rol het deeg uit tot een lap die groot genoeg is om er de vorm mee te bekleden.
    Reserveer daarbij voldoende deeg voor het vlechtwerk.
    Bestrijk een vlaai- of boterkoekvorm met boter, leg de deeglap erin, druk deze licht aan en snijd overhangende delen weg.
    Leg deze op elkaar en rol ze, met het achtergehouden deeg, tot een lange lap uit.
    Rader er met een deegwieltje of met een mes smalle reepjes van.
    Verwarm de oven voor op 200°C.

    Vulling:
    Zeef de suiker en de bloem in een kom, schep er de bosbessen en het citroensap door en vul hier de vorm mee.
    Leg er de uitgeraderde deegreepjes als een vlechtwerk over, maak de uiteinden van de reepjes nat en druk ze op de deegrand.
    Bestrijk het vlechtwerk met koffiemelk.
    Bak de vlaai 30-40 minuten op een rooster in het midden van de oven.
    Dek de vlaai, als de bovenkant te donker dreigt te worden, met beboterd aluminiumfolie af.

    Dit gebak kan zowel warm als koud worden gegeten.


    Bossche bollen

    (8 stuks)

    80 gr boter
    2 dl water
    zout
    100 gr bloem
    4 eieren
    3/4 liter slagroom
    1 zakje vanillesuiker

    Voor het glazuur:
    150 gr poedersuiker
    1 1/2 eetlepel slagroom
    40 gr melkchocolade (reep)

    Breng al roerend de boter met het water en zout aan de kook.
    Roer er in één keer alle bloem bij en verwarm het deeg flink roerend tot het glad is en van de pan loslaat.
    Neem de pan van het vuur, laat de inhoud wat afkoelen, roer er één voor één de eieren bij en laat ze in het deeg opnemen.
    Klop het laatste ei los en voeg dat in gedeelten toe.
    Het deeg moet lobbig, glad en glanzend zijn.
    Bekleed een bakplaat met bakpapier en schep hierop met tussenruimten van ± 5 cm 8 bergjes deeg.
    Zet de bakplaat in het midden van een op 200°C voorverwarmde oven en bak de soezen in ± 30 minuten gaar en goudbruin (ze voelen dan licht aan).
    Klop de slagroom met de vanillesuiker stijf, doe hem in een spuitzak, prik de afgekoelde soezen met het spuitmondje in en spuit ze vol.

    Glazuur:
    Zeef de poedersuiker en roer die met de slagroom tot een glanzend glazuur.
    Smelt de chocolade bij 35°C, roer het glazuur erbij en houd het afgedekt boven een pan kokend water warm.
    Haal de soezen door het glazuur en laat dit op een rooster opstijven.


    Bosvruchtentaart

    Voor de bodem:
    100 gr boter
    110 gr suiker
    1 ei
    1 mespunt zout
    200 gr bloem
    75 gr pure chocolade

    Voor de vulling:
    1 pakje banketbakkersroom
    1 eetlepel fraise de bois (aardbeienlikeur)
    4 bakjes bosvruchten: bramen, frambozen, bosbessen en aardbeien

    Roer met een keukenmachine de boter, de suiker, het ei, de bloem en het zout door elkaar en laat het deeg in de koelkast een half uur rusten.
    Verwarm de oven voor op 175°C.
    Vet een vlaaivorm van 28 cm in.
    Rol het deeg uit en bekleed er de vorm mee.
    Prik met een vork gaatjes in de bodem en bak hem in de oven in ± 25 minuten lichtbruin en gaar.
    Haal de bodem uit de vorm en laat hem afkoelen.
    Smelt de chocolade au bain-marie en bestrijk de bodem hiermee.
    Maak de banketbakkersroom volgens de aanwijzingen op de verpakking en roer er 1 eetlepel fraise de bois door.
    Maak het fruit schoon en laat het uitlekken.
    Zet de bodem op een vlakke ondergrond, smeer de banketbakkersroom over de taart en strijk het glad.
    Leg nu de vruchten in een mooi patroon op de taart.

    U kunt banketbakkersroom ook zelf maken.


    Banketbakkersroom II

    1/2 vanillestokje
    2 dl melk
    2 eieren
    20 gr bloem
    25 gr suiker

    Snijd het vanillestokje open en haal het merg eruit.
    Verwarm 1 1/2 dl melk met het stokje en het merg en houd dit 20 minuten tegen de kook aan.
    roer 1 ei met de bloem klontvrij, doe er het tweede ei en de suiker bij en verdun met de rest van de melk.
    Verwijder het vanillestokje, giet het eimengsel bij melk en laat het 2 minuten doorkoken.
    Zet de pan in een bak koud water en roer het mengsel koud.


    Banketbakkersroom III

    Klop 4 eidooiers met 100 gr suiker en 2 zakjes vanillesuiker romig.
    Zeef er 65 gr bloem door en roer dit glad.
    Kook 1/2 liter melk en klop die al roerend in een straaltje door de eicrème.
    Verwarm dit alles voorzichtig op het vuur en laat het een paar minuten pruttelen.
    Laat de room al roerend in een bak ijskoud water afkoelen.


    Boterplaatkoek

    (± 20 stukken)

    Voor het deeg:
    375 gr bloem
    30 gr verse gist (bakker) of 11/2 zakje gedroogde gist
    zout
    30 gr suiker
    1 ei
    1 eidooier
    2 dl lauwwarme melk

    Voor de vulling:
    250 gr zachte boter
    100 gr poedersuiker
    100 gr hazelnoten in plakjes
    100 gr amandelschaafsel
    50 gr suiker
    1 theelepel kaneel
    een spuitzak met gladde spuitmond
    een met bakpapier beklede braadslede

    Deeg:
    Zeef de bloem boven een kom, maak in het midden een kuiltje en verbrokkel de gist hierin.
    Verdeel rondom de rand van het kuiltje 1 mespunt zout, de suiker, het ei en de eidooier en giet de melk over de gist.
    Laat de gist onder roeren oplossen en kneed vanuit het midden de ingredinten tot een glad deeg.
    Kneed het deeg nog ± 10 minuten door tot het soepel en stevig is.
    Vorm het deeg tot een bal, bestuif die met bloem en leg hem in een kom.
    Dek de kom met een vochtige doek af en laat het deeg op een lauwwarme plaats 30-40 minuten rijzen.

    Vulling:
    Roer de boter en de poedersuiker met een mixer tot een romige massa en schep die in de spuitzak.

    Rol het deeg uit tot een lap ter grootte van de braadslede.
    Leg de deeglap in de braadslede en laat het deeg, afgedekt met een theedoek, nog ± 15 minuten narijzen.
    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Druk met de vingers kuiltjes in het deeg en prik het met een vork in.
    Spuit het botermengsel in de kuiltjes.
    Bestrooi de helft van het deeg met de hazelnoten en de andere helft met de amandelen.
    Meng de suiker en de kaneel en strooi ook hiervan wat over het deeg.
    Bak het deeg in het midden van de oven in 15-20 minuten gaar en goudbruin.
    Laat de boterkoek iets afkoelen, snijd hem in stukken en laat die op een rooster verder afkoelen.
    Bestrooi de koek voor het serveren met de rest van het suiker-kaneelmengsel.

    Variatie: U kunt de kaneel door vanillesuiker vervangen.


    Brownie-macadamia-ijstaart

    (6 personen)

    200 gr pure chocolade in stukjes
    1/2 liter melk
    6 eidooiers
    100 gr donkere basterdsuiker
    3 dl lobbig geklopte slagroom
    150 gr gehakte macadamianoten
    een ronde taartvorm (doorsnee 18 cm) met een 6 cm hoge rand (inh. 1 liter)

    Verwarm de chocolade en de melk al roerend tot de chocolade is gesmolten.
    Klop in een kom de eidooiers met de suiker dik en romig en voeg al roerend langzaam het warme chocolademengsel toe.
    Zet de kom op een pan met heet water, laat het mengsel onder roeren binden (laat het niet te heet worden) en laat het afkoelen.
    Roer de slagroom en de gehakte noten door het chocolademengsel en schep het in de taartvorm.
    Laat het ijs in de diepvriezer in 6 uur bevriezen.
    Stort de ijstaart op een schaal en garneer de zijkant met kleine meringue-koekjes.


    Brownies I

    225 gr chocolade 50-70%
    100 gr boter in stukken
    150 gr gezeefde patentbloem
    1 theelepel bakpoeder
    1 mespunt zout
    4 eieren
    325 gr suiker
    2 theelepels vanille-essence
    100 gr pecannoten

    Doe de chocolade in een pan en smelt hem door de pan in een grotere pan kokend water te hangen.
    Laat de chocolade iets afkoelen en roer er dan de boter door.
    Blijf roeren tot alle boter is gesmolten.
    Klop de eieren met de suiker en de vanille-essence romig en roer ze door het chocolademengsel.
    Voeg de gezeefde bloem, het bakpoeder en het zout toe en roer alles goed door elkaar.
    Meng er tot slot de gehakte noten door.
    Giet het beslag in een met boter ingevette en met bloem bestoven vierkante bakvorm.
    Zet de vorm in een op 180°C voorverwarmde oven en bak de taart daarin in 20-25 minuten gaar.
    Laat de taart afkoelen en snijd hem dan in flinke stukken.


    Brownies II

    150 gr hazelnoten
    75 gr chocolade
    75 gr boter
    425 gr suiker
    1 dl melk
    3 eieren
    125 gr bloem
    2 eetlepels cacaopoeder
    1 zakje vanillesuiker
    een snufje zout
    1 dl (versgeperst) sinaasappelsap
    1/4 liter roomijs
    stijfgeslagen slagroom
    kaneel

    Verwarm de oven voor op 175°C.
    Bekleed een bakvorm van 20 x 20 cm met bakpapier of vet hem in.
    Hak de noten fijn.
    Smelt de chocolade 1 minuut in de magnetron op vol vermogen en laat afkoelen.
    Mix de boter, 325 gr suiker, de melk, de eieren, de gesmolten chocolade, de bloem, het cacaopoeder, de vanillesuiker en het zout in een kom door elkaar.
    Schep het beslag in de vorm en zet die 25-30 minuten in de oven tot de bovenkant knapperig is; binnenin mag de koek zacht blijven.
    Laat de koek afkoelen.
    Laat voor de karamelsaus de rest van de suiker in een pan met dikke bodem goudbruin kleuren, maar niet te donker, want dan smaakt de karamel bitter.
    Voeg het sinaasappelsap toe en breng het al roerend aan de kook.
    Los gestolde stukjes karamel op door te blijven roeren.
    Laat de saus 2-3 minuten inkoken tot de dikte goed is (ze wordt nog dikker als ze is afgekoeld).
    Snijd de koek in vierkantjes.
    Schep het ijs en de slagroom erbij en schenk de saus erover.
    Bestrooi met een snuf cacao en kaneel.


    Butterscotch-brownies

    75 gr bruine basterdsuiker
    75 gr boter
    1 ei
    125 gr zelfrijzend bakmeel
    1 zakje vanillesuiker
    50 gr walnoten

    Meng de suiker met de gesmolten boter.
    Roer er het ei, het meel en de vanillesuiker door en voeg de grofgehakte noten toe.
    Doe het deeg in een goed ingevet, met ouwel bekleed, liefst vierkant bakblik van 20 x 20 x 5 cm of in een springvorm van 20 cm en bak de brownies in een op 180°C voorverwarmde oven in 20 minuten gaar.


    Bruidstaart

    voor het cakedeeg:
    500 gr boter
    500 gr suiker
    500 gr eieren (7 eieren nr 3)
    5 gr zout
    vanillemerg, vanillesuiker
    de geraspte schil van 1 citroen
    500 gr bloem
    300 gr rozijnen
    150 gr gekonfijte kersjes
    150 gr sukade
    rum
    crème au beurre van 300-400 gr boter

    voor de crème au beurre:
    125 gr boter
    vanillemerg of vanillesuiker
    2 theelepels koffie-extractpoeder
    20 gr cacao of gesmolten couverture, essence of likeur
    (kleurstof)

    voor het eiwitglazuur:
    100 gr poedersuiker
    enkele druppels citroensap of essence of likeur
    1 of meer druppels kleurstof
    1 eiwit of wat minder

    voor het glazuur:
    400 gr gezeefde poedersuiker
    2-3 eiwitten
    citroensap of marasquin

    Het is een Engels gebruik om een bruidspaar op de trouwdag een 'weddingcake' te geven. Bruid en bruidegom snijden de taart en familie en vrienden moeten hiervan een stukje proeven.
    Het gebak bestaat uit een toren van kleiner wordende taarten, die geheel met wit glazuur is omhuld.
    Bovenop prijken lelietjes-van-dalen of andere witte bloemetjes (hetzij echte, hetzij van suikergoed of marsepein).
    Van 3 cakes kunt u al een mooie bruidstaart maken.
    Als u vormen neemt van 22, 16 en 10 cm doorsnee (ook een blikje of recht diep schoteltje kan dienst doen), heeft u 250 + 150 + 100 gr bloem nodig om cakedeeg te maken.

    Beboter de cakevormen en leg op de bodem een stukje boterhampapier.
    Roer de boter met de suiker, het zout, het vanillemerg, de vanillesuiker en de geraspte citroenschil tot room.
    Voeg één voor één de eieren toe en roer de massa, telkens als een ei is toegevoegd, egaal en schuimig.
    Meng de gezeefde bloem in een paar slagen luchtig door het beslag en klop daarna niet meer.
    Was en droog de rozijnen, snijd de kersjes en de sukade klein en meng ze (met wat rum) door het deeg.
    Doe het cakedeeg over in de vormen.
    Schuif het rooster zo laag in de oven dat het midden van de vormen in het midden van de oven komt en bak de cakes in een matigwarme oven (140-160°C) in 75-90 minuten gaar en heel lichtbruin
    De cake is gaar als een breinaald, die in het midden van het deeg wordt gestoken, er droog uitkomt.
    Laat de cakes even staan om ze steviger te laten worden, maak ze zo nodig van de kanten los, keer ze op een taartrooster en laat ze afkoelen.
    Werk de cakes de volgende dag af.

    Crème au beurre:
    Roer de boter met 50 gr gezeefde poedersuiker tot room en meng er het smaakgevende bestanddeel door.
    Als dit een vloeistof is, zoals koffie-extract, voeg het vocht dan druppelsgewijs toe en roer telkens tot het gelijkmatig met de boter is vermengd.
    Gebruik bij koffie of cacao 75 gr suiker.
    Laat de crème au beurre afkoelen en stijf genoeg worden om haar voor spuitwerk te gebruiken.
    Als de crème te sterk is gekoeld, laat ze het vocht weleens los; wordt ze dan iets verwarmd en geroerd, dan wordt ze weer goed.
    Snijd de taarten in 2 of 3 lagen, bestrijd de lagen die op elkaar komen met crème au beurre en druk ze stevig op elkaar.

    Eiwitglazuur:
    Zeef de poedersuiker en roer die met het ongeklopte eiwit en het citroensap of de essence of de likeur tot het glazuurpapje glanzend is.
    Kleur het glazuur naar verkiezing (roze voor frambozen- of rozensmaak, geel voor citroen, sinaasappel en ananas, groen voor marasquin- of amandelsmaak).
    Leg de garnering klaar, zodat u deze snel kan aanbrengen.
    Giet het glazuur over het gebak, laat het uitlopen en strijk het met een plat gehouden mes verder uit.
    Leg de garnering erop voordat het glazuur stijf is.
    U kunt de staande kanten van de taarten voor het glaceren met een plak marsepein bedekken.
    Werk de randen van de taarten af, bijvoorbeeld met een parelrandje van glazuur en spuit op de liggende vlakken een opschrift.
    Vermeng voor het glazuur voor het spuiten van opschriften of figuren de poedersuiker met zo weinig mogelijk eiwit goed tot een dik, taai en glanzend papje ontstaat.
    Meng er het citroensap of de marasquin door en roer het glazuur glanzend.
    Doe het glazuur in een van papier gevouwen puntig zakje, waarvan een klein puntje is afgeknipt.
    Vouw de bovenkant dicht en rol het op, waardoor het glazuur er langzaam schrijvend kan worden uitgedrukt.
    Zet in de bovenste cake een glazen buisje met de lelietjes.
    Neem hiervoor, bijvoorbeeld met een appelboor, direct na het glaceren wat glazuur en deeg weg.
    Leg om de taart, op de taartrand, een paar kleine takjes asparagus of houd de taart geheel wit.
    Maak de taart voor een gouden bruiloft licht goudgeel en kies ook bloempjes
    in deze kleur.


    Buttermilk pancakes

    (Amerikaans ontbijtgerecht)

    Klop in een blender of keukenmachine 200 gr zelfrijzend bakmeel, 1 eetlepel suiker, 1 mespuntje zout, 2 eieren, 3 dl karnemelk en 2 eetlepels gesmolten boter door elkaar.
    Bak er kleine, dikke pannenkoeken van en eet die met marmelade of maple syrup.


    Cake

    200 gr cakemeel
    4 middelgrote eieren
    200 gr witte basterdsuiker
    100 gr boter
    100 gr margarine

    Noot 1: U kunt de margarine door roomboter vervangen, maar dat maakt de cake erg vet; half om half is erg lekker.

    Noot 2: Zorg ervoor dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn (vooral de eieren), want anders krijgt u geen luchtig beslag.

    Beboter een cakevorm met wat margarine en stuif daarna wat bloem tegen de wanden (zo krijgt u de cake straks beter uit de vorm).
    Roer de boter tot room en meng dit met de suiker tot een smeuïge massa.
    Voeg naar keuze een zakje vanillesuiker, wat geraspte citroenschil of wat geraspte sinaasappelschil toe.
    Meng er één voor één de eieren door (roer de massa na het toevoegen van een ei telkens egaal en schuimig).
    Meng tot slot het (gezeefde) cakemeel luchtig in een paar slagen door het
    beslag en klop daarna niet meer.
    Doe het beslag over in de cakevorm en schuif die zo in de oven, dat het midden van de vorm in het midden van de oven staat.
    Bak de cake op 140-160°C in 1 1/4-1 1/2 uur gaar.
    Mocht de cake in het begin te bruin worden, dek hem dan met aluminiumfolie af om verder bruinen te voorkomen.

    Noot 3: Doe het eerste half uur de ovendeur niet openen; door de plotselinge temperatuurdaling kan de cake inzakken.

    Om te zien of de cake gaar is, kunt u er met een breinaald even in prikken. Komt die er droog uit, dan is de cake gaar.
    Laat de cake in de vorm wat afkoelen, keer hem daarna op een taartrooster en laat verder afkoelen.


    Cake met pruimen en amandelen

    7 rode pruimen
    5 bolletjes stemgember
    150 gr zachte boter
    150 gr suiker
    3 eieren
    150 gr boerencakemeel
    50 gr geschaafde amandelen
    4 eetlepels gemberjam

    Was de pruimen en droog ze met keukenpapier af.
    Snijd ze in vieren en verwijder de pitten.
    Snijd de bolletjes gember in dunne plakjes.
    Bekleed een bakblik van 20 x 30 cm met bakpapier.
    Klop de boter met de suiker lichtgeel en romig, voeg de eieren en het cakemeel toe en klop het 4 minuten met de mixer op de hoogste stand tot een egaal beslag.
    Vul het bakblik met het beslag, verdeel er de geschaafde amandelen, de pruimen en de gember over en bak de cake in een op 160°C voorverwarmde oven in ± 1 uur goudbruin en gaar.
    Verwarm de jam en bestrijk de nog warme cake hiermee.
    Laat de cake afkoelen en snijd hem in stukjes.


    Cake van bittere chocolade

    400 gr bittere chocolade (tenminste 60% cacao)
    300 gr boter
    50-70 ml cognac (2 glaasjes)
    7 eieren
    1 sinaasappel
    4 eetlepels oploskoffie
    50 gr bloem
    een vorm met anti-aanbaklaag

    Snijd de chocolade in stukjes en doe ze in een pan.
    Maak 1/2 kopje zeer sterke koffie en doe die samen met de cognac in de pan.
    Snijd de boter in dobbelsteentjes en doe ze in de pan.
    Zet de pan au bain-marie of op een kookplaatje op zeer zacht vuur.
    Laat alles al roerend smelten tot u een mooi zalfje heeft verkregen.
    Breek de eieren in de kom en klop ze terwijl u er geleidelijk de bloem bij voegt. Let op dat er geen klontjes achterblijven.
    Rasp de sinaasappelschil en doe de helft in de pan.
    Breng in de vorm met een kwastje de boter aan.
    Doe de inhoud van de pan in de kom en vermeng de eieren goed met de chocolade, tot u een volledig homogene massa heeft en vul de vorm hiermee.
    Strooi de rest van de schil erover.
    Zet de cake 35 minuten in de op 150°C voorverwarmde oven.
    Haal het gebak uit de oven en laat het bij kamertemperatuur volledig afkoelen (3 kwartier).
    Snijd het gebak in plakken van ± 1 cm.
    Bewaar het restant in de koelkast, maar heel het er tenminste 4 uur voor het gebruik uit. Door de kou verliest de cake zijn zachtheid.


    Cakejes

    (± 20 stuks)

    1 pak zelfrijzend cakemeel
    200 gr boter
    200 gr suiker
    3-4 eieren
    eventueel aroma of vanillesuiker
    1 pakje papieren cakevormpjes

    Laat alle ingrediënten eerst op kamertemperatuur komen.
    Snijd de boter in kleinere stukjes, doe deze samen met 200 gr bloem, de suiker en de eieren in een kom en mix dit zeer goed door elkaar, tot de klonten weg zijn.
    Voeg hierna eventueel aroma of vanillesuiker toe.
    Verwarm de oven voor op 150°C.
    Doe het cakedeeg met behulp van een eetlepel in de papieren vormpjes (maak ze 1/3 tot half vol).
    Zet de gevulde vormpjes in de oven en laat de cakejes in ± 30 minuten gaar
    worden (ze moeten vanboven geelbruin zijn).

    Tip: Smelt in een pannetje op laag vuur ± 2 repen pure chocolade en dompel de cakes op de kop in de chocoladesaus.


    Camemberttaartje

    (4-6 personen)

    1 ronde, niet te rijpe camembert
    1 klein blikje croissantdeeg (inh. 240 gr)
    1 pot pruimen op brandewijn

    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Vouw het croissantdeeg in drieën en rol het uit tot een lap van 30 x 30 cm.
    Laat 8-10 pruimen uitlekken en pureer ze of snijd ze fijn.
    Bestrijk de bovenkant van camembert met een dikke laag pruimenpuree, pak de camembert in het deeg in en plak de naden met water dicht.
    Prik de bovenkant van het pakje met een vork in.
    Rol van de deegresten 3 lange slierten, vlecht ze en plak de vlecht met water langs de taartrand.
    Vorm van het overige deeg een figuurtje en versier de taart daarmee.
    Bak het taartje 20 minuten in het midden van de oven.
    Serveer het warm of koud en geef er de rest van de geweekte pruimen bij.


    Cappuccinocake

    (10-12 personen)

    275-300 gr suiker
    300 gr zachte boter
    5 gesplitste eieren
    375 gr gezeefde bloem
    2 zakjes cappuccino oploskoffie (DE of Nescafé)
    zout
    2 perziken, vers of uit blik *, in stukjes
    ± 30 gr gekonfijte sinaasappelschilletjes
    een ingevette springvorm van ± 24 cm doorsnee

    Verwarm de oven voor op 175°C.
    Klop de suiker met de boter romig en roer er één voor één de eidooiers door.
    Voeg in gedeelten de bloem, het cappuccinopoeder en 3/4 dl water toe.
    Klop de eiwitten met een snufje zout stijf en spatel ze voorzichtig door het bloemmengsel.
    Schenk het beslag in de vorm en bak de cake in het midden van de oven in ± 1 uur gaar.
    Laat de cake op een rooster afkoelen en garneer hem voor het serveren met de perziken en de gekonfijte sinaasappelschilletjes.

    - Perziken uit blik zijn al gehalveerd en kunnen meteen als garnering worden gebruikt. Verse perziken moeten eerst ontveld en in suikersiroop gegaard worden. Dompel de perziken ± 30 seconden in heet water, zodat u het velletje gemakkelijk kunt verwijderen. Halveer de perziken en verwijder de pit. Breng 200 gr suiker met 2 dl water aan de kook, voeg de perziken toe en laat ± 30 minuten zachtjes koken tot de perziken mooi zacht en glanzend zijn. Laat de perziken in de suikersiroop afkoelen.

    U kunt de cake ook met één van deze lekkere boters serveren.
    Honingboter: 50 gr boter, op smaak gebracht met 1-2 theelepels bloemenhoning.
    Sinaasappelboter: 50 gr boter met 1 theelepel geraspte sinaasappelschil en 1-2 theelepels sinaasappellikeur.
    Tijmboter: 50 gr boter, op smaak gebracht met 1 theelepel tijmhoning en 1 theelepel fijngesneden tijmblaadjes.


    Cappuccinocake met pecannootjes

    4 plakjes cake
    1 pakje mousse cappuccino (Oetker, 82 gr)
    2 1/2 dl melk
    1 dl cream-sherry
    10 pecannoten
    steruitsteekvorm

    Steek een ster uit de plakjes cake.
    Bereid het moussepoeder met de melk en de sherry volgens de aanwijzingen op de verpakking en verdeel de mousse over de cakesterren.
    Garneer ze met een hele pecannoot.
    Hak de rest van de pecannoten grof en strooi ze rond de cakes.
    Laat de mousse 1 uur in de koelkast opstijven.


    Cappuccino éclairs

    (6 personen)

    40 gr boter
    zout
    50 gr zelfrijzend bakmeel
    2 eieren
    2 1/2 dl slagroom
    5-6 theelepels oploskoffie
    cacaopoeder
    1-2 eetlepels basterdsuiker
    80-100 gr poedersuiker
    spuitzak met glad mondje
    bakplaat met bakpapier

    Verwarm de oven voor op 225°C.
    Breng 1 dl water met de boter aan de kook.
    Voeg een mespunt zout toe en voeg, als de boter is opgelost, de meel toe.
    Roer het tot een samenhangende massa en klop er van het vuur af één voor één de eieren door.
    Blijf kloppen tot een dik glanzend beslag is ontstaan.
    Doe dit over in de spuitzak en spuit op de bakplaat 6 brede strepen van 12 cm.
    Bak de éclairs in het midden van de oven in 20 minuten goudbruin en gaar en laat ze op een rooster afkoelen.
    Klop de slagroom met 4 theelepels oploskoffie, 1/2 theelepels cacao en de basterdsuiker stijf.
    Knip de éclairs open en vul ze met de koffieroom (bewaar de rest voor het garneren).
    Los 1-2 theelepels oploskoffie in 1 eetlepel heet water op en roer dit druppelsgewijs door de poedersuiker tot een glad glazuur ontstaat.
    Bestrijk de éclairs met het glazuur en garneer met de overgebleven koffieroom.
    Bestuif de room met cacao.


    Catalaans gebak

    (8 personen)

    Voor het deeg:
    100 gr boter
    100 gr griessuiker
    2 eieren
    200 gr bloem

    Voor de praline:
    50 gr amandelschilfers
    50 gr griessuiker
    1/2 eiwit

    Voor het Catalaans gebak:
    boter
    140 gr griessuiker
    100 gr amandelpoeder
    2 eieren
    50 gr lauwe melk
    190 gr bloem
    5 gr bakpoeder
    3 eetlepels ananasconfiture
    1 eetlepel bloemsuiker

    Doe voor het deeg de boter met de suiker in een beslagkom en wrijf ze goed door elkaar.
    Kneed er vervolgens één voor één de eieren door en kruimel er tenslotte de bloem door.
    Wrijf het deeg tussen uw handen tot het goed is gemengd en laat het in de koelkast ± 30 minuten opstijven.
    Maak de praline voor de taartbedekking.
    Meng de amandelschilfers, de suiker en het eiwit voorzichtig door elkaar.
    Maak het beslag.
    Klop 125 gr boter met de suiker en het amandelpoeder, goed op en klop er één voor één de eieren en de helft van de melk door.
    Giet de bloem met het bakpoeder door een zeef en spatel ze door het beslag.
    Spatel er tenslotte de rest van de melk door en schep het beslag in een spuitzak.
    Wrijf een taartvorm van ± 22 cm ddoorsnee met boter in.
    Rol het deeg uit en bekleed de vorm ermee.
    Prik de bodem in en verdeel er de ananasconfiture over.
    Spuit het beslag, tot op 1/2 cm van de rand, op de bodem en bestrooi met de praline.
    Rol de rest van het deeg uit, snijd het in bandjes van ± 1 cm breed en bekleed de taart hiermee.
    Zet de taart ± 40 minuten in een op 180°C voorverwarmde oven.
    Neem de vorm van de taart, laat hem op een rooster afkoelen en bestrooi hem tenslotte met de bloemsuiker.


    Cheesecake

    Klop 250 gr roomkaas met 125 gr suiker romig.
    Klop er dan 115 gr zure room, 1 theelepel vanille-extract en (de één na de ander) 2 eieren door.
    Zet dit even apart.
    Klop 100 gr boter romig, voeg er geleidelijk 135 gr suiker en afzonderlijk 2 eieren bij en klop tot de massa romig is.
    Voeg er 1 eetlepel melk en 1 theelepel vanille-extract aan toe.
    Zeef 110 gr bloem met 1 theelepel bakpoeder en 1/2 theelepel zout en meng dan de droge ingrediënten met het botermengsel tot een beslag.
    Giet het beslag in een ingevette en met bloem bestoven 5 cm hoge springvorm met een doorsnee van 25 cm en spreid het beslag uit over de bodem en de zijkanten (aan de zijkanten iets dunner).
    Lepel het kaasmengsel voorzichtig op het beslag.
    Bak de taart 40-45 minuten in een op 165°C voorverwarmde oven.
    Meng 2 1/4 dl zure room met 2 eetlepels suiker en 1 theelepel vanille-extract.
    Spreid dit mengsel als een toplaag over de taart en bak hem nog ± 5 minuten.
    Haal de taart uit de oven en laat hem afkoelen.
    Bedek hem met folie en zet hem minstens 4 uur in de koelkast om koud te worden.
    Desgewenst kunt u de bovenkant decoreren met schijfjes mandarijn of sinaasappel, aardbeien, verse frambozen of welk fruit u lekker vindt.


    Chinese zoete broodjes

    (12-14 stuks)

    1/2 dl melk
    50 gr suiker
    mespunt zout
    25 gr reuzel of plantaardig vet
    1/2 dl warm water
    1 zakje gedroogde gist
    1 losgeklopt ei
    275 gr bloem
    aluminiumfolie
    een paar druppels olie en melk om te bestrijken

    Voor de vulling:
    100 gr zoete bonenpasta
    25 gr suiker
    25 gr gehakte walnoten
    1 eetlepel reuzel of boter

    Giet de melk in een steelpan en breng haar aan de kook.
    Voeg de suiker, het zout en de reuzel of het vet toe en laat het smelten.
    Neem de pan van het vuur en laat het tot lauw afkoelen.
    Doe het warme water in een kommetje en strooi er de gist en een paar korrels suiker in.
    Roer even, laat het 5 minuten staan en meng het door de melk.
    Doe het over in een beslagkom, voeg 225 gr bloem en het losgeklopte ei toe en klop met een garde tot een luchtig deeg is verkregen.
    Strooi de rest van de bloem op het werkvlak, doe het deeg daarop over en kneed het met de handen tot het zacht en soepel is en niet meer plakt.
    Doe het over in een schaal, dek die af en laat het deeg op een warme plaats minstens 1 uur rijzen; het moet in volume zijn verdubbeld.
    Vermeng in een wok de ingrediënten voor de vulling, verwarm ze door en door en laat ze daarna afkoelen.
    Kneed het deeg nog even door, verdeel het in 12-14 gelijke stukjes, draai die tot balletjes en maak daarvan ronde plakjes met een doorsnee van ± 10 cm.
    Druk met de achterkant van een mes of een eetstokje tweemaal in het deegplakje, zodat een kruis ontstaat en precies het midden wordt aangegeven.
    Snijd op de lijnen een stuk in, maar laat in het midden 5 cm heel.
    Verdeel de vulling daarover.
    Vouw reepjes deeg in de vorm van een rozet naar elkaar toe en knijp ze met de vingers dicht.
    Vet een stuk aluminiumfolie met een paar druppels olie in.
    Doe de broodjes over op een bakblik, bestrijk ze met wat melk en dek ze af met folie.
    Schuif het bakblik in het midden van een op 190°C voorverwarmde oven en bak de broodjes 20-25 minuten.


    Chocolade verleiding

    (12 punten)

    een ronde taartvorm (± 20 cm)
    300 gr zachte boter + boter om in te vetten
    150 gr bloem + bloem om te bestuiven
    300 gr suiker
    6 middelgrote eieren
    150 gr zelfrijzend bakmeel
    zout
    3 eetlepels frambozenjam
    1 dl slagroom
    150 gr pure chocolade
    200 gr kleine aardbeien
    poedersuiker

    Vet de taartvorm in met boter en bestuif hem dun met bloem.
    Verwarm de oven voor op 160°C.
    Klop de boter, met de suiker in ± 7 minuten lichtgeel en romig.
    Klop de eieren er stuk voor stuk door; voeg het volgende ei pas toe, als het vorige helemaal is opgenomen.
    Zeef de bloem met het zelfrijzend bakmeel en een mespunt zout en spatel het voorzichtig door het botermengsel.
    Doe het beslag over in de taartvorm en bak de taart in de voorverwarmde oven in ± 1 1/2 uur goudbruin en gaar.
    Laat de taart in de vorm enkele minuten afkoelen, verwijder de vorm en laat de taart op een taartrooster verder afkoelen.
    Verwarm de jam met 2 eetlepels water en wrijf het door een zeef.
    Klop de slagroom stijf.
    Snijd de taart in 3 lagen, bestrijk de onderste 2 lagen met de jam en de slagroom en leg de 3 lagen weer op elkaar.
    Breek de chocolade boven een klein pannetje in stukjes, zet het pannetje in een iets grotere pan met kokend water en laat de chocolade al roerend smelten.
    Strijk 3 eetlepels chocolade op een glazen snijplank uit en laat het iets opstijven.
    Schenk de rest van de chocolade over de taart, strijk het glad en laat de chocolade hard worden.
    Maak de aardbeien schoon.
    Schraap met een mes krullen chocolade van de chocolade op de snijplank.
    Verdeel de aardbeien in een bergje over het midden van de taart, garneer met de chocoladekrullen en bestuif met poedersuiker.


    Chocolade-amandeltaartjes

    50 gr blanke amandelen
    150 gr gezeefde bloem
    1 mespunt zout
    100 gr suiker
    125 gr boter
    1 eidooier
    10 gedroogde abrikozen
    2 eetlepels abrikozenjam
    1 eetlepel geschaafde amandelen
    250 gr Toblerone of melkchocolade met amandelen
    1 1/4 dl slagroom

    Maal de amandelen fijn en vermeng ze met de gezeefde bloem, het zout en de suiker.
    Snijd er met 2 messen de boter en de eidooier door en kneed met koele hand tot een soepel deeg.
    Laat dit in de koelkast minstens 30 minuten rusten.
    Verwarm de oven voor op 175°C.
    Verdeel het deeg in ± 10 porties en druk het in goed ingevette taartvormpjes met een duidelijke kartelrand uit.
    Prik met een vork gaatjes in de bodempjes.
    Bak de taartjes in de oven in ± 25 minuten goudbruin en gaar.
    Neem ze uit de oven en laat ze 5 minuten rusten.
    Haal ze voorzichtig uit de vormpjes en laat ze helemaal afkoelen.
    Snijd de abrikozen in reepjes.
    Verwarm de jam, zeef deze en schep de abrikozen erdoor.
    Rooster de geschaafde amandelen in een droge koekenpan goudbruin en laat ze afkoelen.
    Breek de chocolade in stukjes, smelt ze au bain-marie en schenk de slagroom erbij.
    Roer alles goed door.
    Klop het mengsel glanzend, verdeel het over de bodempjes en laat opstijven.
    Garneer met de abrikozen en de geschaafde amandelen.


    Chocolade-appeltaart

    Voor het deeg:
    250 gr bloem
    1 eidooier
    2 eetlepels suiker
    125 gr boter

    Voor de vulling:
    6-8 appels
    125 gr pure chocolade
    75 gr boter
    100 gr suiker
    100 gr gemengde gehakte noten
    2 eieren
    1 eetlepel bloem
    de geraspte schil van 1 sinaasappel

    Kneed een deeg van de bloem, de eidooier, de suiker en de boter.
    Pak het in folie en leg het ± 30 minuten in de koelkast.
    Maak intussen de vulling.
    Schil de appels en snijd ze in dunne plakjes.
    Smelt de chocolade au bain-marie en laat het weer afkoelen.
    Klop de boter en de suiker tot room.
    Klop de noten, de eidooiers, de bloem en de sinaasappelschil erdoor.
    Bekleed een ingevette springvorm van 22 cm doorsnee met het uitgerolde deeg.
    Klop de eiwitten stijf en spatel ze samen met chocolade door het beslag.
    Schep enkele lepels beslag op de deegbodem, verdeel er de helft van de appels over, schep er weer wat beslag op en dan de rest van de appels.
    Schep er de rest van het chocoladebeslag over en bak de taart onderin een op 175°C voorverwarmde oven in ± 1 uur gaar.
    Laat de taart afkoelen, haal hem uit de vorm en serveer hem eventueel met stijfgeklopte slagroom.


    Chocolade-bietentaart

    (10-12 punten)

    Cacaopoeder om te bestuiven
    225 gr gekookte bieten (bewaar het kookvocht)
    115 gr zachte ongezouten boter
    425 gr gele basterdsuiker
    3 eieren
    1 eetlepel vanille-essence
    75 gr gesmolten melkchocolade
    225 gr bloem
    2 theelepels bakpoeder
    1/2 theelepel zout
    120 ml karnemelk
    (chocoladekrullen)

    Voor de ganache:
    4 3/4 dl slagroom
    500 gr pure of melkchocolade van goede kwaliteit, in stukjes
    1 eetlepel vanille-essence

    Verwarm de oven voor op 180°C.
    Vet 2 springvormen van ± 23 cm in en bestuif de bodem en de zijkanten met cacaopoeder.
    Rasp de bieten, schep ze door het kookvocht en zet ze apart.
    Klop de boter, de suiker, de eieren en de essence tot een lichte massa.
    Zet de mixer een standje lager en klop de gesmolten chocola erdoor.
    Zeef de bloem, het bakpoeder en het zout in een kom.
    Zet de mixer laag en klop het bloemmengsel geleidelijk door het botermengsel, afgewisseld met scheutjes karnemelk.
    Voeg de bieten en het sap toe en klop de massa nog 1 minuut door.
    Verdeel het beslag over de springvormen en zet deze 30-35 minuten in de oven, tot een prikker er schoon uitkomt.
    Laat de taarten 10 minuten afkoelen, stort ze op een taartrooster en laat ze verder afkoelen.
    Verwarm voor de ganache de room op middelhoog vuur in een pan met dikke bodem tot hij bijna kookt; roer af en toe.
    Neem de pan van het vuur, roer de chocola erdoor en blijf roeren tot u een zachte substantie heeft.
    Roer de vanille-essence erdoor.
    Zeef het mengsel boven een kom, laat het afkoelen en zet het dan in de koelkast tot het smeerbaar is (roer het elke 10 minuten even door).
    Leg een taart op een schaal en besmeer deze met 1/3 van de ganache.
    Leg de tweede taart erop en verdeel er de rest van de ganache over; neem ook de zijkant mee.
    Garneer de taart eventueel met chocoladekrullen.
    Laat de ganache in 20-30 minuten hard worden en zet de taart koud weg.
    Serveer de taart op kamertemperatuur.


    Chocolade-biscuitgebak

    Voor het biscuitgebak:
    4 eidooiers
    4 eetlepels lauw water
    150 gr suiker
    4 eiwitten
    zout
    80 gr bloem
    80 gr maïzena
    70 gr cacao

    Voor de vulling:
    200 gr pure chocolade
    1/8 liter slagroom
    40 gr boter
    2 cl rum

    Klop de eidooiers, het water en de suiker dik en schuimig.
    Sla de eiwitten met een mespunt zout stijf.
    Zeef de bloem, maïzena en cacao.
    Schep de eiwitten met dit mengsel op de dooiermassa en schep alles door elkaar.
    Bekleed een bakplaat met bakpapier, vouw de randen iets omhoog en strijk de biscuitmassa ± 1 cm dik op het papier.
    Bak het deeg in een op 200°C voorverwarmde oven in ± 12 minuten gaar.
    Stort het deeg op een met suiker bestrooide theedoek, laat het afkoelen en snijd het dan in 4 gelijke delen.
    Rasp de chocolade, verwarm de room met de rum au bain-marie en laat de chocolade erin smelten.
    Laat dit mengsel afkoelen, voeg dan de boter toe en zet de crème ± 30 minuten in de koelkast.
    Strijk de crème dan op de biscuitdeegplakken en bestrijk er ook de zijkanten mee.
    Zet het gebak tot het gebruik in de koelkast.


    Chocolade-gembercake

    (8 personen)

    200 gr zachte boter
    120 gr suiker
    220 gr gezeefde bloem
    2 eetlepels sinaasappellikeur
    70 gr poedersuiker
    4 eieren
    150 gr gekonfijte gember
    100 gr pure chocolade
    1 pakje vanillesuiker
    wat geraspte citroenschil
    boter en bloem voor de vorm
    poedersuiker voor de afwerking

    Snijd de gekonfijte gember in stukjes en laat ze tot het gebruik in de sinaasappellikeur trekken.
    Breek de chocolade in stukjes.
    Splits de eieren.
    Klop de boter met de poedersuiker, de vanillesuiker en de geraspte citroenschil met een garde tot een gladde crème en roer er geleidelijk de eidooiers door.
    Klop het eiwit stijf, meng 1/3 ervan door de crème en spatel er de rest voorzichtig door, samen met de bloem.
    Roer er voorzichtig de stukjes gember en chocolade door.
    Verwarm de oven voor op 170°C.
    Vet een cakevorm met boter in en strooi er wat bloem in.
    Doe het cakemengsel in de vorm en bak de cake 50 minuten.
    Neem de cake uit de oven en laat hem afkoelen.
    Bestrooi hem voor het serveren met poedersuiker.


    Chocolade-Grand Marnier Bombe

    (8-10 punten)

    4 gesplitste eieren
    85 gr fijne tafelsuiker
    35 gr bloem of maïzena
    40 gr cacao
    1 1/2 dl slagroom
    150 gr witte chocolade in stukjes
    2 eetlepels geraspte sinaasappelschil
    1 eetlepel sinaasappellikeur, bijvoorbeeld Grand Marnier

    Voor de vulling:
    6 dl slagroom
    500 gr pure chocolade in stukjes
    2 eetlepels Grand Marnier
    een rechthoekige lage bakvorm van 20 x 30 cm, bekleed met bakpapier of een stuk gevouwen bakpapier met opstaande rand van 2 cm
    een bombevorm, inh. 1 1/2 liter
    plasticfolie

    Verwarm de oven voor op 220°C.
    Cakerol:
    Klop de eidooiers met 50 gr suiker schuimig tot het mengsel een lint vormt.
    Klop de eiwitten schuimig en klop er 35 gr suiker door.
    Spatel de eiwitten voorzichtig door het dooiermengsel en spatel er ook de bloem en de cacao door.
    Schenk het beslag in de vorm en strijk de bovenkant glad.
    Bak de cake 10-15 minuten tot het midden stevig is en dek hem met een theedoek af.
    Verhit de slagroom, schenk die over de witte chocolade en laat de chocolade erin oplossen.
    Roer de sinaasappelschil en de likeur erdoor en zet het geheel afgedekt 3 uur koel weg.
    Klop de chocoladeroom dan tot zachte pieken.
    Stort de cake op een vel bakpapier, bestrijk hem met de witte chocoladeroom en rol hem vanaf de korte zijde op.
    Snijd de cakerol in plakken van 1 cm.
    Bekleed de bombevorm met plasticfolie.
    Leg de plakjes cake aansluitend in de vorm (begin op de bodem en leg de rest er in cirkels op).

    Vulling:
    Smelt de chocolade au bain-marie en laat hem iets afkoelen.
    Klop de slagroom bijna stijf, spatel er de chocolade en de likeurer door en schenk het mengsel in de bombevorm.
    Strijk de bovenkant glad en dek af.
    Laat de taart in de koelkast in 5 uur opstijven en stort hem voorzichtig op een schaal.


    Chocolade-hazelnoottaart

    110 gr bittere chocolade
    200 gr zachte boter
    100 gr gezeefde poedersuiker
    3 eieren
    3 eidooiers
    80 gr bloem
    1 volle theelepel bakpoeder
    150 gr gemalen hazelnoten
    3 eiwitten

    Breek de chocolade in stukjes en smelt ze au bain-marie.
    Roer de boter smeuïg en roer er geleidelijk de gesmolten chocolade door.
    Roer er de poedersuiker, de eieren en de eidooiers door.
    Vermeng de bloem met het bakpoeder, doe er de gemalen hazelnoten bij en klop dit mengsel met een mixer lepel voor lepel door het chocolademengsel.
    Klop de eiwitten stijf en spatel ze erdoor.
    Schep het mengsel in een ingevette springvorm van 28 cm doorsnee, strijk het glad en bak het in 45-50 minuten in een op 175°C voorverwarmde oven gaar.
    Keer de taart op een rooster om, laat hem afkoelen en snijd hem 2 keer door.

    vulling:
    125 gr hazelnoten
    1 zakje chocoladepuddingpoeder
    5 dl melk
    250 gr zachte boter
    60 gr gezeefde poedersuiker

    Bak de hazelnoten 8-10 minuten op een bakblik in de op 200°C voorverwarmde oven tot de velletjes knappen.
    Laat de geroosterde noten in een zeef iets afkoelen en wrijf de velletjes eraf.
    Houd 18 hazelnoten achter voor de garnering en maal de rest.
    Maak het chocoladepuddingpoeder volgens de gebruiksaanwijzing aan en zet het in de koelkast.
    Roer af en toe.
    Klop dan met de mixer de zachte boter en de gezeefde suiker door het puddingmengsel tot een gladde crème is ontstaan.
    Doe 1/4 hiervan in een spuitzak voor de garnering en meng de gemalen hazelnoten door de rest.
    Bestrijk de lagen taart met de crème, leg ze op elkaar en strijk de crème op de bovenste laag met een spatel of lepel mooi glad.
    Voorzie de bovenkant van de taart met de spuitzak van mooie toefjes crème en garneer die met garneerchocolaatjes en de achtergehouden hazelnoten.
    De zijkanten kunt u desgewenst nog met een mengsel van suiker en gemalen noten versieren.


    Chocolade-hazelnoottaart II

    100 gr roomboter plus wat extra boter om de bakvorm in te vetten
    150 gr suiker
    1 theelepel vanillesuiker
    2 eieren
    3 eetlepels cacao
    125 gr tarwebloem
    1 theelepel bakpoeder
    50 gr gehakte hazelnoten

    Vet een taartvorm (doorsnee 28 cm) goed in.
    Roer de boter met de suiker en de vanillesuiker tot een crème en voeg daarna de eieren toe.
    Zeef de cacao met de bloem en het bakpoeder en roer ze door de crème.
    Meng de hazelnoten erdoor.
    Giet het beslag in de vorm en strijk het glad.
    Bak de taart 30-40 minuten in een op 180°C voorverwarmde oven.


    Chocolade-kaastaart

    250-300 gr verkruimelde mariabiscuitjes
    100 gr gesmolten boter
    350 gr bittere chocolade
    500 gr verse roomkaas op kamertemperatuur
    500 gr suiker
    4 eieren
    3 eetlepels cacao
    2 theelepels vanille-essence
    1/4 liter zure room of volvette yoghurt

    Roer de boter door de biscuits en druk dit mengsel op de bodem en tegen de zijkanten van een springvorm van 26 cm doorsnee uit.
    Smelt de chocolade au bain-marie.
    Roer de suiker door de roomkaas en klop er dan één voor één de eieren door.
    Roer tenslotte de cacao, de vanille-essence en de gesmolten chocolade door de roomkaasmassa, schenk de massa in de biscuitbodem en laat de taart in de koelkast enige uren opstijven.


    Chocolade-knoflookcake

    5 gehakte teentjes knoflook
    100 gr boter
    100 gr cacaopoeder
    4 eieren
    250 gr bruine basterdsuiker
    100 gr gezeefde bloem
    100 gr gehakte walnoten
    50 gr amandelen

    Maak de knoflookteentjes in een foodprocessor fijn, voeg ze bij de boter en laat die au bain-marie smelten.
    Klop de eieren met de basterdsuiker au bain-marie luchtig op.
    Zeef het cacaopoeder samen met de bloem en zet dit apart.
    Voeg de gesmolten knoflookboter bij de eieren, spatel dit goed door elkaar en voeg dan het bloem-cacaomengsel toe.
    Spatel dit door elkaar en voeg de gehakte walnoten toe.
    Doe het beslag in een cakevorm en versier de bovenkant met de amandelen.
    Bak de cake ± 35 minuten in een op 160°C voorverwarmde oven.


    Chocolade-pecantaart

    Laat, al roerend, 150 gr pure chocolade met 5 eetlepels boter en 1 1/2 dl slagroom in een kom op een pan met kokend water smelten.
    Breng 100 gr suiker met 1 dl water aan de kook, laat het 5 minuten doorkoken en laat het dan afkoelen.
    Vermeng de suikerstroop met 3 eetlepels whisky en 2 eidooiers, voeg langzaam 1/3 van het chocolademengsel toe en roer daarna het eimengsel door de rest van het chocolademengsel.
    Klop 2 eiwitten stijf, voeg in gedeelten 110 gr suiker toe en schep het eiwit voorzichtig door het chocolademengsel.
    Roer er 250 gr gehalveerde pecannoten door, schenk dit mengsel in een ronde springvorm van 20 cm doorsnee en bak de taart 45-50 minuten in het midden van een op 175°C voorverwarmde oven.


    Chocolade-slagroomtaart

    Voor het deeg:
    2 eieren
    2-3 eetlepels heet water
    100 gr suiker
    1 zakje vanillesuiker
    75 gr bloem
    50 gr maïzena
    1 theelepel bakpoeder

    Voor het glazuur:
    3/4 liter slagroom
    100 gr poedersuiker
    1 zakje vanillesuiker
    2 zakjes slagroomversteviger
    30 gr cacao

    Voor de garnering:
    geraspte chocolade

    Klop voor het deeg de eieren met het hete water met een mixer op de hoogste stand in 1 minuut schuimig.
    Vermeng de suiker en de vanillesuiker, strooi dit er in 1 minuut bij en klop het geheel dan nog 2 minuten door.
    Vermeng de bloem met de maïzena en het bakpoeder.
    Zeef de helft hiervan boven de eiercrème en roer het er kort op de laagste stand door.
    Roer de rest van het meelmengsel er op dezelfde manier door.
    Doe het deeg in een ingevette, met bakpapier beklede springvorm van 28 cm doorsnee en schuif de vorm op het rooster in een voorverwarmde oven.
    Zet de oven op 175-200°C en bak de taartbodem 20-30 minuten.
    Laat de taartbodem dan goed afkoelen en snijd hem een keer door.
    Klop voor het glazuur de slagroom 1 minuut.
    Zeef de poedersuiker en vermeng die met de vanillesuiker en de slagroomversteviger.
    Strooi dit mengsel door de slagroom, klop de slagroom verder stijf en doe 3 eetlepels ervan in een spuitzak.
    Zeef de cacao en roer die door de rest van de slagroom.
    Verdeel ± 2/3 daarvan over de onderste bodem.
    Bestrijk de andere bodem met het glazuur en snijd die in 12 gelijke stukken.
    Leg die op de chocolade-slagroom en druk ze goed aan.
    Bestrijk de rand van de taart met de rest van de slagroom, strooi er de cacao over, versier de taart met de achtergehouden slagroom en garneer met geraspte chocolade.


    Chocoladecrêpes met muntsaus

    Voor de crêpes:
    2 eieren
    80 gr bloem
    1 eetlepel cacao
    3-3 1/25 dl melk

    Voor de saus:
    1/4 liter crème fraîche
    2 eetlepels muntsiroop of Crème de Menthe
    verse muntblaadjes

    Roer een beslag van de eieren, de bloem, de cacao en de melk, bak hiervan 12 dunne crêpes en houd die warm.
    Verwarm ± 2/3 van de crème fraîche met de muntblaadjes en de likeur en laat dit langzaam tot een dikke saus inkoken.
    Bestrijk de crêpes met de rest van de crème fraîche en vouw ze in vieren.
    Schenk op elk bordje een laagje muntsaus en leg hier 3 gevulde chocoladecrêpes op.
    Serveer direct.


    Chocolademoussetaart met sinaasappel

    (6 personen)

    Voor het deeg:
    200 gr bloem
    zout
    65 gr witte basterdsuiker
    135 gr koude boter

    Voor de chocolademousse:
    200 gr pure chocolade in stukjes
    1 1/2 dl volle melk
    2 dl slagroom
    40 gr suiker

    Voor de garnering:
    5 sinaasappels
    een zandtaartvorm van 20 cm doorsnee
    bakpapier
    een steunvulling

    Deeg:
    Zeef de bloem, het zout en de basterdsuiker boven een kom.
    Snijd de boter met 2 messen door de bloem tot hij fijn is verdeeld en kneed het snel tot een soepel deeg.
    Leg het deeg in plasticfolie 30 minuten in de koelkast.
    Verwarm de oven voor op 175°C.
    Rol het deeg uit en bekleed er de taartvorm mee.
    Bedek het deeg met het stuk bakpapier en verdeel de steunvulling over.
    Bak het deeg 6 minuten in het midden van de oven.
    Verwijder het papier en de vulling, prik gaatjes in het gebak en bak de bodem in nog 8-10 minuten lichtbruin en haar.
    Stort de bodem op een taartrooster en laat hem afkoelen.

    Mousse:
    Laat de chocolade met de melk in een kom boven een pan met heet water
    (au bain-marie) al roerend smelten.
    Laat het mengsel afkoelen tot dik vloeibaar.
    Klop de slagroom met de suiker stijf en schep die in 3 porties door het chocolademengsel.
    Zet de chocolademousse 1 uur in de koelkast.

    Garnering:
    Schil de sinaasappels dik tot op het vruchtvlees en snijd de partjes tussen de vliezen uit.
    Strijk de chocolademousse over de taartbodem uit en verdeel er de partjes sinaasappel over.


    Chocoladepavlova met Mascarpone

    Verwarm de oven voor op 120°C.
    Klop 3 eiwitten stijf en voeg intussen in gedeelten 115 gr fijne tafelsuiker toe.
    Roer 50 gr fijne tafelsuiker en 1 zakje vanillesuiker door 1 eetlepel maïzena en klop dit met 1 eetlepel blanke azijn door het eiwit.
    Spatel er 60 gr geraspte pure chocolade door en schep de massa in een spuitzak met grove kartelmond.
    Spuit de massa in cirkels op een met bakpapier bekleed bakblik en laat ze in de oven op 120°C in 2 uur drogen.
    Schakel de oven na 1 uur terug naar 100°C.
    Roer 150 gr Mascarpone met 2 eetlepels creamsherry en 2 eetlepels suiker romig.
    Spatel er 1 dl stijfgeklopte slagroom door en verdeel dit mengsel over het afgekoelde schuim.
    Garneer met 1 kiwi in plakjes en 150 gr witte druiven.
    Bestuif met cacaopoeder en serveer direct.


    Chocoladepizza met marshmellows

    Basisrecept pizzadeeg

    500 gr gezeefde bloem
    zout
    25 gr gist
    2 eetlepels olijfolie

    Meng de bloem en een snufje zout in een kom en maak in het midden van het bloemmengsel een kuiltje.
    Los de gist in 1 dl handwarm water op.
    Schenk de gistoplossing en de olie in het kuiltje en meng de ingrediënten goed.
    Voeg beetje bij beetje nog 1 dl handwarm water toe en kneed het mengsel tot een samenhangend deeg.
    Kneed het deeg nog 10 minuten krachtig door en vorm het tot een bal.
    Schenk 1 eetlepel olie in een schone kom en rol de deegbal door de olie.
    Dek de kom met een vochtige doek of met plasticfolie af en laat het gistdeeg op een warme plaats 1 uur rijzen tot het in volume is verdubbeld.
    Kneed het deeg nogmaals even door en verwerk het als pizzabodem volgens het recept.
    Maak de randen van de pizza iets dikker, zodat de vulling er tijdens het bakken niet af kan glijden.
    Bak een platte pizza altijd in een zeer hete oven van 250°C.
    (Het geheim van een perfecte bodem: krokant van buiten en zacht van binnen!).

    Voor de chocoladepizza

    1 basisrecept voor pizza of kant-en-klaar pizzadeeg
    120 gr pure chocolade, in blokjes gebroken
    1 eetlepel cacaopoeder
    2 eetlepels poedersuiker
    60 gr boter
    120 gr roze en witte marshmellows

    Maak de pizzabodem.
    Doe de chocolade met de boter in een pannetje.
    Laat het boven een pan kokend water (au bain-marie) geheel smelten en roer de massa goed door elkaar en roer er de cacao en de poedersuiker door.
    Verdeel de chocoladesaus over de pizzabodem en leg de marshmellows erop.
    Zet de pizza 10 minuten in de oven tot de bodem gaar is en de marshmellows beginnen te smelten.
    Laat de pizza voor het serveren iets afkoelen.


    Chocoladesymfonie

    Voor het biscuitdeeg:
    4 eieren
    120 gr suiker
    120 gr bloem

    Voor de bavarois:
    100 gr bittere chocolade
    3 dl melk
    3 eieren
    130 gr suiker
    20 gr bloem
    1 blaadje gelatine
    3 dl slagroom

    Voor het ijs:
    200 gr pure chocolade
    3 1/2 dl water
    150 gr suiker
    50 gr glucose

    Voor de chocolademousse:
    200 gr witte chocolade
    100 gr suiker
    4 eiwitten
    2 1/2 dl slagroom

    Splits voor het biscuitdeeg de eieren.
    Klop de eidooiers met 100 gr suiker dik en luchtig.
    Klop de eiwitten met 20 gr suiker stijf.
    Spatel het eiwit door het dooiermengsel en schep hier luchtig de gezeefde
    bloem door.
    Strijk het beslag op een met bakpapier beklede bakplaat uit, bak de deegplak in een op 200°C voorverwarmde oven in 10 minuten gaar en laat hem afkoelen.
    Snijd de deegplak in repen en bekleed daar 4 kleine ronde vormpjes mee.
    Vul de bakjes met de chocoladebavarois.
    Smelt voor de bavarois de chocolade in de melk en breng het geheel aan de kook.
    Week de gelatine in ruim koud water.
    Klop de eidooiers met de suiker schuimig en klop de bloem hierdoor.
    Klop het dooiermengsel door de melk en laat het binden.
    Voeg de uitgeknepen gelatine toe en laat afkoelen.
    Klop de slagroom stijf, spatel die door de afgekoelde vla en laat het geheel door en door koud worden.
    Los voor het ijs de suiker, de chocolade en de glucose in heet water op.
    Laat het afkoelen en maak er met een ijsmachine ijs van.
    Klop voor de chocolademousse de eiwitten met de suiker stijf.
    Klop ook de slagroom stijf.
    Smelt de chocolade au bain-marie.
    Spatel eerst de eiwitten en vervolgens de room door de chocolade en laat
    de mousse in de koelkast opstijven.


    Chocoladetaart

    Voor de bodem>
    300 gr bloem
    100 gr cacao
    1/2 theelepel zout
    200 gr suiker
    1 theelepel bakpoeder
    1 ei
    1 1/2 dl (zonnebloem)olie
    1/4 liter karnemelk
    2 dl bereide koffie

    Voor de vulling:
    5 eetlepels bloem
    3 dl volle melk
    125 gr suiker
    75 gr margarine
    1 zakje vanillesuiker
    200 gr roomboter

    Voor de glazuurlaag:
    150 gr roomboter
    3 eetlepels cacao
    200 gr poedersuiker
    1 ei
    1 zakje vanillesuiker

    Meng voor de bodem de bloem, de cacao, het zout, de suiker en het bakpoeder goed door elkaar.
    Voeg het ei, de olie, de karnemelk en de koffie toe en mix dit tot een romig beslag.
    Giet het beslag in een bakvorm en bak de bodem in 30-35 minuten in een op 175°C voorverwarmde oven gaar.
    Laat de bodem afkoelen.
    Meng voor de vulling de bloem met de melk op het vuur tot het romig is.
    Meng de suiker, de margarine, de vanillesuiker en de roomboter tot het mengsel romig is.
    Voeg het melk-bloemmengsel eraan toe en mix ± 8 minuten tot het smeuïg is.
    Smeer de vulling over de bodem en zet de taart in de koelkast.
    Meng voor het glazuur de roomboter met de cacao op het vuur tot de boter is gesmolten.
    Neem de pan van het vuur en voeg de poedersuiker, het ei en de vanillesuiker toe.
    Mix het geheel tot een crème, smeer die over de vulling en zet de taart tijd in de koelkast tot het glazuur hard is..


    Chocoladetaart met kersen

    (8-10 personen)

    10 eieren
    180 gr fijne tafelsuiker
    180 gr bloem
    50 gr cacao
    20 gr gesmolten boter
    1 dl witte rum
    1/2 liter stijfgeklopte slagroom
    250-500 gr ontpitte kersen

    Voor de saus:
    250 gr kristalsuiker
    3 dl slagroom
    een ingevette springvorm met een doorsnee van 24 cm

    Deeg:
    Verwarm de oven voor op 190°C.
    Klop de eieren en de suiker in een kom boven een pan heet water van 80°C (au bain-marie) schuimig.
    Zeef de bloem en de cacao en spatel ze door het eimengsel.
    Spatel de boter erdoor en stort het geheel in de vorm.
    Bak de deegbodem 30-40 minuten in het midden van de oven.
    Laat het op een rooster afkoelen en snijd hem horizontaal in drieën.
    Besprenkel de deeglagen met rum en leg ze op elkaar met een laag slagroom en een laag kersen daartussen.
    Bestrijk de taart met slagroom en garneer met kersen.

    Saus:
    Laat de suiker met 6 eetlepels water in een pan met dikke bodem smelten en
    laat het langzaam karameliseren tot het lichtbruin is.
    Schenk de slagroom erbij en roer alles tot een gladde saus.
    Serveer de saus bij de taart.


    Chocoladetaart Montezuma

    7 eieren
    75 gr griessuiker
    100 gr bloem
    35 gr cacaopoeder
    100 gr fondant chocolade
    100 gr poedersuiker
    3 dl room

    Breek 5 eieren en splits ze.
    Klop de eidooiers, samen met de 2 overgebleven eieren en de suiker tot een luchtig geheel.
    Zeef de bloem en spatel die met het cacaopoeder door de eieren.
    Vet een bakplaat in met boter, bedek hem met bakpapier en strijk er het biscuitbeslag over uit.
    Bak de biscuit 20 minuten in een op 200°C voorverwarmde oven.
    Smelt de chocolade in 2 eetlepels water, voeg de poedersuiker en 3 eetlepels water toe en verwarm tot tegen het kookpunt.
    Roer de chocoladepasta glad en laat hem volledig afkoelen.
    Klop de room stijf en spatel hem door de chocolade.
    Houd wat room apart voor de garnering.
    Steek uit het biscuitgebak tweemaal 4 ringen van respectievelijk 9, 7, 5 en 3 cm.
    Bouw van groot naar klein en aan elkaar geplakt met chocolademousse 2 piramides van het biscuitgebak.
    Strijk de randen met behulp van een paletmes gelijkmatig met chocolademousse dicht tot er 2 gave kegels ontstaan.
    Bestuif het geheel met cacaopoeder en zet de Montezumataarten op met een kantje versierde borden.
    Halveer ze verticaal en serveer ze met een eetlepel ongezoete stijfgeklopte room.


    Chocoladetaart zonder bloem

    450 gr pure chocolade
    30 ml sterke koffie
    30 ml cognac
    6 eieren
    90 gr kristalsuiker
    275 ml slagroom
    poedersuiker
    verse aardbeien
    heet water

    Verwarm de oven voor op 1800°C.
    Smelt de chocolade au bain-marie.
    Roer er de koffie en de cognac door en laat het mengsel iets afkoelen.
    Klop de eieren en de suiker erdoor, zodat een dikke maar luchtige massa ontstaat.
    Klop de slagroom lobbig en meng die door de chocolademassa.
    Stort het geheel in een ingevette springvorm van 22 cm doorsnee, waarvan de bodem met bakpapier is bekleed.
    Zet de vorm in een braadslee en giet daar heet water in tot de vorm voor de helft vol is.
    Bak de taart ± 1 uur, schakel de oven dan uit en laat de taart in de oven wat afkoelen.
    Maak de rand van de vorm los en laat de taart verder afkoelen.
    Stort de taart op een schaal en verwijder het bakpapier.
    Schik in een ruitpatroon reepjes vetvrij papier op de taart, bestuif de taart met poedersuiker en verwijder het papier dan weer.
    Garneer de taart met aardbeien.


    Chocoladetulband

    (± 20 plakken)

    250 gr zachte boter
    250 gr suiker
    een snufje zout
    5 eieren
    375 gr bloem
    50 gr cacaopoeder
    2 theelepels bakpoeder
    2 eetlepels melk
    3 eetlepels koffielikeur
    125 gr grofgehakte pure chocolade
    poedersuiker
    een ingevette tulbandvorm, inh. ± 2 liter

    Verwarm de oven voor op 175°C.
    Roer de boter, de suiker en het zout schuimig en klop de eieren erdoor.
    Zeef de bloem, de cacao en het bakpoeder en spatel ze door het eimengsel.
    Roer de melk, de likeur en de chocolade erdoor en schenk het mengsel in de vorm.
    Bak de tulband 60-70 minuten in het midden van de oven.
    Laat hem op een rooster afkoelen en bestrooi hem voor het serveren met een dun waasje poedersuiker.


    Christoffeltaart

    3 pakken schuimbattons (onder chocola, boven mokka)
    2 dl slagroom
    nootjes (Baukje)

    Doe de koekjes in een dichte plastic zak en verkruimel ze door er met een deegrol over te gaan.
    Klop de slagroom niet te stijf en roer de kruimels erdoor.
    Vul een springvorm met dit mengsel en strooi de nootjes erover.
    Zet de vorm 1 dag in de diepvries.


    Churros

    50 gr boter
    3/4 dl water
    zout
    100 gr bloem
    2 grote eieren
    (oranjebloesemwater)
    poedersuiker
    frituurvet

    Breng het water met de boter en zout aan de kook, voeg de bloem in één keer toe en roer tot het deeg van de pan loslaat.
    Roer er van het vuur af de eieren door en voeg eventueel wat oranjebloesemwater toe.
    Doe het deeg over in een spuitzak en sput berghes in het op 180°C verhitte frituurvet.
    Bak de churros in ± 5 minuten gaar en bestuif ze na het uitlekken dik met poedersuiker.


    Cinnamon-rolls

    (Amerikaanse appeltaart met pecannoten)

    Voor de cinnamon-rolls:
    1 pak witbroodmix
    melk
    boter
    2 appels
    150 gr pecannoten
    2 eetlepels kaneel
    200 gr bruine suiker

    Voor het glazuur:
    150 gr gezeefd poedersuiker
    3 eetlepels appelsap

    Voor de garnering:
    12 pecannoten

    Kneed voor de cinnamon-rolls volgens de aanwijzingen op de verpakking een gistdeeg van het witbroodmix met melk boter en laat het deeg rijzen.
    Vet een springvorm van 24 cm doorsnee in en klem een stuk bakpapier tussen de bodem en de rand.
    Schil en snipper de appels, hak de pecannoten fijn en vermeng beide met de kaneel en de bruine suiker.
    Kneed het deeg door en rol het uit tot een lap van ± 45 x 25 cm.
    Bestrijk het deeg met gesmolten boter en beleg het met het appel-notenmengsel.
    Rol de lap vanaf de lange kant op en snijd de deegrol in 12 gelijke stukken.
    Schik de deegrolletjes rechtop in de vorm, dek ze met een vochtige doek af en laat ze een half uur rijzen.
    Bak de rolletjes bij 200°C in 30 minuten goudbruin.
    Roer intussen glazuur van de gezeefd poedersuiker en het appelsap.
    Maak de springvormrand los en schuif de warme taart op een schaal (het bakpapier mag eronder blijven), lepel er direct het glazuur over en garneer de rolletjes met een pecannoot.


    Citroenijscake

    (8-10 personen)

    1 in de lengte in dunne plakken gesneden cake
    1 pak citroenijs
    200 gr grofgehakte gepelde pistachenootjes
    150 gr witte chocolade
    1-2 eetlepels slagroom
    mooie dunne witte chocoladekrullen
    een langwerpige cakevorm

    Leg op de bodem van de cakevorm 1 dunne plak cake.
    Laat het ijs iets smelten en strijk het in een laag (even dik als de cakelaag) op de cakeplak.
    Bestrooi de ijslaag met pistachenootjes.
    Herhaal deze lagen 3 keer en eindig met een cakelaagje (dus totaal 4 keer ijs en 5 keer cake).
    Zet de ijscake in de diepvries en laat hem 4 uur opstijven.
    Smelt de witte chocolade met de slagroom in een kom boven een pan heet water en strijk dit in een dunne laag over de bovenkant van de cake uit.
    Laat de chocolade in de koelkast 10 minuten hard worden.
    Garneer de ijscake met mooie chocoladekrullen en serveer hem in plakken gesneden.

    Chocoladekrullen kunt u van pure, melk- en witte chocolade maken. Het vraagt even wat handigheid, maar het is zeker niet moeilijk.
    Smelt de chocolade in een kom boven een pan heet water, maar zorg dat de chocolade niet te warm wordt.
    Schenk de chocolade op een koude ondergrond, bijvoorbeeld op een marmeren plaat en schraap de chocolade, vlak voor deze hard wordt, met een breed mes voorzichtig van de plaat, zodat er mooie chocoladekrullen ontstaan.


    Citroenkwarktaart

    1 bodem voor kwarktaart (zie recept biscuitgebak)
    1/2 flesje kiwi-kruisbessenpuddingsaus
    8 blaadjes witte gelatine
    2 citroenen
    3 eieren
    200 gr witte basterdsuiker
    450 gr magere kwark
    1 pakje citroen-gelatinepuddingpoeder (Trixy)
    2 kiwi's voor de garnering

    Maak een biscuitbodem volgens het recept en bestrijk de bodem met de kiwisaus.
    Week de gelatine ± 10 minuten in ruim water.
    Rasp de schil van de citroenen en pers ze uit.
    Verwarm het citroensap en de rasp, los er van het vuur af de uitgeknepen gelatine in op en laat dit lobbig worden.
    Splits de eieren, klop de eidooiers in een kom met de suiker schuimig en voeg dit met het gelatinemengsel aan de kwark toe.
    Giet het kwarkmengsel op de bodem, strijk het oppervlak glad en zet de taart ± 1 uur in koelkast.
    Maak de gelatinepudding volgens de aanwijzingen op de verpakking, maar neem slechts 4 dl water.
    Laat de pudding iets dik worden, schenk haar dan op de kwarkmassa en zet de taart nog enkele uren in de koelkast.
    Garneer met plakjes kiwi.


    Citroenkwarktaart met meloen

    (4-6 personen)

    1 eetlepel amandelolie of neutrale olie
    1/2 roombotercake in plakjes
    10 blaadjes witte gelatine
    500 gr magere kwark
    de geraspte schil van 1 citroen
    100 gr suiker
    het sap van 1 citroen
    1 1/4 dl slagroom

    Voor de crème de menthe-gelei:
    3 blaadjes witte gelatine
    1/2 dl crème de menthe (likeur)

    Voor de garnering:
    1 groene meloen
    verse blaadjes munt
    een springvorm van 20 cm doorsnee
    bakpapier

    Vet de vorm dun met olie in, bekleed hem met bakpapier en vet dat eveneens in.
    Bedek de bodem van de vorm met plakjes cake.
    Week de gelatine 5 minuten in ruim koud water.
    Meng de kwark en de geraspte citroenschil.
    Verwarm in een steelpan de suiker in het citroensap tot de suiker is opgelost.
    Knijp de gelatine goed uit en los die van het vuur af in het citroensap op.
    Meng het gelatinemengsel door de kwark.
    Klop de slagroom stijf en spatel die door de kwark.
    Schep het mengsel in de vorm en laat het 2 uur in de koelkast opstijven.

    Gelei:
    Week de gelatine 5 minuten in ruim koud water.
    Breng 1 dl water tegen de kook aan en los er van het vuur af de uitgeknepen gelatine in op.
    Roer de crème de menthe erdoor en laat het tot lauw afkoelen.
    Verdeel de lauwe gelei over de kwarktaart, zet de taart terug in de koelkast en laat hem 1 nacht opstijven.

    Garnering:
    Steek met een meloenbolletjeslepel bolletjes uit de meloen en laat die op een schone theedoek uitlekken.
    Bedek de bovenkant van de taart met de meloenbolletjes.
    Verwijder de springvorm.
    Serveer de taart op een mooie schaal en garneer met blaadjes verse munt.


    Citroenrijstvlaai

    (2 personen)

    2 plakjes diepvriesbladerdeeg
    50 gr kortkokende dessertrijst
    1 bekertje garderoom (2 dl)
    3 eetlepels lemoncurd (citroencrème, Robertson)
    2 toefjes citroenmelisse

    Verwarm de oven voor op 225°C.
    Spreid het bladerdeeg uit en laat het ontdooien.
    Vet 2 kleine taartvormpjes van ± 10 cm doorsnee in en bekleed ze met het bladerdeeg.
    Prik gaatjes in de bodem en bak de bodempjes met een steunvulling ± 15
    minuten.
    Kook intussen de rijst met de garderoom en 1/2 dl water in ± 12 minuten
    gaar.
    Verwijder de steunvulling en laat de bodempjes in nog 5 minuten lichtbruin
    kleuren.
    Roer de lemoncurd door de rijst.
    Haal de bodempjes uit de vormpjes en schep de citroenrijst erin.
    Garneer met citroenmelisse.


    Citroenschuimtaart

    6 plakjes diepvriesbladerdeeg
    2 citroenen
    225 gr suiker
    3 eieren
    20 gr custardpoeder
    30 gr boter

    Bekleed een taartvorm van 24 cm doorsnee met het bladerdeeg, leg er een stuk bakpapier en een steunvulling op en bak de bodem in een op 225°C voorverwarmde oven in ± 25 minuten gaar.
    Haal de bonen en het bakpapier eruit en bak de taartbodem dan nog 10 minuten.
    Rasp de citroenen en pers ze uit.
    Splits de eieren.
    Klop de eidooiers met 100 gr suiker dik.
    Roer de custard met wat water los en bind hiermee 4 dl kokend water.
    Roer dit bij de dooiermassa, schenk het terug in de pan en laat het al roerend binden, zonder te koken.
    Roer er het citroensap, de rasp en de boter door en schenk deze massa in de taartbodem.
    Klop de eiwitten met de bij beetjes toegevoegde suiker stijf, bedek de taart hiermee en laat hem onder een verwarmde grill even bijkleuren.


    Citroentaart I

    (8-12 punten)

    Draai voor de bodem 180 gr boter, 60 gr suiker en zout in eeen keukenmachine tot crème en voeg 1 eidooier toe.
    Voeg met 1 lepel tegelijk 225 gr bloem toe en doe er 1 lepel koud water bij.
    Zet het deeg in de koelkast.
    Bak het daarna in een vlaaivorm blind met een vulling van bakbonen (± 20 minuten bij 200°C).
    Klop voor de vulling het sap en het schilschaafsel van 3 citroenen, 275 gr witte basterdsuiker, 6 eieren en 3 dl slagroom door elkaar en zet dit 1 dag in de koelkast.
    Vul de bodem met de citroenmassa en bak de taart 25 minuten bij 200°C tot
    de citroenmassa goed is opgestijfd.
    Laat de taart afkoelen, strooi poedersuiker over het hele oppervlak en zet de taart een half minuutje onder een hete grill om er een karamellaagje op te krijgen.
    Serveer de taart met room.


    Citroentaartjes

    (10 stukken)

    40 gr macadamianoten
    85 gr zachte boter
    150 gr bloem
    2 eetlepels suiker
    1 eidooier
    1/2 pot Lemon Jelly Marmelade (Chivers)
    1/8 liter slagroom
    1 eetlepel poedersuiker

    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Spoel de noten onder warm stromend water af, droog ze met keukenpapier en maal ze fijn.
    Kneed een soepel deeg van de boter, de bloem, de suiker, de eidooier en de noten.
    Bekleed 10 ingevette lage taartvormpjes van ± 7 cm doorsnee met het deeg, bak de bodempjes in ± 20 minuten goudbruin en neem ze uit de vormpjes.
    Verwarm de marmelade op laag vuur, vul er de afgekoelde bodempjes mee en laat de marmelade opstijven.
    Klop de slagroom met de poedersuiker stijf, doe de massa over in een spuitzak met spuitmondje en spuit een flinke toef slagroom op elk taartje.
    Lekker met een bolletje vanilleroomijs.


    Citroentaart II

    (8 punten)

    Voor het deeg:
    200 gr bloem
    zout
    1 eetlepel suiker
    100 gr boter

    Voor de vulling:
    2 citroenen
    3 eieren
    150 gr suiker
    1 dl crème fraîche

    Voor de garnering:
    4 citroenen
    175 gr suiker
    een ronde taartvorm van 24 cm doorsnee
    bakpapier
    steunvulling

    Deeg:
    Zeef de bloem en het zout boven een kom.
    Voeg de suiker toe en snijd de boter met 2 messen door de bloem tot de boter fijn is verdeeld.
    Voeg 2 eetlepels ijskoud water toe en kneed het met één hand snel tot een soepel deeg.
    Leg het deeg in plasticfolie 1 uur in de koelkast.
    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Rol het deeg uit tot een lap ter grootte van de vorm en bekleed de vorm ermee.
    Bedek het deeg met een stuk bakpapier en verdeel er een steunvulling over.
    Bak de taartbodem 10 minuten in het midden van de oven.

    Vulling:
    Was 1 citroen goed en schil hem heel dun (zonder wit).
    Pers beide citroenen uit.
    Snijd de schil heel fijn.
    Klop de eieren met de suiker dik en romig en roer er de citroenschil en het sap door.
    Klop de crème fraîche op en meng hem door de eimassa.
    Verwijder de steunvulling en het bakpapier en schep de eimassa in de taartvorm.
    Schakel de oven terug naar 150°C en bak de taart in nog 30-40 minuten gaar.

    Garnering:
    Was de citroenen goed in heet water, droog ze en snijd ze in heel dunne plakjes.
    Breng de suiker met 2 1/2 dl water aan de kook en laat hem al roerend oplossen.
    Leg de schijfjes citroen in de suikerstroop en laat ze 12-15 minuten zachtjes koken.
    Laat de schijfjes in de siroop afkoelen.
    Laat ze uitlekken en verdeel ze over de afgekoelde taart.
    Zet de taart tot het gebruik koel weg.


    Citrus-alaska

    1 blaadje heldere gelatine
    1 dl sinaasappelsap
    2 eidooiers en 4 eiwitten
    100 gr + 7 eetlepels suiker
    1 dl slagroom
    4 plakken chocoladecake
    1 eetlepels Grand Marnier

    Week de gelatine ± 5 minuten in ruim water.
    Verhit het sinaasappelsap en los er van het vuur af de uitgeknepen gelatine in op.
    Klop de eidooiers met 3 eetlepels suiker in een kom boven een pan heet water
    dik en schuimig en meng er de gelatine-oplossing door.
    Laat het mengsel afgedekt in de koelkast ± 20 minuten opstijven.
    Klop het eiwit stijf en voeg al kloppend 3 eetlepels suiker toe.
    Klop de slagroom met 1 eetlepels suiker stijf en meng de slagroom en het eiwit door de dooiercrème.
    Verdeel het mengsel over 4 kopjes en laat het in de diepvriezer in ± 3 uur bevriezen.
    Verwarm de oven voor op 220°C.
    Snijd een cirkel uit de plakken cake, rondom 1,5 cm groter dan het kopje.
    Klop 3 eiwitten met 100 gr suiker stijf.
    Besprenkel de cakecirkels met de likeur en leg ze in een ovenschaal.
    Stort het ijs op de plakjes cake en bedek het met het stijfgeklopte eiwit.
    Laat het eiwit in het midden van de oven in ± 7 minuten kleuren.


    Citrusflensjes

    8 gedroogde abrikozen
    8 ontpitte gedroogde pruimen
    1 eetlepel sukade
    8 sinaasappelsnippers
    1 geschilde peer in blokjes
    2 1/2 dl vers sinaasappelsap
    2 eieren
    2 dl melk
    80 gr gezeefde bloem
    2 theelepels suiker
    1 mespunt zout
    1/2 theelepel vanillesuiker
    de geraspte schil van 1/4 sinaasappel
    boter
    1 eetlepel Grand Marnier
    1 theelepel aardappelzetmeel
    poedersuiker
    een ingevette ovenschaal

    Compote:
    Overgiet de abrikozen en de pruimen met water en laat ze 1 nacht wellen.
    Meng het geweld fruit met de sukade, de sinaasappelsnippers, de peer en 1/2 dl sinaasappelsap.

    Flensjes:
    Klop de eieren met de melk, de gezeefde bloem, de suiker, zout, de vanillesuiker en de sinaasappelrasp los en laat het beslag 30 minuten rusten.
    Verhit in een koekenpan steeds wat boter en bak van het beslag 16 kleine dunne flensjes.

    Saus:
    Breng de rest van het sinaasappelsap aan de kook en roer er het aardappelzetmeel door tot de saus lichtgebonden is.
    Breng de saus op smaak met een scheutje Grand Marnier.
    Verwarm de oven voor op 180°C.
    Schep op elk flensje wat zuidvruchtencompote, vouw de flensjes in vieren en leg ze in de ovenschaal.
    Schenk de sinaasappelsaus erover en verwarm de Flensjes 8 minuten in het midden van de oven.
    Serveer ze in een schaal en bestrooi ze met poedersuiker.


    Clafoutis aux abricots

    Stoof 400 gr abrikozen in het sap van 2 sinaasappels (rasp de schil van één ervan).
    Laat ze afkoelen en snijd ze in vieren.
    Maak een beslag van 50 gr bloem, 50 gr suiker, 1 zakje vanillesuiker, 3 eieren, 3 dl melk, de sinaasappelrasp en 1 eetlepel gesmolten boter en Laat dit minstens 1 uur staan.
    Giet het beslag dan in ingevette quiche- of andere lage ovenschotel verdeel er de abrikozenstukjes over en bak de clafoutis 40-45 minuten in een op 175°C voorverwarmde oven.
    Verlaag de temperatuur na 20-25 minuten tot 160°C.
    Eet de clafoutis lauwwarm, bestrooid met wat suiker.

    Tip: Verrijk het beslag met 1 eetlepel rum.


    Clafoutis met kersen

    300 gr kersen
    50 gr bloem
    zout
    4 eieren
    3 1/2 dl melk
    50 gr suiker
    1 zakje vanillesuiker
    poedersuiker
    enkele takjes munt
    6-8 bolletjes vanille-ijs

    Voor de vanillesaus:
    1/2 liter melk
    50 gr suiker
    1 zakje vanillesuiker
    3 eidooiers

    Was de kersen, ontpit ze en dep ze met keukenpapier droog.
    Roer de bloem, een mespuntje zout, de eieren, de melk, de vanillesuiker en de andere suiker door elkaar tot een glad beslag.
    Leg de kersen op de bodem van een ronde bakplaat of een beboterde ovenschaal, giet het beslag erover en zet dit ± 1 uur in een op 150°C voorverwarmde oven tot de bovenkant van de clafoutis mooi goudgeel en stevig is.
    Breng voor de vanillesaus de melk met de suiker en de vanillesuiker aan de kook.
    Klop de eidooiers in een kommetje los en roer er een scheutje hete melk door.
    Giet het mengsel al roerend bij de rest van de melk en verwarm het geheel al roerend op laag vuur tot de saus is gebonden.
    Laat de saus niet meer koken, want anders gaat ze schiften.
    (Desgewenst kunt u de vanillesaus vervangen door crème fraîche).
    Leg de warme clafoutis op een bord, bestrooi met poedersuiker en garneer met toefjes munt.
    Geef er het ijs en de saus bij.


    Clafoutis met kersen II

    (4-6 personen)

    1 pot kersen, uitgelekt (nettogewicht 700 gr)
    100 gr bloem
    2 eetlepels witte basterdsuiker
    zout
    2 eieren
    2 dl (volle) melk
    poedersuiker
    geroosterde geschaafde amandelen
    een ondiepe ingevette ovenschaal, inh. 1 liter

    Verwarm de combinatiemagnetron voor op 200°C.
    Verdeel de kersen over de bodem van de schaal.
    Zeef de bloem met het zout en de basterdsuiker.
    Maak in het midden van de bloem een kuiltje en breek de eieren erin.
    Voeg de helft van de melk toe en klop het tot een glad beslag.
    Klop er de rest van de melk door en schenk het beslag over de kersen in de schaal.
    Schuif de schaal in de combinatie-oven en bak de clafoutis in 15 minuten op 200°C en 300 Watt gaar en goudbruin.
    Laat de clafoutis 10 minuten afkoelen.
    Bestrooi de bovenkant met poedersuiker en serveer lauwwarm.


    Clootie dumpling

    (of cloutie dumpling)
    (6 personen)

    'Cloot' of 'clout' is het Schotse woord voor 'doek' (vergelijk het Engelse 'cloth'). 'Clootie' betekent 'gemaakt van doek'.
    'Dumpling' is de benaming voor een voedzame vruchtencake (pudding) die wordt gekookt of gestoomd.

    450 gr zelfrijzend bakmeel
    250 gr niervet
    175 gr krenten
    90 gr rozijnen
    90 gr rozijnen in stukjes
    180 gr basterdsuiker
    1 1/2 theelepel kaneel
    1 1/2 theelepel koekkruiden
    1/2 theelepel Bakpoeder
    1 ei
    5 dl karnemelk

    Vroeger werd deze taart gemaakt ter gelegenheid van een geboorte en werden er muntjes in verstopt.

    Smeer een tulbandvorm in met gesmolten boter.
    Klop het ei los.
    Zeef de bloem boven een grote kom.
    Voeg het niervet, de rozijnen, de krenten, de kaneel, de koekkruiden en het bakpoeder toe en roer dit met een houten lepel door.
    Maak een kuiltje in het midden, doe daar het ei en de karnemelk in en roer alle ingrediënten voorzichtig door elkaar.
    Doe het mengsel in de tulbandvorm en strijk de bovenkant glad.
    Dek de vorm met een ingevet stuk aluminiumfolie en een deksel af en zet hem in een grote pan.
    Giet kokend water in de pan tot de vorm voor 2/3 deel onder staat.
    Doe het deksel op de pan, zet het vuur laag en laat alles 2 1/2 uur zachtjes koken.
    Voeg zo nodig water toe.
    Haal de vorm uit de pan en keer hem om op een schaal.
    Serveer warm of koud met custard of room.


    Courgettecake

    3 eieren
    1 1/2 dl olie
    350 gr suiker
    300 gr bloem
    ¼ theelepel bakpoeder
    2 theelepels baksoda
    1 theelepel zout
    2 theelepels vanillesuiker
    3 theelepels kaneel
    250 gr geraspte ongeschilde courgette
    gehakte noten

    Vermeng de eieren, de suiker en de olie.
    Meng het bakpoeder, de baksoda, het zout, de vanillesuiker en de kaneel door de bloem.
    Roer beide mengsels door elkaar.
    Voeg als laatste de courgette en de noten toe.
    Vet een cakevorm in, schenk het mengsel erin en bak de cake 60 minuten in een op 200°C voorverwarmde oven.


    Courgettecake met pijnboompitjes

    300 gr courgette
    150 gr boter
    4 eieren
    300 gr bloem
    250 gr poedersuiker
    1 theelepel zout
    1 zakje vanillesuiker
    1 zakje gistpoeder of 5 gr zuiveringszout
    100 gr pijnboompitjes
    een snufje komijnzaadpoeder

    Smelt de boter op laag vuur.
    Was de courgette, dep hem droog en rasp hem grof.
    Klop de eieren en meng er de gesmolten boter en de suiker door.
    Verwarm de oven voor op 220°C.
    Meng de bloem, het zout, de vanillesuiker, de gist (of het zuiveringszout) en het komijnzaad in een kom.
    Voeg dit mengsel aan de boter met de suiker en de eieren toe en mix het geheel tot een homogeen, vloeibaar deeg.
    Voeg de courgette en de pijnboompitjes toe.
    Vet een langwerpige cakevorm met wat gesmolten boter in, bestrooi hem met
    bloem en giet het deeg in de vorm.
    Zet de cake in de oven, verlaag de temperatuur na 10 minuten tot 180°C en laat de cake op deze temperatuur nog een goed uur verder bakken.
    Neem de cake uit de oven en laat hem op een rooster afkoelen.


    Cranberrytaart

    3 eieren
    1 kopje kandijsiroop
    2/3 kopje suiker
    4 eetlepels gesmolten boter
    zout
    1 pakje korstmix
    1 kopje verse cranberries
    1 kop pecannoten

    Klop de eieren in een kom met een vork los en roer er de stroop, de suiker, de gesmolten boter en wat zout door.
    Bereid het korstdeeg zoals op het pak is aangegeven en bekleed er een ronde bakvorm mee.
    Strooi de cranberries erin en rangschik hier de halve pecannoten op.
    Schenk het ei-stroopmengsel over het vulsel en zet de vorm 50-55 minuten op een rooster onderin een matigwarme oven (160°C).
    Laat de cranberrytaart op een rooster afkoelen.


    Cranberrytaart met Vooraf en Toe

    (6 personen)

    2 sinaasappels
    100 gr gesmolten boter
    200 gr fijngemalen volkorenbiscuitjes
    9 blaadjes witte gelatine
    450 gr Vooraf en Toe
    50 gr fijne tafelsuiker
    150 gr + 4 eetlepels Ocean Spray Cranberries
    3 eetlepels sinaasappellikeur of sinaasappelsap
    6 blaadjes munt
    1 dl slagroom
    1 zakje vanillesuiker
    een anti-aanbak springvorm van 18 cm doorsnee
    een bakpapieren cirkel van 20 cm doorsnee

    Schil de sinaasappels dik.
    Snijd van 1 sinaasappel de partjes tussen de vliezen uit en snijd de partjes in stukjes.
    Snijd 1 sinaasappel in plakken.
    Leg de papieren cirkel op de bodem van de springvorm.
    Meng de boter en de biscuitjes, schep het mengsel op de bodem van de vorm en druk het aan.
    Week de gelatine 5 minuten in ruim koud water.
    Klop de Vooraf en Toe met de suiker stijf en roer er 150 gram cranberrycompote en de stukjes sinaasappel door.
    Verwarm de likeur of het sap tegen de kook aan.
    Knijp de gelatine uit en los die van het vuur af in de likeur of het sap op.
    Roer dit mengsel door het Vooraf en Toemengsel, schep het in de vorm en strijk de bovenkant glad.
    Laat de taart in de koelkast 8 uur opstijven.
    Haal de taart uit de vorm en zet hem op een schaal.
    Garneer de bovenkant met de plakken sinaasappel.
    Schep op elke plak wat cranberrycompote en leg er een blaadje munt op.
    Klop de slagroom met de vanillesuiker stijf, doe hem over in een spuitzak en spuit rozetten tussen de plakken sinaasappel.


    Crema Catalana met anijskoekjes

    (6 personen)

    2 eetlepels maïzena
    6 dl volle melk
    6 eidooiers
    150 gr suiker
    de schil van 1/2 citroen in repen
    1 kaneelstokje
    6 dessertschaaltjes of kleine kommetjes

    Roer de maïzena met 2 eetlepels melk los, roer er daarna de eidooiers oor en zet dit mengsel apart.
    Breng de rest van de melk met 100 gram suiker, de citroenschil en het kaneelstokje aan de kook en laat het op zacht vuur 15 minuten trekken.
    Roer het hete melkmengsel langzaam door het maïzenamengsel.
    Schenk het mengsel terug in de pan en laat het op zacht vuur koken tot de vla begint te borrelen.
    Verwijder de citroenschil en het kaneelstokje.
    Verdeel het mengsel over 6 schaaltjes en laat het 2 uur afkoelen.
    Verdeel 50 gr suiker over de schaaltjes en laat die onder de hete grill of met een verfafbrander (of de onderkant van een sterk verhit pannetje) of speciaal Crema Catalana-ijzer karameliseren.
    Serveer de crème met anijskoekjes.

    Anijskoekjes
    (12 stuks)

    4 eetlepels olijfolie
    4 eetlepels bier
    1 eetlepel anijslikeur
    1 theelepel zout
    125 gr bloem
    3 eetlepels sesamzaad
    3 eetlepels anijszaad
    150 gr suiker

    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Meng de olie, het bier, de likeur en het zout.
    Roer de bloem erdoor en kneed het mengsel tot een soepel deeg.
    Verdeel het deeg in 12 stukken en rol elk stuk tot een heel dunne deegcirkel uit.
    Strooi er het sesamzaad, het anijszaad en de suiker over, rol de zaadjes met een deegroller in het deeg en rol de kanten van het deeg iets omhoog.
    Bak de koekjes in het midden van de oven in 10 minuten lichtbruin.


    Crêpes

    200 gr gezeefde bloem
    100 gr poedersuiker
    4 eieren
    1/4 liter witte wijn of water
    1/4 liter magere melk
    100 gr boter

    Maak een beslag van de bloem, de poedersuiker, de schuimig geklopte eieren, de witte wijn of het water, de melk en de gesmolten boter.
    Verhit een zo groot mogelijke koekenpan met vlakke bodem voor.
    Schenk een halfvolle soeplepel beslag in de pan en verdeel het direct met een bakspatel.
    Bak de bovenkant droog, maak de crêpe met een pannenkoekmes los en keer hem.
    Smelt op de bovenkant een klontje roomboter, strooi er wat suiker over en beleg de crêpes naar keuze met: 1 eetlepel chocoladehagelslag, 1 eetlepel jam, 1 theelepel kaneelpoeder of 1 theelepel sinaasappellikeur.
    Vouw de crêpes dubbel, klap ze nog eens dubbel en vouw het kwart in drieën.


    Crêpes Suzette

    (4-6 personen)

    60 gr bloem
    1 mespunt zout
    1 ei
    1 1/2 dl melk
    1 dl sinaasappellikeur (Grand Marnier of Cointreau)
    2 eetlepels olie
    125 gr boter
    125 gr fijne tafelsuiker
    de fijngeraspte schil en het sap van 1 sinaasappel
    2 dl geklopte slagroom

    voor de garnering:
    dunne reepjes schil van 1 sinaasappel, kort gekookt
    toefjes munt

    Zeef de bloem en het zout boven een kom, maak er een kuiltje in en breek het ei hierin.
    Klop met en garde, voeg deel voor deel de melk toe en klop tot een glad beslag.
    Klop 1 eetlepel likeur door het beslag.
    Verhit 1/2 eetlepel olie en schep zoveel beslag in de pan dat de bodem net is bedekt.
    Bak de onderzijde in ± 1 minuut goudbruin, keer de crêpe en bak de andere kant in 1/2-1 minuut goudbruin.
    Bak op dezelfde manier nog 5 flensjes en vouw ze in vieren.
    Verhit de boter en de suiker in een grote pan met dikke bodem tot een dikke siroop.
    Voeg 2 eetlepels likeur met het sinaasappelsap en de sinaasappelrasp toe en verwarm het geheel door en door.
    Leg de flensjes dakpansgewijs in een pan en schep de saus erover.
    Verwarm de rest van de likeur in een soeplepel boven het vuur (of in een klein pannetje; zet dan wel de afzuigkap uit!), schenk de likeur over de flensjes en steek de drank aan.
    Verdeel de flensjes met de saus over de bordjes en garneer met de room, reepjes sinaasappelschil en toefjes munt.


    Crumpets

    melk
    1 eetlepel suiker
    2 theelepels gistpoeder
    450 gr bloem
    1 theelepel zout
    1 theelepel bakpoeder

    Los de suiker en het gistpoeder in 1 dl warme melk op en laat dit 10 minuten staan.
    Zeef de bloem in een kom met het zout en het bakpoeder.
    Verdun het gistpapje met 5 dl lauwe melk, meng dit door de bloem en klop het beslag 10 minuten met een garde.
    Laat het beslag rijzen.
    Schenk in gourmetpannetjes (of in ringen in een vlakke koekenpan) een flinke schep van het beslag (het mag wel 1 cm dik zijn) en bak het op laag vuur tot de bovenkant droog is en gaatjes krijgt en de onderkant lichtbruin is.
    Neem de koek uit de pan en laat hem wat drogen en afkoelen.
    Rooster de crumpets voor het serveren en serveer ze met sinaasappelschijfjes, kaneel en honing, of belegd met bleekselderij en geraspte (Cheddar)kaas, die onder de grill wordt gesmolten.


    Dadelkoekjes

    (35 stuks)

    250 gr dadels
    50 gr boter
    2 eieren
    2 eetlepels honing
    100 gr fijne havervlokken
    100 gr gemalen noten

    Verwarm de oven voor op 175°C.
    Ontpit de dadels en maal ze in een keukenmachine fijn of snijd ze in heel kleine stukjes.
    Roer de boter met de eieren en de honing schuimig en roer de dadels hierdoor.
    Rooster de havervlokken in de oven of in een droge koekenpan en schep ze met de noten door de dadelmassa.
    Leg kleine hoopjes van dit beslag op een met vetvrij papier beklede bakplaat en bak ze in 25 minuten goudbruin.


    Dadeltaart

    (6 personen)

    225 gr bloem
    130 gr suiker
    2 eieren + 1 eidooier
    100 gr boter in blokjes
    zout
    3 dl slagroom
    20 dadels
    20 gepelde amandelen
    een lage ingevette bakvorm van 24 cm doorsnee

    Zeef 200 gr bloem boven een kom, meng er 80 gr suiker door en maak in het midden ee kuiltje.
    Doe 1 ei, de boter en 1 mespuntje zout in het kuiltje en kneed tot een elastisch deeg.
    Lat het deeg, in plasticfolie verpakt, minstens 30 minuten in koelkast rusten.
    Verwarm de oven voor op 180°C.
    Schil de dadels, verwijder de pit en vul ze met een amandel.
    Rol het deeg uit en bekleed de bakvorm ermee.
    Meng 1 ei, de eidooier, 50 gr suiker en 25 gr bloem en roer er de slagroom door.
    Schep de helft van het roommengsel op de bodem en verdeel er de dadels over.
    Bedek ze met de rest van het roommengsel.
    Bak de taart 30-40 minuten in het midden van de oven.


    Desserttaart met mascarpone en fruit

    (4-6 personen)

    1 kant-en-klare taartbodem (200 gr)
    3 dl slagroom
    250 gr mascarpone
    6 eetlepels kersenjam
    250 gr kleine aardbeien
    150 gr bosbessen

    Leg de taartbodem op een schaal.
    Klop de slagroom lobbig.
    Roer de mascarpone met 2 eetlepels jam los en spatel dit mengsel luchtig door de slagroom.
    Snijd 50 gr aardbeien fijn en schep ze erdoor.
    Snijd 150 gr aardbeien in plakjes en verdeel ze over de taartbodem.
    Schep het roommengsel erop.
    Halveer 50 gram aardbeien en verdeel ze met de bessen over de taart.
    Verwarm 4 eetlepels jam en bestrijk het fruit ermee.


    Diverse Limburgse vlaaien

    Voor de bodem:
    275 gr witbroodmix
    25 gr witte basterdsuiker
    1-1 1/2 dl lauwe melk
    25 gr zachte boter
    1 ei

    Gebruik een vlaaivorm van 28 cm doorsnee en een steunvulling, d.w.z. oude
    peulvruchten op een bodempje van aluminiumfolie.
    Kneed van bovenstaande ingrediënten een soepel deeg en laat het op een warme plaats ± 1 uur rijzen.
    Vet de vlaaivorm in.
    Rol het deeg na eenmaal doorkneden uit en bekleed de vorm ermee.
    Druk de rand met de duimen aan en snijd het deeg dat er boven uitsteekt met een mesje weg.
    Leg er een stuk aluminiumfolie in en vul dat op met oude peulvruchten.
    Bestrijk de randen met melk.
    Bak het deeg op een rooster net onder het midden van de op 225°C voorverwarmde oven in 25-30 minuten goudbruin en gaar.
    Verwijder de steunvulling en laat de bodem afkoelen.
    (U kunt gebakken vlaaibodems heel goed in de diepvries bewaren).

    Vullingen:

    Aardbeien-kiwivlaai
    Beleg een laagje banketbakkersroom (Baukje, of zelfgemaakt) met de plakjes van 2-3 kiwi's en 500 gr gehalveerde aardbeien en bestrijk die met taartgeleermiddel (uit een pakje).

    Bosvruchtenvlaai met roomkwark
    Smeer 1/2 potje bosvruchtenjam over de bodem.
    Meng een potje (500 gr) roomkwark met vanillesuiker.
    Week 5 blaadjes gelatine en los die in het sap van 1 uitgeperste citroen op.
    Roer dit met 100 gr basterdsuiker door de kwark.
    Klop slagroom stijf en meng ook die erdoor.
    Maak 1 doosje frambozen, 1 doosje bramen en 1 doosje rode bessen schoon.
    Schep de kwark op de bodem en leg de vruchten erop.

    Perziken-frambozenvlaai
    1 literblik perziken op sap uitlekken en vang het vocht op.
    Vermeng 1/2 pot frambozenjam met 1/2 liter perzikvocht, bind dit met een zakje taartgeleermiddel en schenk dit bijna geheel in de bodem.
    Was 2 doosjes frambozen en schep die in de rest van de gelei om.
    Bedek de bodem met de perzikhelften en de frambozen met de gelei.

    Vanille- of banketbakkersroom

    3 dl room
    6 eidooiers
    1/2 vanillestokje
    180 gr suiker

    Kook de room met het vanillestokje.
    Klop de eidooiers met de suiker en voeg de kokende room daarbij.
    Roer alles verder au bain-Marie tot de vla is gebonden.


    Donauwellen-kuchen

    voor het deeg:
    250 gr boter
    5 eieren
    200 gr suiker
    300 gr bloem
    1 pakje of zakje bakpoeder
    1 zakje vanillesuiker
    1 grote pot kersen zonder pit
    enkele eetlepels cacoapoeder

    voor de crème:
    250 gr boter
    1/2 liter melk
    1 pakje vanillepudding (om te koken)

    voor de afwerking:
    ± 200 gr chocoladeglazuur

    een grote platte bakplaat die precies in de oven past (meestal hoort die bij de oven:)

    Roer voor het deeg de boter los en voeg dan de eieren, de suiker, de bloem, het bakpoeder en de vanillesuiker toe.
    Vet de bakplaat goed in en verdeel er de helft van het deeg over.
    Meng het cacoapoeder door de andere helft en breng nu een bruine laag deeg over de witte laag aan.
    Laat de kersen goed uitlekken en verdeel ze gelijkmatig over het deeg (druk ze er niet in, maar leg ze er bovenop; door het bakken 'zakken' ze vanzelf in het deeg).
    Bak de koek ± 45 minuten op 175°C.
    Kook voor de crème 1/2 liter vanillepudding.
    Om te zorgen dat de crème niet gaat schiften, moeten de pudding en de boter op gelijke temperatuur zijn (als u het deeg een dag van tevoren bakt en de pudding een dag van te voren kookt, is alles vanzelf op gelijke temperatuur als u aan de afwerking begint).
    Klop de boter met een mixer zacht en voeg geleidelijk de pudding toe.
    Bestrijk het deeg met een laag crème en leg er een laagje chocoladeglazuur (gesmolten in de magnetron of au bain-marie) op.
    Snijd langs de vier kanten de ongelijke randjes weg en snijd het gebak dan in ± 20 kleinere stukken.


    Doughnuts

    (± 18 stuks)

    450 gr bloem
    1 theelepel zout
    50 gr fijne witte suiker
    6 gr instant-gist
    2 dl melk
    1 losgeklopt ei
    25 gr gesmolten boter
    zonnebloemolie om te frituren
    fijne witte suiker om te bestuiven
    frambozenjam als vulling

    Doe de bloem met het zout en de suiker in een kom, voeg de gist toe en klop er de melk, het ei en de boter door.
    Kneed 10 minuten tot u een zacht, glad deeg heeft en laat dat afgedekt in de kom ± 2 uur rijzen tot het volume is verdubbeld.
    Besla het deeg en rol het tot een lap van 1/2 cm dik uit.
    Steek er rondjes van 18 cm doorsnee uit en steek desgewenst uit het midden van elke doughnut een rondje.
    Leg ze op een ingevette bakplaat en laat ze afgedekt met ingevet plasticfolie tot het dubbele volume rijzen.
    Verhit de olie tot 180°C (tot u een stukje brood in 1 minuut in de olie bruin kunt bakken) en frituur de doughnuts in 5 minuten goudbruin.
    Laat ze afkoelen en wentel ze door de suiker.
    Snijd de afgekoelde doughnuts aan de zijkanten gedeeltelijk open en doe er wat frambozenjam in.


    Douhgnuts met rode grapefruit

    (2 personen)

    2 rode grapefruits
    1 dl tropische vruchtenlikeur (Passoa)
    2 doughnuts
    3/4 dl slagroom
    2 eetlepels poedersuiker

    Pers 1 grapefruit uit, voeg de likeur aan het sap toe en marineer de doughnuts minstens 1 uur in dit vocht.
    Schil de andere grapefruit dik en snijd de partjes tussen de vliesjes uit.
    Klop de slagroom met 1 eetlepel poedersuiker stijf.
    Leg de doughnuts op 2 bordjes, sprenkel er 2 eetlepels marineervocht over en bestuif ze met de poedersuiker.
    Rangschik de grapefruitpartjes in de doughnuts en schep de slagroom erover.


    Dranktaart

    een springvorm ± 25 cm doorsnee
    150 gr boter
    100 gr witte basterdsuiker
    3 eidooiers
    1 borrelglas (bruine) rum
    1 borrelglas cognac
    1/4 liter slagroom
    2 pakken lange vingers
    cacao

    Vermeng de boter en de suiker en roer er de eidooiers, 1/2 glas rum en 1/2 glas cognac door.
    Klop de slagroom zonder suiker stijf en roer de helft hiervan door het drankmengsel.
    Vet de bakvorm in, bedek de bodem met lange vingers en besprenkel die met de helft van de rest van de rum en de cognac.
    Smeer de helft van het drankmengsel hierover uit, leg er weer een laag lange vingers op en besprenkel die met de rest van de drank.
    Leg de rest van het drankmengsel erop en verdeel er de rest van de slagroom over.
    Zet de taart in de koelkast en zeef er voor het gebruik cacao over.


    Driekoningenbrood

    500 gr bloem
    2 dl melk
    25 gr gist
    10 gr zout
    125 gr boter
    1 eidooier
    50 gr amandelspijs
    1 gepelde amandel
    poedersuiker

    Maak een gistbeslag van de bloem, de met de lauwe melk aangemaakte gist, het zout, de wat afgekoelde gesmolten boter en de eidooier en laat het in een lauwwarme omgeving ± 3 kwartier rijzen.
    Meng de amandelspijs door het deeg en vorm er een bol van.
    Stop de amandel ergens binnenin het deeg.
    Leg het op een beboterd bakblik en laat het nog een half uur narijzen.
    Knip de bol aan de zijkanten in, zodat een kroon ontstaat.
    Knip er aan de bovenkant de vorm van een ster in en bak het brood onderin een op 200°C voorverwarmde oven in ± 30 minuten bruin en gaar.
    Bestrijk het afgekoelde brood met gesmolten boter en strooi er met behulp van een sjabloon een ster van poedersuiker op.


    Druiven-notentaart

    (8 personen)

    400 gr bladerdeeg (diepvries)
    abrikozenmarmelade of -moes
    125 gr gekookte rijst
    4 eieren
    1 zakje vanillesuiker
    1/2 dl rode wijn
    de schil en het sap van 1 sinaasappel
    250 gr ontpitte zoete druiven
    75 gr hazelnoten
    75 gr paranoten zonder vlies
    poedersuiker
    grand marnier

    Laat het bladerdeeg ontdooien en rol het dun uit.
    Bedek hiermee de bodem en zijkant van een ingevette springvorm en bestrijk het met abrikozenmoes.
    Halveer de gepelde druiven en ontpit ze.
    Maal de gepelde hazelnoten en paranoten fijn.
    Klop het eiwit met een beetje suiker tot stijve pieken.
    Vermeng de met vanillesuiker gekookte rijst met de rode wijn, de overige suiker, het losgeklopte eigeel, het sinaasappelsap, de geraspte sinaasappelschil, de hazelnoten en de paranoten en schep hier het stijfgeklopte eiwit luchtig door.
    Vul de deegvorm met deze rijstmassa en bak de taart 1 1/4 uur bij een temperatuur van 180°C.
    Dek eventueel af met aluminiumfolie.
    Bedruppel de taart met wat grand marnier en bestrooi hem daarna met poedersuiker.

    Druiventaart
    (6 personen)

    Voor het deeg:
    250 gr bloem
    60 gr suiker
    200 gr boter
    2 eidooiers

    Voor de vulling:
    90 gr gemalen amandelen
    90 gr poedersuiker
    1 ei
    2 eetlepels crème fraîche
    400 gr witte druiven
    300 gr blauwe druiven
    40 gr kristalsuiker
    een ingevette taartvorm van 22 cm doorsnee
    bakpapier
    steunvulling

    Deeg:
    Meng de bloem, de suiker en de boter tot een kruimelig deeg.
    Voeg de eidooiers en 1-2 eetlepels water toe, kneed het snel tot een samenhangend deeg en leg het 10 minuten in de vriezer.
    Verwarm de oven voor op 210 °C.
    Rol 2/3 deel van het deeg uit tot een ronde lap van 28 cm doorsnee.
    Bekleed de vorm met het deeg en prik de bodem met een vork in.
    Rol uit de rest van het deeg 3 dunne strengen, vlecht deze en plak de vlecht met water op de deegrand.
    Vorm wijnranken en bladeren uit de deegafsnijdsels.
    Vul de deegbodem met bakpapier en een steunvulling en bak de bodem 10 minuten in het midden van de oven.
    Verwijder het bakpapier en de steunvulling, zet de bodem nog 10 minuten in de oven terug en bak de deegversieringen 10 minuten mee.

    Vulling:
    Vermeng de amandelen, de poedersuiker, het ei en de crème fraîche.
    Ontpit de druiven.
    Bestrijd de voorgebakken deegbodem met de amandelcrème, verdeel de witte druiven erover en bak de taart 20 minuten in het midden van de oven.
    Schakel de oven terug naar 180°C.
    Leg de blauwe druiven als een druiventros op de taart, strooi de suiker erover en bak de taart nog 25 minuten verder.
    Garneer de taart met de wijnranken en de bladeren en serveer hem lauwwarm.\


    Duitse kokos-karnemelkcake

    3 eieren
    300 gr suiker
    1 zakje vanillesuiker
    400 gr witte bloem
    1 zakje bakpoeder
    2 kopjes karnemelk
    125 gr geraspte kokos
    75 gr suiker
    1/4 liter slagroom
    150 gr roomboter

    Roer de eieren met de suiker en de vanillesuiker roeren.
    Voeg de bloem, het bakpoeder en de karnemelk toe en roer het deeg glad.
    Vet een bakplaat met boter in en leg het deeg erop.
    Vermeng de kokos met de 75 gr suiker en verdeel dit over het deeg.
    Verwarm de oven voor op 200°C en bak de cake ± 20 minuten.
    Breng slagroom en de roomboter voorzichtig aan de kook en schenk dit over de gebakken cake.
    Laat de cake afkoelen en snijd hem dan in plakjes.


    Eenpersoons-appeltaartjes

    (4 stuks)

    4 plakjes diepvries roomboterbladerdeeg, ontdooid
    2 gehalveerde rode appels met schil in flinterdunne plakjes
    2 eetlepels poedersuiker
    2 eetlepels gezeefde abrikozenjam
    een uitsteekring of glas van 12 1/2 cm doorsnee

    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Rol elk plakje bladerdeeg iets dunner uit en steek met de uitsteekring uit elk deegplakje een deegcirkel.
    Prik de deegcirkels met een vork regelmatig in.
    Schik de plakjes appel dakpansgewijs op de plakjes deeg en strooi er poedersuiker over.
    Bak de appeltaartjes in het midden van de oven in ± 15 minuten lichtbruin en knapperig.
    Bestrijk de taartjes met de jam en bak ze nog ± 5 minuten in de oven.
    Lekker met een schepje crème fraîche.


    Eenvoudige kruidkoekjes

    (25 stuks)

    200 gr tarwemeel
    1 eetlepel speculaaskruiden
    een snufje zout
    1 volle eetlepel stroop
    1 volle eetlepel honing
    75 gr koude boter

    Doe het meel in een kom en voeg achtereenvolgens de speculaaskruiden, het zout, de stroop en de honing toe.
    Snijd de boter met 2 messen heel fijn, meng hem door het meel en kneed het deeg met de vingers tot een samenhangend geheel.
    Rol van het mengsel een ronde staaf, verpak die in een vel plasticfolie en laat het deeg in de koelkast minstens 15 minuten opstijven.
    Verwarm de oven voor op 175°C en bekleed een bakplaat met vetvrij papier.
    Snijd het deeg in plakjes, leg die op de bakplaat en bak ze in het midden van de oven in 20 minuten bruin.

    Eierkoeken
    (20 stuks)

    200 gr heel ei
    50 gr eidooier
    125 gr basterdsuiker
    125 gr castormelis (kristalsuiker)
    15 gr citroenrasp
    250 gr patentbloem
    2 gr ammoniumcarbonaat

    Alle ingrediënten moeten op kamertemperatuur zijn, het liefst 25 graden C.
    eerste 5 ingredienten opkloppen tot een schuimige (stevige) massa.
    ammoniumcarbonaat mengen met de ( gezeefde ) bloem en en voorzichtig door de rest spatelen.
    Op een ingevette en met bloem bestoven bakplaat spuiten.
    De eierkoeken
    eventueel bestuiven met bloem.
    Direct in de oven zetten (230 graden C).
    Bakken tot ze een mooie kleur
    hebben.
    Na het bakken direct van de bakplaat afsteken.

    Ammoniumcarbonaat is een bakpoeder op basis van ammoniak.
    Dit kun je goed
    ruiken.
    Omdat dit poeder heel snel verdampt boven de 100 graden en daarbij
    veel gassen produceert is het het beste ( enige) bakpoeder dat geschikt is
    voor eierkoeken.
    De eierkoeken na het bakken goed laten uitwasemen om
    geurresten te voorkomen.


    Eierkoeken I

    (± 16 stuks)

    3 eieren
    zout
    1 zakje vanillesuiker
    125 gr kristalsuiker
    225 gr zelfrijzend bakmeel
    25 gr maïzena
    2 ingevette bakplaten

    Klop de eieren met een snufje zout, de vanillesuiker en de kristalsuiker schuimig.
    Roer het bakmeel en de maïzena beetje bij beetje door het eiermengsel tot een glad beslag ontstaat.
    Laat het beslag ± 30 minuten rusten.
    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Schep met 2 eetlepels bergjes beslag op de bakplaten met 6 cm tussenruimte en bak de koeken in het midden van de oven in ± 20 minuten lichtbruin en gaar.


    Eierkoeken II

    (20 stuks)

    200 gr heel ei
    50 gr eidooier
    125 gr basterdsuiker
    125 gr kristalsuiker
    15 gr citroenrasp
    250 gr patentbloem
    2 gr ammoniumcarbonaat *

    Alle ingrediënten moeten op kamertemperatuur zijn, het liefst 25°C.
    Klop de eerste 5 ingrediënten op tot een schuimige stevige massa.
    Met het ammoniumcarbonaat met de gezeefde bloem en spatel dit voorzichtig door de rest.
    Spuit het op een ingevette en met bloem bestoven bakplaat.
    Bestuif de eierkoeken eventueel met bloem en zet ze direct in een op 230°C voorverwarmde oven.
    Bak ze tot ze een mooie kleur hebben.
    Steek ze na het bakken direct van de bakplaat af.

    * Ammoniumcarbonaat is een bakpoeder op basis van ammoniak. Dit kun je goed
    ruiken. Omdat dit poeder boven de 100°C heel snel verdampt en daarbij veel gassen produceert, is het het beste (enige) bakpoeder dat geschikt is voor eierkoeken.
    Laat dDe eierkoeken na het bakken goed uitwasemen om geurresten te voorkomen.


    Eierkoeken III

    2 eieren
    120 gr suiker
    150 gr bloem
    6 gr bakpoeder
    1 pakje vanillesuiker
    een beetje zout

    Klop de eieren met de suiker en de vanillesuiker tot het als een dik lint van de klopper loopt.
    Zeef de bloem met het bakpoeder en het zout en schep dit luchtig door de eiermassa.
    Beboter een bakplaat en leg hier met 2 lepels hoopjes deeg op.
    Leg ze ver genoeg van elkaar af; de koeken lopen uit.
    Verwarm de oven voor op 180°C.
    Bak de koeken 15-20 minuten.
    Na het bakken moeten de koeken veerkrachtig zijn.
    Haal ze direct met een scherp mes van de plaat af.


    Eierkoekjes

    (± 50 stuks)

    3 eieren
    150 gr suiker
    2 gr zout
    1 zakje vanillesuiker
    150 gr zelfrijzend bakmeel
    30 gr maïzena

    Breek de eieren en klop ze met de suiker, het zout en de vanillesuiker tot een dikke schuimige massa is verkregen.
    Zeef het zelfrijzend bakmeel en de maïzena samen en schep ze bij gedeelten luchtig door de massa.
    Maak op een beboterde bakplaat op gelijke afstanden van elkaar kleine bergjes van het deeg en zet de bakplaat direct midden in een matigwarme oven van ± 160°C.
    Laat de koekjes in ± 15 minuten goudbruin en gaar worden.
    Neem ze van de bakplaat en laat ze afkoelen.


    Engadiner Nusstorte I

    Deze gedekte, platte taart uit het Zwitserse Engadin is in folie verpakt op een niet te warme plaats wekenlang houdbaar.
    Eet de 'turta di nusch' pas als hij tenminste 3 dagen oud is en serveer maar heel kleine stukjes, want de taart is zoet en nogal machtig.
    Deze walnoottaart is zeer geschikt om cadeau te geven; versier het deksel dan met deeg en noten (zie tip).

    Voor het deeg:
    100-125 gr ongeraffineerde rietsuiker
    1 klein ei
    1 eidooier (voor het bestrijken)
    de geraspte schil van 1/2 citroen
    een snufje zout
    350 gr fijn tarwemeel of gebuild meel, of een mengsel van beide
    150 gr zachte boter

    Voor de vulling:
    75 gr ongeraffineerde rietsuiker
    1 eetlepel water
    175-200 gr walnoten
    1 dl slagroom
    1 1/2 eetlepel bloem
    1/2 dl melk
    50 gr honing
    een springvorm van 26 cm doorsnee

    Deeg:
    Maak van de bovengenoemde ingrediënten (behalve de eidooier) een zandtaartdeeg en laat het bij kamertemperatuur rusten.
    Maak intussen de vulling:
    Karameliseer de met het water vermengde suiker, zet het vuur uit en roer er snel de noten door.
    Stamp ze een beetje fijn en blijf roeren tot de stukjes noot met de suikermassa zijn bedekt.
    Roer de room erdoor, breng alles al roerend weer aan de kook en bind de vloeistof met de in de melk opgeloste bloem.
    Laat de vulling afkoelen en roer er tot slot de honing door.
    Maak intussen van ± 300 gr van het deeg een deksel en bekleed de springvorm met de rest van het deeg; gebruik ± 250 gr van het deeg voor de bodem en de rest voor de rand (± 1 1/2 cm hoog).
    Verdeel de vulling over de deegbodem en leg het deksel erop.
    Druk de randen met de tanden van een vork mooi naast elkaar op elkaar, dan krijgt u tevens een mooie randversiering.
    Verwarm de oven voor op 180°C, schuif de taart op de onderste richel en bak hem 30-40 minuten; de taart mag nauwelijks donkerder van kleur worden, alleen langs de rand wat bruin.
    Zet de taart in de vorm op een taartrooster en verwijder na 5 minuten de rand van de springvorm.
    Neem de bodem pas weg als de taart helemaal is afgekoeld.

    Variatie: Vervang een gedeelte (tot de helft) van de walnoten door (geroosterde) hazelnoten.

    Tip voor een mooie versiering op het deegdeksel:
    Houd 6 halve walnoten en 20 gr van het deeg achter. Werk de taart helemaal af, maar bak hem nog niet. Verdeel de 20 gr deeg in 12 gelijke stukjes en rol daar balletjes van. Vorm elk balletje tot een druppel, druk die op het werkvlak plat (2 mm dik) en breng hierin met de achterkant van een mes nerven aan. Leg de grootste walnoot in het midden op het deegdeksel en de overige langs de rand. Leg aan weerszijden van elke noot een blaadje en bestrijk de blaadjes met wat losgeklopt ei.

    Tip: Van de helft van de ingrediënten maakt u een kleine taart (20 cm doorsnee), of 10 mini-taartjes van 7 cm doorsnee.


    Engadiner Nusstorte II

    voor het deeg:
    420 gr bloem
    180 gr witte basterdsuiker
    1 mespunt zout
    275 gr koude boter
    1 losgeklopt ei
    2 theelepels geraspte citroenschil
    1 zakje vanillesuiker

    voor de vulling:
    180 gr suiker
    2 eetlepels honing
    1 dl room
    200 gr gepelde grofgehakte noten (hazelnoten of walnoten)
    1 losgeklopt ei
    eventueel 2 eetlepels walnootlikeur

    Bestrijk een springvorm met een middellijn van 26 cm met wat boter.
    Zeef de bloem, de basterdsuiker en het zout in een kom en voeg de boter, het ei, de citroenrasp en de vanillesuiker toe.
    Snijd de boter met 2 messen door de bloem.
    Kneed er met een koele hand snel een samenhangend deeg van.
    Druk 2/3 deel van het deeg gelijkmatig tegen de bodem en 4 cm tegen de wanden van de vorm uit en zet de vorm met de deegbekleding ± 30 minuten in de koelkast.
    Zet een droge braadpan boven een zeer matig afgestelde warmtebron.
    Strooi de suiker in de pan, voeg de honing en de room toe en verwarm dit onder voortdurend roeren.
    Voeg hierna de gehakte noten toe en blijf roeren tot een vrij dikke notenpasta is verkregen.
    Verwarm intussen de oven voor op 200°C.
    Rol het resterende deeg uit tot een ronde plak met eenzelfde middellijn als de springvorm.
    Vul de vorm direct met de hete notenpasta en strijk de notenpasta zo
    gelijkmatig mogelijk over de deegbodem uit.
    Leg de ronde deegplak erop en snijd het overtollige deeg, dat tegen de wanden zit, weg.
    Kneed dit snel tot een balletje, rol het uit en steek er met een vormpje kleine figuurtjes uit.
    Leg die op de taart en prik op gelijke afstanden met een grote (vlees)vork 18 gaatjes in het deeg.
    Bestrijk de bovenkant van het deeg met het losgeklopte ei en zorg er daarbij voor dat de gaatjes in het deeg niet verstopt raken.
    Schuif het rooster iets onder het midden in de hete oven, zet de vorm op het rooster en bak de taart in 35-40 minuten gaar en goudbruin.
    Neem de vorm uit oven en laat de taart in de vorm afkoelen.
    Verwijder de taart dan uit de vorm en garneer met geschaafde amandelen.

    Tip: Bestrooi de deegplak in de springvorm, voordat de notenpasta erop
    komt, eventueel met wat paneermeel.

    Op een koele plaats is de taart 2-3 weken houdbaar.


    Engelse appeltaart

    (6 personen)

    Voor het deeg:
    100 gr boter
    100 gr griessuiker
    2 eieren
    200 gr bloem

    Voor de appeltaart:
    boter
    75 gr griessuiker
    8 gr citroenrasp
    2 eieren
    75 gr bloem
    3 gr bakpoeder
    25 gr lauwe melk
    1 1/2 appel
    3 eetlepels abrikozenkonfiture
    50 gr rozijnen
    12 eetlepels bloemsuiker

    Doe voor het deeg de boter met de suiker in een beslagkom en wrijf ze goed door elkaar.
    Kneed er vervolgens één voor één de eireren door en kruimel er dan de bloem door.
    Laat het deeg in de koelkast ± 30 minuten opstijven.
    Klop voor het beslag 50 gr boter, de suiker en de citroenrasp goed door elkaar.
    Voeg er vervolgens één voor één de eieren aan toe.
    Giet de bloem met het bakpoeder door een zeef en spatel ze door de suiker-eiermassa.
    Roer er tenslotte de melk door.
    Schil de appels, verwijder het klokhuis en snijd ze in kwarten.
    Snijd de bolle kant van elk kwartje waaiervormig in.
    Wrijf een taartvorm van ± 18 cm doorsnee met boter in.
    Rol het deeg uit en bekleed er de vorm mee.
    Verdeel de abrikozenconfiture over de bodem en strooi er de rozijntjes op.
    Verdeel het taartbeslag over de vorm en schik er de ingesneden appelkwartjes op.
    Bak de taart ± 40 minuten in een op 180°C voorverwarmde oven.
    Haal hem uit de oven, neem de vorm weg en laat de taart op een rooster afkoelen.
    Bestrooi de taart, als hij volledig is afgekoeld, met de bloemsuiker.

    Tip: Als alle ingrediënten voor het deeg door elkaar zijn gemengd, moet u het in de koelkast laten rusten. De tijd die in het recept is aangegeven, is een minimum tijd. U kunt het deeg, verpakt in plastic, makkelijk enkele dagen in de koelkast bewaren.
    Afgebakken biscuitdeeg kunt u makkelijk invriezen en pas later verder verwerken.


    Engelse kerstcake

    250 gr zelfrijzend bakmeel
    1 theelepel zout
    200 gr boter
    1 geraspte sinaasappel- of citroenschil
    200 gr bruine suiker
    1 dessertlepel stroop
    4 eieren
    1 theelepel amandelessence
    100 gr fijngesneden snippers
    50-100 gr gekonfijte gesneden kersen
    50 gr gesnipperde amandelen of walnoten
    1 pot rozijnen op drank (of rozijnen op drank + 3 lepels sherry, rum of
    cognac)
    2 theelepels gemengde kruiden

    Doe de amandelessence, de kersen, de snippers en de gemalen noten bij de rozijnen.
    Zeef het meel en doe het zout en de kruiden erdoor.
    Roer de geraspte schil door de boter, voeg de suiker toe en meng het goed met een mixer.
    Klop er de stroop en vervolgens de eieren doorn en mix en klop het geheel goed.
    Meng er dan geleidelijk ook het meel door en daarna afwisselend de vruchten (kersen, snippers, sherry, etc.) en de rest van het meel tot een lekker ruikende, mooie deegmassa ontstaat.
    Doe er, als het te droog is, nog een scheutje drank bij.
    Schep het deeg in een beboterde en met bloem bestoven bakblik en bak de cake op ± 200°C in ± 1 uur gaar.

    Tip: Bak deze cake bij voorkeur al in november, zodat hij ruimschoots de tijd krijgt om te rijpen'.


    Engelse fruitcrumble

    1 groot blik abrikozen
    200 gr bloem
    2 theelepels bakpoeder
    100 gr boter
    100 gr suiker

    Verwarm de oven voor op 190°C.
    Laat de abrikozen uitlekken en leg de helften in een lage ovenschaal.
    Schep het bakpoeder door de bloem.
    Meng de bloem en de boter met een houten lepel tot een kruimelig mengsel.
    Meng er met een mes de suiker door (als dit met een lepel gebeurt, worden de kruimels kapot gedrukt en worden één geheel).
    Verdeel de kruimels over het fruit en druk ze licht aan.
    Zet de schaal ± 30 minuten in een voorverwarmde oven tot de kruimels mooi bruin van kleur zijn.
    Serveer het warm en geef er desgewenst half opgeklopte slagroom bij.


    Engelse kwarktaart uit de oven

    (10 personen)

    1 pak bosvruchtenmix (diepvries, 300 gr, Frosta)
    150 gr volkorenbiscuit
    75 gr boter
    3 eieren
    300 gr verse roomkaas (MonChou)
    200 gr magere kwark
    125 witte basterdsuiker
    1 eetlepel citroenrasp
    4 blaadjes witte gelatine
    1/2 dl bosvruchtenlimonadesiroop
    een ingevette springvorm, doorsnee 22 cm

    Laat de bosvruchten in 1 uur ontdooien.
    Verwarm de oven voor op 175°C.
    Verkruimel de biscuitjes in een keukenmachine.
    Laat in een pan de boter zachtjes smelten en schep dit door de biscuitkruimels.
    Doe het biscuitmengsel in de taartvorm en druk het met de bolle kant van een lepel aan.
    Splits de eieren boven 2 kommen.
    Klop in één kom de dooiers met de suiker, de roomkaas, de kwark en de citroenrasp tot een glad mengsel.
    Klop in de andere kom de eiwitten stijf en spatel ze door het roomkaasmengsel.
    Schep de helft van de bosvruchten door het roomkaasmengsel.
    Schep het mengsel in de vorm en strijk het glad.
    Bak de taart in het midden van de oven in ± 1 uur en 15 minuten gaar.
    Laat de taart in de vorm afkoelen.
    Week de gelatine ± 5 minuten in een kom met ruim koud water.
    Breng in een pannetje 2 eetlepels water aan de kook.
    Knijp de gelatineblaadjes goed uit en los ze, van vuur af, al roerend in het hete water op.
    Schep de siroop en de rest van de bosvruchten door en laat de bosvruchtengelei in ± 15 minuten lobbig worden.
    Schenk de bosvruchtengelei over de taart en laat de taart in de koelkast ± 3 uur opstijven.


    Engelse peperkoek

    320 gr zelfrijzend bakmeel
    1 soeplepel mix speculaaskruiden
    150 gr honing
    75 gr bruine suiker
    1 koffielepel kaneel
    60 gr boter
    1 1/2 dl half melk/half karnemelk

    Vet een langwerpige vorm in en bestrooi hem met paneermeel.
    Breng de honing, suiker, kaneel en boter al roerend aan de kook.
    Zeef de speculaaskruiden en de zelfrijzende bloem in een ruime kom en meng er al roerend de siroop en de melk door tot een glad beslag ontstaat.
    Doe het deeg in de vorm en bak de koek 40 minuten op 190°C.
    Laat even afkoelen voordat u de peperkoek uit de vorm haalt.


    Exotisch schuim

    (12 punten)

    een springvorm (± 20 cm)
    bakpapier
    100 gr boter
    100 gr rietsuiker
    100 gr havermout
    1 rijpe mango
    120 gr torenschuim mokka (zakje á 80 gr, Brillant)
    300 gr nougatine (Baukje)
    1/2 liter slagroom
    1 blaadje gelatine
    2 eetlepels sinaasappelsap
    35 gr geraspte kokos
    cacaopoeder

    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Bekleed de springvorm met bakpapier.
    Smelt de boter met de suiker en roer er de havermout door.
    Verdeel het mengsel over de bodem van de springvorm en druk het met de bolle kant van een lepel aan.
    Bak de bodem in de voorverwarmde oven in ± 25 minuten goudbruin en gaar.
    Laat de bodem helemaal afkoelen.
    Maak de mango schoon, houd 16 kleine reepjes apart en hak de rest van het vruchtvlees fijn.
    Verkruimel het schuim en schep de nougatine erdoor.
    Klop 1/4 liter slagroom stijf, spatel het door het schuimmengsel en verdeel de helft van dit mengsel over de koekbodem.
    Week de gelatine 5 minuten in koud water.
    Breng het sinaasappelsap aan de kook, los er, van het vuur af, de goed uitgeknepen gelatine in op en laat het afkoelen, maar niet opstijven.
    Klop in een andere kom de rest van de slagroom stijf en spatel het nog vloeibare gelatinemengsel, de kokos en de gehakte mango door de helft van de slagroom.
    Doe de rest van de slagroom over in een spuitzak met een fijn kartelmondje.
    Verdeel het mangomengsel over het schuimmengsel en dek de rest af met de rest van het schuimmengsel.
    Bestuif het taartje met cacaopoeder en garneer het met toefjes slagroom en de achtergehouden mangoreepjes.
    Laat het taartje in de koelkast in ± 1 uur opstijven.
    Snijd de taart met een scherp mes in kleine punten.

    Variatietip: IJskoud mangotaartje
    Houd de mangoreepjes apart.
    Zet het taartje voor het serveren in de diepvries en laat het in ± 1 1/2 uur half bevriezen.
    Garneer het taartje vlak voor het serveren met de mangoreepjes.


    Fat Breton (Bretonse koek)

    250 gr bloem
    4 eieren
    150 gr suiker
    1 liter melk
    1 pakje vanillesuiker
    boter

    Verwarm de oven voor op 175-200°C.
    Vet een bakplaat of platte ovenschaal met een rand van 2-3 cm met boter in.
    Doe de bloem en de suiker in een kom en roer hier één voor één de eieren door.
    Voeg al roerend de melk toe, zodat een dun beslag ontstaat.
    Giet het beslag op de ovenplaat, zodat u een laag krijgt van ± 2 cm.
    Bak die in ± 40 minuten in de oven lichtbruin.


    Feestelijke chocoladetaart

    (± 12 punten)

    1/2 dl amandellikeur (bijvoorbeeld Amaretto)
    50 gr rozijnen
    3 eieren
    80 gr fijne tafelsuiker
    20 gr maïzena
    25 gr bloem
    20 gr cacao
    300 pure chocolade
    2 1/2 dl slagroom
    2 theelepels olie

    Verwarm de likeur met de rozijnen en laat dit afkoelen.
    Splits de eieren en klop de dooiers met de tafelsuiker schuimig.
    Zeef de maïzena met de bloem en de cacao hierboven en spatel dit voorzichtig door het dooiermengsel.
    Klop de eiwitten stijf en spatel ze erdoor.
    Doe het beslag over in een met bakpapier beklede springvorm van 20 cm doorsnee en bak de cake in een op 175°C voorverwarmde oven in 30 minuten gaar.
    Steek er een satéstokje in; komt dit er niet droog uit, verleng dan de baktijd nog enkele minuten.
    Laat de cake afkoelen (laat hem bij voorkeur een dag rusten).
    Laat de rozijnen uitlekken en vang de likeur op.
    Hak de chocolade grof.
    Smelt de helft van de chocolade au bain-marie en schenk er, als de chocolade afgekoeld, maar nog wel vloeibaar is, al kloppend met een mixer de slagroom bij.
    Klop tot een luchtige massa.
    Snijd de taart in 2 lagen, besprenkel de onderste laag met de likeur, bestrijk deze daarna met de helft van de chocoladeroom en verdeel de rozijnen erover.
    Dek af met de andere cakelaag en bestrijk de bovenkant en de zijkanten met de rest van de chocoladeroom.
    Smelt de rest van de chocolade au bain-marie en roer de olie erdoor.
    Laat 2/3 van de chocolade afkoelen tot die heel dik vloeibaar is en schenk dit over de taart.
    Schenk de rest van de chocolade op een marmeren plaat of op een uitrolmatje voor deeg uit en strijk het met een pannenkoekmes uit.
    Steek, voordat de chocolade stevig is, met een plamuurmes rolletjes van de chocolade en garneer de taart hiermee.

    Tip: Houd, voor u de taart aansnijdt, het mes in kokendheet water. Zo snijdt u makkelijk door de chocolade.


    Finse kruidkoek

    100 gr zachte roomboter
    250 gr bruine suiker
    4 eieren
    250 gr geraspte appelen
    400 gr zelfrijzend bakmeel
    2 soeplepels speculaaskruiden
    1 dl melk

    Roer de boter schuimig, voeg de suiker toe en klop het luchtig.
    Meng er de geraspte appel door.
    Zeef de zelfrijzende bloem en de speculaaskruiden en meng ze, afwisselend met de melk, door het beslag.
    Vet een langwerpig bakblik goed in en vul het met het deeg.
    Bak de koek ± 45 minuten op 180°C.
    Laat de koek afkoelen voordat u hem uit de vorm haalt.


    Flensjes met appelroom

    (2 personen)

    40 gr bloem
    1/2 losgeklopt ei
    1/8 liter melk
    6 eetlepels appelcompote
    2 eetlepels crème fraîche
    kaneel
    boter
    1 eetlepel poedersuiker

    Meng de bloem met het ei en de melk en roer er een glad beslag zonder klontjes van.
    Meng de appelcompote met de crème fraîche en een mespunt kaneel.
    Smelt een klontje boter in een kleine koekenpan, schep een sauslepel beslag in de pan en bak het flensje tot de bovenkant droog en de onderkant bruin is.
    Keer het flensje om en bak de andere kant bruin.
    Schuif het flensje op een bord, houd het warm, terwijl u op dezelfde manier nog 3 flensjes bakt.
    Verdeel de appelroom over de flensjes, rol ze op en leg ze op 2 bordjes.
    Doe de poedersuiker met 1/2 theelepel kaneel in een theezeefje en strooi het over de flensjes.


    Flensjes met kaneelijs en geglaceerde appel

    Klop 2 eieren met 60 gr bloem en 2 dl melk glad.
    Roer zout, 1/2 eetlepel suiker, de geraspte schil van 1/2 citroen, 1/2 sinaasappel en 3 eetlepels gesmolten boter door het beslag en laat het beslag 1 uur rusten.
    Bak van het beslag in een koekenpan met anti-aanbaklaag (18 cm doorsnee) 12 dunne flensjes.
    Smelt 200 gr suiker en 1 zakje vanillesuiker en laat het lichtbruin kleuren.
    Voeg 4 appels in partjes toe en laat ze in 35 minuten zachtjes karameliseren.
    Serveer de flensjes met de appels en kaneelijs.


    Flensjestaart

    (6 personen, 24 flinterdunne flensjes)

    200 gr bloem
    2 eetlepels olie
    1/2 eetlepel zout
    5 eieren
    5 dl melk
    100 gr poedersuiker

    Meng de ingrediënten en bak van dit beslag een flensje.
    Leg dit op een bord dat bovenop een pan met zacht kokend water ligt en besmeer het met jam.
    Dek het flensje vervolgens af met een ander bord en bak het volgende flensje.
    Leg dit bovenop het eerste besmeerde fleosje, enzovoort.
    Leg tussen de flensjes af en toe een verrassing, zoals een versuikerd viooltje of schijfjes aardbei of een partje grapefruit.
    Maak de taart tenslotte af door er gebrande, gesmolten suiker over te gieten.


    Florentines

    (24 koekjes)

    1/4 kopje bloem
    2 eetlepels walnoten
    2 eetlepels amandelsnippers
    2 eetlepels gekonfijte kersen
    2 eetlepels gekonfijte citrusschil
    75 gr boter
    1/4 kopje bruine basterdsuiker
    chocolade

    Verwarm de oven voor op 180°C.
    Bekleed een bakplaat met bakpapier.
    Zeef de bloem in een kom.
    Voeg de fijngehakte walnoten, de amandelsnippers, de fijngesneden gekonfijte kersen en de fijngesneden gemengde gekonfijte citrusschil toe en roer alles goed door elkaar.
    Doe de boter en de basterdsuiker in een pan en verhit het al roerend op laag
    vuur tot de boter is gesmolten en de suiker is opgelost.
    Voeg dan de bloem, de noten en de vruchten toe en meng goed.
    Leg met een tussenruimte van ± 6 cm bergjes van het mengsel ter grootte van
    een flinke theelepel op de bakplaat en druk ze aan tot ze een doorsnee van 5 cm hebben.
    Bak de koekjes 7 minuten en laat ze daarna op de plaat 5 minuten afkoelen.
    Leg ze voorzichtig op een rooster om ze helemaal te laten afkoelen.
    Bestrijk één kant van elke florentine met gesmolten pure chocolade en wacht met presenteren tot die is gestold.


    Fortune Cookies

    (40 stuks)

    De Chinese gelukskoekjes, die in Amerika vaak als zoete afsluiting van het diner worden geserveerd, zijn waarschijnlijk geïnspireerd door de maankoeken. Maankoeken worden gebakken ter ere van het Chinese Maanfeest, dat aan het begin van het herfstseizoen wordt gevierd. Heel vroeger, tijdens de Ming-dynastie, werden in deze koeken berichten meegesmokkeld. Tegenwoordig bevatten de Fortune Cookies gelukwensen.

    125 gr bloem
    1/2 theelepel zout
    2 eetlepels maïzena
    90 gr suiker
    ± 1 1/4 dl olie
    2 eiwitten
    2 met bakpapier beklede bakplaten, opgevouwen wensbriefjes

    Verwarm de oven voor op 150°C.
    Zeef de bloem, het zout en de maïzena en meng dit met de suiker.
    Voeg de olie en de eiwitten toe en roer alles glad.
    Verdun het beslag door er 1-2 eetlepels water door te roeren.
    Leg op het bakpapier met grote tussenruimte 3 lepeltjes beslag, strijk ze tot een cirkel van ± 10 cm doorsnee uit en bak de koekjes in het midden van de oven in ± 10 minuten lichtbruin.
    Let op dat ze niet te donker worden.
    Neem elk koekje met een spatel van de bakplaat en hang het met een opgevouwen wensbriefje erin over de rand van een pan, zodat het koekje dubbelvouwt.
    Laat het koekje zo afkoelen.
    Serveer de koekjes met een glas sinaasappelthee.


    Franse kersentaart

    (± 8 personen)

    200 gr gezeefde bloem
    zout
    1 eetlepel + 25 gr basterdsuiker
    100 gr kleingesneden koude boter
    200 gr kwark
    50 gr honing
    1 theelepel kaneel
    2 eieren
    250 gr ontpitte kersen (pot, uitgelekt)
    1 eetlepel bloem
    1 ei
    een ingevette boterkoekvorm met een doorsnee van 24 cm

    Vermeng de bloem, zout en 1 eetlepel basterdsuiker.
    Snijd de boter met 2 messen door het bloemmengsel en kneed het snel tot een deeg.
    Rol 2/3 van het deeg uit tot een ronde lap van 30 cm doorsnee en bekleed er de vorm mee.
    Bewaar de vorm en de rest van het deeg tot het gebruik in de koelkast.
    Verwarm de Oven voor op 175°C.
    Klop de kwark, de honing, 25 gr basterdsuiker, de kaneel en de eieren door elkaar.
    Schud de kersen met de bloem om en schep ze door het kwarkmengsel.
    Schep het kersen-kwarkmengsel in de vorm.
    Rol de rest van het deeg uit tot een ronde lap van 24 cm doorsnee.
    Leg die op de vulling en druk de randen op elkaar.
    Prik in het midden van het deksel een klein gaatje.
    Rol de afsnijdsels van het deeg uit, snijd kersen en steeltjes uit het deeg en bestrijk het deegdeksel en de deegkersjes met de rest van het ei.
    Bak de taart ± 45 minuten in het midden van de oven.
    Bak de laatste 20-25 minuten de kersen en de steeltjes op de bakplaat mee.
    Leg de kersjes na het bakken op de taart.


    Franse kwarkbol

    (6 personen)

    4 plakjes korst- of bladerdeeg

    Voor de vulling:
    225 gr kwark
    125 gr witte basterdsuiker
    1 mespuntje zout
    5 gesplitste eieren
    30 gr maïzena
    2 eetlepels cognac

    Beboter een niet te grote, hoge bakvorm met de plakjes deeg.
    Snijd het deeg dat boven de rand uitsteekt eraf.
    Prik hier en daar gaatjes in het deeg.
    Bekleed het deeg met aluminiumfolie, verzwaar dat met gedroogde peulvruchten en bak de taartbodem 15 minuten op 200°C.
    Verwijder de peulvruchten en het folie als het baksel bijna is afgekoeld.
    vermeng de kwark met de suiker en het zout.
    Klop er één voor één de eidooiers door en daarna, als alles goed is vermengd, de maïzena.
    Sla de eiwitten stijf en spatel die beetje bij beetje door het mengsel.
    Voeg tenslotte de cognac toe.
    Schep het mengsel in de taartbodem en zet de vorm 50 minuten in de oven terug tot het kwarkmengsel gaar is.
    Schrik niet als de bovenkant donkerbruin wordt, want dat is precies de bedoeling.
    Serveer de kwarkbol lauw of koud, in smalle punten gesneden.


    French toast

    Week dikke plakken oud stokbrood in 3 eieren, losgeklopt met 1 eetlepel room en 1 eetlepel suiker en bak ze in boter aan weerskanten goudbruin.

    Feestelijke variant:
    Week het brood in een mengsel van 4 losgeklopte eieren, 1 eetlepel sinaasappellikeur, 1 eetlepel suiker, 1 theelepel geraspte sinaasappelschil en 1 eetlepel room.


    Friese duimpjes

    (± 60 stuks)

    150 gr boter
    150 gr donkere basterdsuiker
    2 eieren
    250 gr gezeefde bloem
    zout
    100 gr fijngehakt hazelnoten
    1 theelepel fijngewreven anijszaad
    1 theelepel gemberpoeder
    1 theelepel gemalen kaneel
    een ingevette bakplaat

    Verwarm de oven voor op 150°C.
    Roer de boter, de suiker en de eieren tot een schuimig mengsel.
    Voeg de bloem en 1 mespuntje zout toe en kneed alles tot een mooi glad deeg.
    Kneed de hazelnoten, het anijszaad, het gemberpoeder en de kaneel door het deeg.
    Rol het deeg op een met bloem bestrooid werkvlak uit tot een lap van 24 x 20 cm en 1 cm dik en snijd die in reepjes van 4 x 2 cm.
    Leg de koekjes op de bakplaat en bak ze in het midden van de oven in ± 25 minuten lichtbruin.
    Druk de koekjes uit de oven direct aan één kant met uw duim in en laat ze op een rooster afkoelen.


    Friese suikerbroodjes

    (8 stuks)

    25 gr verse gist of 1 zakje gedroogde gist (inh. 7 gr)
    1 1/2 dl lauwwarme melk
    500 gr gezeefde bloem
    zout
    125 gr zachte boter
    4 eetlepels gembersiroop
    2 eieren
    1 theelepel kaneel
    1/4 theelepel gemalen kruidnagel
    3 eetlepels grofgehakte gemberbolletjes
    120 gr witte kandij extra fijn
    6 eetlepels kristalsuiker
    8 eenpersoonsbroodvormpjes van 10 x 5 cm

    Verbrokkel de verse gist boven de melk en laat oplossen.
    Behandel de gedroogde gist volgens de gebruiksaanwijzing.
    Meng de bloem en een mespunt zout in een kom, maak in het midden een kuiltje en schenk de gistoplossing daarin.
    Voeg 75 gr boter, de gembersiroop en de eieren toe en meng dit goed.
    Kneed 10 minuten tot een soepel deeg en laat dit, afgedekt met een vochtige doek, op een warme plaats 1 uur rijzen.
    Kneed er dan de kaneel, de kruidnagel, de gemberbolletjes en 80 gr kandij door.
    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Vet de broodvormpjes dik met 25 gr boter in en bestrooi ze met 2 eetlepels kristalsuiker.
    Verdeel het deeg in 8 gelijke stukken en vorm ze tot rolletjes.
    Laat de rolletjes in de vormpjes 15 minuten narijzen.
    Bestrijk de bovenkant van het deeg met 25 gr boter en strooi er 40 gr kandijsuiker en 4 eetlepels kristalsuiker over.
    Bak de suikerbroodjes in het midden van de oven in 20 minuten gaar en goudbruin.
    Stort de broodjes op een rooster en laat ze afkoelen.


    Frittellini

    (Italiaanse oliebollen)

    voor het beslag:
    1 dl slagroom
    1 dl witte wijn
    20 gr verse gist
    200 gr bloem
    2 eieren
    zout
    frituurolie
    1 appel in kleine stukjes
    2 eetlepels pijnboompitten
    poedersuiker

    Verwarm de slagroom en de wijn tot lauwwarm.
    Verkruimel de gist erboven en laat die oplossen.
    Voeg het gistmengsel aan de bloem toe en roer alles met een garde glad.
    Meng er de eieren en een snufje zout door.
    Roer de appelblokjes en de pijnboompitten door het beslag en sla het met een houten lepel in 5 minuten tot een luchtig beslag.
    Laat het afgedekt met een vochtige doek op een warme plaats 1 uur rijzen.
    Verhit de olie tot 200°C.
    Laat met 2 lepels bolletjes van het beslag in de hete olie glijden (niet meer dan 3 tegelijk) en bak die in 5 minuten bruin.
    Laat ze op keukenpapier uitlekken en leg ze op een schaal.
    Bestrooi de frittellini met poedersuiker.
    u kunt de frittellini zowel warm als koud serveren.


    Fruitgebak met citroencrème

    (20 stukken)

    600 gr diepvriesbladerdeeg
    bloem
    1 eidooier
    3 blaadjes witte gelatine
    2 citroenen
    3 eetlepels suiker
    3/8 liter slagroom
    1 literblik abrikozen
    500 gr frambozen
    1 zakje heldere taartgelei

    Leg de plakjes bladerdeeg naast elkaar om te ontdooien.
    Leg het grootste deel van de plakjes op elkaar en rol ze op een met bloem bestoven werkblad uit tot een plak ter grootte van het bakblik van de oven.
    Leg de deegplak op het met koud water omgespoelde bakblik.
    Snijd de rest van de deegplakjes in repen, beleg de deegplak hiermee diagonaal en druk ze enigszins aan.
    Roer de eidooier met wat water los en smeer het deeg hiermee in.
    Laat het deeg in een op 200°C voorverwarmde oven in 10-15 minuten gaar worden.
    Week de gelatine in ruim koud water.
    Boen de citroenen onder de hete kraan schoon, rasp de schillen en pers het sap uit.
    Meng de citroenrasp met 6 eetlepels citroensap en de suiker.
    Los de gelatine op laag vuur in 3 eetlepels water op, roer dit door het citroenmengsel en laat het afkoelen.
    Klop de slagroom stijf en schep haar door het gelerende citroenmengsel.
    Laat de abrikozen in een zeef uitlekken en vang het sap op.
    Was de frambozen en laat ze uitlekken.
    Leg de citroenroom, de abrikozen en de frambozen op het afgekoelde bladerdeeg.
    Bereid de taartgelei met het abrikozenvocht volgens de aanwijzingen op de verpakking en bestrijk de vruchten met de gelei.


    Gateau de patate

    (Cariben, Haïti)

    1 kg zoete aardappelen
    1 grote banaan
    60 gr gesmolten en afgekoelde boter
    3 geklopte eieren
    240 gr suiker
    3 dl gevaporiseerde melk
    60 gr rozijnen
    4 eetlepels stroop
    1/4 theelepel gemalen nootmuskaat
    1/4 theelepel kaneel
    1/2 theelepel vanille

    Pel de aardappelen, snijd ze in schijfjes en kook ze in 25 minuten gaar.
    Giet ze af en pureer ze.
    Pureer de banaan en voeg hem aan de aardappelen toe.
    Voeg al roerend de andere ingrediënten toe, giet dit in een beboterde vorm (22 x 10 cm) en bak de cake 1 1/2 uur in het midden van een op 180°C voorverwarmde oven.
    Giet wat rum over de cake alvorens hem op te dienen.
    Serveer met slagroom die met rum op smaak is gebracht.


    Gebakken griesmeelrondjes met pruimencompote

    (2 personen)

    4 dl abrikozen-sinaasappeldrank
    50 gr griesmeel
    6 pruneaux (gewelde gedroogde pruimen)
    1/2 dl rode port
    25 gr boter
    1 eetlepel suiker
    1/2 theelepel kaneel

    Breng de abrikozen-sinaasappeldrank aan de kook, strooi het griesmeel erin en kook het geheel al roerend in ± 3 minuten tot een stevige pap.
    Spreid de pap op een bord tot een plak van ± 1 cm dik uit en laat deze afkoelen.
    Snijd de pruimen in vieren, breng ze met de port aan de kook en laat ze afkoelen.
    Steek met een borrelglaasje of uitsteekvormpje rondjes uit het griesmeel.
    Verhit de boter in een koekenpan en bak de rondjes in ± 3 minuten goudbruin.
    Verdeel ze over 2 bordjes en strooi er suiker en kaneel over.
    Schep de pruimencompote ernaast.


    Geflambeerde banaan in pannenkoek

    4 eidooiers
    4 dl melk
    een snufje zout
    200 gr gezeefde bloem
    1 klontje boter
    4 bananen
    een scheutje bananenlikeur
    2 koffielepels suiker
    bananenijs

    Doe de eidooiers in een kom, roer er wat bloem door, dan wat melk, dan weer wat bloem en het zout en ga zo door tot alle ingrediënten voor het beslag zijn verwerkt.
    Bak de pannenkoeken in de boter.
    Snijd de bananen doormidden en bak ze in hete boter.
    Strooi er, als ze bijna gaar zijn, de suiker over, zodat ze karameliseren.
    Flambeer met wat bananelikeur.
    Verdeel de banaanhelften over de pannenkoeken en vouw ze dicht.
    Serveer met kant-en-klaar bananenijs.


    Gefrituurde verse vijgen

    6 verse vijgen

    voor het beslag:
    125 gr bloem
    1 eidooier
    1 1/2-2 dl mousserende zoete wijn
    1 mespunt zout
    1 theelepel suiker
    poedersuiker

    Schil de vijgen en snijd ze in 4 gelijke partjes.
    Maak het beslag, wentel de stukjes vijg hierdoor en laat ze met maximaal 8 stukjes tegelijk in op 180°C verhit frituurvet bruin en gaar worden.
    Laat ze op keukenpapier uitlekken en bestrooi ze voor het serveren met poedersuiker.


    Gekarameliseerde appelpannenkoekjestaart met slagroom

    (4-6 personen)

    100 gr tarwebloem
    2 eieren
    1 theelepel zout
    1 eetlepel keukenstroop
    2 theelepels kaneel
    ± 1 1/4 dl pils
    2 kleine geschilde appels
    olie
    2 1/2 dl slagroom
    2 zakjes vanillesuiker
    5-6 eetlepels bruine suiker
    ± 2 eetlepels boter

    Verwarm de grill voor op de hoogste stand.
    Klop een niet al te dun beslag van de bloem, de eieren, het zout, de stroop, de kaneel en het bier.
    Rasp de appels grof en roer ze door het beslag.
    Verhit in een kleine koekenpan (16 cm doorsnee) steeds een klein beetje olie en bak van het beslag ± 6 pannenkoeken.
    Klop de slagroom met de vanillesuiker lobbig en bewaar hem in de koelkast.
    Leg 1 pannenkoek op een vuurvaste schaal, strooi er wat bruine suiker over en
    leg er flinters boter op.
    Laat de suiker onder de grill iets smelten (= karameliseren).
    Leg er steeds een volgende pannenkoek op en laat de suiker iets smelten.
    Laat bij de laatste pannenkoek de suiker krokant worden.
    Schep voor het serveren de slagroom op de taart en laat die erover lopen.
    Bestuif de taart met kaneel.
    Geef de rest van de slagroom er apart bij.
    U kunt de taart wan warm of koud eten.


    Gekarameliseerde bananen in fillodeeg

    4 eetlepels boter
    125 gr donkerbruine basterdsuiker
    4 niet te rijpe bananen in 2 cm dikke plakjes
    4 eetlepels cognac
    4 plakjes fillodeeg
    6 eetlepels gesmolten boter
    poedersuiker om te bestuiven
    een met bakpapier beklede bakplaat

    Verhit de boter zachtjes in een pan met dikke bodem.
    Roer de basterdsuiker erdoor en warm die 1 minuut mee.
    Voeg de bananen toe en roer met een houten lepel tot de stukjes banaan met het suiker-botermengsel zijn bedekt.
    Zet het vuur hoger en kook de bananen al roerend 2 minuten tot het mengsel borrelt.
    Voeg de cognac toe en verwarm het al roerend nog 1 minuut om de alcohol te laten verdampen.
    Schep het mengsel in een brede lage schaal, laat het afkoelen en bewaar het tot het gebruik afgedekt op een koele plaats.
    Verwarm de oven voor op 175°C.
    Leg 1 plakje fillodeeg op het werkvlak en bestrijk het met gesmolten boter.
    Leg in de lengte van het deeg 1/4 deel van het bananenmengsel (houd aan beide randen een stuk vrij, zodat het deeg als een toffee kan worden opgerold).
    Rol het deeg met de vulling op en krul de zijkanten als een toffee om.
    Maak op dezelfde manier nog 3 'toffees'.
    Bestrijk de toffees met gesmolten boter en bak ze in het midden van de oven in 15-20 minuten lichtbruin.
    Bestrooi ze voor het serveren met poedersuiker.


    Gekarameliseerde flensjes met carambola

    (8 personen)

    Voor het flensjesdeeg:
    350 gr bloem
    3 eieren
    3 eidooiers
    een snufje zout
    1 liter melk
    2-3 carambola's
    boter

    Voor het karameliseren:
    200 gr griessuiker
    200 gr boter

    Meng de bloem met de eieren en het zout en voeg de melk toe.
    Als er klontjes in het deeg aanwezig zijn, haalt u het even door een zeef.
    Snijd de carambola's in schijfjes.
    Laat in een pan van ± 22 cm diameter (bij voorkeur met een anti-aanbaklaag) een klontje boter heet worden.
    Lepel het deeg in de pan en leg er 3-4 schijfjes carambola op.
    Draai het flensje en bak de andere kant.
    Strijk op de gedraaide zijde ± 10 gr boter en 10 gr griessuiker.
    Draai het flensje terug om en laat de boter en de suiker karameliseren.
    Draai het nogmaals snel om.
    Serveer de flensjes op een warm bord en schenk er een glaasje zoete witte wijn bij.


    Gekruide grieskoekjes uit India (Halwa)

    250 gr griesmeel
    4 eetlepels gedroogde kokos
    500 gr suiker
    1 eetlepel maanzaad
    het zaad van 6 kardemompeulen
    6 1/2 dl water
    100 gr gesmolten ghee

    Doe het griesmeel, de kokos, de suiker, het maanzaad en de kardemom in een grote pan met dikke bodem.
    Meng goed en roer het water erdoor.
    Breng het al roerend aan de kook, temper het vuur en kook minstens 1 uur zachtjes door tot alles zacht is; roer geregeld.
    Roer er geleidelijk de ghee door tot die goed is opgenomen.
    Spreid het mengsel in een ondiepe schaal gelijkmatig uit, laat het afkoelen en snijd het in ruitjes of driehoeken.
    Bewaar ze luchtdicht afgesloten op een koele plaats.

    Er bestaan in India evenveel Halwarecepten als er steden zijn en elke plaats waakt voor de reputatie van zijn snoepgoed.
    Halwa dient vaak als een soort culinaire ambassadeur: men verzendt het over de hele wereld. Het is de moeite waard om het thuis te maken, hoewel beweerd wordt dat de kunde van de halwai (halwa-maker) wordt overgerfd en niet te leren is!


    Gemarmerde chocolade-cake

    150 gr boter
    150 gr suiker
    3 eieren
    150 zelfrijzend bakmeel
    2 eetlepels cacao (40 gr)
    1 zakje vanillesuiker
    6 eetlepels melk
    1/8 liter slagroom
    chocoladestrooisel
    een rijstrand van 1 1/2 liter inhoud

    Reken bij een grotere vorm per 1/2 liter 1 ei, 50 gr bakmeel, 50 gr suiker en 50 gr boter meer.

    Maak een cakebeslag van de boter, de suiker, het meel en de eieren en verdeel het in 2 porties.
    Roer de cacao met de vanillesuiker en de melk tot een glad papje en voeg dit aan één van de porties deeg toe.
    Schep afwisselend wit en bruin deeg in de vorm, trek dan met een mes een streep door het midden van de cake en strijk het beslag met een warmgemaakte lepel glad.
    Bak de cake in een op 150°C voorverwarmde oven in ± 45 minuten gaar.
    Prik er ter controle met een breinaald in; als die er schoon uit komt, is de cake gaar.
    Versier de cake voor het serveren met de gezoete, geklopte slagroom en chocoladestrooisel.


    Gember-perenpie

    160 gr bloem
    1/2 theelepel zout
    75 gr boter
    50 gr krenten
    2 halfrijpe handperen
    1/2 potje gemberbolletjes á 450 gr
    1 eetlepel citroenrasp
    1 mespunt gemalen kruidnagel
    poedersuiker (strooibus)
    1/2 eetlepel boter om in te vetten
    2 eetlepels bloem om te bestuiven
    een lage taartvorm, doorsnee 20 cm
    een deegroller

    Houd 1 eetlepel bloem achter voor de vulling en zeef de rest met het zout boven een kom.
    Voeg de boter toe en snijd die met 2 messen in kleine blokjes.
    Roer er 5 eetlepels koud water door en kneed het met een koele hand snel tot een samenhangend deeg.
    Laat het deeg in koelkast afgedekt 30 minuten rusten.
    Was de krenten in een zeef en laat ze goed uitlekken.
    Schil de peren, halveer ze, verwijder de klokhuizen, snijd het vruchtvlees in blokjes en doe die in een kom.
    Snijd de gemberbolletjes in stukjes.
    Houd 2 eetlepels gemberstukjes achter voor de garnering en roer de rest met de krenten, de citroenrasp, de kruidnagel en de achtergehouden bloem door
    de peerblokjes.
    Verwarm de oven voor op 175°C en vet de vorm in.
    Bestuif het aanrecht en de deegroller met bloem.
    Verdeel het deeg in 2 iets ongelijke stukken en rol het grootste deel uit tot een ronde lap van 24 cm doorsnee.
    Bekleed de vorm met de deeglap, zodat het deeg iets over de rand hangt en schep de vulling in de vorm.
    Rol de rest van het deeg uit tot een ronde lap van 20 cm doorsnee, leg de deeglap op de vulling en plak de deegranden met water op elkaar.
    Snijd overtollig deeg langs de rand weg.
    Druk de deegranden met een vork aan en prik gaatjes in het deegdeksel.
    Verdeel de gemberstukjes over het deegdeksel en bak de gember-perenpie in het midden van de oven in ± 30 minuten lichtbruin en gaar.
    Laat de pie in de vorm 15 minuten afkoelen en neem hem dan uit de vorm.
    Snijd hem in 4 punten, zet die op de borden en bestrooi ze met poedersuiker.
    Serveer ze eventueel met een bolletje roomijs.


    Gemberbolussen

    Maak een gistdeeg van 250 gr bloem, 1 dl melk, 1 ei, 20 gr gist, 5 gr zout en 60 gr boter.
    Laat het deeg rijzen en vouw het luchtig om.
    Rol het uit tot een lap van 1/2 cm dik en snijd die in repen van 2 1/2 cm breed.
    Leg in het midden van elke reep over de hele lengte een vulling van 100 gr gladgeroerde boter, vermengd met 50 gr suiker, 3 eetlepels gemberstroop en 100 gr fijngehakte natte gember.
    Trek het deef, nadat u de vulling op de deefreepjes heeft gelegd, aan beide zijden wat omhoog, zodat de vulling in een 'gootje' ligt.
    Leg nu de gevulde repen met de open kant naar boven slakkenhuisvormig in vrij diepe, goed ingevette zandtaartvormpjes en bak de bolussen ± 45 minuten in een vrij hete oven (± 190°C); bedruip ze af en toe met gembersiroop en wat gesmolten boter.


    Gevulde koeken

    300 gr bloem
    200 gr boter
    150 gr basterdsuiker
    200 gr amandelspijs (zie recept)
    1 ei
    ± 10 amandelen

    Kneed van de boter, de bloem en de suiker vlug een samenhangend deeg en rol dit op een met bloem bestoven werkvlak tot een dikte van 1/3 cm uit en steek er met een vrij grote borstplaatring flinke ronde koeken uit.
    Leg de helft van de koeken op een met boter ingesmeerd bakblik en leg ± 20 gr amandelspijs op een hoopje in het midden van elke koek.
    Bevochtig de rand van de koeken met een kwastje en bedek ze met een tweede lapje deeg.
    Druk de randen goed stevig op elkaar.
    Bestrijk de bovenkant met wat geklopt ei en druk er een halve gepelde amandel in.
    Bak de koeken ± 25 minuten in een matigwarme oven mooi bruin.

    Amandelspijs

    125 gr hele amandelen
    125 gr suiker
    1 ei
    De geraspte schil van 1 citroen

    Pel en maal de amandelen, meng ze met de suiker, het ei, en de geraspte citroenschil en maal dit nogmaals door de amandelmolen.
    Kneed het mengsel enige tijd goed door elkaar en bewaar het in één of meer goed gesloten potten.
    Hoe langer het staat, hoe beter het van smaak wordt; 4-6 weken is geen bezwaar, als het goed van de buitenlucht is afgesloten.


    Gevulde Dumkes

    (± 36 stuks)

    125 gr boter
    60 gr suiker
    1 zakje vanillesuiker
    1/2 theelepel kaneel
    2 grote gesplitste eieren
    1/2 theelepel zout
    175 gr bloem
    150 gr fijngehakte pecannoten
    50 gr gemalen kokos
    ± 100 gr rode bessengelei
    2 met bakpapier beklede bakplaten

    Verwarm de oven voor op 175°C.
    Klop de boter, suiker, vanillesuiker en kaneel romig en klop er één voor één de eidooiers door.
    Meng er voorzichtig het zout en de bloem door.
    Klop de eiwitten met een vork luchtig los (niet stijf).
    Meng de noten en de kokos.
    Rol van het deeg kleine balletjes van 2 1/2 cm.
    Rol de balletjes eerst door het eiwit en daarna door de noten en kokos en leg ze met tussenruimte op de bakplaat.
    Druk met uw duim in het midden van ieder balletje deeg een flinke holte (om na het bakken te vullen).
    Bak de koekjes in het midden van de oven in 15-18 minuten goudbruin en laat ze op een rooster afkoelen.
    Vul elk koekje met gelei.

    U kunt de koekjes ook met vruchtenjam vullen.


    Gevulde strudel met banaan

    (10-12 personen)

    Voor het deeg:
    250 gr bloem
    3 eetlepels olie
    zout
    kristalsuiker

    Voor de vulling:
    700 gr rode bessen of kersen uit een pot, uitgelekt
    500 gr grof geraspte bananen
    1 theelepel citroenrasp
    100 gr lange vingers in stukjes
    100 gr bitterkoekjes in stukjes
    20 gr zachte boter
    1 eetlepel poedersuiker
    2 dl lobbig geklopte slagroom
    een met bakpapier beklede bakplaat

    Deeg:
    Doe de bloem in een kom, maak een kuiltje in het midden en doe de olie, 1 1/4 dl koud water, een mespunt zout en kristalsuiker erin.
    Meng de ingrediënten vanuit het midden en kneed het tot een glad en soepel deeg.
    Vorm het deeg tot een bal, bestrijk die met olie en laat hem afgedekt op kamertemperatuur 30-40 minuten rusten.
    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Leg een theedoek op het werkblad en bestuif die met bloem.
    Rol het deeg op de theedoek tot een dunne rechthoekige lap van 30 x 20 cm uit.
    Rek het deeg met de hand gelijkmatig uit tot 50 x 40 cm (zo dun dat je de krant erdoor kunt lezen).

    Vulling:
    Meng de bessen met de banaan en de citroenrasp.
    Verdeel de lange vingers, de bitterkoekjes en het fruitmengsel over het deeg (laat aan de rand 5 cm vrij).
    Bestrijk de deegrand met water.
    Rol het deeg vanaf de lange kant met behulp van de theedoek op.
    Druk de zijkanten aan en vouw ze onder de strudel.
    Leg de strudel op de bakplaat, bestrijk de buitenkant dun met water en prik hem met een vork hier en daar in.
    Bak de strudel op 1 richel onder het midden van de oven in 30-35 minuten goudgeel en gaar.
    Bestrijk de strudel tussentijds met zachte boter.
    Bestrooi de strudel voor het serveren royaal met poedersuiker en serveer met de slagroom.


    Graanbroodjes

    )24 stuks)

    500 gr bloem
    1 1/2 dl water
    1 1/2 dl melk
    10 gr boter
    15 gr verse bakkersgist (Bruggeman)
    1 kopje suiker
    1 snufje zout

    Om te versieren:
    gezouten water
    graan naar keuze: sesam, komijn, anijs, papaver, koriander of lijnzaad

    Vermeng de bloem en de suiker en voeg het zout toe. Alle ingrediënten moeten dezelfde temperatuur hebben.
    Zeef dit mengsel op een plank.
    Maak met de hand een kuiltje in de bloem.
    Verwarm de melk en het water kort en giet dit in het kuiltje.
    Voeg er de in water aangemengde gist bij en doe er dan de boter bij.
    Kneed langdurig, zodat alle ingrediënten goed zijn gemengd.
    Na ± 10 minuten wordt het deeg een bal die niet meer aan de vingers kleeft.
    Leg deze bal in een terrine en laat het deeg op een lauwwarme plaats ± 2 uur rijzen.
    Kneed het deeg dan nogmaals en vorm er bolletjes van.
    Bestrijk deze met gezouten water en bestrooi met het gekozen graan.
    Leg ze op een beboterde plaat, laat ze 30 minuten rijzen en bak ze ± 30 minuten in een op 200°C voorverwarmde oven.


    Halloween Barmbrack

    In een aantal landen, waaronder Ierland, wordt ieder jaar op 31 oktober Halloween gevierd. Een geliefd gerecht is dan Halloween Barmbrack. Barmbrack is een goed gevuld soort krentenbrood dat veel op zondagmiddag wordt gegeten. Het woord 'barmbrack' is opgebouwd uit het oud-Engelse woord 'beorma' wat 'gegiste drank' betekent en het Ierse woord 'brac' voor 'gespikkeld'. Omdat het Halloweenfeest veel met geesten en heksen, maar ook met toekomstvoorspelling te maken heeft, wordt voor Halloween een speciale Barmbrack gebakken. Het recept met de specifieke Halloween aanpassingen volgt hieronder.
    Barmbrack speelde in de 19e eeuw ook een rol tijdens Nieuwjaar: op oudejaarsavond werden plakken Barmbrack op de achterdeur geplakt, om zo de armoede het komende jaar buiten de deur te houden.

    450 gr bloem
    1/2 theelepel kaneel
    1/2 theelepel koekkruiden
    zout
    1/4 theelepel nootmuskaat
    30 gr boter
    20 gr verse gist of 1 zakje droge gist
    85 gr poedersuiker
    3 dl lauwe melk
    1 losgeklopt ei
    225 gr rozijnen
    110 gr krenten
    55 gr sukade

    Voor het glazuren:
    1 eetlepel suiker
    2 eetlepels water of melk

    Voor Halloween:
    1 ring, 1 munt, 1 tandenstoker, 1 erwt en 1 vingerhoed, alles apart in bakpapier verpakt

    Breng alle ingrediënten op kamertemperatuur.
    Zeef de bloem, de kruiden en het zout in een kom en meng er de boter door.
    Meng in een andere kom de gist met 1 theelepel suiker en 1 theelepel lauwe melk tot het romig en bubbelig wordt en laat het dan 5 minuten staan, of volg de aanwijzingen op de verpakking van de droge gist.
    Doe de rest van de suiker bij de bloem en meng dit goed.
    Doe de lauwe melk en het ei bij het gistmengsel en doe dit bij de bloem.
    Kneed het deeg met de hand of met een mixer op de hoge stand ± 5 minuten goed door (het deeg moet stijf maar elastisch zijn).
    Meng de kruiden, de rozijnen en de sukade er voorzichtig door.
    Leg een vochtige doek over de kom, zet de kom op een warme plaats en laat het deeg rijzen tot het tweemaal het volume heeft gekregen.
    Kneed het deeg dan nog eens ± 3 minuten goed door.
    Vet een broodbakvorm van 30 cm goed in en verdeel het deeg in de bakvorm.
    Meng de in bakpapier verpakte Halloween attributen oor het deeg.
    Datgene wat u later in de plak Barmbrack vindt, vertelt u wat u het komende jaar te wachten staat:
    ring: u gaat trouwen; munt: rijkdom; erwt: armoede; vingerhoed: langdurig vrijgezel; tandenstoker (stukje hout): uw echtgenoot zal u slaan.
    Dek het geheel met een vochtige doek af en laat het nog 1 uur rijzen.
    Bak de Barmbrack ± 1 uur in een op 180°C voorverwarmde oven tot de Barmbrack goudbruin en gaar is.
    Los voor het glazuur 1 eetlepel suiker in heet water of melk op en bestrijk het brood met dit mengsel.
    Zet het brood 2-3 minuten terug in de oven.
    Keer het brood daarna op een taartrooster om en laat het afkoelen.
    Serveer het koud in plakken gesneden met boter bestreken.


    Havermoutpannenkoekjes

    Giet 5 dl gloeiendhete melk en 1 eetlepel boter bij 250 gr havermout en laat dit afkoelen.
    Klop er 2 eidooiers, 2 eetlepels bloem en zout door en spatel 2 met 1 eetlepel poedersuiker stijfgeslagen eiwitten door het deeg.
    Bak telkens 3 hoopjes deeg in een goed ingevette, hete koekenpan.


    Hazelnoot-kastanjecrèmetaart

    4 eiwitten
    200 gr suiker
    100 gr blanke hazelnoten
    400 gr kastanjes
    75 gr geroosterde hazelnoten
    1 ei
    3 eidooiers
    100 gr suiker
    200 gr boter
    200 gr pure couverture

    Maak de hazelnoten in een keukenmachine fijn en meng ze met 100 gr suiker en de bloem.
    Sla de eiwitten met een snufje zout stijf, voeg beetje bij beetje de overige 100 gr suiker toe en spatel het geslagen eiwit door de hazelnootmassa.
    Spuit met een spuitzak van dit beslag 3 plakken van ± 18 cm doorsnee op vetvrij papier beklede bakplaat en bak de plakken in een op 170°C voorverwarmde oven in 20-25 minuten gaar.
    Klop voor de vulling het ei met de eidooiers en de suiker au bain-marie tot het mengsel lauwwarm is.
    Haal de kom uit het hete bad en klop het eimengsel tot het weer koud is.
    Sla de zachte boter met een mixer luchtig en voeg het eimengsel hier langzaam aan toe.
    Maal de geroosterde hazelnoten in een blender of keukenmachine tot pulp en
    'vouw' de hazelnootpulp door de crème.
    Haal de hazelnootplakken van het vetvrije papier.
    Bespuit de onderste plak met de crème, leg hier de helft van de kastanjes op en spuit nogmaals een laag crème.
    Druk er een tweede hazelnootplak op en beleg deze weer met crème, kastanjes
    en nogmaals crème.
    Dek het geheel met de derde plak af en bestrijk de taart aan de boven- en
    zijkanten met de overgebleven crème.
    Smelt de couverture chocolade en strijk die dun op vetvrij papier uit.
    Snijd met een warm mes rechthoekjes uit de stollende chocolade en leg deze even in de koelkast om verder op te stijven.
    Bedek, als ze hard zijn geworden, de zijkanten van de taart met de stukjes chocolade.
    Uit de overgebleven couverture kunt u met behulp van een plamuurmes krullen steken.


    Hernhuttertjes I

    (30-60 stuks)

    Doe 200 gr bloem in een kom en meng er 100 gr witte basterdsuiker en 1
    theelepel zout door.
    Snijd met 2 messen 150 gr boter in de bloem klein.
    Kneed het deeg zo kort mogelijk tot een gladde bal.
    Zet het deeg met een doek over de kom 1 uur op een koele plaats.
    Bestrijk de vormpjes (er bestaan speciale hernhuttervormpjes) met boter.
    Verwarm de oven voor op 175°C.
    Vorm van het deeg balletjes met een doorsnee van 2 cm.
    Druk deze in de vormpjes en druk er met de duim op, zodat de vormpjes voor
    2/3 zijn gevuld.
    Zet de vormpjes op een bakplaat, schuif deze in het midden van de oven en bak ze 20 minuten.
    Laat de hernhuttertjes in de vormpjes wat afkoelen en leg ze vervolgens op een rooster.
    Bestrooi de kartelkant van de koekjes met poedersuiker.


    Hernhuttertjes Ii

    (30-40 stuks)

    160 gr bloem
    120 gr boter
    80 gr basterdsuiker
    1 1/2 gr zout
    (poedersuiker)

    Doe de bloem, de harde boter, de (gezeefde) basterdsuiker en het zout in een kom.
    Snijd de boter met 2 messen in kleine stukjes en kneed de massa met een
    koele hand vlug tot een samenhangende gelijkmatige bal.
    Doe het deeg over in beboterde hernhuttervormpjes, zet die op een bakblik in een warme oven (170°C) en bak ze in 25-30 minuten gaar en lichtbruin.
    Laat ze iets afkoelen, keer ze en neem de vormpjes eraf.
    Laat de koekjes afkoelen en bestrooi ze desgewenst met poedersuiker.


    Holger's kwarktaart

    Voor het deeg:
    250 gr bloem
    125 gr suiker
    1 eidooier
    125 gr boter
    1 theelepel bakpoeder (of wat meer)
    1 zakje vanillesuiker

    Voor de kwarkvulling:
    125 gr boter
    250 gr suiker
    1 eetlepel griesmeel
    5 eieren
    citroensap (naar smaak - het is beter om niet te veel te gebruiken)
    750 gr kwark
    1 pakje vanillesuiker

    Meng de bloem en het bakpoeder door een zeef met elkaar.
    Vermeng de rest van de deegingrediënten met elkaar tot er 'strooisel' (een korrilig deeg) ontstaat.
    Doe de helft daarvan in een grote, ingevette springvorm, druk het goed op de bodem aan en bedek ook de randen van de vorm met het strooisel.
    Scheid de eieren.
    Vermeng de suiker, de boter, de dooiers en het griesmeel met elkaar en spatel er dan de kwark en het citroensap door.
    Klop de eiwitten in een aparte kom stijf en spatel ze door het kwarkmengsel tot een luchtig mengsel ontstaat.
    Giet dit mengsel in de vorm en doe de rest van het strooisel hier bovenop.
    Bak de taart ± 1 uur (soms duurt het wat langer) in een op ± 160°C voorverwarmde oven.
    De taart is goed, als het binnenste van de taart bijna droog is (test met een breinaald).

    Opmerkingen:
    De taart moet rustig worden gebakken. Het is beter om de taart wat langer in de oven te laten, dan hem er precies na een uur uit te halen.
    Als de taart te kort in de oven staat, zakt hij bij het aansnijden in (de binnenkant blijft dan namelijk vloeibaar).
    De taart rijst sterk, maar zakt ook weer sterk in. Het is het beste om de taart in de uitgeschakelde oven iets te laten afkoelen.


    Holger's zware lagentaart

    Voor het deeg:
    500 gr boter (op kamertemperatuur)
    375 gr suiker
    9 eieren
    500 gr bloem
    1/2 pakje bakpoeder (of iets minder)
    200 gr gerapste pure chocolade

    Voor de botercrème:
    250 gr boter (op kamertemperatuur)
    2 vanillestokjes
    4 eetlepels gezeefde poedersuiker
    2 eidooiers
    rode bessenjam

    Voor het glazuur:
    1 blok couverture (bijvoorbeeld van Schwartau)

    Meng voor het deeg de boter, suiker en 8 eieren ± 20 minuten door elkaar.
    Doe er dan door een zeef de bloem en het bakpoeder bij en meng ze door het botermengsel.
    Verdeel het deeg in 2 helften.
    Meng het laatste ei en de chocolade door één helft.
    Roer voor de botercrème de boter zacht.
    Schraap het merg uit de vanillestokjes en meng dit samen met de poedersuiker en de eidooiers door de boter.
    Maak laagjes van de 2 soorten deeg. De procedure is als volgt:
    Vet de bodem van een grote springvorm (zonder rand!) in en smeer hier een laag deeg van ± 1/2 cm op.
    Prik met een vork gaatjes in het deeg en bak het in 15-20 minuten op 200°C bruin.
    Zet de bodem daarna op een natte, koude handdoek, dan laat het deeg gemakkelijk(er) los.
    Doe hetzelfde met de rest van het deeg. Het handigste is het om meerdere bodems tegelijkertijd te gebruiken.
    Stapel deze bodems op een schaal wat betreft de kleur om en om op elkaar.
    Doe om en om jam of botercrème tussen/op de bodems.
    Leg iets plats bovenop de taart, leg er een gewicht op en laat dit 1 nacht staan. Er zal wat van de vulling uitlopen, maar dat hoort zo.
    Snijd de volgende dag de buitenkant recht af en verdeel de gesmolten couverture over de taart.
    Snijd van deze taart zeer kleine, smalle stukjes.

    Deze taart is vrij lang houdbaar. Hoe langer de taart staat, des te lekkerder wordt hij.


    Hollandse appeltaart

    (± 12 punten)

    200 gr koude boter
    350 gr volkorenbloem
    200 gr fijngemalen hazelnoten (met vlies)
    150 gr lichtbruine basterdsuiker
    1/2 theelepel bakpoeder
    3 eieren
    bloem om te bestuiven
    150 gr amandelspijs
    de rasp van 1 citroen
    3 volle eetlepels frambozenjam
    4-5 stevige friszure appels
    1 1/2 theelepel kaneel
    3 eetlepels geschaafde amandelen

    Snijd de koude boter in kleine stukjes.
    Maak van de volkorenbloem, de gemalen noten, de suiker, het bakpoeder, de in stukjes gesneden boter en 2 van de eieren met koele handen snel een soepel deeg.
    Verdeel het deeg in 2/3 en 1/3 deel en zet het 1 uur in de koelkast.
    Rol het deeg op een dun met bloem bestoven werkvlak tot 2 ronde lappen uit.
    Maak 1 lap met een doorsnee van 35 cm en 1 lap met een dikte van 1/2 cm.
    Vet een springvorm van 28 cm doorsnee in en bekleed hem met de grootste deeglap.
    Druk de randen vast en snijd de bovenrand bij.
    Snijd de 1/2 cm dikke lap in repen van 3 cm.
    Verwarm de oven voor op 175°C.
    Klop het laatste ei los.
    Prak de spijs met de helft van het losgeklopte ei en de citroenrasp los en verdeel dit gelijkmatig over de bodem.
    Verdeel de frambozenjam erover.
    Schil de appels en snijd ze in vieren.
    Verwijder het klokhuis en snijd de kwarten in dunne partjes.
    Bestrooi de partjes appel met de kaneel en schik ze dakpansgewijs in cirkels op de jam.
    Bestrooi met de amandelen en dek de taart met de deegrepen in een ruitpatroon af.
    Bestrijk het deeg met de rest van het losgeklopte ei en bak de taart in het midden van de oven in 60-70 minuten mooi bruin en gaar.


    Honing-gemberkoek

    300 gr bloem
    275 gr bruine basterdsuiker
    2 theelepels bakpoeder
    2 theelepels gember
    2 theelepels kaneel
    150 gr zachte boter
    6 eetlepels vloeibare honing
    2 eieren
    10 bolletjes gember
    poedersuiker

    Verwarm de oven voor op 160°c.
    Meng de bloem, basterdsuiker, gember en kaneel in een mengkom door elkaar.
    Smelt de boter in een steelpannetje en roer er de honing door.
    Roer het enigszins afgekoelde botermengsel al roerend door de bloem.
    Voeg één voor één de eieren toe en meng er tot slot de fijngesnipperde gember door.
    Beboter een springvorm van 24 cm doorsnee, leg het deeg in de vorm en druk het met de handen uit.
    Zet de vorm midden in de warme oven en bak de honing-gemberkoek in ± 45 minuten bruin en gaar.
    Neem de koek na het bakken uit de oven, laat hem wat afkoelen en verwijder de vorm.
    Bestrooi de afgekoelde taart vlak voor het serveren met de poedersuiker.


    Honingbrood

    450 gr volkorenmeel
    1 theelepel zuiveringszout
    1/2 theelepel zout
    1 theelepel bakpoeder
    1/4 theelepel kaneelpoeder
    180 gr honing
    4 eetlepels zonnebloemolie
    3 1/2 dl karnemelk
    60 gr kleingesneden walnoten
    1 eetlepel geraspte sinaasappelschil

    Doe alle ingrediënten in een kom en meng ze tot een soepel deeg.
    Vet een cakevorm goed in, bestuif hem met bloem en doe het deeg erin.
    Laat het geheel ± 20 minuten rusten.
    Verwarm de oven voor op 190°C en bak het brood in 45-60 minuten gaar.
    Keer het om op een taartrooster en laat het afkoelen.


    Honingkoekjes uit India

    (Shehed tukra)
    (6-8 personen)

    250 gr zelfrijzend bakmeel
    50 gr ghee of boter
    1/2 theelepel geraspte nootmuskaat
    een snuf gemalen kaneel
    1 1/2 dl melk
    plantaardige olie om te frituren
    4 eetlepels heldere honing
    5 cm pijpkaneel
    4 kruidnagels
    het zaad van 4 kardemompeulen

    Zeef het meel in een kom.
    Smelt in een steelpan de ghee of boter op laag vuur en roer de nootmuskaat en de kaneel erdoor.
    Voeg dit met de melk aan het meel toe en meng het met de handen tot een stevig deeg.
    Kneed het minstens 5 minuten.
    Rol het deeg tot 1/2-1 cm dik uit en snijd het in vierkanten van 3 cm. Verhit in een koekenpan 1 1/2-2 cm olie en frituur de koekjes goudbruin.
    Verwarm intussen in een schone steelpan de honing met de kaneel, de kruidnagels en de kardemom zachtjes 3-5 minuten tot de honing het aroma van de specerijen heeft aangenomen.
    Schep de gebakken koekjes met een schuimspaan uit de olie en laat ze op keukenpapier snel uitlekken.
    Leg ze op een schotel en zeef de gekruide honing erover.
    Laat de honingkoekjes afkoelen alvorens ze te serveren.

    Deze zoete honingkoekjes worden in India meestal als snack geserveerd, maar ze zijn ook een aardig dessert voor bijzondere gelegenheden. Zoals het meeste gebak, zijn ze vers het lekkerst, maar ze blijven in de koelkast wel een week houdbaar.


    Ierse theecake

    2 3/4 dl koude sterke thee
    450 gr gedroogde vruchten (abrikozen, appels)
    225 gr bruine suiker
    100 gr fijngehakte walnoten
    100 gr in vieren gesneden kersen
    1 met 2 eetlepels melk losgeklopt ei
    450 gr zelfrijzend bakmeel

    Week de vruchten samen met de suiker een nacht in de thee.
    Voeg de volgende dag de overige ingrediënten toe en meng alles goed door elkaar.
    Doe het beslag in een bakvorm van 30 x 25 cm en bak de cake 1 1/4 uur in een op 170°C voorverwarmde oven.
    Laat de cake direct uit het blik op een rooster afkoelen.
    Serveer de cake in plakken, besmeerd met boter.


    IJstaart

    1/2 liter slagroom
    1 pakje Klop-klop (2 zakjes)
    3 pakjes schuimbatons met chocola
    een scheutje drank (bijvoorbeeld rum of Amaretto)
    suiker
    een springvorm van 28 cm doorsnee

    sla de slagroom met suiker stijf en doe dat in een andere kom met de Klop-klop.
    Bekleed de springvorm met aluminiumfolie en bedek de bodem met batons.
    Verkruimel de rest van de batons boven de slagroom, voeg de Klop-klop en de drank toe, roer alles goed door elkaar en doe het mengsel in de springvorm.
    Zet de vorm 6 uur in de vriezer.
    Als u er geen drank in doet, wordt de taart harder en is dan moeilijker te snijden.


    Italiaanse koekjes

    225 gr suiker
    250 gr boter
    450 gr bloem
    3 eetlepels bakpoeder
    5 eieren
    2 eetlepels vanillesuiker

    Kneed de boter en de suiker door elkaar.
    Vermeng de bloem en het bakpoeder, voeg dit aan het boter-suikermengsel toe en kneed het deeg tot alles goed is gemengd.
    Klop de eieren met de vanillesuiker los, voeg ze aan het deeg toe en kneed verder tot het deeg soepel is.
    Verdeel het deeg, alvorens er koekjes van te vormen, in 3 gelijke stukken, leg de koekjes daarna op een licht ingevette bakplaat en bak ze 8-10 minuten in een op 200°C voorverwarmde oven.
    Voeg voor chocoladekoekjes 2 eetlepels cacao, een snuf kaneel en 50 gr gehakte hazelnoten aan 1/3 deel van het deeg toe, kneed goed door en vorm er balletjes van ± 2 1/2 cm van.
    Bestrijk de koekjes, nadat ze zijn gebakken en afgekoeld, met een glazuur van poedersuiker, boter en wat cacao.
    Voeg voor amandelkoekjes 1 theelepel amandelolie aan 1/3 deel van het deeg toe en vorm er balletjes van ± 2 1/2 cm van.
    Bestrijk de koekjes, nadat ze zijn gebakken en afgekoeld, met een glazuur van poedersuiker, vanillesuiker en melk.
    Desgewenst kunt u de koekjes kleuren door wat roze of groene kleurstof met het deeg mee te kneden.
    Voeg voor sesamkoekjes 1 theelepel anijsessence aan 1/3 deel van het deeg toe, vorm er kleine rolletjes van (± 1 vinger lang) en wentel die door sesamzaad.

    U kunt de amandelkoekjes ook zo maken:
    Voeg aan 1/3 deel van het deeg 1 theelepel amandelolie toe en verdeel het deeg in tweeën.
    Meng door de ene helft wat roze kleurstof en door de andere helft wat groene kleurstof.
    Rol beide helften uit tot een rechthoek van 8 x 16 cm en druk ze op elkaar.
    Snijd de koek, na het bakken en glazuren diagonaal in stukjes.
    U kunt de chocoladekoekjes op dezelfde manier bakken en snijden.
    Bestrooi die dan, nadat ze zijn geglazuurd, met wat gehakte hazelnoten.
    Houd er rekening mee, dat de koekjes bij het snijden gemakkelijk breken. Gebruik daarom een vlijmscherp, niet gekarteld mes.
    Om het glazuren van de ronde koekjes te vergemakkelijken, kunt u ze ondersteboven in een kom met het glazuur dopen en ze daarin even ronddraaien.


    Italiaanse Mascarpone-fruittaartjes

    (8 stuks)

    300 gr gemengd rood fruit, zoals aardbeien, rode bessen en frambozen
    2 eetlepels Crème de Cassis of Fraise des Bois (likeur)
    8 beschuitbollen
    300 gr Mascarpone
    1 eetlepel vanillesuiker
    ± 1/3 potje frambozenjam
    2 eetlepels gepelde, grofgehakte pistachenoten
    4 eetlepels rode dessertsaus (flesje)

    Schep de aardbeien (in plakjes), de bessen (gerist) en de frambozen met de likeur om.
    Laat de drank 1 uur intrekken, schep het fruit af en toe om en laat het uitlekken.
    Klop de Mascarpone met de vanillesuiker los.
    Snijd de beschuitbollen overlangs doormidden, bestrijk de onderste helften dik met jam en breng daarop 4 laagjes Mascarpone en fruit aan (houd wat van de Mascarpone achter voor de garnering).
    Dek af met de bovenhelften van de beschuitbollen, verdeel er de rest van de Mascarpone over, bestrooi met de gehakte pistachenoten en lepel er de dessertsaus over.


    Joodse amandelkoek

    280 gr bloem
    een flinke mespunt zout
    50 gr gezeefde poedersuiker
    6 eetlepels olijfolie
    100 gr gewassen rozijnen zonder pitjes
    2 dl zoete rode wijn
    1 ei
    1 eidooier
    4 eetlepels oranjemarmelade
    100 gr gezeefd paneermeel
    100 gr gemalen amandelen
    100 gr gemalen gepelde hazelnoten
    300-400 gr donkerbruine basterdsuiker
    25 gr boter
    poedersuiker

    Doe 250 gr bloem met bijna al het zout, de poedersuiker en 3 eetlepels olie in een kom, roer alles door elkaar en kneed er een enigszins samenhangend mengsel van.
    Voeg de rest van de olie toe en zoveel koud water dat u er een soepel deeg van kunt vormen.
    Kneed dit goed door en verdeel het in 3 evengrote porties.
    Bestuif het aanrecht met de rest van de bloem, rol de porties deeg na elkaar zo groot als de bodem van de vorm uit tot lappen van 1/3 cm dik en zet de deeglappen, bedekt met een doek, even op een niet te warme plaats weg.
    Zet de rozijnen in een kleine steelpan met zoveel warm water op dat ze juist onder staan en laat het water 2-3 minuten koken.
    Giet het water af, voeg de wijn toe en laat de rozijnen op een warme plaats wellen.
    Klop het ei en de eidooier met 1 eetlepel water los en roer er dan de oranjemarmelade, 60 gr paneermeel, de amandelen, de hazelnoten en de basterdsuiker door.
    Beboter de bakvorm en schuif het rooster in het midden van een op 175°C voorverwarmde oven.
    Schep de rozijnen met het weekwater door de eieren met de noten, roer hier wat zout en, als het mengsel tamelijk zacht is, de rest van het paneermeel door en verdeel de inhoud van de kom in 2 gelijke porties.
    Leg een deeglap in de bakvorm, strijk er de helft van de vulling op uit, leg daar weer een deeglap op met de rest van de vulling en dek die met de laatste deeglap af.
    Zet de vorm in de oven, laat het deeg in 45-55 minuten gaar worden en laat het gebak daarna in de oven afkoelen.
    Keer de vorm om op een taartrooster en laat het gebak verder koud worden.
    Stuif er poedersuiker op en snijd het gebak in ruitvormige stukken.


    Kaasrolletjes met gemberjam

    (2 personen)
    Nagerecht

    2 loempiavelletjes
    100 gr jong belegen kaas aan een stukje
    2 eetlepels gemberjam
    20 gr boter

    Knip de loempiavelletjes elk in 3 repen.
    Snijd de kaas in staafjes, ongeveer ter grootte van een lucifer (ze moeten iets korter zijn dan de breedte van de loempiavelrepen).
    Leg de 6 loempiavelrepen op het aanrecht.
    Leg de staafjes kaas onderaan de loempiavelrepen en verdeel de gemberjam
    over de kaas.
    Vouw de zijkanten er in de lengte overheen, maak ze een beetje nat en rol het geheel van onderen op tot een heel smal rolletje.
    Leg de rolletjes op een bakplaat.
    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Smelt de boter en bestrijk de kaasrolletjes hiermee.
    Laat ze in de hete oven in ± 15 minuten goudbruin worden.


    Kaiserschmarrn I

    (Luchtige pannenkoek met pruimencompote uit Zwitserland)

    1 citroen
    100 gr witte basterdsuiker
    1 theelepel kaneelpoeder
    250 gr gewelde pruimen
    75 gr rozijnen
    2 eetlepels rum
    4 eieren
    1/4 liter melk
    175 gr bloem
    25 gr boter
    poedersuiker uit een strooibus

    Boen de citroen onder koud stromend water goed schoon, rasp er 2 theelepels schil af en pers de citroen uit.
    Breng in een pan 1 dl water met 50 gr basterdsuiker, de geraspte citroenschil, het citroensap en het kaneelpoeder aan de kook.
    Los de suiker al roerend op.
    Voeg de pruimen toe en laat ze ± 10 minuten zachtjes koken.
    Laat ze daarna afkoelen.
    Laat in een kom de rozijnen ± 10 minuten in de rum wellen.
    Splits de eieren.
    Roer in een kom de eidooiers met 50 gr basterdsuiker en de melk los.
    Voeg al roerend de bloem toe en blijf roeren tot een glad beslag ontstaat.
    Klop in een kom de eiwitten stijf en spatel ze luchtig door het beslag.
    Verhit de boter in een koekenpan, schenk het beslag erin en bak het ± 2 minuten.
    Strooi dan de rozijnen over het beslag en bak de pannenkoek op middelhoog vuur tot de bovenkant bijna is gestold.
    Laat de pannenkoek op een bord glijden, leg er een ander bord op, keer ze samen en laat de pannenkoek in de pan terug glijden.
    Bak de onderkant in ± 3 minuten goudbruin.
    Trek de pannenkoek tijdens het bakken met 2 vorken in stukjes.
    Doe ze over op een schaal en strooi er poedersuiker over.
    Doe de pruimencompote over in een schaal en geef die er apart bij.


    Kaiserschmarrn II

    80 gr bloem
    1/4 liter melk
    2 eidooiers
    1 eetlepel suiker
    3 eetlepels (in rum) gewelde rozijnen
    2 eiwitten
    2 eetlepels boter
    poedersuiker

    Roer een glad beslag van de bloem, de melk, de eierdooeiers, de suiker en de rozijnen.
    Klop de eiwitten stijf en spatel ze luchtig door het beslag.
    Smelt 1 eetlepel boter in een matig hete koekenpan, schep het beslag erbij en bak de pannenkoek aan beide kanten.
    Trek de pannenkoek met 2 vorken in kleine stukjes.
    Voeg de rest van de boter toe en laat nog 3 minuten bakken.
    Bestooi met poedersuiker.


    Kaiserschmarrn III

    200 gr bloem
    1/2 theelepel kaneel
    4 gesplitste eieren
    50 gr gesmolten boter
    2 eetlepels suiker
    zout
    1/4 liter melk
    100 gr rozijnen
    50 gr boter om te bakken
    2 mespunten bakpoeder

    Meng de bloem, het bakpoeder, de eidooiers, de gesmolten boter, 1 eetlepel suiker en zout door elkaar.
    Giet er langzaam de melk bij en roer zachtjes; niet husselen.
    Laat dit 10 minuten staan.
    Was de rozijnen en dep ze droog.
    Sla het eiwit zeer stijf.
    Verhit de boter in een zware pan.
    Meng het eiwit en de rozijnen door het deeg.
    Doe het deeg in de pan en bak het aan één kant goudbruin.
    Draai de pannenkoek om en bak ook de andere kant goudbruin.
    Trek de pannenkoek met 2 vorken in stukjes en bak die verder tot het een mooi kleurtje heeft.
    Meng de rest van de suiker met de kaneel en strooi dit erover.
    Een compote van bijvoorbeeld morellen smaakt hier heerlijk bij.


    Kaiserschmarrn IV

    80 gr gezeefde bloem
    zout
    1/8 liter melk
    2 gesplitste eieren
    40 gr suiker
    50 gr rozijnen
    30 gr boter
    poedersuiker
    een grote ovenvaste koekenpan

    Verwarm de oven voor op 190°C.
    Klop de bloem, het zout, de melk en de eidooiers tot een glad beslag.
    Klop de eiwitten met de suiker stijf en spatel ze samen met de rozijnen door het beslag.
    Verhit de boter in de koekenpan, schenk het beslag erin en strijk het glad.
    Bak het 2 minuten, zet de pan daarna in de oven en bak het 8-10 minuten tot de pannenkoek gaar en mooi lichtbruin is.
    Trek de pannenkoek met 2 vorken in stukjes, leg die op verwarmde borden en bestrooi ze rijkelijk met poedersuiker.
    Serveer er rabarbercompote bij.

    Rabarbercompote

    Kook 500 gr mooie rode rabarber in stukjes met 1 dl water en 100-150 gr suiker 15 minuten op zacht vuur tot de rabarber zacht is.
    Laat de rabarber tot lauwwarm afkoelen.


    Kaiserschmarrn V

    3 eieren
    1/2 appel
    200 gr cakemeel (pak á 500 gr, Koopmans)
    3 dl melk
    zout
    100 gr rozijnen
    2 eetlepels rum
    40 gr boter
    poedersuiker

    Splits de eieren en klop de eiwitten in een vetvrije kom stijf.
    Schil en rasp de appel.
    Zeef het cakemeel.
    Klop een beslag van het cakemeel, de eidooiers, de melk, de appel en wat zout en schep er voorzichtig het eiwit door.
    Was de rozijnen met lauwwarm water, laat ze uitlekken en besprenkel ze met de rum.
    Laat 1/4 deel van de boter smelten in een koekenpan en schep 1/4 deel van het beslag in de pan.
    Bestrooi het beslag met 1/4 deel van de rozijnen en bak de pannenkoek in
    ± 4 minuten lichtbruin en gaar.
    Trek de pannenkoek in de pan met 2 vorken uit elkaar.
    Schep de pannenkoek op een schaal en houd hem onder aluminiumfolie warm.
    Bak op dezelfde manier nog 3 pannenkoeken.
    Schep de kaiserschmarrn op de borden en bestrooi ze met poedersuiker.


    Kaiserschmarrn VI

    3 1/2 dl melk
    1 eetlepel boter
    4 eieren
    2 eetlepels suiker
    150 gr bloem
    1 mespunt zout
    200 gr boerenmeisjes (abrikozen op brandewijn)
    boter om in te bakken
    poedersuiker

    Breng de melk aan de kook.
    Smelt er van het vuur af de boter door en laat het tot lauw afkoelen.
    Breek de eieren in een kom, strooi er de suiker over en klop het Met een handmixer of garde luchtig.
    Zeef de bloem en het zout boven de eieren en klop alles door elkaar.
    Voeg geleidelijk de lauwe melk toe en blijf kloppen tot een soepel beslag ontstaat.
    Laat het beslag ± 30 minuten rusten.
    Snijd de abrikozen in vieren.
    Bak van het beslag in een pan met een klontje boter 2-3 dikke pannenkoeken en snijd die in kleine stukjes.
    Doe nog een stukje boter in de pan, zet het vuur hoog en warm de pannenkoekstukjes en de abrikozen al omscheppend enkele minuten door.
    Houd ze desgewenst in een schaal (in de magnetron( warm.
    Serveer de Kaiserschmarrn op een diep bord, bestrooid met poedersuiker.


    Kaiserschmarrn met pruimencompote

    70 gr rozijnen
    1 eetlepel rum
    2 eieren
    1/4 liter melk
    40 gr suiker
    160 gr bloem
    zout
    40 gr boter
    2 eetlepels poedersuiker

    Voor de pruimenmoes:
    1 kg pruimen
    1 citroen
    1/8 liter water
    200 gr suiker
    5 stukje kaneel 2 cm

    Was de pruimen en halveer en ontpit ze.
    Schil de citroen dun en pers hem uit.
    Breng het water met de suiker, de kruidnagel, de kaneel, de citroenschil en het citroensap in een grote pan aan de kook en laat ± 3 minuten koken.
    Voeg, als de pruimen erg zuur zijn, iets meer suiker toe.
    Verwijder de kruidnagel, de kaneel en de citroenschillen, voeg de pruimen toe en laat ze, onder af en toe roeren, ± 1 uur zachtjes koken tot de velletjes van de pruimen zijn losgekomen.
    Laat de moes koud worden en bereid intussen de Kaiserschmarrn.
    Was de rozijnen, maak ze droog en besprenkel ze met de rum.
    Splits de eieren.
    Kluts de eidooiers met de melk en de suiker en roer dit met de bloem tot een glad dunvloeiend beslag.
    Klop het eiwit met het zout tot een stijve witte massa en schep dit voorzichtig door het beslag.
    Verhit de boter in een grote pan, doe het beslag erin, laat het zachtjes bakken en strooi de rozijnen erover.
    Snijd de schmarrn in stukjes en laat, van het vuur af, nog even staan.
    Leg de kaiserschmarrn op een voorverwarmd bord, bestrooi met poedersuiker en serveer de pruimenmoes er apart bij.


    Kaneelbroodjes

    680 gr zoet brooddeeg (recept volgt)

    Voor het deeg:
    2 dl melk
    2 dl water
    1 ei
    400 gr bloem
    2 theelepels zout
    50 gr boter
    50 gr suiker
    7 1/2 gr gistvlokken

    Voor de vulling:
    1 eetlepel gesmolten boter
    2 eetlepels suiker
    2 eetlepels bruine suiker
    1 eetlepel kaneel
    (25 gr rozijnen en/of 50 gr walnoten in stukjes)

    Voor het glazuur:
    5 eetlepels gesmolten boter
    70 gr witte of bruine suiker

    Maak een brooddeeg door alle deegingrediënten in een mixer of foodprocessor te mengen.
    Doe het deeg in een met boter of olie ingevette kom en dek het met een vochtige doek af.
    Laat het deeg op een warme plaats rijzen tot het volume is verdubbeld (± 1 1/2-2 uur).
    Giet de gesmolten boter en de suiker voor het glazuur in een cakevorm of ovenschaal van ± 22 x 33 cm of in 2 ronde schalen of vormen van 20 cm doorsnee.
    Strooi de suiker over de boter en zet dit even apart.
    Rol het deeg met een deegrol uit tot een deeglap van 23 x 45 cm.
    Smeer de gesmolten boter voor de vulling over de deeglap, laat 2 cm van de rand onbedekt.
    Vermeng de suiker, kaneel en evt. rozijnen en/of walnootstukjes en strooi dit mengsel gelijkmatig over de met boter bedekte deeglap.
    Rol de lap, beginnend bij het lange gedeelte stevig op en vouw de uiteinden dicht.
    Maak met een mes ± 3 cm. van elkaar gelijke inkepingen.
    Neem een ± 30 cm lang stuk tandfloss of dun touw en breng dit onder de rol. Breng daar waar de inkeping van boven is de 2 uiteinden van het touw naar elkaar toe.
    Kruis de 2 uiteinden van boven, zodat het touw door de deegrol snijdt.
    Ga zo door tot er 12 rolletjes zijn.
    Zet de rolletjes met de gesneden kant op de suiker/boter vlak naast elkaar in de ovenschaal, maak ze met de hand ietsje plat en dek het geheel met een stukje folie of plastic af.
    Laat het geheel in een op lage temperatuur voorverwarmde oven 30-45 minuten rijzen.
    Neem de schaal uit de oven en verwarm de oven tot 175°C.
    Zet de schotel dan weer in de oven en bak de broodjes 25-30 in minuten goudbruin.
    Haal ze uit de oven en stort ze op een groot bord.
    Serveer ze warm bij een kop chocolade of koffie.


    Kaneelijstaart

    4 eidooiers
    100 gr fijne tafelsuiker
    3 eetlepels kaneelpoeder
    2 dl slagroom
    1/2 appel
    4 eetlepels vijgenjam
    2 eetlepels citroensap
    8 kaneelamandelen

    Doe de dooiers met de suiker en 2 eetlepels kaneelpoeder in een vuurvaste kom, zet die in een pan kokend water en klop het met een mixer tot een romig mengsel.
    Zet de kom in een schaal koud water en blijf kloppen tot het mengsel is afgekoeld.
    Klop de slagroom halfstijf en spatel hem luchtig door de afgekoelde vla.
    Doe het mengsel over in een ronde diepvriesdoos en laat het ijs in ± 4 uur bevriezen.
    Schil de appel, verwijder het klokhuis en snijd het vruchtvlees in stukjes.
    Verwarm vlak voor het serveren de vijgenjam met het citroensap, schep de appel erdoor en warm die 1 minuut mee.
    Stort het ijstaartje op een schaal, garneer het met de amandelen en bestuif het met de rest van het kaneelpoeder.
    Snijd het taartje in punten en serveer die met de warme saus.


    Kaneelijstaart II

    3/4 liter vanilleroomijs
    1 pak bokkepootjes (200 gr)
    3 eetlepels abrikozenjam
    2 eetlepels koffielikeur
    2 eetlepels kaneelpoeder
    1/8 liter slagroom
    2 eetlepels poedersuiker

    Laat het ijs in ± 30 minuten buiten de diepvries zacht worden.
    Verkruimel de helft van de bokkepootjes, meng er 1 eetlepel jam door en druk dit mengsel op de bodem van een springvorm van (18 cm doorsnee uit.
    Halveer de rest van de bokkepootjes en zet ze met de chocoladekant naar boven tegen de rand van de vorm.
    Roer de rest van de jam, de koffielikeur en 1 1/2 eetlepel kaneelpoeder door het zachte ijs en schep het ijs in de vorm.
    Klop de slagroom met de poedersuiker stijf, bedek het ijs met een laag slagroom en maak er mooie pieken in.
    Laat de ijstaart in de diepvries in minstens 2 uur weer bevriezen.
    Zet de ijstaart op een platte schaal en strooi er de rest van de kaneel over.
    Zet eventueel kleine rode kaarsjes op de taart en steek die aan.


    Kastanje-chocoladetaart

    7 ontdooide plakjes diepvriesbladerdeeg
    1 losgeklopt ei
    300 gr bittere chocolade in kleine brokjes
    1 blik gezoete kastanjepuree (400 gr)
    100 gr gehakte hazelnoten
    poedersuiker
    een lage taartvorm, doorsnee 26 cm
    bakpapier
    steunvulling (bijvoorbeeld van oude gedroogde bruine bonen)

    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Leg de plakjes deeg op elkaar en rol ze uit tot een cirkel van ± 32 cm doorsnee.
    Bekleed de taartvorm met het deeg en knijp op knip de rand van het deeg op een leuke manier in.
    Prik de deegbodem met een vork regelmatig in.
    Leg het bakpapier met de steunvulling op de deegbodem, bestrijk de deegrand met losgeklopt ei en bak de deegbodem ± 20 minuten in het midden van de oven.
    Verwijder de steunvulling en het bakpapier en laat de taartbodem op een rooster afkoelen.
    Maak de vulling.
    Smelt 200 gr chocolade in een kom boven een pan heet water (au bain-marie).
    Klop de kastanjepuree los (verwarm hem eventueel een beetje) en meng de puree met de gesmolten chocolade en de fijngehakte noten.
    Schenk het kastanjemengsel op de afgekoelde deegbodem en laat opstijven.
    Smelt 100 gr chocolade en strijk die over de afgekoelde vulling.
    Bestrooi de deegrand met poedersuiker.


    Karamelflensjes

    (Mexico)

    1 blikje gesuikerde gecondenseerde melk
    25 gr boter
    1 dl sinaasappelsap
    75 gr fijngehakte walnoten
    1 eetlepel tequila of wodka

    Voor de flensjes:
    50 gr bloem
    1 ei
    3 dl melk
    zout
    40 gr boter

    Leg het blikje in een pan en schenk er zoveel water op dat het helemaal onder staat.
    Breng het water aan de kook en laat het 2-3 uur zachtjes koken.
    Vul het water regelmatig bij.
    Laat het blikje in het water afkoelen.
    De gecondenseerde melk is nu een romige karamelsaus geworden.
    Klop met een mixer een beslag van de bloem, het ei, de melk en een snufje zout, laat het 1 uur op kamertemperatuur rusten en klop er dan de gesmolten boter door.
    Bak van het beslag dunne flensjes in een pan met anti-aanbaklaag.
    Vouw ze in vieren.
    Smelt voor de saus de boter, voeg de gekarameliseerde, gecondenseerde melk en het sinaasappelsap toe en laat alles goed warm worden.
    Leg de flensjes erin en strooi de walnoten erover.


    Kersencrêpes met likeur

    Klop 1 groot ei met een snufje zout en roer er 30 gr bloem en 2 dl melk door.
    Verhit een klontje boter in een koekenpan en bak hierin ± 8 flinterdunne flensjes.
    Houd ze warm.
    Laat een kleine pot kersen uitlekken en bewaar het vocht.
    Smelt 3 eetlepels suiker in 50 gr boter, voeg er 1 dl kersennat bij en
    laat dit op een niet te hoog vuur tot de helft inkoken.
    Roer er de kersen en 1 borrelglas kersenlikeur door.
    Haal de crêpes door de saus, vouw ze twee keer op tot een driehoek en leg ze op een schaal.
    Giet de saus met de kersen erover.


    Kersencroissants

    (6 personen)

    1 klein blikje croissantdeeg
    2 eetlepels citroenmarmelade (Robertson's)
    8 grote kersen
    2 eetlepels melk
    poedersuiker

    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Rol het croissantdeeg uit.
    Let op het midden van elk deeglapje een schepje marmelade en 1 ontpitte kers.
    Rol het deeg tot croissants op en bestrijk ze met de melk.
    Bak de croissants 20 minuten in het midden van de oven.
    Bestrooi ze met poedersuiker.


    Kersentaart

    500 gr ontpitte kersen
    3 3/4 dl melk
    4 eieren
    75 gr bloem
    60 gr kristalsuiker
    1 vanillestokje
    1 eetlepel kirsch
    poedersuiker

    Verwarm de oven voor op 180°C.
    beboter een ondiepe ovenschaal van 1 1/2 liter inhoud.
    Dep de kersen met keukenpapier droog en schik ze op de bodem van de beboterde schaal of vorm.
    Draai de melk, de eieren, de bloem, de kristalsuiker, het vanillemerg en de kirsch in een keukenmachine tot t een glad beslag.
    Let op dat er geen klontjes komen; doe het, als dit wel gebeurt, even door een zeef.
    Giet het beslag over de kersen en bak de taart in het midden van de oven in 45-60 minuten goudbruin (of tot de bovenkant goudbruin is en een erin gestoken houten prikkertje er droog
    uit komt).
    Bestrooi met poedersuiker en dien warm op.


    Kerstkransjes

    1 ei
    125 gr suiker
    250 gr bloem
    2 1/2 theelepel bakpoeder
    100 gr ontvelde amandelen
    125 gr honing
    melk
    zout
    1 mespuntje gemalen kruidnagel
    1 mespuntje kaneel
    1 mespuntje koriander

    Roer het ei met de suiker schuimig en roer er dan de bloem, het bakpoeder, zout en de even met de specerijen verwarmde honing door.
    Kneed het deeg, zet het een half uurtje koud weg en rol het dan tot een niet te dunne lap uit.
    Steek hier kransjes uit en druk in elk kransje 5 amandeltjes.
    Bestrijk ze met melk.
    Leg ze op een beboterd bakblik en zet dit 15-20 minuten middenin een matigwarme oven (160°C).


    Kerststerren

    Voor ± 40 koekjes:
    225 gr bloem
    100 gr poedersuiker
    100 gr boter
    1 vanillestokje
    zout
    3 eieren
    150 gr suiker
    175 gr ontvliesde en gemalen amandelen
    1 theelepel kaneel

    Kneed een deeg van de bloem, de poedersuiker, de boter, het zaad uit het vanillestokje, wat zout en 3 eidooiers en zet het op een koele plaats.
    Klop de eiwitten stijf en meng er dan de suiker, de gemalen amandelen en de kaneel door.
    Rol het deeg uit tot een lap van 1/2 cm dik.
    Steek de kerststerren hieruit en leg ze op een beboterd bakblik.
    Doe het eiwit-amandelschuim in een spuitzak met een fijn spuitmondje en spuit hiermee een klein sterretje op de koekjes.
    Zet het bakblik in het midden van een vrij warme oven (175-200°C) en bak de kerststerren in ± 20 minuten gaar.


    Kerststol

    500 gr bloem
    50 gr gist
    75 gr suiker
    1/4 liter lauwwarme melk
    100 gr boter
    50 gr reuzel
    zout
    2 cl rum
    5 druppels bittere amandelolie
    de geraspte schil van 1/2 citroen
    150 gr rozijnen
    100 gr Franse vruchtjes
    75 gr oranjesnippers
    75 gr sukade
    75 gr geconfijte ananas
    150 gr gebakken amandelen
    boter om in te vetten
    bloem om te bestuiven
    50 gr boter om te bestrijken
    50 gr gezeefde poedersuiker

    Doe de bloem in een grote kom, maak in het midden een kuiltje en brokkel de gist daarin.
    Strooi er 1 theelepel suiker over en voeg een scheutje van de warme melk toe.
    Roer het met wat bloem van de rand uit tot een glad 'voordeegje'.
    Strooi de bloem erover en laat op een warme plaats 15 minuten rijzen tot het volume zich heeft verdubbeld.
    Laat de boter met het varkensvet in een pannetje uitsmelten en laat het weer afkoelen.
    Doe de suiker, de rest van de melk, zout, de rum, de bittere amandelolie en het citroensap bij het deeg en kneed het erdoor.
    Blijf kneden en slaan tot er blazen ontstaan en het deeg gemakkelijk van de handen en de kom loslaat.
    Dek de kom met en schone theedoek af en laat op een warme plaats nog eens 30 minuten rijzen.
    Overgiet intussen de rozijnen in een kom met kokend water.
    Laat ze daarin 5 minuten "wellen en laat ze daarna uitlekken.
    Droog ze goed in een theedoek en meng er wat bloem door.
    Snijd de Franse vruchtjes in vieren en hak de oranjesnippers, de sukade en de stukken ananas fijn.
    Kneed alle soorten vruchtjes met de gehakte amandelen door het deeg.
    Bekleed een bakblik met aluminiumfolie en smeer het met boter in.
    Bestuif een werkvlak met bloem en rol het deeg daarop uit tot een langwerpige lap van ± 2 cm dik.
    Rol beide lange kanten naar het midden op en geef er de vorm van een stol aan.
    Leg het deeg op het bakblik.
    Laat het toegedekt op een warme plaats nog eens 45 minuten rijzen en schuif het bakblik daarna 50 minuten op de middelste richel van de op 200°C voorverwarmde oven.
    Bestrijk de stol uit de oven warm met gesmolten boter en strooi er poedersuiker over.


    Kersttaart van witte chocolademousse

    (8 personen)

    frambozen- of aardbeiensaus
    taartversiering

    Voor de witte chocolademousse:
    225 gr goede witte chocolade
    4 blaadjes witte gelatine
    6 dl slagroom

    Voor de bruine glazuurlaag:
    4 eetlepels slagroom
    1 theelepel honing
    30 gr bittere chocolade in kleine stukjes
    een achthoekige vorm of ronde springvorm van 20 cm, de bodem van de vorm met bakpapier bekleed

    Witte chocolademousse:
    Smelt de witte chocolade in een kom boven een pan met heet water.
    Week de gelatine 5 minuten in ruim koud water.
    Verwarm 1 dl slagroom en los hierin van het vuur af de uitgeknepen gelatineblaadjes op.
    Roer het gelatinemengsel door de chocolade en laat het mengsel onder roeren iets afkoelen.
    Klop 5 dl slagroom stijf en spatel dit door het chocolademengsel.
    Schep de mousse in de vorm en laat hem in de koelkast minstens 3 uur opstijven.

    Bruine chocoladeglazuur:
    Verhit de slagroom met de honing en schenk het mengsel in een dun straaltje op de chocolade.
    Laat de chocolade onder roeren smelten.
    Laat de glazuur iets afkoelen en schenk hem daarna op de witte chocolademousse.
    Beweeg de vorm heen en weer, zodat de glazuur zich goed over de bovenkant van de mousse verdeelt.
    Laat de mousse in de koelkast nog minstens 2 uur opstijven.
    Haal de mousse uit de vorm en garneer met de taartversiering.
    Serveer de mousse in punten gesneden met frambozen- of aardbeiensaus.

    Frambozen- of aardbeiensaus

    Pureer 500 gr frambozen of aardbeien en zeef de puree eventueel.
    Breng de vruchtenpuree op smaak met het sap van 1/2 citroen en 50 gr poedersuiker.


    Kersttulband

    Voor een vorm van 2 liter inhoud:
    4 eieren
    200 gr kristalsuiker
    2 zakjes vanillesuiker
    200 gr bloem
    zout
    200 gr boter
    100 gr gesneden Franse vruchtjes
    50 gr ontvelde, gehakte amandelen
    poedersuiker

    Klop de eieren met de suiker en de vanillesuiker schuimig en roer er afwisselend de gezeefde bloem met wat zout, de gesmolten en weer afgekoelde boter en het vulsel door.
    Doe deze massa in een beboterde tulbandvorm en in een klein taartvormpje en zet beide vormen ±11/4 uur op het bakblik onderin een matig warme oven (150°C.
    Haal het kleine vormpje er na een half uur uit.
    Keer de tulband op een taartrooster en laat hem koud worden.
    Zet het kleine cakeje erop en bestrooi het geheel dik met poedersuiker.
    Strik er een rood lint omheen en steek er een hulsttakje in.


    Ketelkoek

    1 pak zelfrijzend bakmeel
    ± 350 gr krenten en rozijnen
    sukade en oranjesnippers naar keuze
    ± 1/2 liter melk
    boter om de vorm in te vetten
    een mengsel van 1/2 kopje suiker met kaneel naar smaak

    Vet een afsluitbare (tulband)vorm in met boter en strooi er wat van het suiker-kaneelmengsel op.
    Meng het bakmeel met de melk en naar keuze een snufje zout in een kom.
    Was de rozijnen en krenten, wel ze in lauw water, laat ze uitlekken en voeg ze aan het bakmeel-melkmengsel toe.
    Doe er de sukade en oranjesnippers bij.
    Doe het hele mengsel over in de afsluitbare vorm en strooi er de rest van het kaneel-suikermengsel over.
    Sluit de vorm af, zet hem in een goed afsluitbare, voor 3/4 met kokend water gevulde pan en laat op zacht vuur 2 uur koken.

    U kunt de ketelkoek warm en koud eten. Doe, als u hem warm eet, roomboter op en er nog wat suiker met kaneel op.


    Klappertaart

    (10-12 punten)

    4 sneetjes oud witbrood
    1 pak jonge kokos (450 gr, toko, diepvries)
    1 blik kokosmelk (4 dl)
    4 eieren
    175 gr suiker
    2 zakjes vanillesuiker
    2 eetlepels zachte boter
    10-12 druppels kokos-essence (toko)
    2 eetlepels bloem
    (1 kokosnoot)
    een ingevette taartvorm of vuurvaste schaal

    Verwarm de oven voor op 175°C.
    Week het brood in de kokosmelk.
    Snijd de kokos in schuine reepjes van 6 x 1/2 cm.
    Klop de eieren met de suiker en de vanillesuiker dik en schuimig.
    Voeg de boter toe en klop die erdoor.
    Klop de bloem, het geweekte niet-uitgeknepen brood en de kokos-essence erdoor en schep de reepjes kokos door het beslag.
    Schenk het beslag in de vorm of schaal en bak de taart in het midden van de oven in 50 minuten lichtbruin en gaar.
    Garneer de taart eventueel met (met een kaasschaaf geschaafde) flinters vruchtvlees van kokosnoot.


    Kletskopmandjes

    (8 personen)

    50 gr bloem
    1 theelepel gemberpoeder
    50 gr boter
    50 gr basterdsuiker
    2 eetlepels schenkstroop
    2 theelepels brandy
    1/8 liter slagroom
    1 zakje slagroomversteviger
    1 eetlepel gembernat
    4 eetlepels fijngehakte bakgember

    Bekleed een bakblik met een stuk bakpapier en verwarm de oven voor op 180°C.
    Zeef de bloem met het gemberpoeder.
    Smelt op laag vuur de boter met de suiker en de stroop en neem de pan van het vuur.
    Voeg de bloem, het gemberpoeder en de brandy toe en roer alles goed door het botermengsel.
    Verdeel het beslag in 8 porties en leg die met ± 10 cm tussenruimte op het bakblik.
    Bak de koekjes in ± 12 minuten tot het beslag bubbelt en de koekjes zijn gekleurd.
    Neem het bakblik uit de oven en laat de koekjes 1-2 minuten afkoelen.
    Haal de koekjes met een pannenkoekmes van het blik en druk ze voorzichtig in 8 kopjes of bakvormpjes zodat er een bakje ontstaat.
    Laat ze in de vormpjes verder afkoelen.
    Klop de slagroom met het zakje versteviger en het gembernat stijf en spatel er de helft van de gember door.
    Vul de mandjes met dit mengsel en garneer ze met de rest van de gember.
    Serveer direct.

    Tip: Rol de warme koekjes om de steel van een houten lepel.
    Gebruik in plaats van de gember dezelfde hoeveelheden limoenrasp en -sap.


    Kletskoppen I

    (24 koekjes)

    20 gr gepelde amandelen
    30 gr boter
    100 gr bruine basterdsuiker
    1/2 eetlepel water
    zout
    30 gr bloem
    1/2 theelepel kaneel

    Hak de amandelen fijn.
    Roer de boter in een grote kom romig.
    Roer er de basterdsuiker, het water en (weinig) zout door.
    Zeef de bloem en de kaneel boven de kom en kneed ze met de gehakte amandelen door het deeg.
    Draai 24 grote balletjes van het deeg.
    Smeer een bakblik in met boter en leg daar met een flinke tussenruimte 12 van de deegballetjes op.
    Verwarm de oven voor op 220°C.
    Schuif het blik in de oven (met overwegend onderwarmte) en bak de koekjes in 20 minuten gaar.
    Laat ze uit de oven even afkoelen, snijd de koekjes dan, als ze nog warm zijn, met een scherp mes van het bakblik los en laat ze op de bakplaat zelf verder afkoelen.
    Bak de andere 12 koekjes op dezelfde manier.


    Kletskoppen

    II

    125 gr boter
    200 gr bruine basterdsuiker
    50 gr suiker
    100 gr bloem
    1/2 theelepel kaneel
    1 mespunt zout
    125 gr gepelde, grofgehakte amandelen

    Roer de boter zacht en voeg de gezeefde basterdsuiker, de suiker, de gezeefde bloem, de kaneel, het zout en de amandelen toe.
    Vorm met 2 theelepels kleine bergjes van dit mengsel en leg deze met een onderlinge afstand van 5 cm op een beboterd bakblik.
    Laat de koekjes bovenin een op 225°C voorverwarmde oven in ± 5 minuten uitvloeien en bak ze daarna op 175°C in 10 minuten gaar.
    Neem ze, terwijl ze nog warm zijn, met een pannenkoekmes voorzichtig van het bakblik.


    Kletskoptaartjes

    1 reep pure chocolade (75 gr)
    12 kletskopjes
    1 dl slankroom
    zilverpillen voor de garnering

    Breek de helft van de chocolade in stukjes en smelt ze au bain-marie.
    Bestrijk 4 kletskoppen met de gesmolten chocolade.
    Rasp de rest van de chocolade fijn.
    Klop de slankroom stijf en spatel de geraspte chocolade erdoor.
    Doe de slankroom over in een spuitzak met grove kartelmond.
    Spuit 1/3 van de slankroom op de chocoladekletskopjes, leg er 4 andere koekjes op en spuit nog 1/3 van de slankroom erop.
    Leg de laatste koekjes erop, spuit er de rest van de room op en garneer met zilverpillen.


    Knapperige hoorntjes met yoghurt en vers fruit

    2 vellen diepvries fillodeeg (Easy Bakery), ontdooid
    200 gr aardbeien in vieren
    1 eetlepel Crème de Cassis
    1 roze grapefruit in partjes
    2 perziken in partjes
    100 gr Griekse yoghurt
    1 takje verse munt
    4 ingevette roomhoornvormpjes
    een ingevette bakplaat

    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Snijd de fillodeegvellen elk in 4 stroken van 6 cm breed.
    Rol om elk roomhoornvormpje losjes 2 stroken deeg, begin bij de bovenkant en werk naar het puntje toe; het vormpje moet helemaal zijn bedekt.
    Bak de hoorntjes op de bakplaat in het midden van de oven in 10-15 minuten goudbruin.
    Laat ze afkoelen en haal ze voorzichtig van de vormpjes.

    Vulling:
    Laat 100 gr aardbeien met de likeur 5 minuten zachtjes koken en pureer ze.
    Schep de rest van de aardbeien met de grapefruit en de perziken om, verdeel dit over de hoorntjes en leg de hoorntjes op de bordjes.
    Schep de yoghurt en de aardbeiensaus erbij en garneer met muntblaadjes.


    Knapperige tuiles met kwark- en roomvulling

    (8 stuks)

    Voor het deeg:
    3 eiwitten
    100 gr zachte boter
    2 pakjes vanillesuiker
    80 gr suiker
    1 theelepel geraspte sinaasappelschil
    50 gr bloem
    50 gemalen, gepelde amandelen

    Voor de vulling:
    200 gr Griekse yoghurt
    2 eetlepels suiker
    het sap en de geraspte schil van 1/2 citroen
    2 eetlepels fijngemalen en 1 eetlepel fijngehakte ongezouten pistachenootjes 2 dl slagroom
    1 pakje slagroomversteviger
    2 eetlepels sinaasappellikeur
    2 eetlepels sterk gezette koffie
    1 1/2 eetlepel cacaopoeder

    Voor de garnering:
    fruit zoals bessen, bramen, nectarines
    een met bakpapier bekleed bakblik
    een springvorm, doorsnee 15 cm
    2 rechte glazen, doorsnee 8 cm

    Leg een vochtige doek in een vergiet, schep de yoghurt hierin en laat die 1 1/2 uur uitlekken.
    Zet een kom met de eiwitten in een kom warm water om ze iets te verwarmen.
    Roer de boter, de vanillesuiker en de suiker schuimig en roer de eiwitten erdoor.
    Meng in een andere kom de sinaasappelschil, de bloem en de amandelen door elkaar.
    Roer het bloemmengsel door het ander suikermengsel.
    Verwarm de oven voor op 175°C.
    Teken met behulp van de springvorm op het bakpapier 2 ronde cirkels met een doorsnee van 15 cm.
    Strijk op elke cirkel 1 eetlepel deeg glad en bak de deegrondjes in het midden van de oven in 10-12 minuten goudbruin en gaar.
    Haal de bodems met een paletmes voorzichtig van het bakpapier, vouw ze om de glazen en druk ze met de handen verder tot tuiles.
    Laat de tuiles op de glazen afkoelen.
    Bak op dezelfde manier nog 6 tuiles.
    Roer 1 eetlepel suiker door de uitgelekte yoghurt.
    Deel het yoghurtmengsel in tweeën, vermeng de helft met het citroensap en de citroenschil en vul hier 2 tuiles mee.
    Vermeng de andere helft met de fijngemalen pistachenootjes, vul er 2 tuiles mee en strooi er de rest van pistachenootjes over.
    Klop de slagroom met de slagroomversteviger en de rest van de suiker stijf, deel hem in tweeën en meng de helft met de likeur.
    verdeel dit over 2 tuiles.
    Roer de koffie door de rest van de slagroom en schep het mengsel in 2 laatste tuiles.
    Bestuif de tuiles met cacaopoeder en garneer ze met het fruit.


    Koffietaart

    2 pakken lange vingers of een eigengemaakte taartbodem
    1 zakje vanillesuiker
    3 borrelglaasjes koffielikeur met 1/2 borrelglaasje water of Koffiekaatje zonder water
    200 gr roomboter
    125 gr suiker
    4 eidooiers
    ± 1/2 liter slagroom
    1 zakje klopvast
    1 zakje nougatine

    Vet de taartbodem in en verdeel er de vanillesuiker over.
    Vermeng 2 borrelglaasjes koffielikeur met het water, doop de lange vingers of de taartbodem erin en bedek de bodem van de taartvorm daarmee.
    Vermeng de roomboter, de suiker, het eigeel en het laatste glaasje likeur en smeer deze massa over de lange vingers of de taartbodem uit.
    Dek af met een laagje in likeur gedoopte lange vingers.
    Klop de slagroom met wat suiker en de klopvast, smeer dit over de laatste laag uit en verdeel daar de nougatine over.
    Zet de taart (liefst een dag) in de koelkast om hem te laten opstijven.


    Kokos-banaanpannenkoeken (Bengaals dessert)

    (6 personen)

    5 rijpe bananen
    1 eetlepel citroensap
    2 eetlepels bruine rietsuiker
    2 eieren
    zout
    100 gr geraspte kokos
    150 gr bloem
    1 theelepel bakpoeder
    3 dl melk en/of kokosmelk
    boter

    Voor het garnituur:
    rietsuiker
    geraspte kokos

    Prak de bananen met het citroensap en 1 eetlepel rietsuiker fijn.
    Klop de eieren met de rest van de suiker schuimig.
    Voeg zout toe en meng er de fijngeprakte bananen door.
    Voeg de kokos toe.
    Zeef de bloem en het bakpoeder en doe ze bij het mengsel.
    Voeg de melk toe en meng tot een soepel deeg, dat als een lint van de lepel loopt.
    Smelt een klontje boter in een pan en bak er pannenkoekjes van 13-14 cm diameter in.
    Serveer de kokos-banaanpannenkoekjes opgerold of dichtgeplooid, eventueel met wat extra kokosrasp en rietsuiker en een kopje koffie of thee.


    Kokos-bananenpie

    (8-10 personen)

    Voor het deeg:
    200 gr bloem
    40 gr kristalsuiker
    zout
    100 gr koude boter in kleine blokjes

    Voor de vulling:
    100 gr gedroogde kokos
    150 gr macadamianoten of walnoten
    4 1/2 dl melk
    100 gr kristalsuiker
    1 zakje vanillesuiker
    4 grote eidooiers
    3 blaadjes witte gelatine
    2 rijpe bananen in plakjes
    3 eetlepels rum
    2 dl slagroom
    1-2 eetlepels poedersuiker
    een ingevette ronde taartvorm van 26 cm en een rand van 3-4 cm
    bakpapier
    steunvulling

    Deeg:
    Meng de bloem, de kristalsuiker en het zout en stort het in een kom.
    Voeg de boter toe en snijd die met 2 messen door de bloem tot de boter zeer fijn is verdeeld.
    Voeg 3-5 eetlepels ijskoud water toe en kneed dit met één hand snel tot een samenhangend deeg.
    Vorm het deeg tot een bal en laat die, in plasticfolie gerold, minstens 30 minuten in de koelkast rusten.
    Rol het deeg dan uit tot een ronde lap van 30 cm.
    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Bekleed de vorm met het deeg en prik de deegbodem met een vork regelmatig in.
    Bekleed de vorm met bakpapier en een steunvulling en bak de deegbodem in het midden van de oven in 40 minuten lichtbruin en krokant.
    Verwijder de steunvulling en het bakpapier en laat de bodem op een rooster afkoelen.

    Vulling:
    Schakel de oven terug naar 175°C.
    Spreid de kokos en de noten op de bakplaat uit en rooster ze in het midden van de oven 3 minuten licht (de kokos mag niet bruin worden).
    Laat de kokos en de noten afkoelen en hak de noten grof.
    Breng in een pan de melk met 50 gr kristalsuiker aan de kook.
    Klop de eidooiers met 50 gr kristalsuiker en de vanillesuiker schuimig.
    Schenk er 1/3 deel van de hete melk bij.
    Schenk het mengsel direct bij de achtergebleven melk in de pan en verwarm het roerend op heel laag vuur tot het eimengsel gaat binden (pas op, laat het niet koken).
    Week de gelatine 5 minuten in ruim koud water.
    Los de uitgeknepen gelatine in het warm eimengsel op en laat het mengsel onder regelmatig roeren afkoelen.
    Spatel er de kokos en de noten door (houd 2 eetlepels achter voor de garnering).
    Overgiet de plakjes banaan met de cognac en laat het 15 minuten intrekken.
    Vul de deegbodem met de banaanplakjes, schenk het kokos-notenmengsel erop en strijk de bovenkant glad.
    Laat de taart in koelkast minstens 4 uur opstijven.
    Klop voor het serveren de slagroom met de poedersuiker stijf en serveer dit bij de taart.
    Garneer de taart met gehakte noten.


    Kokos-cheesecake

    1 pak theebiscuits
    200 gr zeer fijne tafelsuiker
    4 eetlepels bloem
    1 eetlepel kokosextract
    een snufje zout
    4 grote eieren
    1 blikje kokoscrème
    1 bekertje zure room
    verse kokoskrulletjes (net als boterkrulletjes)
    4 grote pakjes MonChou (op kamertemperatuur)
    3 flinke eetlepels gesmolten roomboter

    Meng de theebiscuits met de roomboter en druk dit op de bodem en tegen de rand (3 cm hoog) van een springvorm van 20 cm.
    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Klop de MonChou in een grote kom met de mixer op hoge snelheid tot een zachte crème.
    Voeg, met de mixer op lage snelheid, één voor één de suiker, de bloem, het kokosextract, het zout, de eieren, de kokoscrème en de zure room toe.
    Klop 2 minuten door en ga af en toe met een spatel door de kom.
    Doe het mengsel op de theebiscuits-bodem in de springvorm en bak de taart 1 uur en 20 minuten in de oven.
    Laat de taart afkoelen en zet hem daarna zeker 6 uur in de koelkast tot hij ijskoud en stevig is.
    Maak flinterdunne kokoskrulletjes.
    Maak de cheesecake, als deze stevig is, met een spatel voorzichtig van de rand van de springvorm los en versier hem met de kokoskrulletjes.
    Voor een leuk kleurcontrast kunt u, voordat u de kokoskrulletjes erop legt, een dun laagje mangoschijfjes op de cake leggen.


    Kokoskoekjes

    200 gr kokos
    200 gr kristalsuiker
    4 eieren
    1 eetlepel custard

    Doe de suiker, de kokos en de custard in een mengkom en mix het door elkaar.
    Voeg één voor één de eieren toe en mix het geheel nog ± 2 minuten goed door.
    Bekleed een bakplaat met bakpapier.
    Maak van het deeg kleine balletjes en leg die niet te dicht bij elkaar op het bakpapier.
    Verwarm de oven voor op 200°C en bak de koekjes 15-20 minuten.
    Als de koekjes bruin worden, zijn ze klaar.


    Kokosmacronen I

    (± 10 stuks)

    200 gr geraspte kokos
    200 gr witte basterdsuiker
    2 eieren
    amandelessence
    wat citroensap
    1 zakje vanillesuiker
    (ouwel)

    Verwarm de oven voor op 190°C.
    Leg bakpapier op de bakplaat, of vet hem in met boter en leg er ouwel op.
    Meng alles door elkaar.
    Schep met behulp van 2 lepels zo luchtig mogelijk hoopjes beslag op de bakplaat en breng ze een beetje in vorm.
    Bak de koeken ± 25 minuten in de oven.

    Tip: U kunt de eieren ook splitsen en het eiwit voor een luchtig effect opkloppen.


    Kokosmacronen II

    200 gr kokos
    150 gr suiker
    25 gr boter
    25 gr bloem
    1 groot ei
    melk

    Kneed alle ingrediënten door elkaar.
    Gebruik zoveel melk tot een vochtig, maar samenhangend deeg ontstaat.
    Bekleed een bakblik met op vetvrij papier of ouwel en vet dat in.
    Bak de koeken in ± 35 minuten lichtbruin.


    Koravapuusut (Finse oorvijgen)

    Voor het deeg:
    500 gr bloem
    1 theelepel zout
    1 zakje gedroogde gist
    50 gr suiker
    1/2 eetlepel gemalen kardemom
    ± 2 dl melk op kamertemperatuur
    1/2 ei
    75 gr boter
    100 gr rozijnen

    Voor de vulling:
    25 gr boter
    50 gr geschaafde amandelen
    kaneel
    2 eetlepels suiker
    1/2 ei

    Strooi de gezeefde bloem in een hoge mengkom en roer het zout erdoor.
    Maak een kuiltje in het midden en strooi er de gist, de suiker en de kardemom in.
    Giet er de melk en het losgeklopte ei op en begin met een houten lepel van binnen naar buiten te roeren.
    Voeg er dan de zachte boter aan toe en kneed alles tot een samenhangend deeg.
    Kneed er tot slot de goed gewassen en met keukenpapier gedroogde rozijnen door.
    Laat het deeg onder een vochtige doek 1 uur rijzen tot het 2 keer zijn volume heeft gekregen.
    Kneed het deeg opnieuw door en rol het vervolgens uit tot een rechthoekige lap van ± 1/2 cm dik.
    Bestrijk de bovenkant met zachte boter en strooi er de geschaafde amandelen, kaneel en de suiker op.
    Rol de lap op, snijd er driehoekjes van en leg die op een met bakpapier beklede bakplaat.
    Laat het deeg op een warme plaats opnieuw 20 minuten rijzen.
    Verwarm de oven voor op 225°c.
    Bestrijk de driehoekjes tot slot met losgeklopt ei, zet de bakplaat midden in de hete oven en bak de oorvijgen in ± 10 minuten gaar.
    Serveer ze warm.


    Krakelingen I

    100 gr boter
    200 gr bloem
    60 gr suiker
    een snufje zout
    2 zakjes vanillesuiker
    1 eiwit

    Vermeng de ingrediënten, kneed er een glad deeg van en zet dit op een koude plaats 1-2 uur weg.
    Vorm van het deeg potlooddikke rolletjes, snijd die in 15 cm lange stukjes en vouw ze tot krakelingen.
    Leg ze op een ingevette bakplaat en bak ze 10-15 minuten in een op 175°C voorverwarmde oven.


    Krakelingen II

    10 gr verse gist
    1 dl lauwe melk
    1 mespunt zout
    40 gr suiker
    200 gr tarwebloem
    40 gr zachte roomboter
    1 klein ei

    Voor het bestrijken en de garnering:
    20 gr roomboter
    30 gr suiker
    1 zakje vanillesuiker

    Doe de melk in een beslagkom, brokkel de gist erin en toer het glad.
    Voeg het zout, 1 theelepel suiker en bijna alle bloem toe, kneed dit door elkaar en laat het afgedekt 30 minuten n rijzen.
    Roer de roomboter met de rest van de suiker en het ei tot een schuimige massa en kneed die samen met de rest van de bloem door het gerezen deeg.
    Verdeel het deeg in 10 porties en rol hier stengels van van ± 30 cm lang.
    Modelleer ze, leg ze op een met bakpapier bedekt bakblik en laat afgedekt nog 30 minuten rijzen.
    Verwarm de oven voor op 225°C en bak de krakelingen ± 10 minuten in het midden van de oven.
    Smelt intussen de boter.
    Vermeng de suiker op een diep bord met de vanillesuiker.
    Bestrijk de gebakken krakelingen met de gesmolten boter en haal ze door de suiker.
    U kunt ze ook met poedersuiker bestrooien.


    Krenten- en/of rozijnenbrood

    Voor het deeg:
    400 gr bloem
    6 gr zout
    (geraspte citroenschil of kardemom)
    20 gr basterdsuiker
    1/2 ei of 1 eidooier
    35 gr verse gist of 17 gr gedroogde gist
    ± 2 dl melk
    60 gr boter

    Voor de vulling:
    250 gr krenten en/of rozijnen

    Wel de krenten en/of rozijnen, laat ze uitlekken en dep ze droog.
    Maak een soepel deeg van de bloem, het zout, desgewenst de geraspte citroenschil, de basterdsuiker, 1/2 ei, de gist, de melk en de gesmolten boter en laat het op een tamelijk warme, vochtige, tochtvrije plaats 30-45 minuten rijzen.
    Kneed het deeg door en werk er daarna snel het droge vulsel door, zonder dat het vulsel kapot gaat.
    Maak van het deeg een lap en rol die stevig op.
    Duw aan de oppervlakte uitstekende krenten of rozijnen dieper in het deeg.
    Leg de rol met de naad naar beneden in of op een ingevette bakvorm of bakplaat en druk het aan.
    Laat het deeg opnieuw 30-45 minuten rijzen.
    Zet de bakplaat of de vorm op een rooster in een zeer hete oven (± 240°C) en laat het brood in ± 25 minuten snel gaar en bruin worden.
    Maak het brood aan de bovenzijde nat en zet het nog 1 minuut in de oven terug.
    Keer het daarna en laat het op een rooster uitdampen.

    Variaties:
    - Bruin krentenbrood
    Vervang 250 gr bloem door volkorenmeel en gebruik 40 gr verse gist.
    - Krentenbollen (12 stuks)
    Vorm na de eerste rijs 12 kleine bollen van het deeg en laat die op een ingevette bakplaat 30-45 minuten rijzen.
    Bestrijk de bollen enkele malen met losgeklopt ei.
    Baktijd: 10-15 minuten.
    - Gemberbrood, gemberbollen
    Vervang de krenten en/of rozijnen door 200 gr kleingesneden goed uitgelekte gember.
    - Paasbrood
    Voeg als vulsel extra 25 gr sukade, 25 gr oranjesnippers en 25 gr geroosterde amandelsnippers toe.
    - Kerststol, Weihnachtstolle
    Voeg aan de ingrediënten van het paasbrood nog 300 gr amandelspijs (van 150 gr amandelen) toe.
    Leg de ronde deegplak na de eerste rijs op een ingevette bakplaat, vorm de amandelspijs tot een rol en leg die ongeveer in het midden.
    Sla het deeg zò dubbel dat het omgeslagen deel iets kleiner is dan het onderste.
    Laat het deeg opnieuw rijzen.
    Bestrijk de warme stol na het bakken een paar maal met boter.
    Bestrooi het afgekoelde brood desgewenst met poedersuiker en versier het met een rood lint en een takje hulst.
    - Broodtulband
    Doe het deeg na de eerste rijs over in een ingeboterde tulbandvorm en in een klein zandtaartvormpje.
    Bak ze op een rooster.
    Neem het kleine vormpje na ± 15 minuten uit de oven en zet dit na afkoelen als een 'hoedje' op de tulband.


    Krentenbrood

    250 gr rozijnen
    100 gr krenten
    500 gr gezeefde bloem
    10 gr zout
    35-40 gr verse gist
    ± 2 1/4 dl lauwwarme melk
    1 theelepel suiker
    1/2 losgeklopt ei
    50 gr gesmolten boter
    kaneel

    Was de rozijnen en de krenten, laat ze in zoveel heet water dat ze net
    onder staan ± 30 minuten wellen en droog ze met keukenpapier.
    Vermeng de bloem en het zout in een kom.
    Los de gist in de melk op, roer de suiker erdoor en meng er naar smaak kaneel door.
    Laat de gistoplossing op een warme plaats ± 10 minuten staan tot zich belletjes hebben gevormd.
    Maak een kuiltje in de bloem en doe de oplossing, het ei en de boter erin.
    Roer met een mixer, voorzien van deeghaken, tot een soepel deeg ontstaat.
    Kneed en besla het deeg tot het elastisch is.
    Laat het deeg, afgedekt met een doek, op een warme plaats ± 1 uur rijzen.
    Doe het deeg in een broodvorm en zet die 45 minuten in een op 225°C voorverwarmde oven.


    Krokante appeltaart

    (8 personen)

    6 eetlepels Armagnac
    100 gr poedersuiker
    3 grote appels in heel dunne schijfjes
    125 gr roomboter
    12 plakken fillodeeg van 25 x 25 cm
    een ingevette springvorm, 24 cm doorsnee

    Meng de Armagnac met 50 gr poedersuiker en marineer de appelplakjes hierin 2 uur.
    Laat de appel uitlekken en vang het vocht op.
    Verwarm de oven voor op 225°C.
    Smelt de boter en bestrijk de Plakjes fillodeeg er dun mee.
    Leg 4 plakjes deeg in de vorm en verdeel over elk plakje deeg een beetje Armagnacmarinade en wat poedersuiker.
    Leg elk deegplakje gedraaid op het vorige plakje, zodat de punten verspringen en rondom de taart omhoog staan.
    Leg op het vierde plakje deeg de helft van de schijfjes appel, bedruppel de appel met Armagnac en bestrooi met wat poedersuiker.
    Leg hierop 2 deegplakjes met Armagnac en suiker.
    Leg daarop de rest van de appelschijfjes, bedruppel ook die weer met Armagnac en bestrooi met suiker.
    Dek de taart af met de laatste 4 plakjes deeg met daartussen steeds wat Armagnac en suiker.
    Leg de laatste 2 deegplakjes mooi 'verkreukeld' in de vorm.
    Bestrijk de bovenste deeglaag met gesmolten boter en bestrooi met poedersuiker.
    Bak de taart 15 minuten in het midden van de oven.
    Schakel de oven terug naar 180°C en bak de taart nog 15 minuten.
    Dek de taart, als deegpunten te donker worden, met aluminiumfolie af.
    Serveer de taart lauwwarm of koud en bestrooi hem voor het serveren met poedersuiker.


    Krokantjes met verse roomkaas

    50 gr boter
    60 gr honing
    40 gr suiker
    50 gr bloem
    1 koffielepel instant-koffie
    2 potjes romige verse kaas
    1 koffielepel gemalen koffie
    pure chocoladesnippers
    1 volle eetlepel suiker

    Verwarm de oven voor op 180°C.
    Smelt de boter in een pannetje, voeg de honing toe en roer tot die is gesmolten.
    Zet het vuur uit en voeg de suiker, de bloem en de in wat heet water opgeloste koffie toe.
    Meng alles goed en laat het 1/2 uur rusten.
    Giet met enige tussenruimte 4 lepels van het beslag op een bakplaat, schuif die in de oven en laat ± 10 minuten bakken tot de randen kleuren.
    Haal de ronde wafeltjes met een pannenkoekmes van de bakplaat, leg ze op omgekeerde kopjes en laat ze afkoelen.
    Doe hetzelfde met de rest van het deeg.
    Laat de wafeltjes plat afkoelen voor later gebruik, of over omgekeerde kopjes als u ze direct wilt opdienen.
    Leg telkens 4 wafelbakjes op een bord, schep er met een ijslepel een bolletje roomkaas in en strooi er wat suiker over.
    'Bak' de gemalen koffie enkele minuten in een pan op hoog vuur en strooi
    de korreltjes over de kaas.
    Garneer met chocoladesnippers en met de rest van het vloeibare koffiesausje.


    Kruimige dadelkoek

    350 gr dadels
    1/8 liter water
    150 gr tarwe-volkorenmeel
    1/3 theelepel zout
    250 gr boter
    250 gr bruine basterdsuiker
    het merg van 1 vanillestokje
    350 gr havervlokken
    boter voor het invetten van de vorm

    Vet een springvorm van 26 cm in met boter.
    Ontpit de dadels, snijd ze in kleine blokjes en kook ze, onder regelmatig roeren, in het water zachtjes tot ze zacht zijn.
    Laat de dadels daarna afkoelen.
    Verwarm de oven voor op 170°C.
    Vermeng het meel met het zout.
    Roer de, liefst zachte, boter tot room, roer er beetje bij beetje de suiker en het vanillemerg door en schep er tenslotte het gezeefde meel en de havervlokken door.
    Strijk de helft van dit kruimige deeg op de bodem van de springvorm uit, druk de bodem goed aan en bekleed ook een deel van de rand.
    Verdeel de dadels in de deegbak en kruimel de rest van het deeg erover.
    Bak de koek op de tweede richel van onder in 70-80 minuten gaar.
    Laat de koek eerst in de vorm afkoelen en stort hem dan op een taartrooster, zodat hij helemaal kan afkoelen.


    Kruidige gembercake

    250 gr boter
    250 gr suiker
    5 eieren (neem eieren van 50 gr per stuk)
    250 gr bloem
    1 volle eetlepel koekkruiden
    4 eetlepels bakgember met siroop
    poedersuiker
    een tulbandvorm van 2 liter

    Breng de ingrediënten op kamertemperatuur.
    Verwarm de oven voor op 175°C (na 20-30 minuten kunt u de temperatuur eventueel tot 150°C verlagen).
    Klop de boter met de suiker wit en romig.
    Voeg één voor één de eieren toe en roer het beslag intussen steeds glad.
    Zeef de bloem boven de kom en spatel hem met de koekkruiden en de bakgember door het beslag.
    Vul de vorm voor 2/3 met het beslag, schuif hem op het rooster in het midden van de voorverwarmde oven en bak de cake in ± 45 minuten gaar.
    Bestrooi hem voor het gebruik met poedersuiker.


    Kruidkoek

    500 gr zelfrijzend bakmeel
    400 gr donkerbruine basterdsuiker
    1 zakje vanillesuiker
    3 eetlepels koekkruiden
    250 gr rozijnen
    4 dl melk

    Meng de droge ingrediënten door elkaar.
    Voeg daarna al roerend de melk toe en roer er als laatste de rozijnen door.
    Doe het beslag in een cakevorm en bak het ± 1 1/4 uur in een op 175°C voorverwarmde oven.


    Kruidkoek op basis van karnemelk

    500 gr zelfrijzend bakmeel
    400 gr bruine basterdsuiker
    zout naar smaak
    200 gr rozijnen
    4 dl karnemelk
    5 theelepels koekkruiden

    Mix eerst de droge bestanddelen en voeg dan de karnemelk toe.
    Mix door tot een glad beslag is verkregen en doe dit in een cakeblik van 30 cm.
    Dek af met aluminiumfolie.
    Zet het cakeblik in een op 200°C voorverwarmde oven en bak de cak ± 1 uur en 3 kwartier.


    Kruidtaart

    125 gr boter
    125 gr bloem
    125 gr donkerbruine suiker
    100 gr krenten
    100 gr rozijnen
    3 eieren
    1 theelepel kaneelpoeder
    1/2 theelepel kruidnagelpoeder
    1/2 geraspte muskaatnoot
    wat zout

    Roer de boter met de suiker in een kom zeer zacht.
    Voeg er eerst één voor één de hele ongeklopte eieren bij, dan de bloem, de goed schoongemaakte en gewassen en op een hoekje van de kachel gedroogde krenten en rozijnen en tenslotte de kruiden en het zout bij en doe de massa over in een met boter ingevette en met bloem bestoven springvorm.
    Strijk de bovenkant glad en bak de taart in ± 1 uur in een warme oven bruin en gaar.
    Laat de taart afkoelen en neem hem uit de vorm.


    Kruimelvlaai

    250 gr witbroodmix
    25 gr boter
    1 ei
    1 zakje vanillesuiker
    1 1/2 dl lauwe melk
    1/2 liter volle melk
    50 gr custardpoeder
    2 eidooiers
    1 klein potje rabarbermoes
    75 gr koude boter
    75 gr suiker
    150 gr bloem

    Doe de broodmix met de boter, het ei, de vanillesuiker en de lauwe melk
    in een beslagkom en kneed er met koele handen een soepel deeg van.
    Laat het deeg op een warme, vochtige plaats rijzen, kneed het tot een bol en rol het uit tot een ronde lap die in een ronde vorm van 30 cm past.
    Maak een dikke vla van de 1/2 liter melk, de custard, de suiker en de eidooiers en strijk die over de bodem uit.
    Leg de rabarbermoes erop.
    Maak een los kruimelig deeg van de koude boter, de suiker en de bloem en bedek de vlaai hiermee.
    Bak de vlaai 30 minuten in een op 225°C voorverwarmde oven.


    Kruisbessentaart

    250 gr bloem
    50 gr suiker
    1 ei
    125 gr boter
    een snufje zout
    750 gr kruisbessen
    3/8 liter witte wijn of appelsap
    150 gr suiker
    2 theelepels maïzena
    1 eiwit
    een steunvulling
    een springvorm van 26 cm doorsnee

    Kneed een deeg van de bloem, de suiker, het ei, het zout en de boter en bekleed er de ingevette springvorm mee.
    Prik de bodem met een vork in, bedek hem met aluminiumfolie, leg er een steunvulling op en bak het ± 30 minuten in een op 200°C voorverwarmde oven.
    Neem de rand van de vorm weg en laat het gebak Afkoelen.
    Maak de kruisbessen schoon, was ze en laat ze uitlekken.
    Kook ze samen met de wijn of het appelsap en 100 gr suiker in een steelpan ± 4 minuten op laag vuur.
    Meng de maïzena met 1 eetlepel water, voeg dit aan de vruchten toe en laat het nog 10 minuten doorkoken.
    Laat het afkoelen en verdeel het over de bodem.
    Klop het eiwit met de rest van de suiker stijf, spuit een ruitpatroon hiervan over de taart en laat dit onder de hete grill in ± 3 minuten bruin kleuren.

    Variatie: Vervang een deel van de bloem door gemalen amandelen.


    Kwark-rozijnentaart

    250 gr bloem
    50 gr suiker
    1 ei
    125 gr boter
    een snufje zout
    1 zakje vanillesuiker
    125 gr rozijnen
    1 theelepel bloem
    50 gr boter
    1 citroen
    175 gr suiker
    3 eieren
    750 gr kwark
    1 bekertje zure room
    1 pakje (kook)vanillepuddingpoeder voor 1 liter
    een springvorm van 26 cm doorsnee
    een steunvulling

    Kneed een deeg van de bloem, de suiker, de vanillesuiker, het ei, het zout en de boter en bekleed er de ingevette springvorm mee.
    Prik de bodem met een vork in, bedek hem met aluminiumfolie, leg er een steunvulling op en bak die ± 30 minuten in een op 200°C voorverwarmde oven.
    Laat het gebak in de vorm afkoelen.
    Was de rozijnen en laat ze uitlekken.
    Klop de boter, de geraspte citroenschil en de suiker romig, voeg dan één voor één de eieren toe en roer steeds tot het ei volledig is opgenomen.
    Meng er dan de kwark, de zure room en het puddingpoeder door en spatel de rozijnen erdoor.
    Verwarm de oven op 175°C.
    Schep de vulling op de bodem en bak de taart in ± 75 minuten gaar.
    Dek de bovenkant Na ± 45 minuten met aluminiumfolie af om verbranden te voorkomen.
    Laat de taart na het uitschakelen van de oven nog 15 minuten in de oven staan.
    Verwijder dan de rand en laat de taart afkoelen.


    Kwarkbeignets

    125 gr zelfrijzend bakmeel
    2 eieren
    100 gr suiker
    1 zakje vanillesuiker
    450 gr kwark
    40 gr boter
    1/2 theelepel kaneel
    1/3 potje bosvruchtenjam

    Roer een beslag van het bakmeel, de eieren, de suiker, de vanillesuiker en de kwark.
    Verhit de boter in een koekenpan en bak 4-5 schepjes beslag tot koekjes.
    Keer ze, als de onderkant bruin is, voorzichtig om en bak de andere kant.
    Verwarm intussen de jam met de kaneel in een steelpan en serveer dit warm bij de beignets.


    Kwarktaart

    200 gr droge biscuitjes
    5 eetlepels rode jam
    3 eieren
    200 gr basterdsuiker
    400 gr kwark
    2 citroenen
    8 blaadjes gelatine
    1 literblik perziken

    Bekleed een springvorm met plasticfolie (geen aluminiumfolie!).
    Verkruimel de biscuits en vermeng ze met de jam.
    Verdun de jam eventueel eerst met wat rum of water en leg dit mengsel op de bodem van de springvorm.
    Scheid de eieren.
    Boen de citroenen onder de kraan schoon, rasp de schil en pers ze uit.
    Week de gelatine in ruim koud water.
    Klop de eidooiers met de suiker schuimig en roer de kwark met de citroenrasp beetje bij beetje door het dooiermengsel.
    Verwarm het citroensap, los hierin van het vuur af de gelatine op en voeg het sap bij het kwarkmengsel.
    Sla de eiwitten stijf.
    Snijd de helft van de uitgelekte vruchten klein en spatel ze met het kwarkmengsel door de stijfgeslagen eiwitten.
    Vul de springvorm hiermee, garneer de bovenkant met de rest van de vruchten en laat de taart in de koelkast enkele uren opstijven.

    Tip: In plaats van perziken kunt u ook ander fruit gebruiken, bijvoorbeel verse aardbeien.


    Kwarktaart met cranberrycompote

    (10-12 personen)

    2-3 beschuiten
    250 gr suiker
    2 zakjes vanillesuiker
    50 gr gesmolten boter
    1/2 theelepel kaneelpoeder
    750 gr kwark
    1 1/2 dl slagroom
    30 gr bloem
    1 snufje zout
    5 eieren
    2 eidooiers
    de geraspte schil van 1 citroen

    Voor de cranberrycompote:
    450 gr cranberries
    1 1/2 dl verse jus d'orange
    1 dl rode port

    Verwarm de oven voor op 150°C.
    Verkruimel de beschuiten.
    Houd 4 eetlepels kruim apart en vermeng de rest met 50 gr suiker, 1 zakje vanillesuiker, de gesmolten boter en het kaneelpoeder.
    Vet de bodem van een springvorm in en verdeel er, met de bolle kant van een lepel, het beschuitmengsel over.
    Mix de kwark, de slagroom, de rest van de suiker, 1 zakje vanillesuiker, de bloem, het zout, de eieren en de eidooiers door elkaar en meng de citroenrasp erdoor.
    Giet de kwarkmassa in de springvorm, strooi het apart gehouden beschuitkruim erover en bak de taart ± 90 minuten onderin de oven.
    Laat de taart in de vorm afkoelen.
    Snijd de rand met een scherp mes los, open de vorm en zet de kwarktaart minstens 6 uur in de koelkast.
    Maak intussen de cranberrycompote.
    Breng alle ingrediënten al roerend aan de kook en kook de cranberries ± 30 minuten tot ze openspringen.
    Laat de compote afkoelen en bewaar hem tot het gebruik in de koelkast.
    Snijd punten uit de taart, zet ze op bordjes en schep er een beetje cranberrycompote op.


    Kwetsenvlaai

    een bodem van gistdeeg (zie recept)
    1 kg kwetsen
    paneermeel
    suiker
    8 gr aardappelmeel

    Maak een vlaaibodem van gistdeeg volgens het recept '"Basisrecept gistdeeg voor Limburgse vlaai' (zie hieronder).
    Halveer de gewassen kwetsen en ontpit ze.
    Verwarm ze heel even in een bodempje water, maar niet te veel in één keer.
    Laat de vruchten dan op een zeef goed uitlekken en laat ze afkoelen.
    Verdeel de kwetsen op de gerezen, ingeprikte en met paneermeel bestrooide vlaaibodem, beginnend vanaf de buitenrand en dan naar binnen werkend.
    De kwetsen moeten goed tegen elkaar aansluiten.
    Bij gebruik van zeer zure kwetsen kunt u ze met suiker bestrooien.
    Bak de vlaai 15-20 minuten in een op 200°C voorverwarmde oven.
    Omdat de vlaai na het bakken zacht kan zijn, is het aan te raden hem eerst even in de vorm te laten afkoelen en hem pas daarna op een taartrooster te zetten om verder af te koelen.
    Neem 2 dl van het kookvocht, bind dit met het aardappelmeel en giet dit lauw over de afgekoelde vlaai.

    Basisrecept gistdeeg voor Limburgse vlaai

    250 gr bloem
    15 gr verse gist
    20 gr boter
    20 gr suiker
    ± 1 dl lauwe melk
    zout

    Verwarm de melk tot lauw.
    Maak de gist aan met een klein gedeelte van de melk.
    Kneed een deeg van de bloem, de boter, de suiker, de aangemaakte gist en de rest van de lauwe melk.
    Kneed het deeg goed door en laat het, afgedekt met een doek, op een warme plaats rijzen.
    Kneed het deeg, als het goed is gerezen, opnieuw door.
    Bestuif het werkvlak en de deegrol met bloem en rol het deeg uit.
    Beboter de vlaaivorm en leg de deeglap erin; het deeg moet aan alle kanten goed tegen de rand van de vorm zijn opgezet.
    Rol de rand van de vorm met de deegroller af.
    Laat de vlaai nogmaals op een warme plaats rijzen en prik het hier en daar met een vork in.
    Daarna kunt u de vlaai vullen zoals in bovenstaand recept staat beschreven.


    Lange vingertaart met banaan en rum

    (6 personen)

    2 pakken lange vingers
    2 dl geslagen en gezoete room
    2 bananen in dunne plakjes
    3 eetlepels suiker
    1/2 kopje water
    1/2 glaasje rum

    Breng de suiker met het water en de rum aan de kook.
    Bekleed een cakeblik of pâtéschaal met plasticfolie.
    Haal de lange vingers door het suikerwater en leg ze op de bodem van het blik.
    Leg er een dunne laag slagroom, schijfjes banaan en een laagje lange vingers op en herhaal dit tot het cakeblik vol is; de laatste laag moet echter uit lange vingers bestaan.
    Dek het cakeblik met plasticfolie af en laat de taart in de koelkast ± 3 uur opstijven.
    Stort de taart, snijd hem in plakken en garneer met een toefje slagroom en een takje munt (of met de kerst met een passende kerstversiering).


    Libanese sprits met saffraan (Sfoof)

    (40 stuks)

    250 gr boter
    450 gr bloem
    450 gr suiker
    2 theelepels bakpoeder
    1 theelepel saffraan (als u niet genoeg saffraan heeft, kunt u het aanvullen met kurkuma)
    1/2 theelepel zout
    1 1/2 dl melk
    1-2 eetlepels melk
    1-2 eetlepels pijnboompitten

    Smelt de boter, zet de pan in een bak met koud water en laat de boter tot lauwwarm afkoelen.
    Zeef de bloem met de suiker, het bakpoeder, de saffraan en het zout en klop de boter door het bloemmengsel tot de bloem goed vochtig is geworden.
    Wrijf het mengsel tussen uw handpalmen en kneed de boter door de bloem tot alle klontjes zijn verdwenen (het moet aanvoelen als grof masmeel); dit kan enkele minuten duren, maar het is nodig om de boter grondig door het bloemmengsel te werken.
    Maak een aantal kuiltjes in het beslag en verdeel daar 1 1/2 dl melk in.
    Roer met een vork tot het vocht is opgenomen, zodat een samenhangende massa ontstaat.
    Vet een ovenschaal van 22 x 33 cm in, verdeel het deeg gelijkmatig over de bodem en druk het stevig aan.
    Bestrijk het met enkele eetlepels melk en garneer met de pijnboompitten (zorg, dat de nootjes met een tussenruimte van 4-5 cm op het deeg liggen).
    Bak de koek in 30-35 minuten in een op 180°C voorverwarmde oven lichtbruin (een in het midden erin gestoken tandenstoker moet er schoon uitkomen).
    Laat de koek afkoelen en snijd hem in 40 vierkante stukjes met een pijnboompit in het midden van elk koekje.


    Limburgse rijstevlaai

    Voor de vulling:
    1 liter volle melk
    160 gr kortkokende rijst
    125 gr suiker
    1 eetlepel custardpoeder
    3 gesplitste eieren
    2 eetlepels sinaasappellikeur (bijvoorbeeld Grand Marnier)
    1 mespunt zout

    Voor de bodem:
    15 gr verse of 7 gr gedroogde gist
    1 eetlepel suiker
    1 dl lauwe melk
    250 gr bloem
    20 gr boter
    1/2 losgeklopt ei
    1 theelepel zout
    een gladde ingevette vlaaivorm van 28-30 cm doorsnee met een rand van minstens 3 cm

    Vulling:
    Verwarm de melk, strooi de rijst en de suiker erin, breng aan de kook en kook de rijst op laag vuur in 12 minuten gaar.
    Los het custardpoeder in 1 eetlepel melk op, roer dit in een straaltje door de rijst en kook het 1 minuut mee.
    Laat dit onder af en toe roeren afkoelen.

    Bodem:
    Meng de gist met de suiker en 4 eetlepels melk en laat dit 15 minuten staan.
    Zeef de bloem, maak er een kuiltje in en schenk daar het gistmengsel in.
    Voeg de boter en het ei toe.
    Strooi het zout op de bloem en schenk driekwart van de melk in het kuiltje.
    Roer het om en kneed het tot een soepel deegbal.
    Laat die afgedekt met plasticfolie 1 uur rijzen.
    Verwarm de oven voor op 220°C.
    Rol het deeg tot een ronde lap uit en bekleed de vorm hiermee.
    Prik de bodem regelmatig in.
    Dek het deeg af en laat het nog 30 minuten rijzen.
    Klop de eidooiers en de likeur door de rijstepap.
    Klop de eiwitten met zout stijf en spatel ze snel door de rijstepap.
    Schep de vulling op het deeg en strijk hem glad.
    Bak de vlaai 25-30 minuten in het midden van de oven.
    Laat hem uit de oven ± 5 minuten afkoelen en laat hem daarna op een rooster verder afkoelen.


    Limoentaart

    (10-12 personen)

    220 gr zachte boter
    5 limoenen
    150 gr suiker
    150 gr bloem
    80 gr maïzena
    1/2 theelepel bakpoeder
    200 gr poedersuiker
    zout
    3 eieren

    Vet een ronde bakvorm met anti-aanbaklaag van 24 cm doorsnee met 20 gr boter in.
    Schil 3 limoenen zo dat u de witte huid niet verwijdert, snijd de vruchten in dunne plakjes en beleg de bodem van de taartvorm hiermee.
    Rasp de schil van de rest van de limoenen fijn, pers het sap uit en zet beide opzij.
    Smelt de suiker in een pan met dikke bodem en warm door tot de suiker begint te kleuren.
    Dompel de bodem van de pan even in koud water en giet de karamel meteen over de limoenschijfjes in de vorm.
    Doe de bloem, de maïzena en het bakpoeder in een mengkom.
    Roer de rest van de boter met de poedersuiker en een snufje zout schuimig.
    Roer er één voor één de eieren door en daarna het bloemmengsel.
    Roer de limoenschil en het -sap door het deeg en strijk dit gelijkmatig over de plakjes limoen in de vorm uit.
    Bak de taart 45 minuten in een op 175°C voorverwarmde oven.
    Laat de taart 6-8 minuten afkoelen en stort hem pas dan op een schaal.
    Snijd de taart met een vochtig broodmes aan.


    Limoentaart met passievruchtenroom

    Wrijf met de vingertoppen 100 gr koude boter in stukjes samen met 175 gr gezeefde bloem, 1 mespunt zout en 25 gr fijne tafelsuiker door elkaar.
    Voeg 2 eetlepels koud water toe en kneed het tot een soepel deeg.
    Wikkel dit in huishoudfolie en laat het in de koelkast 20 minuten rusten.
    Rol het deeg daarna uit en bekleed er een ingevette bakvorm van 20 cm doorsnee mee; snijd de overhangende randjes af.
    Klop 4 eieren en 100 gr suiker lichtgeel en romig en voeg 1/8 liter crème fraîche en het sap en de rasp van 3 limoenen toe.
    Vul de bodem met het eimengsel en bak de taart in een op 175°C voorverwarmde oven in ± 40 minuten goudbruin en gaar.
    Garneer de rand van de afgekoelde taart met 1 dl stijfgeklopte slagroom en de zaadjes uit 1 passievrucht.


    Linzertorte

    (± 10 punten)

    125 gr blanke amandelen
    250 gr zelfrijzend bakmeel
    125 gr lichtbruine basterdsuiker
    1/4 theelepel gemalen kruidnagelen
    1/4 theelepel nootmuskaat
    1 theelepel kaneel
    zout
    2 theelepels citroensap
    150 gr harde boter
    ± 2 eetlepels bloem
    1 pot abrikozenjam
    1 eetlepel citroensap
    1 ei
    poedersuiker

    Maak de amandelen in een keukenmachine of rauwkostmolen fijn.
    Vermeng het zelfrijzend bakmeel in een kom met de basterdsuiker, het kruidnagelpoeder, de nootmuskaat, de kaneel, een snufje zout en de citroenrasp en roer de amandelen erdoor.
    Snijd de boter met 2 messen door de bloem tot erwtjesgrootte en kneed het met koele hand snel tot een soepel deeg.
    Laat het deeg afgedekt in de koelkast minstens 30 minuten rusten.
    Verwarm de oven voor op 200°C, vet een springvorm met een doorsnee van 26 cm in en bestuif een werkvlak met bloem.
    Rol iets meer dan de helft van het deeg tot een dunne ronde lap van ± 30 cm doorsnee uit en bekleed de springvorm met de deeglap.
    Roer de abrikozenjam en het citroensap in een kommetje door elkaar en strijk dit over de deegbodem uit.
    Rol de rest van het deeg uit, snijd het in lange repen van 1 1/2 cm dik, leg de deegrepen als een vlechtwerk over de jam en druk ze tegen de deegrand vast.
    Klop het ei in een kopje los en bestrijk het deeg ermee.
    Bak de Linzertorte in het midden van de oven in ± 30 minuten goudbruin en gaar.
    Laat de taart in de vorm afkoelen, verwijder de vorm, zet de taart op een schaal en bestrooi hem met poedersuiker.


    Linzertorte II

    300 gr boter
    100 gr fijne kristalsuiker
    1 theelepel vanillesuiker
    1 ei
    1 eidooier
    de geraspte schil van 1 sinaasappel
    400 gr patentbloem
    125 gr gemalen gepelde amandelen
    1 ouwel ter grootte van de taart (of enkele kleinere)
    150 gr aalbessenjam
    2 eetlepels amandelsnippers
    boter voor de springvorm

    Zorg dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn en laat de boter zacht worden.
    Vet een springvorm van 24 cm doorsnee met wat boter in.
    Roer de zachte boter met de kristalsuiker, de vanillesuiker, het ei, de eidooier en de sinaasappelschil in ± 15 minuten schuimig en roer er dan geleidelijk de bloem en de gemalen amandelen door.
    Verdeel de helft van het beslag over de bodem van de springvorm, leg de ouwel hierop, zodat het deeg is bedekt en smeer de aalbessenjam hierop uit.
    (u kunt ook 250 gr jam gebruiken en de ouwels weglaten).
    Spuit de andere helft van het beslag dwars over de jam, in de vorm van een traliewerk met buitenom een rand.
    Strooi de amandelsnippers over de taart en bak de taart in ± 1 uur in een matigwarme oven van 160°C lichtbruin en krokant.


    Luchtige cake-appeltaart

    200 gr bloem
    125 gr boter
    125 gr kristalsuiker
    1 klein zakje bakpoeder
    1 zakje vanillesuiker
    3 eieren
    3 zachtzure appels
    100 gr rozijnen
    3 theelepels citroensap
    20 eetlepels rum
    10 eetlepels paneermeel
    3 eetlepels suiker voor de garnering

    Schil de appels, boor de klokhuizen eruit en snijd de appels in schijven.
    Strooi wat suiker en citroensap over de appels en zet ze (tegen het bruin worden) in het donker weg.
    Wel de rozijnen in heet water met rum.
    Voeg de boter en 125 gr suiker bij elkaar en meng dit in een grote kom.
    Voeg onder het mengen één voor één de eieren toe (het mengsel moet romig en
    luchtig blijven).
    Roer hierna de bloem en het bakpoeder door het mengsel en voeg als laatste de rozijnen toe.
    Beboter een springvorm van 22 cm doorsnee en bestrooi de binnenkant met paneermeel.
    Doe er het beslag in, druk de appelschijven in het deeg en bak de taart op 175°C in het midden van de oven in 45 minuten gaar.


    Luxe rozijnenbrood

    (voor een brood van ± 900 gr)

    500 gr tarwebloem
    20 gr verse gist of 10 gr droge gist
    100 gr boter of reuzel
    200 gr rozijnen
    3 dl volle melk
    1 ei
    10 gr suiker
    7 gr zout

    Los de gist samen met de suiker in een beetje lauwe melk op en laat even rusten.
    Doe de bloem in een ruime kom, maak een kuiltje in het midden en strooi het zout aan de randen van de bloem.
    N.B.: Vermijd contact van het zout met de gist, want zout vernietigt het gistingsproces.
    Verdeel de boter over de bloemmassa en doe dan de gistoplossing, het ei en de overige melk in het kuiltje.
    Kneed het deeg en bestrooi het af en toe met bloem tot het niet meer aan de handen kleeft.
    Bedek het met een doek en laat het op een warme plaats ± 30 minuten rijzen.
    Kneed de rozijnen door het deeg tot ze goed over de massa zijn verdeeld.
    Dek opnieuw af en laat weer ± 30 minuten rijzen.
    Vet een broodvorm in.
    Kneed het deeg een derde maal en leg het in de broodvorm.
    Bedek met een doek en laat op een warme plaats ± 45 minuten rijzen tot het deeg in omvang is verdubbeld.
    Verwarm de oven voor op 230°C en bak het brood ± 45 minuten.

    Tip: Desgewenst kunt u 2 gr kaneel aan het deeg toevoegen.


    Maïskoekjes

    1 blik maïskorrels (550 gr)
    1 ei
    1 eiwit
    1 theelepel maïzena
    1/2 theelepel bakpoeder
    1/2 theelepel geraspte citroenschil
    zout
    4 eetlepels witte basterdsuiker
    8 eetlepels maïsolie
    4 eetlepels poedersuiker
    1 zakje vanillesuiker

    Laat de maïs in een vergiet goed uitlekken.
    Breek het ei in een kom, doe hier het eiwit bij en roer er de maïzena, het bakpoeder, de citroenschil en het zout door.
    Roer tot een glad mengsel is ontstaan en roer er dan de suiker en de maïs door.
    Verwarm in een koekenpan zoveel olie, dat de bodem juist is bedekt.
    Laat zoveel van het maïsmengsel over de punt van een groentelepel lopen, dat een rond koekje van ± 6 cm middellijn wordt gevormd.
    Draai de koekjes om als de onderkant mooi van kleur is geworden.
    Leg de koekjes even op vet absorberend papier.
    Vermeng de poedersuiker met de vanillesuiker en strooi dit mengsel voor het opdienen over de maïskoekjes.

    Deze typisch Amerikaanse lekkernij wordt als dessert vaak opgediend met bosbessenjam.


    Maïsmuffins

    (voor 12 muffinvormpjes, bodemmiddellijn 8 cm)

    Voor het deeg:
    maïsmuffindeeg volgens het basisrecept (zie hieronder)
    1/2 dl melk

    Voor de garnering:
    2 eetlepels poedersuiker
    (melasse)stroop

    Beboter de vormpjes gelijkmatig.
    Verwarm de oven voor op 220°C.
    Schep, als het deeg niet soepel genoeg is, de melk voorzichtig door het deeg.
    Vul de vormpjes voor 3/4 met het deeg.
    Schuif het rooster met de vormpjes onder in de oven en bak de muffins in 20-25 minuten lichtbruin en gaar.
    Test of ze gaar zijn door er een breinaald in te steken; komt die er droog uit, dan zijn de muffins gaar.
    Haal de muffins uit de oven en laat ze even in hun vormpjes rusten voor ze los te schudden (dan laten ze gemakkelijker los).
    Bestrooi de muffins met poedersuiker en serveer ze warm met melassestroop.

    Basisrecept maïsmuffindeeg

    150 gr maïsmeel
    50 gr tarwebloem
    25 gr witte basterdsuiker
    1 zakje vanillesuiker
    1 eetlepel bakpoeder
    1 theelepel zout
    1 ei
    1 dl melk
    75 gr boter

    Zeef het maïsmeel met de tarwebloem, de basterdsuiker, de vanillesuiker, het bakpoeder en het zout in een kom.
    Klop het ei los met de melk.
    Smelt de boter, laat deze enigszins afkoelen en klop de boter dan door het losgeklopte ei.
    Schep het meel door het ei-botermengsel.


    Malagataart

    (12 personen)

    60 gr rozijnen
    30 gr Malaga (of rum)
    boter
    2 eetlepels bloem
    2 eetlepels bloemsuiker

    Voor het beslag:
    125 gr koude boter
    150 gr bloem
    5 eieren
    4 eidooiers
    150 gr griessuiker

    Laat de rozijnen in de Malaga ± 1 uur weken.
    Doe voor het beslag de boter in een beslagkom en voeg er de bloem aan toe.
    Hak de boter met een mes door de bloem tot u kleine maar herkenhbare stukjes krijgt.
    Klop de eieren met de eidooiers en de suiker tot een luchtig geheel.
    Spatel er vervolgens de bloem met de gehakte boter en de geweekte rozijnen door.
    Wrijf 2 bakvormen van ± 18 cm doorsnee met boter in, bestrooi ze met wat bloem en verdeel er het beslag over.
    Zet de taarten ± 30 minuten in een op 180°C voorverwarmde oven.
    Haal de taarten uit de oven, neem de vormen weg en laat ze op een rooster afkoelen.
    Leg er, als ze geheel zijn afgekoeld, een sjabloon op en bestrooi met de suiker, zodat er mooie tekeningen ontstaan.


    Mandarijnentaartjes

    (4 stuks)

    4 plakjes bladerdeeg (diepvries)
    1/8 liter slagroom
    4 eetlepels advocaat
    3 eetlepels sinaasappelmarmelade
    5 mandarijnen
    1/2 eetlepel boter om in te vetten
    4 lage taartvormpjes (doorsnee ± 10 cm)

    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Laat het bladerdeeg in ± 5 minuten ontdooien.
    Vet de vormpjes in en bekleed elk vormpje met 1 plakje bladerdeeg.
    Snijd het overtollige deeg langs de randen af.
    Prik met een vork gaatjes in de bodems.
    Bak de taartbodems in het midden van de oven in ± 15 minuten goudbruin en gaar.
    Neem de taartbodems uit de vormpjes en laat ze op een taartrooster afkoelen.
    Klop intussen in een kom de slagroom stijf en schep er de advocaat en 2 eetlepels marmelade door.
    Pel de mandarijnen en verdeel ze in partjes.
    Verdeel het slagroommengsel over de taartbodems en leg de partjes mandarijn dakpansgewijs in een kring op de slagroom.
    Verwarm de rest van de marmelade en bestrijk er de mandarijnpartjes mee.


    Mango-kokostompouce

    1,2 dl zoete witte wijn
    185 gr suiker
    1 theelepel limoenrasp
    het sap van 1 limoen
    1 gespleten vanillestokje
    2 mango's
    4 eidooiers
    3 eetlepels maïzena
    5 dl hete kokosmelk
    4 plakjes bladerdeeg

    kokoscrème:
    Roer de eidooiers met 125 gr suiker glad.
    Roer er de maïzena en dan de hete melk door en laat al roerend 5-6 minuten zachtjes koken.
    Laat afkoelen.

    Bladerdeeg:
    Snijd de plakjes deeg doormidden.
    Prik de plakjes met een vork in en bestrooi ze met suiker.
    Bak ze 10 minuten in een oven van 200°C.
    Zet de temperatuur terug naar 165°C en bak ze nog 10-15 minuten.

    Saus:
    Breng 40 gr suiker met de wijn, de limoenrasp, het limoensap en het vanillestokje aan de kook en laat 10 minuten trekken.
    Verwijder het vanillestokje, maar voeg het merg weer toe.
    Laat afkoelen.

    Afwerking:
    Snijd de mango's in dunne plakjes.
    Bedek een deegplakje met een laagje crème en een plakje mango.
    Bouw zo verder en dek af met deeg.
    Geef er de saus bij.


    Maple Syrup-notencake

    (20-25 plakken)

    Gebruik een grote vorm of 2 kleinere vormen en een litermaat voor het afmeten.

    500 gr bloem
    3 theelepels bakpoeder
    2 1/2 dl Maple Syrup
    1/8 liter melk
    ± 200 gr grofgehakte noten (amandelen, hazelnoten, walnoten etc.)
    125 gr witte suiker
    1 theelepel zout
    125 gr zachte boter
    2 eieren

    Zeef alle droge ingrediënten boven een ruime kom.
    Voeg de Maple Syrup, de boter en de melk toe en klop 2 minuten met een mixer tot u een glad beslag heeft.
    Voeg de eieren toe en klop nog eens 2 minuten.
    Schep de noten door het beslag.
    Verwarm de oven voor op 170°C.
    Doe het beslag in een (of twee) beboterde en met bloem bestoven vorm(en) en bak de cake(s) 45-50 minuten.
    Test op gaarheid met een satépen of breinaald: deze moet schoon uit het baksel komen.


    Marsala-roomtaart

    (8-10 punten)

    1 rol kruimeldeeg (Danerolles)
    4 eidooiers
    4 eetlepels suiker
    1 theelepel maïzena
    8 eetlepels Marsala (zoete dessertwijn)
    5 blaadjes witte gelatine
    2 dl lobbig geklopte slagroom
    gemalen kaneel
    een ingevette taartvorm, doorsnee 26 cm
    bakpapier
    een steunvulling

    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Rol het deeg uit en bekleed de vorm ermee.
    Prik de bodem met een vork in.
    Bedek het deeg met bakpapier, vul het met de steunvulling, bak de bodem ± 40 minuten in het midden van de oven en laat hem afkoelen.
    Roer in een kom de eidooiers, de suiker en de maïzena dik en schuimig en meng er deel voor deel de Marsala door.
    Zet de kom op een pan met heet water (au bain-marie) en klop het mengsel op matig vuur al roerend tot een dikke crème.
    Neem de crème van het vuur.
    Week de gelatine ± 5 minuten in ruim koud water.
    Spatel de uitgeknepen gelatine en de slagroom door de crème.
    Schenk de crème op de taartbodem, strijk hem glad en laat de crème in de koelkast in ± 1 uur opstijven.
    Bestrooi de taart voor het serveren met kaneel.


    Mascarponetaartjes

    30 bitterkoekjes
    35 gr boter
    4 eetlepels Amaretto
    4-5 blaadjes witte gelatine
    400 gr mascarpone
    60 gr suiker
    2-3 rijpe peren in dunne plakjes
    3 eetlepels citroensap
    1 theelepel kaneel
    4 ringen van 10 cm
    een platte schaal
    bakpapier

    Verkruimel de bitterkoekjes en meng ze met de boter en de amaretto.
    Bekleed de schaal met bakpapier en zet de ringen erop.
    Verdeel het bitterkoekjesmengsel over de ringen en druk het goed aan.
    Laat het mengsel in de koelkast 1 uur opstijven.
    Week de gelatine 5 minuten in ruim koud water en verwarm hem dan met aanhangend water op zacht vuur tot hij is opgelost.
    Roer het gelatinemengsel en de suiker door de mascarpone.
    Meng de peren met het citroensap.
    Leg plakjes peer op de bitterkoekjeslaag in de ringen en verdeel daar het mascarponemengsel op.
    Zet de ringen weer in de koelkast en laat 3 uur opstijven.
    Haal de ringen voorzichtig omhoog en bestuif de mascarponetaartjes voor het serveren met kaneel.


    Meringue

    2 eiwitten
    125 gr poedersuiker
    likeur of essence

    Klop de eiwitten zeer stijf en vermeng ze al kloppend met de (gezeefde) suiker.
    Meng er naar smaak likeur of essence door en laat de meringue in een matigwarme oven opdrogen.
    Geef de meringue met een vla waarin de eidooiers zijn verwerkt.


    Meringue met aardbeien en amandelen

    (8-10 personen)

    Voor de cake:
    50 gr boter
    100 gr witte basterdsuiker
    1 vanillestokje
    4 eidooiers
    125 gr bloem
    1 theelepel bakpoeder
    3 eetlepels melk

    Voor het eiwitschuim:
    4 eiwitten
    1 mespunt zout
    225 gr witte basterdsuiker
    50 gr geschaafde amandelen

    Voor de garnering:
    450 gr aardbeien
    3 dl stijfgeklopte slagroom
    poedersuiker
    2 ingevette springvormen van 20 cm doorsnee
    bakpapier

    Cake:
    Bekleed de bodems van de springvormen met bakpapier.
    Knip voor de wanden een reep bakpapier die ± 3 cm hoger is dan de wanden en zet deze in de vorm.
    Klop de boter met de basterdsuiker tot een dik, romig mengsel.
    Snijd het vanillestokje in, schraap het merg eruit en roer het door het botermengsel.
    Klop de eidooiers één voor één door het botermengsel.
    Zeef de bloem en het bakpoeder en klop ze samen met de melk om en om door het eidooiermengsel.
    Verdeel het beslag over de 2 springvormen en strijk het glad.

    Eiwitschuim:
    Verwarm de oven voor op 180°C.
    Klop de eiwitten met het zout stijf en klop er de helft van de basterdsuiker door tot een glanzende massa ontstaat.
    Klop de rest van de basterdsuiker erdoor en verdeel het mengsel over het cakebeslag in de 2 vormen.
    Bestrooi 1 schuimlaag met geschaafde amandelen.
    Bak de taartlagen in het midden van de oven in 45-50 minuten goudbruin en gaar (het gebak laat dan al een beetje los van de wanden).
    Laat de taartlagen uit de oven ± 5 minuten afkoelen, haal ze uit de vorm en laat ze op een rooster verder afkoelen (met de cakelaag naar onderen).

    Afwerking:
    Houd 8-10 aardbeien achter en snijd de rest in plakjes.
    Bestrijk de schuimlaag zonder amandelen dik met slagroom en leg er de plakjes aardbei op.
    Leg de andere taartlaag erop (de schuimlaag boven) en druk licht aan.
    Garneer met de hele aardbeien en bestrooi met poedersuiker.


    Meringuebakjes met ijs en vruchten

    (6 personen)

    3 eiwitten
    zout
    200 gr suiker
    400 gr vruchtenijs (bijvoorbeeld aardbeien, banaan en pistache)
    150 gr gemengd fruit (bijvoorbeeld frambozen, bosbessen)
    6 toefjes munt
    een spuitzak met grote ronde spuitmond

    Klop in een kom de eiwitten met zout stijf.
    Voeg deel voor deel de suiker toe en blijf kloppen tot een stevige en glanzende massa is ontstaan..
    Verwarm de oven voor op 160°C.
    Doe het eiwitmengsel over in de spuitzak en spuit op een met bakpapier beklede bakplaat 6 cirkels (8 cm doorsnee) met een opstaande rand.
    Laat de meringuebakjes in het midden van de oven in 1 uur drogen en laat ze dan op een rooster afkoelen.
    Schep in elk bakje 3 bolletjes ijs en verdeel het fruit erover.
    Garneer met toefjes munt.


    Meringues met chocolade-ijs

    (6-8 personen)

    1/2 citroen
    5 eiwitten
    zout
    125 gr fijne tafelsuiker
    125 gr poedersuiker
    1 theelepel maïzena
    chocolade-ijs
    een met bakpapier beklede bakplaat

    Verwarm de oven voor op 100°C.
    Wrijf een kom met de citroen in.
    Klop de eiwitten met een snufje zout stijf en voeg beetje bij beetje de tafelsuiker toe.
    Klop tot er stijve pieken ontstaan en spatel er de poedersuiker en de maïzena door.
    Leg met 2 lepels grote bergen schuim op de bakplaat en laat die in het midden van de oven 2-3 uur drogen.
    Laat afkoelen.
    Hol de meringues aan de onderkant iets uit en vul ze met ijs.
    Bestrooi ze eventueel met cacaopoeder.


    Meringuetompouces met mascarponeroom

    4 eiwitten
    350 gr poedersuiker
    200-300 gr mascarpone
    500 gr lichtgekleurd fruit: witte bessen, meloen, ananas
    gemalen kaneel
    een met bakpapier beklede bakplaat

    Verwarm de oven voor op 100°C.
    Klop de eiwitten met 200 gr suiker stijf.
    Strijk het eiwitmengsel heel dun op de bakplaat uit en laat het in de oven in 1 1/2 uur drogen.
    Steek uit de meringue 16 cirkels van 7-8 cm doorsnee en laat die op een rooster afkoelen.
    Klop de mascarpone los en meng die met 300 gr in stukjes gesneden fruit.
    Maak tompouces van 4 lagen meringue met daartussen vruchtenmascarpone.
    Gebruik de rest van de vruchten als garnering.
    Laat 150 gr poedersuiker op zacht vuur tot karamel (lichtbruin) smelten en laat de karamel iets afkoelen tot het taai is.
    Beweeg met een houten lepel over de oppervlakte van de karamel en trek de lepel omhoog, zodat er draden worden meegetrokken.
    Beweeg de karameldraden snel boven de tompouces heen en weer en knip ze met een schaar los.
    Als de karamel te stijf is geworden, moet u hem weer iets verwarmen.
    Serveer de tompouces op met kaneel bestoven bordjes.


    Mille-feuille met zomerfruit

    (6 personen)

    Voor het deeg:
    6 plakjes (roomboter)bladerdeeg
    1 losgeklopt ei
    2 eetlepels poedersuiker

    Voor de vulling:
    1 ei
    1 eidooier
    25 gr suiker
    20 gr gezeefde bloem
    2 dl melk
    1 theelepel vanille-essence
    1 1/2 dl slagroom
    1 eetlepel suiker
    350 gr gemengd zomerfruit
    poedersuiker

    Deeg:
    Verwarm de oven voor op 220°C.
    Leg de deegplakjes op elkaar en rol ze dun uit tot een lap van 30 x 30 cm.
    Leg het deeg op een bakplaat, prik het in en bestrijk het met losgeklopt ei.
    Bak het boven in de oven in 12-15 minuten goudbruin.
    Verwarm de grill voor op de hoogste stand.
    Bestrooi het deeg met 1 eetlepel poedersuiker en laat die onder de grill in een paar seconden karameliseren.
    Snijd het deeg in 3 repen.
    Keer ze om, strooi er 1 eetlepel poedersuiker over en laat ook die karameliseren.
    Laat ze op een rooster afkoelen.

    Room:
    Klop het ei met de eidooier en de suiker en spatel er de bloem door.
    Breng de melk aan de kook en klop hem in een dun straaltje door het eimengsel.
    Schenk het geheel terug in de pan en klop het tot een dikke gebonden vla.
    Giet de vla in een koude kom, roer er de vanille-essence door en dek af met plasticfolie.
    Klop de slagroom met de suiker stijf en spatel hem door de vla.

    Mille-feuille:
    Stapel de repen bladerdeeg op elkaar met daartussen lagen van 1/4 deel van de room, de helft van het fruit en 1/4 deel van de room.
    Bestrooi met poedersuiker.
    Snijd het gebak in dunne plakken.


    Mincemeatkruimelkoek

    (± 18 stuks)

    350 gr bloem
    250 gr boter in stukjes
    150 gr suiker
    1 pot mincemeat (411 gr, Robertson's)
    poedersuiker
    een ingevette bakvorm van ± 20 x 28 cm

    Meng de bloem, de boter en de suiker en verkruimel het met de vingertoppen tot een broodkruimachtige massa.
    Schep de helft van het mengsel in de bakvorm verdeel er de mincemeat over, strooi de rest van het kruimeldeeg erover en druk het licht aan.
    Bak de koek 45-50 minuten in de op 160°C voorverwarmde oven en snijd hem, nadat hij is afgekoeld, in 18 stukken.
    Bestrooi met poedersuiker.


    Mini aardbeientaartjes

    (20 stuks)

    Voor de bodem:
    1 eidooier
    1 eetlepel heet water
    50 gr suiker
    1 zakje vanillesuiker
    1 eiwit
    25 gr bloem
    25 gr aardappelmeel
    1 theelepel citroenrasp
    bakpoeder

    Voor de vulling:
    1 bakje magere kwark van 450 gr
    1/8 liter slagroom
    50 gr suiker
    3 blaadjes witte gelatine
    2 blaadjes rode gelatine
    1 blikje aardbeien-vlaaivulling
    papieren bakvormpjes

    De bodem:
    Klop de eidooier, het water, de suiker en de vanillesuiker lichtgeel en dik.
    Klop het eiwit stijf.
    Roer de bloem, het aardappelmeel, het bakpoeder en de citroenrasp door het eiwit.
    Zet 20 papieren bakvormpjes op een bakplaat, schep in elk bakje een lepel deeg, bak ze 15 minuten In een op 200°C voorverwarmde oven en laat ze afkoelen.

    De vulling:
    Week de gelatine in ± 10 in koud water.
    Pureer de vlaaivulling.
    Klop de kwark met de suiker los.
    Klop de slagroom met wat suiker stijf.
    Verwarm een deel van de vlaaivulling in een pannetje en los daar de gelatine in op.
    Roer er dan de rest van de vlaaivulling door en voeg het bij de kwark.
    Spatel de slagroom erdoor.
    Spuit met een stervormig spuitmondje de bakvormpjes vol en laat de taartjes minstens 2 uur in de koelkast staan.


    Mini Cheddar-appeltaartjes

    (2 personen)

    1/2 kleine appel
    40 gr Cheddar
    1 klein ei
    1 eetlepel slagroom
    1/2 theelepel gedroogde dragon
    versgemalen peper
    1 takje peterselie
    8 kleine ragoûtbakjes (Jos Poell)

    Schil de appel en rasp hem grof.
    Rasp de Cheddar grof.
    Klop het ei met de slagroom, de dragon en wat peper los.
    Knip de peterselie erboven fijn en roer er de appel en de Cheddar door.
    Verwarm de oven voor op 225°C.
    Schep het kaasmengsel in de ragoûtbakjes en zet deze op de bakplaat.
    Bak de taartjes in het midden van de oven in 6-8 minuten goudbruin en gaar.
    Zet op 2 bordjes elk 4 taartjes.


    Mini perzikbakjes

    6 plakjes bladerdeeg
    10 halve perziken
    150 gr amandelspijs
    1 1/2 losgeklopt ei
    1 1/2 dl slagroom
    6-8 kleine ronde taartvormpjes
    bakpapier
    een steunvulling

    Vet de taartvormpjes in.
    Leg het bladerdeeg op elkaar en rol het tot een dunne lap uit.
    Steek hier rondjes uit en bekleed er de vormpjes mee.
    Leg in elk bakje een stukje bakpapier en wat peulvruchten en bak de vormpjes ± 15 minuten in een op 200°C voorverwarmde oven.
    Haal de noodvulling eruit.
    Leg de restjes deeg op elkaar, rol het uit, snijd daar lange reepjes deeg uit en bestrijk die met eidooier.
    Leg in elk bakje een uitgelekte halve perzik.
    Roer de spijs zacht, klop er het ei luchtig door en schep dit op de perzik.
    Leg in ieder bakje 2 reepjes deeg en druk ze vast.
    Bak de taartjes nog 10 minuten, neem ze uit de vormpjes en laat ze uitdampen.


    Mirlitoncake

    voor de amandelcakevulling:
    300 gr boter
    200 gr suiker
    100 gr amandelpoeder
    250 gr bloem
    5 eieren
    1 koffielepel bakpoeder
    amandelaroma of Amaretto

    Laat de boter zacht worden en roer er de suiker door.
    Voeg de eieren één voor één toe en klop alles tot een gladde massa.
    Zeef het amandelpoeder, de bloem en het bakpoeder en spatel ze door de massa.
    Voeg een scheutje Ameretto of amandelaroma toe en bak het beslag ± 25 minuten in een op 175°C voorverwarmde oven.

    voor de vloeibare vulling:
    150 gr ongebakken amandelcakebeslag
    150 gr suiker
    2 eieren
    150 gr zure room

    Vermeng de opgegeven ingrediënten.

    Bereid de Mirlitoncake als volgt:
    Bekleed een rond bakblik met een zand- of kruimeldeeg (kant-en-klaar verkrijgbaar) en spuit daarop een dun laagje amandelcakevulling.
    Leg hierop halve peren en/of halve abrikozen en laat het geheel in een op 170°C voorverwarmde oven 20 minuten bakken.
    Maak intussen de vloeibare vulling, giet die na 20 minuten over de warme taart en laat nog ± 10 minuten verder bakken.


    Moeders appeltaart

    250 gr bloem
    150 gr zachte boter
    125 gr basterdsuiker
    1 ei
    3 theelepels citroenrasp
    een snufje zout

    Voor de vulling:
    500 gr goudrenetten
    50 gr suiker
    1 theelepel kaneel
    een springvorm van ± 20 cm doorsnee

    Kneed een soepel deeg van de bloem, de boter, de basterdsuiker, de citroenschil, het zout en de helft van het geklopte ei.
    Beboter de springvorm en druk 2/3 van het deeg gelijkmatig op de bodem en langs de zijwand van de vorm uit.
    Schil de appels, snijd ze in schijfjes en leg een laagje appelschijfjes op de bodem van de vorm.
    Bestrooi ze met suiker en kaneel.
    Herhaal dit tot de appels op zijn.
    Rol van het achtergehouden deeg een platte schijf en snijd daar smalle reepjes uit.
    Leg de helft daarvan evenwijdig op de appelschijfjes en leg de andere helft zo, dat het een mooi netwerk wordt.
    Bestrijk de deegreepjes met de rest het opgeklopte ei.
    Zet de taart in een koude oven en verwarm de oven dan op 175°C.
    Controleer na ± 1 uur bakken of de taart bruin is en bak hem zo nodig nog ± 15 minuten na.


    Mokkataart

    Voor het deeg:
    4 eieren
    150 gr suiker
    1 zakje vanillesuiker
    2 eetlepels koffielikeur
    120 gr bloem
    30 gr maïzena

    Voor de mokkacrème:
    4 eetlepels oploskoffie
    250 gr zachte roomboter
    150 gr poedersuiker
    1 zakje vanillesuiker

    Voor de nogatine:
    1 eetlepel boter
    75 gr suiker

    Voor de garnering:
    chocolade koffieboontjes
    ± 16 hele hazelnoten

    een springvorm van 24 cm

    Zet voor het deeg een grote kom in een bak met warm water en klop er de eieren, de suiker, de vanillesuiker en de likeur met de mixer ± 10 minuten in tot het geheel als een schuimig wit lint van de garde vloeit.
    Zeef de bloem en de maïzena en spatel het bloemmengsel in 2 of 3 gedeeltes door het deeg tot het helemaal is opgenomen.
    Giet het deeg meteen in de beboterde springvorm en bak het in de voorverwarmde oven (175 °C, gasovenstand 3-4) ± 35 minuten tot de taart soepel en veerkrachtig aanvoelt en iets terug krimpt van de vorm.
    Laat de taart nog 2 minuten in de uitgeschakelde open oven staan en snijd daarna - zonodig - de zijkanten los, zodat de springvorm kan worden weggenomen.
    Laat de taart helemaal koud worden.
    Los intussen voor de mokkacrème het koffiepoeder in 3 eetlepels heet water op.
    Roer de boter in een kom tot hij bijna wit is.
    Voeg afwisselend lepels gezeefde poedersuiker, vanillesuiker en druppels extract toe en blijf stevig roeren tot een zalfachtig mengsel ontstaat.
    Laat de crème 15 minuten in de koelkast opstijven.
    Smelt voor de nogatine de boter in een braadpan, voeg de suiker toe en laat die al roerend lichtbruin kleuren.
    Stort de noga op een beboterd stuk aluminiumfolie en laat het koud worden.
    Haak het fijn en vermaal het daarna met de deegroller tot gruis.
    Snijd de koude taart met een scherp mes of een draad horizontaal doormidden.
    Bestrijk het onderste gedeelte met de helft van de mokkacrème, zet de bovenkant er netjes op en druk het geheel iets aan.
    Smeer de zijkant van de taart in met 1/3 van de overgebleven crème en rol de taart, terwijl u hem met uw vlakke handen aan de boven- en onderkant vasthoudt, als een wagenwiel door het nogatinegruis.
    Zet de taart op een mooie schaal en bestrijk ook de bovenkant met crème.
    Schep de rest van de crème in een spuitzak en spuit kleine toefjes op de rand van de taart.
    Versier de taart verder met chocolade koffieboontjes en hazelnoten.

    Variatie:
    Koop of bak een cake, snijd hem tweemaal horizontaal door, vul en garneer hem als hierboven beschreven en bestrijk de helften met de vulling.


    Mokkatompouces

    (8 stuks)

    1 pak diepvries fyllodeeg (10 velletjes)
    50 gr gesmolten boter
    3 blaadjes gelatine
    2 1/2 dl slagroom
    1 theelepel of een zakje oploskoffie
    3 theelepels koffielikeur
    2 eidooiers
    50 gr witte basterdsuiker
    100 gr kristalsuiker

    Laat het fyllodeeg ontdooien en druk er met een ronde koeksteker van 8 cm doorsnee 72 cirkeltjes uit.
    Bestrijk de cirkeltjes met boter, leg 16 x 4 cirkeltjes op elkaar en leg de stapeltjes op een met bakpapier bekleed bakblik.
    Verdeel de rest van de cirkeltjes gekreukt over de helft van de stapeltjes.
    Bak de stapeltjes in een op 200°C voorverwarmde oven in ± 15 minuten goudbruin en gaar.
    Week de gelatine in ruim koud water.
    Klop de slagroom stijf.
    Meng de koffie met 2 eetlepels kokend water en los de goed uitgeknepen gelatine daarin op.
    Roer de likeur erdoor en laat afkoelen.
    Klop intussen de dooiers met de basterdsuiker dik en romig en spatel er het koffiemengsel en de slagroom door.
    Doe het over in een spuitzak met groffe kartelmond en laat het in de koelkast iets opstijven.
    Spuit op 8 fyllostapeltjes een laagjes mousse en dek ze met de rest van de stapeltjes af.
    Verwarm de kristalsuiker met 3 eetlepels water tot de suiker is opgelost en verwarm het suikermengsel op hoog vuur tot de suiker lichtbruin kleurt.
    Steek een vork in de gekarameliseerde suiker en garneer de taartjes met de karamel.


    MonChou-bavaroisetaart

    een kant-en-klare taartbodem (Baukje)
    2 blaadjes gelatine
    50 gr rozijnen
    1 eetlepel Calvados
    1/2 liter slagroom
    50 gr suiker
    100 gr MonChou
    olie voor het invetten

    Week de gelatineblaadjes in koud water.
    Was de rozijnen, doe ze met de calvados in een kommetje en laat het geheel ± 15 minuten intrekken.
    Houd 1 dl slagroom apart en klop de rest met de suiker met een garde of handmixer tot een wolkige massa.
    Breng de apart gehouden slagroom aan de kook.
    Zet het vuur uit, voeg de goed uitgeknepen gelatine en de in blokjes gesneden MonChou toe en roer tot het mengsel glad is.
    Giet het mengsel in een grote kom en laat het afkoelen.
    Roer de in de calvados gedrenkte rozijnen door het afgekoelde Mon
    Choumengsel en spatel er vervolgens met kleine hoeveelheden tegelijk zo
    luchtig mogelijk de slagroom door.
    Verdeel dit over de taartbodem en zet deze minstens 2 uur in de koelkast om de bavarois te laten opstijven.
    Snijd met een warm mes punten van de taart.

    MonChou-vruchtentaart
    (8 punten)

    Voor de kruimelkorst:
    175 gr mariabiscuits
    125 gr gesmolten boter

    Voor de vulling:
    200 gr zachte MonChou
    200 gr basterdsuiker
    2 eetlepels kirsch

    Voor de garnering:
    250 gr aardbeien

    Verkruimel de biscuits en meng de gesmolten boter erdoor.
    Verdeel het mengsel over de bodem van een springvorm met een doorsnee van 22 cm, druk het aan en strijk het glad.
    Laat de korst in de koelkast hard worden.
    Klop de MonChou samen met de basterdsuiker en de kirsch met een mixer goed door elkaar, schep het op de korstbodem en strijk de bovenkant glad.
    Laat het mengsel in de koelkast opstijven.
    Maak de aardbeien schoon, snijd ze in plakjes en garneer de bovenkant van de taart hiermee.


    MonChoutaart I

    200 gr biscuit
    150 gr boter
    125 gr witte basterdsuiker
    1 pakje MonChou
    1 pakje Klop-Klop of Klopvast
    1 zakje vanillesuiker
    1/4 liter slagroom
    1 blik vlaaivulling, 1/2 potje opgeklopte jam, of verse vruchten, eventueel ingekookt

    Verkruimel de koekjes, smelt de boter, roer dit door elkaar en druk het mengsel stevig op de bodem van een taartvorm.
    Roer de basterdsuiker door de MonChou.
    Klop de Klopvast, de slagroom en de vanillesuiker stijf en roer dit door het MonChou-suikermengsel.
    Smeer dit alles over de biscuitlaag en schep er tot slot de vruchten over.
    Laat de taart in de koelkast opstijven en intrekken.


    MonChoutaart II

    1 rol tarwebiscuits
    125 gr boter
    1 pakje MonChou
    125 gr witte basterdsuiker
    1/2 liter slagroom
    1 blikje vlaaivulling
    een springvorm van 26 cm doorsnee

    Verkruimel de biscuits.
    Smelt de boter in een steelpannetje, roer de koekkruimels erdoor en stort dit in de springvorm.
    Zet die even in de koelkast, dan wordt de bodem al stevig.
    Vermeng de (zachte) MonChou met de suiker.
    Klop de slagroom (zonder suiker) stijf en vermeng die met het kaas-suikermengsel.
    Giet de vlaaivulling op de bodem in de vorm en smeer er het kaas-slagroommengsel over.
    Strijk de bovenkant glad en laat de taart in de koelkast in ± 2 uur stevig worden.


    MonChoutaart III

    150 gr boter
    1 pak tarwebiscuits
    1 1/2-2 pakjes MonChou
    80 gr witte basterdsuiker
    1/8 liter slagroom
    1 blikje kersenvlaaivulling (Jonker Fris) of 1 pot Taartfruit Kersen (Hero)

    Laat de boter langzaam smelten.
    Verkruimel de biscuits (in een plastic zak met een deegroller) en meng het kruim door de boter.
    Voeg, als het geheel wat te droog is, meer boter toe.
    Doe het biscuit-botermengsel in een springvorm en strijk het met de bolle kant van een (natgemaakte) lepel glad.
    Meng de MonChou met de suiker door elkaar.
    Klop de slagroom en schep die door de kaas.
    Schep dit mengsel in de springvorm, strijk het glad en verdeel er de vlaaivulling over.
    Laat de taart in de koelkast een paar uur opstijven.


    Moskovisch gebak

    Evenals biscuitgebak, is dit een luchtig eiergebak. Door toevoegen van zeer harde, in kleine stukjes verdeelde boter, is het zeer sponzig en veerkrachtig van structuur.
    Het kan zonder vulsel voor taarten worden gebruikt; met vulsel wordt het vaak in een tulbandvorm gebakken.
    Moskovisch beslag is een klopdeeg.

    Per vers ei 1 (nr 4):
    25 gr bloem (plus zetmeel)
    1/4 gr zout
    20 gr suiker
    20 gr harde boter in stukjes
    20 gr (kurkdroog) vulsel

    Splits de eieren in dooier en wit (mors geen dooier in het wit, want dan wordt dit niet stijf).
    Vervang, om het glutengehalte van de tarwebloem af te zwakken, 1/4 van de bloem door zetmeel (bijvoorbeeld maïzena).
    Wel het vulsel zo nodig een dag tevoren, laat het goed drogen en schud het
    met bloem om.
    Als vulsel kunt u bijvoorbeeld krenten, rozijnen, oranjesnippers, sukade, abrikozen, noten, geraspte chocolade (of hagelslag) gebruiken.
    Boter een tulband-, cake- of hoge zandtaartvorm vrij dik en regelmatig in en bestuif hem dun met bloem.
    Roer of mix de dooiers met de helft van de suiker zeer schuimig.
    Klop het eiwit in een grote schone (ontvette) kom stijf en klop er daarna in gedeelten de rest van de suiker door (voeg pas als het weer geheel stijfgeklopt is, een volgende hoeveelheid toe).
    Verwarm de oven voor op 190°C.
    Leg de boter en de bloem op het stijfgeklopte eiwit, daarop de uitgeroerde eidooiers en daarop het vulsel en schep alles luchtig tot een gelijkmatige massa om, waarin geen losse bloem meer is te zien.
    Doe het deeg direct in de vorm over en zet die (op een rooster) midden in de voorverwarmde oven.
    Doe de oven beslist niet open voordat 2/3 van de baktijd voorbij is; het gebak is eerder niet stevig genoeg en zou inzakken.
    Controleer het gebak op gaarte, bij indrukken behoort het terug te veren.
    Laat het gare gebak, om alsnog inzakken te voorkomen, in de geopende oven afkoelen.
    Keer het gebak, zodra het van de rand van de vorm loslaat, op een taartrooster en laat het verder afkoelen.


    Moskovische tulband

    (doorsnee ± 20 cm)

    Voor de vulling:
    80 gr krenten en rozijnen of 80 gr gesneden gember

    Voor het deeg:
    80 gr boter
    75 gr bloem
    25 gr maïzena
    1 gr zout
    4 eieren
    80 gr suiker
    poedersuiker

    Wel de krenten en rozijnen, laat ze goed uitlekken en droog ze af.
    Bestrijk een tulbandvorm en een klein zandtaartvormpje dik met boter en bestuif ze met gezeefde bloem.
    Hak de koude, harde boter met de gezeefde bloem, de maïzena en het zout fijn en zet het op een koude plaats weg.
    Splits de eieren.
    Roer de dooiers met de helft van de suiker uit tot een schuimige dikke massa is ontstaan.
    Klop de eiwitten in een grote kom stijf en voeg er, al kloppend, bij gedeelten de overige suiker aan toe; voeg een volgende hoeveelheid suiker pas toe, nadat het eiwit weer geheel stijfgeklopt is.
    Leg hierop eerst de boter en de bloem, daarna de uitgeroerde dooiers en tenslotte de droge krenten en rozijnen of de goed uitgelekte gember.
    Schep de massa luchtig om tot een gelijkmatig deeg is verkregen.
    Doe het deeg direct in de tulbandvorm en het kleine vormpje over; ze mogen tenhoogste voor 3/4 worden gevuld.
    Zet de vormen op een rooster midden in een vrij hete oven (± 190°C).
    Laat de tulband in ± 45 minuten rijzen en gaar en bruin worden.
    Open de oven de eerste 20 minuten niet.
    Haal daarna het kleine gebakje uit de oven.
    Het gebak is gaar als het veerkrachtig aanvoelt.
    Laat de gare tulband 5 minuten in de geopende oven staan.
    Stort de tulband op een taartrooster zodra hij van de kant van de vorm loslaat en laat hem afkoelen.
    Zet het kleine gebakje op de tulband en bestuif het gebak met gezeefde poedersuiker.

    Variatie: Moskovische cakes (± 30 stuks)
    Gebruik als vormpjes zandtaartvormpjes. De baktijd is dan ± 20 minuten.


    Muizentaartjes

    (16 stuks)

    Voor het zanddeeg:
    100 gr koude roomboter
    150 gr tarwebloem
    50 gr suiker
    1 eetlepel water

    Voor het cakebeslag:
    100 gr zachte roomboter
    125 gr suiker
    2 eieren
    125 gr tarwebloem
    1 1/2 theelepel bakpoeder

    voor de vulling:
    1 dl slagroom
    2 dl chocoladepudding

    voor de garnering:
    2 dl slagroom
    1 zakje vanillesuiker
    2 blikken peren (800 gr)
    amandelen
    krenten
    2 kiwi's

    Verwarm de oven voor op 175°C en vet den bakvorm van 20 x 30 cm in.
    Meng de ingredieënten voor het zanddeeg, kneed het deeg, druk het in de vorm plat en bak het onder in de oven ± 20 minuten.
    Haal de bodem voorzichtig uit de vorm en snijd hem in 16 stukken van 5 x 7 cm.
    Klop voor het cakebeslag de boter en de suiker tot crème en roer er de eieren door.
    Zeef het bakpoeder door de bloem en roer die er goed door.
    Maak het bakblik schoon, vet het weer in, giet het beslag erin, bak het ± 25 minuten onder in de oven en snijd het gebak in 16 stukken van 5 x 7 cm.
    Klop voor de vulling de slagroom stijf en schep haar door de chocoladepudding.
    Bestrijk de stukken zandtaart met deze crème en leg er dan de stukken cake op.
    Klop voor de garnering de slagroom met de vanillesuiker stijf.
    Laat de peren uitlekken en steek er de amandelen als oortjes en de krenten als oogjes in.
    Leg de peren op de taartjes en spuit er toefjes slagroom omheen.
    Schil de kiwi's, halveer ze, snijd ze in plakjes en steek die in de slagroom.
    Laat de taartjes niet te lang staan, anders wordt de slagroom bitter.


    Muffins I

    (6 stuks)

    150 gr bloem
    2 theelepels bakpoeder
    1 mespunt zout
    2 eetlepels basterdsuiker
    1 zakje vanillesuiker
    1 ei
    1/8 liter karnemelk
    25 gr gesmolten boter
    vulling (bijvoorbeeld: 1 eetlepel cacaopoeder en 50 gr grofgehakte chocolade; of 2 eetlepels rozijnen; of 1 theelepel kaneel en 1 in blokjes gesneden appel)

    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Doe de bloem, het bakpoeder en het zout in een kom en schep dit goed door elkaar.
    Doe de basterdsuiker, de vanillesuiker, het ei en de karnemelk in een andere kom en klop het met een garde tot een glad mengsel.
    Roer er de gesmolten boter door.
    Schep er in een paar tellen het bloemmengsel en de vulling door; het beslag moet niet helemaal glad zijn, maar wat rommelig.
    Schep de muffins in papieren bakjes of in een ingevette muffinplaat en laat ze in de oven in ± 20 minuten gaar worden.


    Muffins II

    (12-14 stuks)

    1/4 liter melk
    1 ei
    1 eetlepel boter
    1 theelepel bakpoeder
    2 eetlepels suiker
    ± 2 theekopjes bloem
    zout

    Klop het ei met de melk los.
    Zeef de bloem met het zout en het bakpoeder en voeg er eerst de suiker, dan de melk en tenslotte de gesmolten boter bij.
    Kneed hiervan een soepel deeg en voeg, als het te slap is, nog wat bloem toe.
    Rol het op een beboterde plank uit en snij de deeglap in rondjes.
    Bak deze 20 minuten in een voorverwarmde hete oven.
    De muffins worden nog warm geserveerd. Aan tafel worden ze opengesneden en met boter en eventueel jam besmeerd.

    Variatie: Laat de suiker weg en voeg wat meer zout en enkele lepels geraspte kaas toe. U krijgt dan hartige kaas-muffins, die ook weer warm worden geserveerd (opengesneden en met boter besmeerd).


    Muffins III

    (6 stuks)

    150 gr pure chocolade
    100 gr zelfrijzend bakmeel
    1 eetlepel cacao
    25 gr basterdsuiker
    1 ei
    1 dl melk
    25 gr gesmolten boter
    4 eetlepels hazelnootpasta
    (papieren) cakevormpjes

    Verwarm de oven op 200°C.
    Hak de chocolade fijn.
    Vermeng het bakmeel, de cacao en de basterdsuiker, roer er het ei, de melk, de boter en de hazelnootpasta door, schep de chocoladestukjes erdoor en schep het mengsel in de vormpjes.
    Bak de muffins 20 minuten in de oven en laat ze daarna afkoelen en opstijven.


    Muffins met bananenlikeur

    2 grote bananen
    boter
    een scheutje bananenlikeur
    2 dl room
    2 zakjes vanillesuiker
    4 muffins
    4 eetlepels cassonade
    1 theelepel suikerbolletjes

    Pel de bananen, bak z in de boter aan beide kanten lichtbruin en overgiet ze met de bananenlikeur.
    Klop de room met de vanillesuiker stijf.
    Doe de slagroom in een spuitzak met getand spuitmondje en leg deze in de koelkast klaar.
    Halveer de muffins en bak ze in het broodrooster.
    Schik 2 halve muffins op elk bord en strooi er wat cassonade over.
    Snijd de bananen in schijfjes en schik ze in cirkelvorm op de muffins.
    Spuit een toefje slagroom in het midden en bestrooi met suikerbolletjes.
    Geef er de rest van de slagroom apart bij.


    Nectarinevlaai

    125 gr gemalen amandelen
    125 gr suiker
    125 gr zachte boter
    125 gr bloem
    50 gr rozijnen
    60 gr suiker
    500 gr nectarines
    1 klein ei
    1 pak witbroodmix
    melk
    boter
    zout

    Kneed van de witbroodmix volgens de gebruiksaanwijzing op het pak met de melk, de boter, het ei en de suiker een soepel gistdeeg en laat dit 15 minuten rijzen (voeg eventueel 1/2 dl melk minder toe in verband met het ei).
    Vet de bakplaat in.
    Kneed het deeg door, rol het op het werkvlak uit en druk het tot een lap ter grootte van de bakplaat.
    Leg het deeg erop, prik het hier en daar in en bak het 10 minuten onderin een op 225°C voorverwarmde oven.
    Schakel de oven daarna naar 200°C terug.
    Overgiet de nectarines intussen met kokend water, ontvel ze, halveer ze en verwijder de pitten.
    Kneed een kruimeldeeg van de bloem, de suiker, de gemalen amandelen en een snufje zout.
    Leg de nectarinehelften in rijen op het voorgebakken gistdeeg, strooi de rozijnen er over en verdeel er het kruimeldeeg over.
    Schuif de bakplaat onder het midden in de warme oven en bak de vlaai in 30 minuten goudbruin en gaar.


    Noten-petits fours

    (40 stuks)

    175 gr zachte roomboter
    50 gr amandelspijs
    125 gr witte basterdsuiker
    3 eieren
    20 gr bloem
    65 gr pistachenoten
    65 gr hazelnoten
    65 gr in honing gekarameliseerde pecannoten

    Roer de roomboter wit en meng met behulp van een spatel de amandelspijs en de suiker door.
    Roer één voor één de eieren door het botermengsel, voeg de vloem toe en meng alles door elkaar tot de massa homogeen is.
    Maal de notensoorten in een keukenmachine tot stukjes van ± 3 mm en meng deze door het beslag.
    Verwarm de oven voor op 160°C.
    Vet bakvormpjes van ± 4 cm doorsnee licht met boter in en vul ze tot driekwart met het notenbeslag.
    Bak de taartjes in de voorverwarmde oven in ± 12 minuten gaar.


    Notentaart met karamelijs

    125 gr donkere rozijnen
    125 gr blanke rozijnen
    1/2 theelepel kaneelpoeder
    1/2 theelepel kruidnagel
    225 gr suiker
    2 eetlepels citroensap
    100 gr grofgehakte walnoten
    1/4 dl (noten)olie
    1 eidooier
    2 zakjes vanillesuiker
    1/2 zakje bakpoeder
    250 gr bloem
    1/2 bakje crème fraîche
    1 bakje karamelijs

    Kook de rozijnen, het kaneelpoeder, de kruidnagel, 75 gr suiker en 2 eetlepels water ± 15 minuten op laag vuur.
    Voeg het citroensap en de walnoten toe (houd 4 mooie walnoten apart) en laat het mengsel op laag vuur nog 5 minuten koken.
    Kneed een soepel deeg van de rest van de suiker, de olie, de eidooier, de vanillesuiker, het bakpoeder en de bloem en voeg zoveel warm water toe tot een soepel, glanzend deeg ontstaat.
    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Houd wat deeg apart voor de versiering en bekleed met de rest van het deeg
    een springvorm van 24 cm doorsnee.
    Verdeel er de nog warme rozijnen-notenmassa over.
    Snijd figuurtjes uit de rest van het deeg en versier er de notentaart mee.
    Bak de taart in 45-55 minuten gaar.
    Garneer de taart met een toef crème fraîche en de overgebleven walnoten en
    serveer hem warm met het karamelijs.


    Oliebollen

    500 gr bloem
    1/2 liter lauwe melk
    20 gr gist
    5 gr zout
    1 ei
    100 gr krenten
    100 gr rozijnen
    25 gr oranjesnippers
    25 gr sukade
    frituurolie
    poedersuiker

    Maak een gistbeslag van de bloem, de met de lauwe melk aangemaakte gist, het zout en het ei.
    Meng er de krenten en de rozijnen, de oranjesnippers en de sukade door en laat het beslag op een warme plaats ± 1 uur rijzen.
    Maak de olie heet, schep er met 2 eetlepels bolletjes beslag in en bak de bollen bruin en gaar.
    Laat ze uitlekken en bestrooi ze met poedersuiker.
    Geef ze koud of warm.


    Omgekeerde cake

    175 gr zelfrijzend bakmeel
    200 gr suiker
    65 gr zachte boter
    1 ei
    1 eetlepel vanillesuiker
    1 1/2 dl melk
    een snufje zout
    1 blik ananas
    slagroom of zure room

    Doe het bakmeel, de suiker, de boter, het ei, de vanillesuiker, de melk en het zout in een beslagkom en klop er een glad beslag van.
    Vet een bakvorm in.
    Laat de ananas uitlekken en snijd de schijven doormidden.
    Bedek de bodem van de vorm met ananas, schenk er het beslag op en bak de cake in ± 45 minuten in een op 150°C voorverwarmde oven.
    Laat de cake na het bakken even rusten en keer hem dan op een schaal.

    Koud is de cake lekker met stijfgeslagen slagroom, warm met zure room.

    Tip: In plaats van de vorm in te vetten, kunt u hem bedekken met 50 gr gesmolten boter, waarin u 100 gr bruine basterdsuiker heeft opgelost.
    Als u de cake dan stort, is hij mooi goudbruin van de geglazuurde suiker.


    Ontbijtkoek I

    500 gr bruine basterdsuiker
    1 zakje vanillesuiker
    1 ei
    1 1/2 dessertlepel koekkruiden
    500 gr zelfrijzend bakmeel
    ± 1 niet te grote mok lauwwarm water

    Meng de suiker en de vanillesuiker met het ei en roer goed door.
    Voeg de kruiden en het water toe, mix alles flink door en voeg er het gezeefde meel bij.
    Vet een langwerpige cakevorm in met boter en bestuif hem met bloem.
    Bak de koek in ± 60 minuten in een op 160°C voorverwarmde oven gaar.


    Ontbijtkoek II

    250 gr bloem
    2 theelepels bakpoeder
    3 eetlepels koekkruiden
    100 gr lichtbruine basterdsuiker
    1 dl vloeibare honing
    ± 1/2 dl melk (op kamertemperatuur)
    1 theelepel zout

    Beboter een cakevorm van 1 liter, bestuif hem met bloem en klop de overtollige bloem eruit.
    Verwarm de oven voor op 160°c.
    Doe de bloem met het bakpoeder en het zout in een mengkom.
    Voeg de koekkruiden, de basterdsuiker, honing en melk toe en kneed hiervan een samenhangend deeg.
    Schep het deeg in de vorm en dek deze met een stukje bakpapier af.
    Zet de vorm iets onder het midden op het rooster in de warme oven en bak de ontbijtkoek in ± 75 minuten bruin en gaar.
    Neem de vorm uit de oven, verwijder het bakpapier en keer de ontbijtkoek op het taartrooster om verder af te koelen.


    Ontbijtkoek III

    70 gr honing
    30 ml water
    50 gr roggebloem
    270 gr volkorenmeel
    120 gr donkere basterdsuiker
    12 gr koekkruiden

    Verwarm de oven voor op 160°C en vet een cakevorm in.
    Breng de honing met het water aan de kook en roer dit mengsel door het roggemeel.
    Voeg de overige ingrediënten toe en roer alles samen tot een glad beslag.
    Schep het beslag in de vorm en bak het 70-100 minuten.
    Controleer met een satéprikker of de koek gaar is.


    Koekkruiden

    Stamp of maal 35 gr kaneel, 10 gr kruidnagel, 10 gr gemberpoeder, 10 gr witte peper, 15 gr anijs, 10 gr nootmuskaat, 10 gr kardemompoeder, 5 gr gemalen foelie, 10 gr oranjeschil en 10 gr piment (Jamaica peper; allspice) zeer fijn, zeef ze en bewaar ze in goed gesloten potten op een donkere en koele plaats.


    Paasbrood

    150 gr krenten
    3 dl melk
    1 pak witbroodmix (500 gr)
    3 eetlepels bruine basterdsuiker
    2 theelepels citroenrasp
    1/2 eetlepel kaneelpoeder
    50 gr zachte boter
    100 gr gedroogde abrikozen
    100 gr gedroogde pruimen (Pruneaux)
    100 gr bitterkoekjes
    300 gr amandelspijs
    poedersuiker
    1/2 eetlepel boter om in te vetten
    4 eetlepels bloem om te bestuiven
    keukenpapier, plasticfolie, aluminiumfolie

    Laat de krenten in een kommetje met warm water ± 15 minuten wellen.
    Verwarm intussen de melk in een steelpan tot lauwwarm.
    Schep in een kom de broodmix, basterdsuiker, citroenrasp en kaneel door elkaar en voeg 25 gr boter en de lauwwarme melk toe.
    Kneed het deeg met koele hand en laat het ± 15 minuten rijzen (volgens de gebruiksaanwijzing).
    Giet de krenten af en dep ze met keukenpapier droog.
    Snijd de abrikozen en de pruimen in kleine stukjes.
    Bestuif het aanrecht met bloem en druk het deeg plat.
    Verdeel de krenten, abrikozen en pruimen over het deeg en kneed tot de vulling gelijkmatig door het deeg zit.
    Doe het deeg terug in de kom, dek het met plasticfolie af en laat het op een warme plaats ± 20 minuten rijzen.
    Snijd de bitterkoekjes in kleine stukjes, kneed die door de spijs en vorm de spijs tot een rol van ± 20 cm lang.
    Verwarm de oven voor op 200°C of gasovenstand 4.
    Vorm het deeg tot een ovaal brood (± 25 cm lang), duw in het midden van het brood een gleuf, leg de spijsrol daarin en vouw het deeg om de spijs.
    Vet een bakplaat in en leg het brood daar met de naad naar beneden op.
    Bak het brood in het midden van de oven in ± 30 minuten lichtbruin en gaar (dek het eventueel de laatste 10 minuten met aluminiumfolie af als het te bruin wordt).
    Neem het brood uit de oven, bestrijk de boven- en de zijkanten met de rest van de boter en laat het afkoelen.
    Bestrooi het brood met poedersuiker.


    Palmpaashaan

    500 gr bloem
    1 eetlepel anijszaad
    1 1/2 dl lauwe melk
    30 gr gist
    een snufje zout
    5 eetlepels olie
    1 ei
    1 eetlepel honing
    1 eetlepel rietsuiker
    4 eetlepels melk
    anijszaad

    Meng het anijszaad door de bloem.
    Los de gist op in de lauwe melk en laat dit staan tot zich belletjes vormen.
    Roer alle ingrediënten, t/m de rietsuiker, door elkaar en kneed ze tenminste 10 minuten door elkaar.
    Voeg eventueel maximaal 4 eetlepels melk toe. Het deeg moet stevig blijven.
    Laat het deeg rijzen tot het in volume is verdubbeld.
    Verdeel het in gelijke stukken ter grootte van een mandarijn en vorm daar langwerpige, puntige broodjes van (of maak er hazen of hanen van).
    Verwarm de oven voor op 225°C en vet een bakplaat in met olie.
    Leg de deegvormen op de bakplaat en laat ze buiten de oven onder een theedoek nog 15 minuten narijzen.
    Bestrooi ze met anijszaad en bak ze middenin de oven in ± 25 minuten gaar.


    Panforte

    150 gr hazelnoten
    175 gr blanke amandelen
    4-6 velletjes ouwel (Baukje)
    150 gr bloem
    150 gr puddingvruchtjes
    50 gr gekonfijte sinaasappelschil
    1/2 eetlepel kaneel
    1/2 eetlepel koekkruiden
    1 dl vloeibare honing
    100 gr basterdsuiker

    Verwarm de oven voor op 175°C.
    Hak de noten grof en rooster ze in een droge koekenpan goudbruin.
    Bekleed de bodem van een springvorm (24 cm doorsnee) met de ouwel en vet de randen in.
    Meng de noten met de gezeefde bloem, de puddingvruchtjes, de sinaasappelschil, de kaneel en de koekkruiden.
    Temper de oven tot 150°C.
    Smelt de honing en de suiker en verwarm ze tot een druppel van het mengsel in koud water een zacht balletje vormt.
    Roer de honingmassa beetje bij beetje door het notenmengsel en schep alles in de springvorm.
    Bak de koek in het midden van de oven in 30 minuten gaar.
    Laat de koek afkoelen en neem hem uit de vorm.
    Bestrooi de koek pas de volgende dag met poedersuiker.
    Bewaar de panforte op een droge plaats in een goed afgesloten trommel.


    Pannenkoekjes met honing en pijnboompitten

    90 gr bloem
    30 gr suiker
    zout
    2 dl melk
    2 eieren
    3 eetlepel sinaasappelsap
    120 gr gesmolten boter
    1/4 liter room
    100 gr lavendel- of tijmhoning
    4 eidooiers
    40 gr pijnboompitten
    250 gr frambozen (diepvries)
    4 eetlepels eau de vie van frambozen
    citroenmelisse om te garneren

    Doe voor het pannenkoekbeslag de bloem, de suiker en een snufje zout in een mengkom en roer er de melk, de 2 losgeklopte eieren, het sinaasappelsap en tenslotte beetje bij beetje 100 gr gesmolten boter door.
    Zet het beslag 30 minuten op een koele plaats.
    Laat voor de honingsaus de room in een pannetje 3 minuten inkoken en roer er de honing door.
    Roer er van het vuur met een garde de eidooiers door.
    Zet de pan weer op het vuur en klop op laag vuur verder tot de saus begint te binden.
    Zet de saus opzij.
    Rooster de pijnboompitten in een droge pan goudbruin.
    Bak van het beslag in de rest van de boter flinterdunne pannenkoeken en scheid ze van elkaar met boterhampapier, zodat ze kunnen afkoelen zonder aan elkaar te plakken.
    laat de intussen ontdooide frambozen in de frambozen eau de vie trekken.
    Vouw voor het serveren de pannenkoeken driehoekig dicht en schik ze met de honingsaus en de frambozen op de borden.
    Bestrooi de pannenkoeken met de pijnboompitten en garneer ze met citroenmelisse.


    Pannenkoekjes met Maple Syrup

    150 gr bloem
    1/2 theelepel bakpoeder
    een snufje zout
    1/2 dl karnemelk
    3/4 dl koud water
    3 grote losgeklopte eieren
    110 gr reuzel
    1 fles pure Maple Syrup

    Zeef de bloem, het bakpoeder en het zout in een grote kom en maak een kuiltje in het midden.
    Klop de karnemelk en het water in een kan en giet dit mengsel al roerend in het kuiltje, zodat bij ieder scheutje een beetje meer bloem wordt opgenomen.
    Roer er vervolgens beetje bij beetje de eieren door tot een glad beslag ontstaat.
    Verwarm op middelhoog vuur een grote zware koekenpan, doe er ± 25 gr reuzel in en verhit die.
    Schep dan per pannenkoek 1 lepel beslag in de pan.
    Bak 2-3 pannenkoeken tegelijk.
    Na ± 45 seconden zullen ze aan één kant goudbruin zijn, draai ze dan met een vork of spatel voorzichtig om en bak de andere kant ook ± 45 seconden.
    De pannenkoekjes zullen dan opgeblazen zijn als een soufflé.
    Herhaal dit met de rest van het beslag en zorg dat er steeds 5 mm vet in de pan staat.
    Serveer de pannenkoekjes direct met Maple Syrup erover geschonken.


    Pannetone

    100 gr sultanarozijnen
    2 eetlepels rum
    150 gr boter
    400 gr patentbloem
    1/2 theelepel zout
    1-1 1/2 dl melk
    40 gr gist
    4 eetlepels fijne tafelsuiker
    1 zakje vanillesuiker
    3-4 eieren
    2 eidooiers
    50 gr fijngesneden bigarreaux
    50 gr van elk, fijn gesneden amandelen, oranjesnippers en sukade
    boter om in te vetten en te bestrijken
    125 gr abrikozenjam
    125 gr poedersuiker
    1-2 eetlepels rum of citroensap

    Besprenkel de rozijnen met de rum en laat ze 20 minuten wellen.
    Doe de zachte boter en het zout in een schaal.
    Verwarm de melk tot lauwwarm, roer de gist, de suiker, de vanillesuiker, de eieren en de eidooiers erdoor en giet dit mengsel bij de bloem.
    Kneed het deeg ± 5 minuten met de deeghaken van een handmixer.
    Meng de bigarreaux, de amandelen, de oranjesnippers, de sukade en de rozijnen door het deeg en laat het afgedekt met een doek op een redelijk warme plaats ± 40 minuten rijzen.
    Vet een springvorm van 20-22 cm doorsnee in met boter.
    Vorm een dubbele laag bakpapier van 30 x 75 cm tot een koker met de doorsnee van de springvorm, zet die met paperclips en in de springvorm vast.
    Roer het deeg met een houten lepel nog eens door en zet het nog 10 minuten weg om te rijzen.
    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Vul de vorm met het deeg, dek het weer met een doek af en laat het op een warme plaats rijzen tot het de bovenrand van het bakpapier bijna raakt.
    Bak de pannetone onder in de oven in 60-70 minuten goudbruin en gaar.
    Bestrijk hem tijdens het bakken 2-3 keer met zachte boter.
    Dek het brood, als de bovenkant te snel kleurt, halverwege de baktijd met bakpapier af.
    Test aan het einde van de baktijd met een dunne breipen of het brood gaar is.
    Laat de pannetone nog 5 minuten in de vorm en laat het brood 1 nacht op een rooster afkoelen.
    Verwijder het papier pas kort voor het aansnijden van de pannetone.
    Bestrijk de pannetone met de abrikozenjam.
    Roer een dik glazuur van de poedersuiker met de rum of het citroensap en smeer dat als laatste over het brood.


    Passievrucht-kwarkplaatkoek

    250 gr walnootkoekjes
    90 gr gesmolten boter
    2 blaadjes gelatine
    250 gr ricotta
    250 gr kwark
    400 gr gecondenseerde melk
    3 theelepels geraspte citroenschil
    1 kop citroensap
    1 kop slagroom
    6 gepureerde passievruchten
    geklopte slagroom
    passievrucht

    Vet een bakblik in met boter en bekleed het met bakpapier.
    Maal de biscuits in ± 20 seconden fijn in de keukenmachine.
    Meng de boter er goed door.
    Schep het mengsel op het bakblik, druk het goed aan en zet het tot gebruik koel weg.
    Doe de kop water in een vuurvaste kom, leg de gelatine erin en laat die au bain-marie oplossen.
    Laat het mengsel een beetje afkoelen.
    Klop de ricotta en de kwark tot een zacht, glad mengsel.
    Voeg de melk, de citroenschil en het citroensap toe en mix dit ± 3 minuten goed door elkaar.
    Spatel er voorzichtig de room, de gelatine en het passievruchtvlees door en giet de vulling in het bakblik.
    Strijk de bovenkant glad en laat het geheel in de koelkast ± 6 uur opstijven.
    Snijd de koek in vierkantjes en haal die uit het bakblik.
    Garneer met slagroom en passievrucht.


    Peperkoek I

    500 gr zelfrijzend bakmeel
    500 gr bruine suiker
    2 theelepels kaneel
    2 theelepels gemalen kruidnagel
    2 theelepels gemalen nootmuskaat
    5 dl kokende melk

    Vet een cakeblik in met boter en bestrooi het met bloem.
    Doe alle droge ingrediënten in een kom en giet daar al roerend de kokende melk over.
    Roer alles goed glad tot een mooi beslag.
    Doe het beslag in de bakvorm en laat de koek in een op ± 175°C voorverwarmde oven in 1 1/2 gaar worden.
    Haal de koek na het bakken direct uit het blik en laat afkoelen.


    Peperkoek II

    1 pak zelfrijzend bakmeel
    400 gr bruine basterdsuiker
    3 eetlepels honing
    6 theelepels speculaaskruiden
    4 eieren
    3 dl water

    Mix de eieren 5 minuten met de suiker en voeg daarna de kruiden, de honing en het water toe.
    Doe er de gezeefde bloem bij en kneed tot een deeg.
    Verdeel dit in 2 met boter ingevette broodbakblikken en bak de koeken 1 uur in een op 160°C voorverwarmde oven.
    Haal de peperkoeken uit de bakblikken en laat ze 10 minuten afkoelen.
    Doe ze dan in een plastic zak, anders krijgen ze een te harde korst.


    Peren-kwarktaart

    (6 personen)

    250 gr bloem
    een snufje zout
    125 gr witte basterdsuiker
    175 gr boter
    1 1/2 eetlepel custardpoeder
    1 1/2 eetlepel rum
    450 gr magere kwark
    3 theelepels kaneel
    1 zakje vanillesuiker
    3 eetlepels geschaafde amandelen
    3 theelepels citroenrasp
    750 gr niet te rijpe handperen
    1 ei

    Doe 225 gr bloem, zout, 100 gr basterdsuiker en de boter in een kom, snijd met 2 messen de boter door de bloem, kneed het tot een bal en laat die in de koelkast ± 15 minuten rusten.
    Roer de custard, de rum en 1 1/2 eetlepel water in een kopje tot een glad papje.
    Doe de kwark, de kaneel, 2 eetlepels basterdsuiker, de vanillesuiker, de citroenrasp en de amandelen in een kom en roer dit door elkaar.
    Schil de peren en roer die door de kwark.
    Vet een springvorm van 22 cm doorsnee in.
    Verwarm de oven voor op 175°C.
    Bestuif het aanrecht met 2 eetlepels bloem en rol het deeg uit tot een ronde lap van 25 cm doorsnee.
    Voorzie de vorm van een opstaande rand en schep het kwarkmengsel erin.
    Rol de rest van het deeg weer tot een ronde lap uit en bedek de kwark hiermee.
    Druk de zijkanten met een vork aan en bestrijk de bovenkant met het ei.
    Bak de taart in ± 1 uur goudbruin en gaar.
    Laat hem in de vorm afkoelen en zet hem dan in koelkast.

    Deze kwarktaart is de dag erop nog lekkerder.


    Perentaart

    (8 punten)

    Voor het deeg:
    150 gr bloem
    50 gr suiker
    zout
    100 gr boter
    huishoudfolie
    olie

    Voor de vulling:
    50 gr bloem
    1/4 liter melk
    1 ei
    200 gr amandelspijs
    4 handperen
    poedersuiker

    Doe de bloem, de suiker en een mespunt zout in een kom, voeg de boter toe en snijd die met 2 messen klein.
    Wrijf de boter met duim en wijsvinger door de bloem (niet kneden, want dan smelt de boter en wordt het deeg te vast).
    Voeg één voor één 3 eetlepels koud water toe en kneed het met de muis van de hand snel tot een samenhangend deeg.
    Gebruik niet meer water dan noodzakelijk is om er een vast deeg van te maken.
    Verpak de deegbal in huishoudfolie en laat hem in de koelkast minstens 1 uur rusten.
    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Bestuif het aanrecht met bloem.
    Vet een taartvorm met een doorsnee van 24 cm met olie in.
    Rol het deeg uit tot een lap die ± 2 cm groter is dan de vorm.
    Bekleed de vorm hiermee en druk het deeg goed tegen de rand.
    Rol met de deegroller over de rand van de vorm en snijd het overtollige deeg weg.
    Doe voor de vulling de bloem, de melk en het ei in een kom en verbrokkel er de amandelspijs boven.
    Klop met een mixer of garde tot er geen klontjes meer in zitten en verdeel het mengsel over de deegbodem.
    Schil de peren en verwijder de klokhuizen.
    Snijd de peren in kwarten en snijd iedere kwart in tweeën.
    Verdeel de partjes peer met de bolle kant naar boven en de smalle kant naar het midden over de taartbodem.
    Bak de taart in het midden van de oven in ± 40 minuten goudbruin en gaar.
    Controleer na 20 minuten of de taart niet te bruin wordt; is dat het geval, dek de taart dan met aluminiumfolie af.
    Laat de taart afkoelen en bestrooi hem voor het serveren met poedersuiker.
    Geef de taart lauwwarm of koud.


    Perentaartjes met warme chocoladesaus

    (2 personen)

    2 plakjes diepvriesbladerdeeg
    ei om mee te bestrijken
    1/2 dl slagroom
    1/2 zakje vanillesuiker
    1 flinke handpeer
    citroensap

    Voor de saus:
    50 gr pure chocolade
    1/2 dl slagroom
    1 theelepel geroosterde gehakte amandelen

    Laat het bladerdeeg ontdooien, steek met een kopje uit ieder plakje deeg een rondje van ± 10 cm doorsnee, leg ze op een ingevet bakblik en prik ze met een vork enkele malen in.
    Rol de rest van het deeg tot een vierkant van 10 x 10 cm en steek hier weer een rondje uit.
    Steek dan een rondje uit dit rondje, zodat u een rand krijgt en plak dit met water op de rondjes op het bakblik.
    Rol de rest van het deeg weer uit en herhaal deze procedure.
    Bak de taartjes in ± 15 minuten in een op 225°C voorverwarmde oven goudbruin en laat ze afkoelen.
    Klop de slagroom met de suiker stijf en spuit de room in beide bakjes.
    Schil de peer, verwijder het klokhuis en snijd het vruchtvlees in plakjes.
    Besprenkel die met citroensap en leg ze in de bakjes.
    Smelt voor de saus de chocolade langzaam met de slagroom.
    Laat het iets afkoelen en schep de saus over de peer.
    Bestrooi de taartjes met de amandelen.


    Perentaartjes met vanillecrème

    4 plakjes diepvriesbladerdeeg
    1 vanillestokje
    1 1/4 dl slagroom
    2 handperen
    1 eetlepel honing
    3 eetlepels suiker
    2 eieren
    2 eetlepels abrikozenjam
    kaneel
    taartvormpjes
    bakpapier

    Laat het bladerdeeg ontdooien, leg de plakjes op een met bloem bestoven aanrecht op elkaar en rol ze uit tot ± 2 mm dikte.
    Steek er 4 deegrondjes uit ter grootte van de vormpjes en vul de vormpjes met het bladerdeeg.
    Prik er gaatjes in om bol staan te voorkomen.
    Verwarm de oven voor op 190°C en bak de bakjes ± 10 minuten voor.
    Laat ze afkoelen.
    Schil de peren en halveer ze.
    Maak een suikerstroopje van water, de honing en de suiker.
    Breng het aan de kook en pocheer de peren hierin tot ze zacht zijn.
    Laat ze in de vloeistof afkoelen.
    Breng de room met het opengesneden vanillestokje aan de kook en laat het ± 20 minuten trekken.
    Laat afkoelen en verwijder het vanillestokje.
    Klop de eieren met 2 eetlepels suiker tot de massa dik en schuimig wordt.
    Voeg de afgekoelde room toe en roer goed door.
    Laat de peren uitlekken en snijd ze in waaiervorm.
    Verdeel ze over de taartvormpjes, schenk er de vanillecrème over en bak de taartjes in het midden van de oven goudbruin en gaar.
    Laat ze afkoelen.
    Verwarm de abrikozenjam even met 1 eetlepel water en geef de taartjes daarmee glans.
    Bestrooi de perentaartjes met een beetje kaneel en presenteer ze op een mooi bordje.


    Perzikclafoutis

    (2 personen)

    2 perziken
    2 eetlepels Amaretto of Grand Marnier
    25 gr boter
    2 eieren
    40 gr witte basterdsuiker
    50 gr bloem
    zout
    2 dl melk
    poedersuiker

    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Schil de perziken, snijd ze in stukjes en besprenkel ze met de likeur.
    Smelt de boter.
    Klop de eieren met de basterdsuiker licht en luchtig.
    Klop de bloem, een snufje zout en de melk erdoor.
    Vet een lage taartvorm van 20 cm doorsnee in en schenk het beslag erin.
    Verdeel de perziken erover en bak de clafoutis in de oven in ± 25 minuten goudbruin en gaar.
    Strooi er poedersuiker over.


    Perzikstrudel

    Marineer 700 gr perziken in plakjes ± 15 minuten in 1/2 dl Amaretto.
    Vermeng 250 gr Mascarpone met 2 eetlepels suiker, 1 ei en 1 eetlepel sinaasappelrasp.
    Leg 3 ontdooide fyllodeegvellen iets overlappend naast elkaar, bestrijk ze met 30 gr gesmolten boter en leg er nog 3 fyllodeegvellen over.
    Verdeel er het Mascarponemengsel en de perziken over en rol het geheel op.
    Bak de strudel in een op 200°C voorverwarmde oven in ± 40 minuten gaar.


    Pie van walnoten

    300 gr bloem
    150 gr koude boter
    een snufje zout
    1 eidooier
    5 eetlepels koud water

    voor de vulling:
    2 eieren
    100 gr suiker
    1 zakje vanillesuiker
    150 gr stroop
    2 eetlepels boter
    100 gr grofgehakte walnoten
    een vorm van 26 cm doorsnee

    Zeef de bloem boven een kom, verdeel de boter in kleine stukjes en doe die bij de bloem.
    Voeg 5 eetlepels koud water en het zout toe, kneed het geheel tot een samenhangend deeg en laat dit 30 minuten rusten.
    Rol het deeg dan uit en bekleed er de ingevette bakvorm mee (houd wat deeg over voor een deksel).
    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Klop de eieren los en roer er de suiker, de vanillesuiker, de stroop, de boter en de walnoten door.
    Leg de vulling op de piebodem en bedek de taart met de rest van het deeg. Prik deze 'deksel' met een vork op verschillende plaatsen in en bestrijk hem met de losgeklopte eidooier.
    Zet de oven nu op 180°C en bak de taart 40 minuten.

    Tip: Walnoten kunt u snel pellen door ze even in heet water te dompelen.


    Pistache-amandelbrownies

    (6 stuks)

    50 gr grofgehakte amandelen
    50 gr grofgehakte pistache
    250 gr pure chocola in stukjes
    120 gr boter
    4 eieren
    200 gr suiker
    175 gr bloem
    10 gr gemalen kaneel
    1 opengesneden vanillestokje
    5 dl melk
    50 gr pindakaas
    1/2 liter yoghurtijs
    extra vanillestokjes
    6 ronde bakvormpjes van 10 cm doorsnee en 6 cm hoog, de wand en de bodem ingevet

    Verwarm de oven voor op 170°C.
    Bedek de bodem en de wand van de vormpjes met 1/4 deel van de amandelen en pistache.
    Laat de chocola en de boter in een kom op een pan met heet water smelten.
    Klop de eieren met de suiker, de bloem, de kaneel en het vanillemerg tot een glad mengsel.
    Klop de rest van de pistache en amandel door het chocolademengsel.
    Schenk het beslag in de vormpjes en bak de brownies in het midden van de oven in 15-25 minuten gaar.
    Laat ze afkoelen en neem ze uit de vorm.
    Breng de melk aan de kook en los de pindakaas hierin al roerend op.
    Laat deze saus in de koelkast afkoelen.
    Serveer de brownies op bordjes met op elke brownie 2 bolletjes ijs.
    Schenk de saus eromheen en garneer met de vanillestokjes.


    Plaattaart met verse vruchten

    (12 punten)

    250 gr bloem
    75 gr witte basterdsuiker
    1 mespunt zout
    125 gr koude boter
    1 ei
    gedroogde peulvruchten
    75 gr rozijnen
    2 eetepels amandellikeur
    200 gr MMonChou Zacht & Luchtig
    75 gr suiker
    1/2 liter slagroom
    ± 500 gr zomerfruit naar keuze (bijvoorbeeld pruimen, nectarines, aardbeien, frambozen en bramen)
    5 eetlepels abrikozenjam

    Verwarm de oven op 175°C.
    Zeef de bloem met de suiker en het zout boven een kom.
    Snijd er met 2 messen de boter en het ei door en kneed met een koele hand tot een egaal deeg.
    Bekleed een rechthoekige bakplaat (20 x 30 cm) met bakpapier.
    Rol het deeg op een met wat bloem bestoven werkvlak uit tot een lap van ± 24 x 34 cm en bekleed er het bakblik mee.
    Prik de bodem op verschillende plaatsen met een vork in.
    Dek het deeg af met een stuk aluminiumfolie, vul het met de peulvruchten en bak de taartbodem in ± 25 minuten gaar.
    Neem het aluminiumfolie met de steunvulling eruit en bak de bodem nog ± 10 minuten tot hij goudgeel kleurt.
    Laat de bodem helemaal afkoelen.
    Wel de rozijnen 10 minuten in de likeur.
    Was en schil het fruit en snijd het eventueel in plakjes, partjes of stukjes.
    Roer de MonChou met de suiker romig en klop de slagroom stijf.
    Spatel de MonChou met de rozijnen en het weekvocht door de slagroom en verdeel de room over de bodem van de taart.
    Verdeel er de vruchten over.
    Verwarm de jam, roer hem door een zeef en bestrijk de vruchten met de gezeefde jam.


    Poffertje of bollebuisje

    (60 stuks)

    250 gr bloem
    4 dl lauwe melk
    10 gr gist
    3 gr zout
    30 gr stroop

    Maak een gistdeeg van de bloem, de lauwe melk, de gist en het zout.
    Roer er de stroop door en laat het deeg ± 1 uur rijzen.
    Giet in elk kuiltje van de hete poffertjespan wat gesmolten boter.
    Vul de kuiltjes voor de helft met deeg en bak de poffertjes op een flink vuur aan beide kanten vlug lichtbruin.
    Stapel ze warm op een schotel of op eenpersoonsbordjes, leg in het midden een klontje boter en bestrooi de poffetjes dik met poedersuiker.


    Poffertjes II

    (4 porties)

    65 gr bloem
    65 gr boekweitmeel
    1 mespunt zout
    5 gr gist
    2-2 1/2 dl lauwe melk
    1 klein ei
    gesmolten boter
    100 gr boter, verdeeld in 4 stukken
    gezeefde poedersuiker

    Doe de bloem met het boekweitmeel en het zout in een kom.
    Maak in een kommetje de gist met 3 eetlepels lauwe melk tot een vloeibaar papje aan.
    Maak een kuiltje in het bloemmengsel, giet hier de aangemaakte gist in en voeg het ei toe.
    Doe er dan 1 1/2 dl lauwe melk bij en roer het geheel met een houten lepel of met een mixer met deeghaken vanuit het midden tot een dik, glad mengsel.
    Verdun het geleidelijk met de rest van de lauwe melk en roer tot een gladde, luchtige massa is ontstaan.
    Laat het beslag afgedekt op een lauwwarme plaats 1 uur rijzen.
    Verwarm de poffertjespan.
    Bestrijk de kuiltjes met de gesmolten boter, roer deze niet door, maar gebruik bij voorkeur het heldere gedeelte.
    Roer het gerezen beslag vooral NIET door.
    Vul de kuiltjes snel achter elkaar voor de helft met beslag en bak de poffertjes op tamelijk hoog vuur goudbruin.
    Keer ze met een vork als de bovenkant droog is.
    Verwarm de borden en leg op elk bord 1 portie.
    Leg het stuk boter in het midden en bestrooi de poffertjes dik met poedersuiker.


    Poffertjes III

    Strooi 100 gr bloem en 100 gr boekweitmeel in een mengkom.
    Roer 1/2 zakje gist door het meelmengsel en maak in het midden een kuiltje.
    Strooi in het kuiltje 1/2 theelepel zout en schenk er 2 losgeklopte eieren in.
    Roer er geleidelijk 3 dl lauwe melk door tot een dik en stevig glad beslag ontstaat.
    Vet een poffertjespan in, giet in elke opening wat beslag en keer de poffertjes om als de bovenkant droog is.
    Serveer de poffertjes met boter en poedersuiker.


    Polvorones (anijskoekjes)

    (30 stuks)

    350 gr bloem
    1/2 theelepel bakpoeder
    70 gr suiker
    1 zakje vanillesuiker
    1 theelepel anijszaadjes
    175 gr boter
    1 losgeklopt ei
    poedersuiker

    Verwarm de oven voor op 200°C en bekleed een bakplaat met bakpapier.
    Vermeng de bloem met het bakpoeder, de suiker, de vanillesuiker en de anijszaadjes, voeg de koude boter toe en snijd die met 2 messen in stukjes.
    Voeg het ei en 2 eetlepels koud water toe en kneed er met koele hand een egaal deeg van.
    Vorm ± 30 balletjes van het deeg.
    Leg de helft op de bakplaat en bak de koekjes in ± 20 minuten goudgeel en
    gaar.
    Bak de rest van de koekjes op dezelfde manier.
    Bestuif de koekjes royaal met poedersuiker.


    Pompoenpannenkoekjes

    (25 stuks)

    300 gr schoongemaakte pompoen in stukjes
    250 gr bloem
    zout
    150 gr suiker
    1/4 liter melk
    1 ei
    1 zakje vanillesuiker
    1 theelepel kaneel
    olie of boter om in te bakken

    Kook de pompoen met 3 dl water in een pan ± 15 minuten.
    Giet de pompoen boven een maatbeker in een zeef af en meet 1/4 liter pompoenvocht af.
    Pureer de pompoen.
    Doe de bloem, 1/2 theelepel zout, 125 gr suiker en de melk in een kom en roer dit door elkaar.
    Voeg al roerend het pompoenvocht toe tot een glad mengsel ontstaat en roer er daar de pompoenpuree door.
    Doe er onder flink roeren het ei, de vanillesuiker en de kaneel bij.
    Verhit in een grote (Tefal) koekenpan een beetje olie, giet met een juslepel 3 bergjes beslag in de koekenpan, bak ze tot de bovenkant bijna droog is, keer ze en bak ze snel goudbruin.
    Houd de pannenkoekjes warm.
    Bak zo nog ± 20 pannenkoekjes.
    Eet de pannenkoekjes warm of koud, met zoet of hartig beleg (stroop, suiker, kaas), als ontbijt, als tussendoortje of als toetje.
    Ze zijn zeer goed in te vriezen.


    Pruimentaart van Roy Verge

    Voor het deeg:
    100 gr bloem
    20 gr fijngemaakte, gepelde amandelen (= amandelpoeder)
    1 theelepel citroenrasp
    30 gr suiker
    75 gr boter
    1 eidooier

    Voor de vulling:
    250 gr gedroogde ontpitte pruimen
    3 eetlepels amandelpoeder
    4 eetlepels vanillesuiker
    2 eieren
    5 eetlepels slagroom
    2 eetlepels oranjebloesemwater
    30 gr boter
    4 eetlepels Armagnac

    Werk de ingrediënten voor het deeg goed door elkaar (niet echt kneden). Verwarm de oven voor op 200°C.
    Rol het deeg uit tot een ronde lap van 30 cm doorsnee.
    Leg deze in een lage taartvorm en druk het deeg goed aan.
    Prik een paar gaatjes in het deeg en zet het, onder een vochtige theedoek, op een koele plaats.
    Doe intussen het amandelpoeder, de vanillesuiker, de eieren, de room en het oranjebloesemwater in een grote kom en meng alles.
    Verhit de boter tot die begint te kleuren en giet dit al roerend in de kom.
    Leg de pruimen op de taartbodem en giet het mengsel erover.
    Zet de vorm in de oven en laat hem 25 minuten staan.
    Haal de taart uit de oven en besprenkel hem met de Armagnac.
    Serveer de taart lauwwarm.


    Pruimentaartje met eiwitschuim

    Voor het deeg:
    70 gr boter
    75 gr amandelpoeder
    75 gr bloem
    75 gr basterdsuiker
    1 theelepel kaneel
    1 mespuntje zout
    1/4 citroenschil

    Voor de pruimengelei:
    12 pruimen
    1 kaneelstokje
    150 gr suiker
    1 vanillestokje

    Roer met een spatel de boter met het ei, de suiker en het amandelpoeder zalvig.
    Voeg de kaneel, de citroenrasp en het zout toe en kneed de bloem door de botermassa tot een samenhangend deeg.
    Zet het deeg in de koelkast en laat het 2 uur rusten.
    Rol het deeg uit tot een plak van 2 mm dikte, leg de plak over een klein taartvormpje en duw het licht aan.
    Rol met een rolstok over de rand van het vormpje en vul het met de pruimengelei.
    Sla vervolgens 4 eiwitten met een mixer schuimig en voeg er 100 gr suiker bij.
    Breng met een vork het eiwitschuim over op de gelei en gratineer het in een hete oven of onder een grill.
    Serveer het taartje met een toefje slagroom en een bolletje vanille-ijs.

    Gelei:
    Was en halveer de pruimen, kook ze met de suiker, de kaneelstok en de vanille tot een gelei en laat die afkoelen.


    Pruimenvlaai

    250 gr witbroodmix
    25 gr boter
    1 ei
    1 zakje vanillesuiker
    1 1/2 dl lauwe melk
    1 kg ontpitte pruimen
    100 gr suiker
    1 ei
    greinsuiker

    Doe de broodmix met de boter, het ei, de vanillesuiker en de lauwe melk in een beslagkom en kneed er met koele handen een soepel deeg van.
    Laat het deeg op een warme, vochtige plaats rijzen en kneed het tot een bol.
    Houd 1/3 deel van het deeg apart voor het deksel van de taart en rol de rest uit tot een plak die in een ronde lage vorm van 30 cm doorsnee past.
    Leg de pruimen in de bodem en strooi er de gewone suiker over.
    Rol het achtergehouden deeg uit tot een plak, snijd hier smalle repen van en leg die in een ruitmodel over de vlaai.
    Bestrijk de vlaai met het ei en strooi er de greinsuiker over.
    Bak de vlaai 30 minuten in een op 225°C voorverwarmde oven.


    Rabarber met kruimeldeeg

    500 gr rabarber
    75 gr suiker
    1 zakje vanillesuiker
    150 gr bloem
    90 gr boter
    75 gr suiker
    1 losgeklopt ei

    Snijd de rabarber in stukken van 1-2 cm, doe ze in een beboterde ovenschaal en strooi er suiker en de vanillesuiker over.
    Snijd in een kom de boter met 2 messen in kleine stukjes.
    Doe de bloem en de suiker erbij, wrijf de boter fijn en vermeng het met de rest tot een korrelige massa.
    Strooi die over de rabarber en bestrijk de bovenkant met ei.
    Zet de schaal ± 30 minuten in een op 225°C voorverwarmde oven.
    Serveer de taart warm met vanille-ijs.


    Rabarberschuimtaart

    Voor de bodem:
    175 gr bloem
    85 gr boter in stukjes
    25 gr witte basterdsuiker
    2-3 eetlepels koud water
    Voor de vulling:
    700 gr rabarber in stukjes
    140 gr witte basterdsuiker
    de geraspte schil en het sap van 1 sinaasappel
    3 eetlepels maïzena
    3 eidooiers
    4 eetlepels crème fraîche

    Voor de schuim-bovenkant:
    3 eiwitten
    175 gr witte basterdsuiker
    1 theelepel azijn
    1 theelepel vanillesuiker
    1 theelepel maïzena

    Roer de azijn, de vanillesuiker en de maïzena tot een papje.

    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Maak het deeg op de gebruikelijke manier en vul er een diepe taartvorm met
    een doorsnee van 20-23 cm mee, of een wat ondiepere taartvorm met een
    doorsnee van 25 cm.
    Bak de taartbodem 15 minuten blind, met behulp van bakpapier en een
    steunvulling.
    Verwijder de steunvulling en het bakpapier en bak de taartbodem nog 5
    minuten.
    Breng de oventemperatuur dan terug naar 190°C.
    Doe de rabarber, de suiker en de sinaasappelschil en een pan en verhit dit
    op zacht vuur tot het sap uit de rabarber loopt.
    Doe een deksel op de pan en laat het mengsel 7-10 minuten zachtjes koken,
    tot de rabarber zacht is.
    Verwijder het deksel, zet het vuur hoger en kook, regelmatig roerend, nog
    20 minuten tot een brij ontstaat.
    Roer een papje van de azijn, de vanillesuiker en de maïzena.
    Meng het sap van de sinaasappel en de maïzena in een kommetje tot een
    papje.
    Voeg dit aan de rabarber toe en laat het rabarbermengsel zachtjes doorkoken tot het dik is.
    Voeg dan de eidooiers toe en laat het mengsel nog 2 minuten doorkoken.
    Haal de pan van het vuur, voeg de crème fraîche toe, roer het mengsel goed
    door en giet het in de taartbodem.
    Klop in een kom de eiwitten met een mixer stijf.
    Voeg de basterdsuiker in 4 delen toe en voeg elke keer ook een beetje van
    het azijn-vanillesuiker-maïzenamengsel toe.
    Klop door tot de meringue dik en glanzend is.
    Verdeel de meringue met een lepel over de taartvulling en draai er vervolgens 'punten' aan (dit gaat goed met de achterkanten van 2 theelepels).
    Bak de taart nog 12 minuten.
    U kunt de taart kan zowel warm als koud serveren.
    Als de taart warm wordt geserveerd, moet hij tenminste 10 minuten afkoelen.

    Tip: Als het rabarberseizoen voorbij is en u de taart toch graag wilt
    maken, kunt u ook rabarbercompote uit een potje (bijvoorbeeld Hak) gebruiken. Het recept moet dan wel enigszins worden aangepast. (Verse rabarber is wel lekkerder en kleurt bovendien ook mooier!).


    Rabarbertaart

    voldoende plakjes bladerdeeg om de vorm te bekleden
    500 gr rabarber
    2 eieren
    1 dl room
    200 gr suiker
    50 gr zelfrijzend bakmeel

    Verwarm de oven voor op ± 170°C.
    Beboter een rechthoekige ovenschaal en doe het bladerdeeg hierin; laat de plakjes elkaar iets overlappen en druk de randen goed aan.
    Was en snijd de rabarber en verdeel deze gelijkmatig over het deeg.
    Vermeng de overige ingrediënten en giet het mengsel over de rabarber.
    Bak de taart ± 30 minuten in de oven.

    Tip: De taartbodem wordt nog lekkerder als u hem eerst 'blind' bakt.
    Bekleed het deeg daarvoor met een vel bakpapier, strooi daar flink wat oude peulvruchten op en bak de bodem 10-15 minuten in de oven, voordat u de vulling erin schept.


    Rabarbertaart met paprijst

    Voor het deeg:
    200 gr bloem
    75 gr suiker
    1 mespunt zout
    1 ei
    100 gr koude boter

    Voor de vulling:
    1 kg rabarber
    75 gr paprijst
    1/2 liter melk
    1 mespunt zout
    1 ei
    1 eetlepel custardpoeder
    200 gr suiker
    1 eiwit

    Voor de garnering:
    1/8 liter slagroom
    2 eetlepels suiker

    Roer de bloem, de suiker en het zout in een kom door elkaar.
    Snijd de koude boter met 2 messen in kleine stukjes door de bloem.
    Voeg het ei aan de bloem toe en maak het met koele hand - of met een keukenmachine - snel tot een soepel deeg.
    Verpak het in plasticfolie en laat het in de koelkast ± 1 uur rusten. Maak intussen de rabarber schoon en snijd hem in stukjes van 1 cm.
    Breng in een pan de rijst met de melk en het zout aan de kook en laat de rijst op laag vuur in ± 30 minuten zachtjes gaar koken.
    Splits het ei.
    Roer in een kommetje de eidooier, het custardpoeder en 100 gr suiker glad. Roet het custardmengsel door de warme rijst, laat even doorkoken en laat de rijst iets afkoelen.
    Breng de rabarber met de rest van de suiker en 2 eetlepels water aan de kook en laat ± 5 minuten zachtjes doorkoken (dit kan ook goed in de magnetron).
    Laat de rabarber in een vergiet uitlekken.
    Verwarm de oven voor op 175°C en vet een springvorm in.
    Druk het deeg in de vorm uit met een opstaande rand van 2 cm.
    Klop de eiwitten stijf met 1 mespunt zout en schep ze door het rijstmengsel.
    Verdeel de rabarber de over bodem en strijk hem glad.
    Schep het rijstmengsel in de vorm en strijk de bovenkant glad.
    Bak de taart in het midden van de oven in ± 35 minuten gaar.
    Laat de taart afkoelen en garneer met de gezoete slagroom.


    Rahkapiirakka (Fins kwarkbrood)

    Voor het deeg:
    500 gr bloem
    1 theelepel zout
    1 zakje gedroogde gist
    50 gr suiker
    1/2 eetlepel gemalen kardemom
    ± 1/4 liter melk op kamertemperatuur
    1/2 ei
    75 gr boter
    100 gr rozijnen

    Voor de bovenkant:
    225 gr kwark
    50 gr rozijnen
    1/2 ei
    1/2 dl melk
    het sap en de rasp van 1/2 citroen
    1 theelepel vanillesuiker
    2 eetlepels suiker

    Strooi de gezeefde bloem in een hoge mengkom en roer het zout erdoor.
    Maak een kuiltje in het midden en strooi er de gist, de suiker en de kardemom in.
    Giet er de melk en het losgeklopte ei op en begin met een houten lepel van binnen naar buiten te roeren.
    Voeg er dan de zachte boter aan toe en kneed alles tot een samenhangend deeg.
    Kneed er tot slot de gewassen en met keukenpapier gedroogde rozijnen door.
    Laat het deeg onder een vochtige doek op een warme plaats 1 uur rijzen tot het volume zich heeft verdubbeld.
    Kneed het deeg opnieuw door en rol het uit tot een vierkante lap van 1/2 cm dik.
    Bekleed een beboterde, rechthoekige bakvorm of kleine braadslee met het deeg en laat de randen overhangen.
    Roer de kwark, de gewassen en met keukenpapier gedroogde rozijnen, het losgeklopte ei, de melk, het sap en rasp van de citroen, de vanillesuiker en de suiker door elkaar en schep de vulling op het deeg.
    Zet de vorm op het rooster, schuif alles midden in de op 200°C voorverwarmde oven en bak het kwarkbrood in ± 30 minuten bruin en gaar.


    Ravani (Grieks gebak)

    75 gr zelfrijzend bakmeel
    50 gr boter
    5 eetlepels suiker
    5 eetlepels geroosterde geschaafde amandelen
    4 eetlepels bloemenhoning
    50 gr griesmeel
    4 gesplitste eieren
    2 theelepels citroenschilrasp
    2 eetlepels citroensap

    Zeef het bakmeel in een kom en schep het griesmeel er zo luchtig mogelijk door.
    Roer de boter zacht en klop er één voor één de eidooiers door.
    Voeg de suiker en de citroenrasp toe en blijf kloppen tot een luchtig mengsel is verkregen.
    Klop in een andere kom de eiwitten stijf.
    Bestrijk de wanden en de bodem van een taartvorm met boter.
    Schep het mengsel van bakmeel en griesmeel zo luchtig mogelijk door het eidooiermengsel en spatel er daarna de eiwitten en de amandelen door.
    Doe het geheel over in de vorm en strijk het oppervlak glad.
    Bak de taart op het rooster iets onder het midden in een op 175°C voorverwarmde oven; reken op een baktijd van 55-60 minuten.
    Maak intussen de honing warm en voeg, vlak voor het gebruik, het citroensap en 1 eetlepel water toe.
    Stort de taart op een taartrooster en schenk het hete honingmengsel er langzaam over.
    Laat de taart koud worden en verdeel hem in stukken.

    Griesmeel kunt u eventueel door zelfrijzend bakmeel vervangen. Dit resulteert in een luchtigere taart.


    Ricotta-meloentaart

    (10-12 personen)

    3 gesplitste eieren
    300 gr ricotta (Italiaanse verse kaas) of magere kwark
    60 gr suiker
    de geraspte schil van 1 citroen
    1 blikje pizzadeeg (Danerolles, 270 gr)
    1 suikermeloen van ± 1 1/2 kg
    4 blaadjes witte gelatine
    een taartvorm met een doorsnee van 30 cm
    een bolletjessteker

    Verwarm de oven voor op 180°C.
    Roer de eidooiers romig met de ricotta, de suiker en de citroenschil.
    Klop de eiwitten stijf en spatel ze luchtig door het ricottamengsel.
    Rol het pizzadeeg uit tot een cirkel van ± 36 cm doorsnee en bekleed er een springvorm mee.
    Verdeel er het ricottamengsel over, vouw de deegrand naar binnen en bak de taart in ± 40 minuten in het midden van de oven.
    Steek zoveel mogelijk bolletjes uit de meloen, laat die uitlekken (vang het sap op) en pureer de rest van het vruchtvlees.
    Laat de meloenpuree in een zeef uitlekken (vang het sap op).
    Week de gelatine ± 5 minuten in ruim koud water.
    Breng het meloensap aan de kook en los hierin van het vuur af de uitgeknepen gelatine op.
    Laat het mengsel in de koelkast in ± 30 minuten lobbig worden.
    Verdeel de meloenbolletjes over de taartbodem en schenk er de meloengelei over.
    Laat de taart eventueel 1 uur in de koelkast opstijven.


    Rijstevlaai I

    Voor de bodem:
    300 gr bloem
    20 gr gist
    20 gr suiker
    2 1/2 dl melk
    150 gr boter

    Voor de vulling:
    1 liter rijstepap
    3 eieren
    150 gr basterdsuiker

    Kneed van de ingrediënten voor de bodem een soepel deeg, voeg de zachte boter als laatste toe.
    Leg het deeg in een doek en laat het 15-20 minuten rijzen.
    Sla het deeg plat, zodat alle lucht eruit is, rol het uit en leg het in de ingevette vlaaivorm.
    Splits de eieren en voeg het eigeel bij de pap.
    Klop het eiwit met de basterdsuiker stijf.
    Bak de vlaai in een op 200-250°C voorverwarmde oven.


    Rijstevlaai II

    250 gr witbroodmix
    25 gr boter
    1 ei
    1 zakje vanillesuiker
    2 dl lauwe melk
    bosvruchtenvlaaivulling
    1/2 liter rijstepap
    25 gr custard
    50 gr suiker
    2 eieren

    Doe de broodmix met de boter, het ei, de vanillesuiker en de lauwe melk
    in een beslagkom en kneed er met koele handen een soepel deeg van.
    Laat het deeg op een warme, vochtige plaats rijzen, kneed het tot een bal en rol het uit tot een ronde lap die in een ronde vorm van 30 cm past.
    Leg de vlaaivulling op de bodem en maak van de rijstepap met de custard, wat melk, de suiker en de eidooiers een dikke pap.
    Klop de eiwitten stijf en spatel die luchtig door de pap.
    Strijk dit over de bosvruchten.
    Bak de vlaai 30 minuten in een op 225°C voorverwarmde oven.


    Rijstevlaai III

    250 gr roomboter
    250 gr suiker
    200 gr rijst
    1 liter melk
    200 gr rozijnen
    2 pakjes vanillesuiker
    6 eieren
    3 eetlepels bloem
    1/8 liter slagroom

    Kook de rijst in de melk, voeg een mespunt zout toe en laat afkoelen.
    Roer de roomboter, de suiker en de vanillesuiker tot room.
    Roer daar één voor één de eieren bij en voeg de bloem toe.
    Doe er de afgekoelde rijst en de rozijnen bij.
    Klop de eiwitten stijf en schep ze voorzichtig door de massa.
    Doe alles in een ingevette springvorm en bak de vlaai in een op 200°C voorverwarmde oven.
    Bespuit het geheel met slagroom.
    Gebruik een blikje vruchten als vulling.


    Rijstevlaai IV

    Voor het deeg:
    250 gr zelfrijzend bakmeel
    75 gr basterdsuiker
    75 gr boter (koud uit de koelkast)
    1 zakje vanillesuiker
    1 theelepel zuiveringszout
    1 losgeklopt ei

    Voor de pap:
    60 gr paprijst
    1 liter melk
    3 eieren
    1 zakje vanillesuiker
    1 flesje amandel- of rumaroma
    100 gr suiker
    een vorm van ± 30 cm doorsnee

    Verwarm de oven voor op 175°C.

    Pap:
    Kook de rijst in water gaar.
    Breng de melk aan de kook, roer er de rijst, de vanillesuiker en de amandel- of rumaroma door en neem de pan van het vuur.
    Splits de eieren.
    Doe 1/3 van de suiker bij het eigeel, 1/3 bij het eiwit en de rest bij de pap.
    Klop het eigeel en het eiwit afzonderlijk; het eiwit tot het goed stijf is en het eigeel tot het bijna wit is.
    Roer het eigeel door de pap en klop het eiwit er vervolgens luchtig door.

    Deeg:
    Doe Alle ingrediënten voor het deeg bij elkaar en kneed ze goed.
    Klop het ei los en doe de helft bij het deeg.
    Rol het deeg uit en leg het in de vorm.
    Schenk de pap in de met deeg bedekte vorm, schuif de vorm in het midden van de warme oven en bak de vlaai in 45 minuten gaar.
    Neem de vlaai uit de oven, laat hem even afkoelen en haal hem dan uit de vorm.
    Garneer de vlaai, nadat hij is afgekoeld, met slagroom en geschaafde chocolade.


    Rode bessentaart

    (12 punten)

    500 gr rode bessen
    5 eiwitten
    een snufje zout
    175 gr suiker
    1 kant-en-klare taartbodem

    Was de bessen, ris ze met een vork en laat ze in een zeef uitlekken.
    Sla de eiwitten met het zout stijf en schep er voorzichtig de suiker door.
    Schep de goed uitgelekte rode bessen door 2/3 van het eiwit en strijk dit over de taartbodem uit.
    Doe de rest van het eiwit over in een spuitzak en spuit hiermee rozetten langs de taartrand.
    Laat de taart in de op 200°C voorverwarmde oven in 5-10 minuten mooi bruin worden.


    Rode pasta pancakes

    (Tao Sha Kuopan)

    100 gr tarwebloem
    1 ei
    ± 7 eetlepels olie
    200 gr zoete rode bonenpasta (blik)
    1 mango in plakjes
    vanille-ijs

    Roer de bloem, het ei en 3/4-1 dl water tot een dik beslag.
    Houd 2 eetlepels beslag apart.
    Verhit in een grote koekenpan 1 eetlepel olie en bak van de helft van het beslag een dunne pannenkoek.
    Bak in 1 eetlepel olie een tweede pannenkoek.
    Leg de bonenpasta in het midden van de pannenkoeken (een laag van ± 3 mm), vouw de pannenkoeken als een envelop dicht en plak de randen met wat beslag vast.
    Verhit ± 5 eetlepels olie in de koekenpan en bak de envelopjes aan beide kanten in ± 2 minuten bruin en krokant.
    Laat de envelopjes in een zeef uitlekken en serveer ze in stukjes gesneden met plakjes mango en bolletje vanille-ijs.


    Romige ananas-kwarktaart

    (8 personen)

    75 gr boter
    175 gr kokosbiscuitjes
    15 gr gelatine (7 blaadjes)
    1 citroen
    100 gr verse roomkaas (MonChou)
    225 gr magere kwark
    1/8 liter zure room
    75 gr basterdsuiker
    3 eieren
    1 blik ananasringen (4 ringen)
    een met bakpapier beklede springvorm van 20 cm doorsnee

    Smelt de boter.
    Verkruimel de biscuits en roer ze bij de boter.
    Bekleed de bodem van de vorm hiermee en zet de vorm in de koelkast.
    Week de gelatine.
    Rasp de citroenschil en pers de vrucht uit.
    Verkruimel de verse roomkaas en roer die met de kwark, de zure room, de citroenrasp, het citroensap en de suiker glad.
    Roer de eidooiers bij het kwarkmengsel.
    Laat de ananas uitlekken, vang het vocht op en snijd de ringen fijn.
    Verwarm 3 eetlepels van het ananassap, los hierin de gelatine op en roer dit in een dun straaltje bij de kwarkmassa.
    Spatel de ananasstukjes hierdoor.
    Klop de eiwitten stijf en schep ze eveneens door de massa.
    Schep dit op de inmiddels stevig geworden bodem en laat het in de koelkast opstijven.


    Romige appeltaart

    250 gr bloem
    2 eetlepels bakpoeder
    250 gr suiker
    150 gr boter
    1 ei
    8 zure appels (goudrenetten)
    1 pakje vanillepudding
    1 zakje vanillesuiker
    8 dl slagroom

    Verwarm de oven voor op 175°C.
    Meng de bloem, het bakpoeder, 125 gr suiker, de boter en het ei tot een soepel deeg.
    Vet een springvorm (doorsnee 26-28 cm)met een hoge opstaande rand in en druk het deeg in de vorm uit.
    Schil de appels en snijd elke appel in 8 partjes.
    Zet de appelpartjes rechtop dicht tegen elkaar aan in de vorm.
    Roer in een kom het puddingpoeder met de rest van de suiker, de vanillesuiker en 2 dl room tot een glad mengsel.
    Breng in een pan de rest van de room aan de kook.
    Roer en van het vuur af het puddingmengsel door en laat het geheel op zacht vuur al roerend even doorkoken tot een dikke vla.
    Schenk de vla over de appels.
    Bak de appeltaart onderin de oven in ± 1 uur en 10 minuten goudbruin en gaar.
    Laat de taart in de vorm afkoelen en daarna nog minstens 14 uur in de koelkast koud worden.


    Roodfluwelen cake

    125 gr boter
    350 gr suiker
    2 eieren
    2 eetlepels cacao
    4 eetlepels rode kleurstof
    1 eetlepel zout
    300 gr gezeefd cakemeel
    1 theelepel vanillesuiker
    1/4 liter karnemelk
    1 theelepel baking soda
    1 eetlepel azijn

    Klop de boter tot die schuimig is.
    Voeg geleidelijk de suiker toe en mix tot het beslag licht en 'donzig' is.
    Voeg, onder voortdurend goed kloppen, één voor één de eieren toe.
    Meng de cacao, de kleurstof en het zout tot een pasta en klop die door het beslag.
    Vermeng de vanillesuiker met de karnemelk.
    Los de baking soda in de azijn op en roer dit door het karnemelkmengsel.
    Voeg afwisselend wat van het cakemeel en wat van het karnemelkmengsel aan het beslag toe (begin en eindig met meel).
    Meng alles grondig en stop zodra een glad beslag is ontstaan.
    Schenk het beslag in een ruime, goed ingevette, met bloem bestoven cakevorm en bak de cake 35-40 minuten in een op 180°C voorverwarmde oven (test met een breinaald of hij gaar is; zo niet, laat hem dan nog enkele minuten verder bakken).
    Laat de cake afkoelen en bestrijk hem met glazuur.

    Glazuur:
    3-5 eetlepels bloem
    1/4 liter melk
    250 gr boter
    125 gr poedersuiker
    1 theelepel vanillesuiker

    Maak een pasta van de bloem en een deel van de melk.
    Voeg de rest van de melk langzaam toe en roer tot het smeuïg is.
    Kook het mengsel 3-5 minuten op middelhoog vuur tot het de gewenste dikte heeft.
    Neem dan de pan van het vuur en laat de massa helemaal afkoelen (de boter mag, als die wordt toegevoegd, niet smelten).
    Klop de boter met de suiker schuimig, voeg al kloppend de vanillesuiker toe en blijf kloppen tot een smeuïg geheel.
    Voeg dit, al kloppend, met 1 theelepel tegelijk aan het afgekoelde bloemmengsel toe en blijf kloppen tot de massa vlokkerig is.


    Roomboterkoek

    200 gr bloem
    175 gr roomboter
    150 gr witte basterdsuiker
    1 ei
    een snufje zout

    Doe de bloem, de boter, de suiker, het zout en 1/2 ei in een kom en snijd de boter met 2 messen klein.
    Meng alles met een koele hand snel tot een soepel deeg.
    Beboter een ronde vorm van 20 cm doorsnee en doe het deeg erin.
    Maak een ruitpatroon op de bovenkant en bestrijk het oppervlak met de andere helft van het ei.
    Bak de koek 25-30 minuten op 180°C in het midden van de oven.


    Roomkaastaart met aardbeien

    een vorm van 24, 26 of 28 cm doorsnee

    Voor het biscuitdeeg:
    2, 2 grote, of 3 eieren
    75, 100, of 110 gr suiker
    50, 60, of 75 gr bloem
    1 mespunt, 2 mespunten, of 1/2 theelepel bakpoeder

    Voor het kwarkmengsel:
    500, 500, of 750 gr aardbeien
    3, 3, of 4 eidooiers
    150, 150, of 225 gr suiker
    500, 500, of 750 gr roomkwark
    5, 5, of 8 blaadjes gelatine
    1/8, liter 1/8 liter of 4 dl slagroom

    Voor de garnering:
    ± 50 gr gemalen pistache- of andere nootjes
    1/8 liter slagroom

    Splits de eieren.
    Sla de eiwitten stijf en voeg de suiker langzaam toe.
    Klop de eidooiers los en voeg daar voorzichtig de bloem en het bakpoeder aan toe.
    Vet de springvorm in, doe de biscuitmassa erin en bak die in een op 190°C voorverwarmde oven in 25-30 minuten lichtbruin.
    Neem de biscuitbodem uit de vorm, laat hem afkoelen en maak de vorm schoon.
    Was de aardbeien en droog ze voorzichtig af.
    Zoek de grootste aardbeien uit (bewaar er een paar voor de garnering) en snijd die in schijfjes.
    Doe het biscuitdeeg weer in de vorm en zet zoveel aardbeienschijfjes tegen de rand dat een gesloten geheel wordt gevormd.
    Klop de eidooiers met de suiker schuimig en vermeng er de roomkwark en de overgebleven gesneden aardbeien door.
    Week de gelatine ± 3 minuten in koud water.
    Verwarm in een steelpannetje 2 eetlepels van de kwarkmassa en roer er van het vuur af de uitgeknepen gelatine door.
    Roer dit door de rest van de kwarkmassa, verdeel het over de biscuitbodem, strijk het glad en laat het in de koelkast opstijven.
    Garneer met de gehalveerde aardbeien en slagroomtoefjes en strooi daar de nootjes over.


    Room-plaatkoek met rozijnen

    Voor het deeg:
    400 gr bloem
    1 zakje poedergist of 25 gr verse gist
    een snufje zout
    75 gr suiker
    75 gr boter
    2 dl lauwwarme melk

    Voor de vulling:
    1 pakje (kook)vanillepuddingpoeder voor 1 liter
    3/4 liter melk
    130 gr suiker
    20 gr boter
    100 gr rozijnen
    2 eieren
    1 bakje umer (400 gr)
    1/8 liter zure room

    Mix alle ingrediënten voor het, laat het rijzen en leg het deeg op een bakplaat.
    Maak de pudding met de melk en 80 gr suiker, roer de boter erdoor en laat het geheel afkoelen.
    Verdeel de crème over de deegbodem en verdeel de rozijnen daarop.
    Splits de eieren en klop de eiwitten stijf.
    Roer de umer, de zure room en de eidooiers met de rest van de suiker los, spatel het eiwit erdoor en strijk dit glad over de vanillecrème uit.
    Bak de koek in ± 45 minuten in een op 175°C voorverwarmde oven.
    Snijd de koek warm in stukken.


    Roti kukus

    5 grote eieren
    1 zakje vanillesuiker
    300 gr suiker
    200 gr zelfrijzend bakmeel
    1 vel vetvrij papier

    Kluts de eieren met de suiker en de vanillesuiker tot de massa schuimt.
    Voeg dan het bakmeel toe en meng alles goed door elkaar.
    Verwarm een stomer voor en leg in de gaatjespan een schone theedoek met daarop een vel vetvrij papier.
    Giet het beslag erop en stoom het in ± 1 uur gaar (maak de pan tijdens het stomen niet open).
    De koek kan, als hij klaar is, als een bloem openspringen, maar dat hoeft niet.


    Rum-rozijnenkwarktaart

    (8 personen)

    Zandtaartbodem:
    100 gr basterdsuiker
    1 pakje vanillesuiker
    200 gr boter
    300 gr bloem
    1 ei
    1 mespuntje zout
    een springvorm van ± 24 cm doorsnee

    Meng in een kom de bloem, de suiker, het ei, de vanillesuiker en het zout door elkaar, snijd de boter er in stukken door en kneed het tot een geheel.
    Vet de vorm in en leg het deeg erin.
    Zet de vorm in een op 170°C voorverwarmde oven en bak het deeg 20-25 minuten.

    U kunt de vorm ook besmeren met een mengsel van 1 pakje MonChou, 4 eetlepels koffieroom en 2 eetlepels poedersuiker.
    Roer de kaas met de koffieroom en de suiker los en strijk een dun laagje op de bodem; de bodem blijft dan langer droog.

    Vulling:
    600 gr kwark
    het sap van 1 citroen
    1/2 dl rum (of andere likeur)
    100 gr rozijnen
    150 gr witte basterdsuiker
    8 blaadjes gelatine

    Roer de kwark met het citroensap, de rum, de gewassen rozijnen en de basterdsuiker los.
    Week de gelatineblaadjes ± 5 minutenin ruim koud water.
    Verhit 1/2 dl water, knijp de geweekte gelatine goed uit, los hem van het vuur af in het water op en roer dit bij het kwarkmengsel.
    Schep de kwarkmassa op de taartbodem en laat de taart in de koelkast opstijven.

    U kunt de bodem ook als vlaaibodem gebruiken.

    Tip:
    Smelt au bain-marie wat chocolade, smeer dit op de bodem en gebruik er dan vlaaivulling met kersen-, bramen- of bessensmaak op.

    Snelle bodems voor kwarktaart:
    Vul de bodem van een springvorm met stukjes lange vinger of plakjes cake.
    Giet er dan 1 dl vruchtensap over en laat dit even intrekken, voordat de vulling erop gaat, anders gaat de bodem drijven.


    Rumbaba's met room en vruchten

    Voor de baba's:
    1 1/2 dl melk
    1 theelepel suiker
    10 gr verse gist of 3/4 zakje droge gist
    200 gr bloem
    75 gr krenten
    4 eieren
    1/2 theelepel zout
    100 gr boter

    Voor de rumsiroop:
    100 gr suiker
    1 eetlepel citroensap
    1 dl rum

    Voor de garnering:
    2 1/2 dl met vanillesuiker halfstijfgeslagen slagroom
    verse vruchten zoals aardbeien, kiwi's etc.

    Verwarm de melk tot handwarm en giet een scheutje hiervan, samen met de suiker bij de verbrokkelde gist.
    Roer de gist glad en voeg hem met de rest van de melk aan de bloem toe.
    Roer hiervan een stevig deeg en laat dit ± 45 minuten op een warme plaats rijzen.
    Vet een ovenplaat met kuiltjes (of 12 kleine vormpjes van 3/4 dl per stuk) in en strooi in elk wat krenten.
    Roer de losgeklopte eieren, het zout en de gesmolten boter door het deeg en blijf goed roeren, zodat alles wordt opgenomen.
    Verdeel het deeg over de vormpjes en bak de baba's in ± 15 minuten iets boven het midden in een op 225°C voorverwarmde oven goudbruin en gaar.
    Verwarm voor de siroop 1 1/2 dl water, los de suiker daarin op en laat de massa ± 5 minuten koken tot een stroopje ontstaat.
    Roer er van het vuur af het citroensap en de rum door.
    Leg de baba's in de siroop, zodat ze zich 'volzuigen'; keer ze af en toe.
    Geef er de slagroom en de vruchten apart bij.


    Rumtaart I

    1/2 liter melk
    4 afgestreken eetlepels custard
    1/2 pakje boter
    2 pakjes vanillesuiker
    6 eetlepels rum
    200 gr suiker
    1-2 hotelcakes

    Kook de melk, maak er met de custard een pudding van en laat die afkoelen.
    Snijd de cake in plakjes en leg een laagje daarvan in een springvorm.
    Laat de boter zacht worden en meng die met de vanillesuiker, de rum en de suiker door de pudding.
    Leg laag om laag cake en pudding in de springvorm en zet de taart in de koelkast.
    Garneer met slagroom en chocoladehagelslag.


    Rumtaart II

    2 pakjes lange vingers
    2 borrelglaasjes rum
    1/4 liter slagroom met suiker
    150 gr boter
    1 borrelglaasje cognac of rum
    een beetje advocaat
    150 gr witte basterdsuiker
    2 eidooiers

    Leg de lange vingers met de suiker op de bodem van de taartvorm en besprenkel deze met een borrelglaasje rum.
    Maak een papje van de boter, de cognac of rum, de advocaat, de basterdsuiker en de eidooier en smeer de helft hiervan over de taartbodem.
    Schenk daar de helft van de geklopte slagroom over.
    Herhaal dit met de andere helft van de ingrediënten.
    Zet de taart minstens 12 uur in de koelkast om hem te laten opstijven.


    Sachertorte

    Voor het deeg:
    5 eieren
    150 gr boter
    150 gr suiker
    150 gr bittere chocolade
    150 gr bloem
    2 koffielepels bakpoeder
    1 zakje vanillesuiker

    Splits de eieren.
    Klop de boter met de suiker en de vanillesuiker licht en schuimig en voeg één voor één de eidooiers toe.
    Smelt de chocolade au bain-marie en roer die door het botermengsel.
    Klop de eiwitten stijf.
    Zeef de bloem samen met het bakpoeder en spatel de bloem om beurten met de eiwitten door het boter-chocolademengsel.
    Schep het beslag in een ingevette springvorm van 26 cm doorsnee, waarvan de bodem met bakpapier is bekleed en zet de vorm 4 minuten onderin een op 175°C voorverwarmde oven.

    Voor de vulling:
    200 gr bittere chocolade
    " dl melk
    3 liter opgeklopte slagroom

    Laat de chocolade op zacht vuur in de melk smelten.
    Neem de pan van het vuur en laat het mengsel lauw worden.
    Roer er dan de opgeklopte slagroom door en zet het in de koelkast.
    Snijd de taart in 3 lagen.
    Bestrijk de onderste 2 lagen met abrikozenconfiture en leg de chocoladevulling daarop.
    Zet de taart even in de koelkast en maak intussen het glazuur.
    Smelt 200 gr chocolade in 1 dl slagroom en strijk dit met een pannenkoekmes over de bovenkant en de zijkanten van de taart.

    Wilt u een wat minder zwaar deeg, ga dan als volgt te werk:
    6 eieren
    200 gr suiker
    160 gr zelfrijzend bakmeel
    40 gr cacao

    Zeef de bloem en de cacao.
    Doe de eieren met de suiker in een diepe kom, zet deze in een bak warm water en klop de eieren met een handmixer minstens 10 minuten tot een dikke, luchtige lichtgekleurde massa.
    Neem de kom uit het water en spatel de gezeefde bloem en cacao voorzichtig door het eiermengsel tot alle bloem is opgenomen.
    Vul de springvorm met het deeg en zet deze ± 50 minuten op het rooster onderin de op 175°C voorverwarmde oven.


    Sachertorte II

    (10 punten)

    2 sneetjes oud witbrood
    100 gr blanke hazelnoten
    5 eieren
    125 gr pure chocolade
    1 eetlepel rum
    100 gr zachte boter
    150 gr witte basterdsuiker
    kruidnagelpoeder
    1/2 pot abrikozenjam
    75 gr poedersuiker

    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Bekleed een springvorm van 22 cm doorsnee met bakpapier.
    Verkruimel de sneetjes brood heel fijn.
    Maal de hazelnoten fijn.
    Splits de eieren.
    Breek 75 gr chocolade boven een steelpan en laat de chocolade au bain marie smelten.
    Roer de rum erdoor en laat de chocolade iets afkoelen.
    Klop de boter met de basterdsuiker in ± 10 minuten tot een romig mengsel.
    Klop er één voor één de eidooiers door en spatel er de chocolademassa met de noten, 4 eetlepels broodkruim en een snufje kruidnagelpoeder door.
    Klop de eiwitten stijf en spatel deze luchtig door het deeg.
    Doe het deeg over in de vorm, strijk de bovenkant glad en bak de taart in ± 30 minuten gaar.
    Laat de taart ± 15 minuten afkoelen, verwijder de vorm en laat de taart op een taartrooster verder afkoelen.
    Snijd de koude taart overlangs in twee lagen.
    Leg de onderste laag op een platte schaal en bestrijk hem helemaal met abrikozenjam.
    Leg er dan de bovenste laag op en bestrijk die heel dun met jam.
    Smelt de rest van de chocolade au bain marie met 2 eetlepels water.
    Roer de poedersuiker erdoor en blijf roeren tot een glanzend glazuur ontstaat.
    Bestrijk de taart met een pannenkoekmes met glazuur en laat het glazuur hard worden.
    Serveer de taart eventueel met slagroom.


    Schuimharten (voor Valentijnsdag)

    4 eiwitten
    250 gr fijne tafelsuiker

    Het belangrijkste bij het opkloppen van eiwit is, dat alle te gebruiken materialen goed schoon en absoluut vetvrij zijn.
    Sla het eiwit met een mixer of garde goed los en voeg tijdens het kloppen geleidelijk de helft van de suiker toe.
    Als het eiwit zo stijf is, dat een garde er rechtop in blijft staan, of u de beslagkom rustig op z'n kop kunt houden, wordt de overige suiker er voorzichtig door gespateld, om de luchtigheid te bewaren.
    Spuit de hartmodellen uit een spuitzak met grove spuitmond op bakpapier en Bak ze 45 minuten op 110°C.
    Om de hartmodellen mooi gelijk te spuiten, kunt u het gewenste model met potlood op doorzichtig bakpapier tekenen.
    Draai het papier eerst om, zodat de harten op de goede zijde kunnen worden gespoten.
    Bak schuim altijd op bakpapier en laat het geheel afkoelen, alvorens het van de plaat te nemen.


    Scones I

    (± 10 stuks)

    50 gr bloem
    een flinke mespunt dubbelkoolzure soda (drogist of apotheek)
    een flinke mespunt wijnsteenzuur (drogist of apotheek)
    zout naar smaak
    35 gr suiker
    100 gr boter
    1 groot ei
    melk

    Noot: Als u geen wijnsteenzuur kunt krijgen, kunt u ook een scheutje rozemarijnazijn gebruiken.

    Zeef de bloem met de soda, het wijnsteenzuur en het zout in een kom.
    Strooi de suiker erover en wrijf dan met de vingers de boter erin tot een kruimelig deeg ontstaat.
    Voeg er het losgeklopte ei en zoveel melk bij dat u er een stevig deeg van kunt kneden.
    Rol dit op een met bloem bestoven plank tot een lap van ± 1 cm dik uit en snijd hier rondjes uit.
    Leg die op een met bloem bestoven bakblik en bestrijk ze met wat melk of losgeklopt ei.
    Bak ze in een goed hete oven (225°C) in ruim 10 minuten bruin.
    De scones worden warm geserveerd met wat boter erop.
    Erg lekker is ook een lepel frambozenjam erop.


    Scones II

    350 gr zelfrijzend bakmeel
    25 gr suiker
    100 gr harde boter
    1 theelepel zout
    1 ei
    1 dl melk
    50 gr rozijnen

    Verwarm de oven tijdig voor op 200°C en beboter een bakplaat.
    Doe de bloem, suiker boter en zout in een kom en snijd de boter met 2 messen in zeer kleine stukjes door de bloem.
    Roer het ei los, maar houd 1 lepel apart.
    Klop de rest schuimig en klop er de melk door.
    Doe de rozijnen bij het meelmensgel en schep er met een metalen lepel het eimengsel door.
    Kneed van het deeg voorzichtig een bal en laat deze ± 30 minuten op een koele plaats rusten.
    Rol het deeg daarna op een met bloem bestoven aanrecht met een met bloem bestoven deegroller tot een 1 cm dikke deeglap uit.
    Steek er met een borrelglas kleine rondjes uit, leg die op de bakplaat en bestrijk de bovenkant met achtergehouden ei.
    Zet de plaat onder in de hete oven en bak de scones in ± 15 minuten gaar en lichtbruin.
    Laat ze op een taartrooster afkoelen.


    Scones III

    (± 12 stuks)

    225 gr zelfrijzend bakmeel
    een snufje zout
    55 gr boter
    1 1/2 dl melk

    Meng het bakmeel en het zout in een grote kom en wrijf er met uw vingers de boter door tot een kruimelig deeg.
    Meng er de melk door en vorm een deeg met een paletmes.
    Kneed het deeg licht op een met bloem bestoven oppervlak en druk het uit tot een lap van 2 cm dik.
    Steek er met een vormpje of kopje rondjes van 5 cm uit.
    Leg de rondjes op een ingevette en met bloem bestoven bakplaat en bestrijk ze met melk.
    Bak ze 10 minuten in een op 220°C voorverwarmde oven tot ze goed gerezen en bruin zijn.
    Laat ze op een rooster afkoelen, maar eet de scones terwijl ze nog warm zijn, met veel boter, dikke Engelse room en jam.

    Variaties

    Zoete scones: voeg aan de droge ingrediënten 55 gr fijne suiker toe.

    Vruchtenscones: voeg 55 gr gedroogde vruchten en 25 gr fijne suiker toe.

    Hartige scones: voeg 85 gr fijngeraspte harde kaas en 1 flinke theelepel droge Engelse mosterd, of 55 gr gehakte olijven of ansjovis toe.


    Scones met jam en room

    275 gr zelfrijzend bakmeel
    3 eetlepels witte basterdsuiker
    1 theelepel zout
    60 gr harde boter
    2 eieren + 1 eidooier
    1 1/4 dl melk
    1/4 liter slagroom
    jam naar keuze

    Verwarm de oven voor op 220°C.
    Roer in een kom het zelfrijzend bakmeel, 1 eetlepel basterdsuiker en het zout door elkaar.
    Voeg de boter toe en snijd die door het meel tot het mengsel er als broodkruim uitziet.
    Klop 1 ei en de dooier met de melk los en klop dit door het deeg.
    Kneed snel tot een samenhangend deeg en rol het op een met bloem bestoven werkvlak uit tot een lap van 1 cm dik.
    Steek er met een vormpje (of glas) rondjes uit van ± 5 cm doorsnee en leg die op een ingevette bakplaat.
    Rol de restjes opnieuw uit en steek ook hier vormpjes uit.
    Klop het tweede ei los, bestrijk de scones hiermee en bak ze in het midden van de oven in 15-20 minuten lichtbruin en gaar.
    Laat ze op een rooster afkoelen.
    Klop de slagroom met 2 eetlepels basterdsuiker en serveer de scones met de slagroom en de jam.


    Scones met sinaasappel

    (± 18 stuks)

    350 gr zelfrijzend bakmeel
    1 theelepel zout
    2 theelepels bakpoeder
    2 eetlepels suiker
    75 gr koude boter
    1 ei
    1 1/4 dl melk
    1 sinaasappel
    50 gr pure chocoladehagelslag
    1/3 potje sinaasappel-abrikozenjam met amaretto
    1 bekertje crème fraîche

    Vermeng het bakmeel met het zout, het bakpoeder en de suiker en snijd de boter hierin met 2 messen klein.
    Klop het ei met de melk los en voeg dit toe.
    Rasp de halve schil van de sinaasappel fijn.
    Voeg de rasp samen met de hagelslag toe en kneed het geheel tot een soepel deeg.
    Rol dit tot een dikke lap uit en steek er ± 18 rondjes van ± 4 cm doorsnee uit.
    Leg die op een ingevette bakplaat en bak ze in een op 225°C voorverwarmde oven in ± 12 minuten goudbruin en gaar.
    Snijd de rest van de sinaasappelschil in reepjes, blancheer die en dep ze daarna droog.
    Serveer de jam en de crème fraîche bij de scones en garneer ze met wat sliertjes sinaasappelschil.

    Tip: Door de scones voor het bakken 1 minuut op vol vermogen in de magnetron te laten rijzen, worden ze extra hoog.


    SchwarzwÄlder kirschtorte I

    Cakedeeg:
    350 gr bloem
    10 afgestreken theelepels bakpoeder
    3 afgestreken eetlepels cacao
    1 mespunt zout
    150 gr boter
    300 gr suiker
    2 zakjes vanillesuiker
    3 eieren
    1 1/2 dl melk

    Vulling:
    1 blik kersen of morellen (± 500 gr)
    1/2 liter slagroom met 2 zakjes Klop-vast
    4 eetlepels Kirsch of 1 flesje Kirsch-aroma
    1 zakje Taartina

    Garnering:
    chocoladevlokken of -strooisel

    Vermeng de bloem met het bakpoeder, de cacao en het zout en zeef dit mengsel.
    Roer de boter met de suiker en de vanillesuiker tot room.
    Voeg één voor één de eieren toe en daarna het gezeefde meel, afgewisseld met de melk.
    Doe het deeg over in een beboterde springvorm van 26 cm doorsnee en bak het ± 50 minuten op de middelste richel van een op 200°C voorverwarmde oven.
    Laat de taart afkoelen en snijd hem in 2 plakken.
    Beleg 1 helft met onderstaande vulling:
    Klop de slagroom 1/2 minuut, voeg dan de Klop-vast met 2 eetlepels Kirsch toe en klop tot de room stijf is.
    Laat de kersen uitlekken, leng het vocht met water tot 1/2 liter aan, breng dit aan de kook en bind het volgens de gebruiksaanwijzing met de Taartina.
    Roer er de kersen (op enkele na) door, spreid de vulling over de onderste plak uit en laat het koud worden.
    Verdeel daarna ± de helft van de slagroom over de kersenmassa, leg de tweede taarthelft erop en druk die lichtjes aan.
    Bestrijk de boven- en zijkant van de taart met een deel van de resterende room, doe de rest in een spuitzak en spuit de taart hiermee op.
    Werk de taart verder af met chocoladevlokken en de achtergehouden kersen.


    SchwarzwÄlder Kirschtorte II

    200 gr suiker
    8 gesplitste eieren
    1 ei
    100 gr beschuitkruim
    60 gr geschaafde amandelen
    50 gr cacaopoeder
    70 gr bloem
    400 gr pitloze morellen op sap
    maïzena
    6 dl slagroom
    60 gr poedersuiker
    1 dl kirsch
    chocoladekrullen
    10 rode bigareaux

    Klop de eigelen met het ei, de suiker en 1 eetlepel water luchtig op.
    Spatel hier het beschuitkruim en de amandelen door.
    Sla de eiwitten zeer stijf en spatel ook die door de eigelen.
    Zeef het cacaopoeder samen met de bloem en spatel ook dit door het beslag.
    Doe het deeg in een beboterde en met bloem bestoven taartvorm met een doorsnee van 25 cm en bak het in een op 160°C voorverwarmde oven in ± 20 minuten gaar.
    Laat de taart omgekeerd op een rekje afkoelen en snijd hem horizontaal in 3 lagen.
    Trempeer de lagen met de helft van de kirsch.
    Verwarm het sap van de morellen, bind het met wat maïzena en laat het afkoelen.
    Maskeer de onderste laag van de taart met een deel van de met de poedersuiker opgeslagen slagroom.
    Leg hier de tweede laag op en bedek die met de morellen en wat geslagen room.
    Leg hier de derde laag op en maskeer rondom en bovenop met geslagen room. Versier de taart met chocolade krullen en rozetten geslagen room en garneer met de bigareaux.


    Siciliaanse cassatataart

    (Cassata Siciliana)

    1 cake
    400 gr ricotta
    75 gr suiker
    50 gr gekonfijte kersen
    50 gr geraspte chocolade
    5 eetlepels Grand Marnier
    5 eetlepels koffieroom
    200 gr bittere chocolade
    1 dl zeer sterke koffie
    150 gr boter

    Snijd de cake horizontaal in plakken van 1 cm dik.
    Meng de ricotta, de room, de likeur en de suiker met een mixer op lage snelheid tot het glad is.
    Meng de geraspte chocolade en de fijngehakte gekonfijte vruchten hierdoor.
    Besmeer de onderste plak cake met het ricottamengsel, leg hier de volgende plak cake op en besmeer ook die.
    Herhaal dit tot u alle cake heeft gebruikt.
    Besmeer de buitenkant van de taart met het ricottamengsel en zet het geheel in de koelkast om op te stijven.
    Smelt de chocolade au bain-marie in de koffie.
    Voeg de boter in klontjes toe en roer die erdoor.
    Laat het chocolademengsel staan tot het wat dikker wordt.
    Besmeer de buitenkant van de taart hiermee en laat de taart een dag in de koelkast staan, zodat de smaak kan doortrekken.


    Simpel suikerbrood

    1 pak witbroodmix
    suikerklontjes
    kaneel

    Maak het brooddeeg volgens de aanwijzingen op de verpakking.
    Druk na de eerste rijzing het deeg zo plat mogelijk uit tot een enigszins rechthoekige lap.
    Verspreid op de lap een flinke hoeveelheid gebroken suikerklontjes (breek ze met een hamer of met de handen).
    Druk de klontjes in het deeg en strooi er naar smaak kaneel over.
    Rol de deeglap zo strak mogelijk op (probeer zo min mogelijk luchtbellen te laten zitten) en leg de rol in de ingevette vorm.
    Laat het deeg voor de tweede keer rijzen.
    Bak het brood volgens het recept op de verpakking af.

    Wat minder simpel suikerbrood

    zelfgemaakt deeg voor 1 witbrood
    suikerklontjes
    kaneel

    Gebruik uw eigen broodrecept; leg er voor de tweede rijstijd de klontjes en de kaneel in.

    U kunt de suikerklontjes er ook doorkneden, maar dat is wat minder vriendelijk voor de handen: gebroken suikerklontjes kunnen erg scherp zijn.
    Bij een goede bakwinkel zijn speciale suikerklontjes te koop die wat beter smelten en ook het goede formaat hebben. Deze klonten zijn eivormig en de suiker erin is wat fijner.


    Sinaasappelschuimpjes

    Klop 2 eiwitten met een snufje zout schuimig.
    Voeg al kloppend langzaam 50 gr suiker toe en klop het eiwit stijf.
    Klop er 1 theelepel Grand Marnier en de rasp van 1/2 schoongeboende sinaasappel door.
    Schep 25 gr gezeefde poedersuiker door het schuim en schep het in een spuitzak met gekarteld spuitmondje.
    Spuit ± 20 torentjes op een ingevet bakblik en laat ze in een op 100°C voorverwarmde oven 2 uur drogen.
    Laat de schuimpjes afkoelen.


    Sinaasappelsterren

    (± 65 stuks)

    4 eidooiers
    125 gr fijne kristalsuiker
    1 zakje vanillesuiker
    zout
    3 theelepels geraspte sinaasappelschil
    350-400 gr gemalen amandelen
    3 eetlepels gemalen amandelen voor het uitsteken
    125 gr poedersuiker
    1 eetlepel versgeperst sinaasappelsap
    1 eetlepel citroensap
    1 druppel rode en 1 druppel gele levensmiddelenkleurstof
    50 gr fijngesneden oranjesnippers

    Verwarm de oven voor op 160°C.
    Bevochtig 2 bakplaten en bedek ze met bakpapier.
    Klop voor het makarondeeg de eidooiers met de suiker, de vanillesuiker, zout en de sinaasappelschil 4 minuten met een mixer tot de suiker niet meer knarst.
    Roer eerst 350 gr amandelen door het mengsel en kneed er daarna zoveel door, dat het deeg goed is te vormen.
    Rol het deeg, liefst in een grote diepvrieszak, tot een dikte van 5-6 mm uit en vries het platliggend iets in.
    Steek er sterren van verschillende grootte uit, doop de uitsteekvormpjes steeds in de gemalen amandelen.
    Leg de koekjes vervolgens op de bakplaten en bak ze in het midden van de oven in ± 10 minuten lichtbruin.
    Laat ze daarna afkoelen.
    Roer de poedersuiker met het sinaasappelsap en de kleurstof door elkaar.
    Strijk dit glazuur gelijkmatig op de koekjes en garneer ze met de oranjesnippers.


    Sinaasappeltaart

    (8 personen)

    250 gr couscous
    2 dl sinaasappelsapconcentraat, voldoende voor 1 liter sap
    1/4 theelepel zout
    water
    3-4 eetlepels of naar smaak suikerstroop
    1/2 theelepel kaneelpoeder

    Voor de vulling:
    6 blaadjes gelatine, voldoende voor 4 dl sap
    1 blikje mandarijnpartjes, uitgelekt
    kaneelpoeder naar smaak

    Meng 1 dl van het sinaasappelconcentraat met water tot het totaal 6 dl is geworden.
    Doe dit in een niet te klein melkpannetje en roer er de couscous, het zout, de suikerstroop en het kaneelpoeder door.
    Breng het aan de kook en laat het op laag vuur ± 7 minuten zachtjes koken tot het begint in te dikken.
    Giet het couscousmengsel in een ronde taartvorm, strijk het glad en laat het minstens 1 uur afkoelen.
    Week de gelatineblaadjes ± 5 minuten in een beetje water.
    Verdeel de uitgelekte mandarijnpartjes over de couscousbodem en strooi er wat kaneel over.
    Meng de overgebleven dl sinaasappelconcentraat met water tot het totaal 4 dl is geworden.
    Knijp de gelatineblaadjes uit en doe ze samen met het sinaasappelsap in een melkpannetje.
    Roer het langzaam op zacht vuur tot de gelatine is opgelost.
    Neem de pan dan direct van het vuur en giet het mengsel voorzichtig over de taart.
    Laat de taart 3 uur koud staan.


    Sinaasappeltaart met paranoten

    (12 personen)

    3 sinaasappels
    1 citroen
    250 gr suiker
    300 gr gehakte en geroosterde paranoten
    6 eieren
    2 theelepels bakpoeder
    1 theelepel kaneelpoeder
    1/2 theelepel piment
    270 gr pure chocolade
    3 3/4 dl gekoelde slagroom

    Was het fruit en breng het aan de kook met zoveel water, dat het net niet
    onder staat.
    Laat het 20 minuten trekken en nog eens 20 minuten afkoelen in het vocht.
    Halveer de vruchten en verwijder de pitjes.
    Hak ze met de rest van de ingrediënten in een cutter of hakmolen.
    Doe dit over in een vorm van 26 cm doorsnee.
    Bak de taart 40 minuten in een oven van 170°C.
    Smelt de chocolade, roer er de slagroom door en bestrijk de afgekoelde taart hiermee.


    Sinaasgebakjes

    (8 personen)

    8 ronde cakejes
    8 bolletjes pistache-ijs (of een andere smaak naar keuze)
    4 eidooiers
    1/2 liter sinaasappelsap
    100 gr suiker
    40 gr bloem

    Klop de eidooiers met de suiker in een pannetje los.
    Meng alles goed, voeg er beetje bij beetje de bloem aan toe en daarna, al
    even voorzichtig, het sinaasappelsap.
    Zet dit au bain-marie op het vuur tot een dikke, homogene saus ontstaat en laat die afkoelen.
    Snijd de 'hoedjes' van de cakejes en leg ze opzij.
    Hol de cakejes licht uit en zet telkens één cakeje op een dessertbordje of in een kuipje.
    Vul elke cakeje met een bolletje pistache-ijs en giet er wat sinaasappelsaus
    over.
    Versier elk gebakje met geraspte sinaasappelschil en dien de hoedjes met de rest van de saus op.

    U kunt de sinaasappelsaus kan vervangen door een koffie- of cacaosaus:
    vervang hiervoor het sinaasappelsap door melk en voeg op het laatst een koffielepel gemalen koffie of cacaopoeder aan de saus toe.


    Sint-Janskoek

    (± 15 plakjes)

    250 gr vloeibare bloemenhoning
    300 gr vaste honing, bijvoorbeeld klaverhoning
    500 gr roggebloem
    50 gr koekkruiden
    10 gr bakpoeder
    1 dl karnemelk
    25 gr fijne grein- of fijne kandijsuiker
    een ingevette cakevorm

    Breng 1 dl water aan de kook en los hierin 100 gr vloeibare en 200 gr vaste honing op.
    Doe de roggebloem in een kom en voeg de opgeloste honing toe.
    Kneed het goed door elkaar en laat het ± 1 uur afkoelen.
    Verwarm de oven voor op 180°C.
    Doe de koekkruiden, het bakpoeder, de karnemelk, 150 gr vloeibare honing en 100 gr vaste honing bij het roggebloemmengsel en kneed alles goed door elkaar.
    Doe het mengsel in de vorm, strijk de bovenkant met een natte lepel glad en strooi er de greinsuiker op.
    Bak de koek in het midden van de oven in ± 1 1/2 uur gaar.


    Slagroomsoesjes

    2 1/2 dl water
    4 gr zout
    100 gr boter
    150 gr bloem
    4 eieren

    Breng het water met het zout en de boter aan de kook.
    Zet het vuur uit als de boter is gesmolten en voeg in één keer de gezeefde bloem toe.
    Blijf roeren tot een gladde deegbal ontstaat en neem de pan dan van het vuur.
    Klop in een kommetje 1 ei los.
    Roer de overige eieren één voor één door het deeg; voeg een volgend ei pas toe als het vorige ei helemaal door het deeg is opgenomen.
    Het deeg is goed, als het langzaam van een lepel valt en licht glanst.
    Voeg, als dit nog niet het geval is, ook het losgeklopte ei in kleine scheutjes toe tot het deeg goed is.
    Verwarm de oven voor op 180°C.
    Vet een bakplaat in of bekleed hem met bakpapier.
    Doe het deeg in een spuitzak met een gladde spuitmond en spuit met tussenruimte toefjes op de bakplaat.
    Werk eventuele opstaande puntjes met de bolle kant van een natgemaakte lepel weg.
    Bak de soesjes in ± 30 minuten goudbruin, laat ze afkoelen en vul ze met slagroom.


    Slangenkoek

    (15 plakken)

    300 gr bloem
    zout
    50 gr poedersuiker
    1 ei
    2 eetlepels olijfolie

    Voor de vulling:
    100 gr rozijnen
    1/2 dl Vino Santo (medium sherry kan ook)
    100 gr amandelen met vlies
    50 gr walnoten
    100 gr gedroogde vijgen
    50 gr gedroogde pruimen zonder pit
    50 gr suiker
    500 gr appels
    vet voor het bakblik
    1 eidooier
    1 eetlepel olijfolie
    poedersuiker

    Zeef de bloem boven het werkblad, druk er een kuiltje in en doe daar een snufje zout, de poedersuiker, het ei en 1 eetlepel olie in.
    Voeg beetje bij beetje 1 dl water toe en kneed het geheel tot een glad en soepel deeg.
    Vorm het deeg tot een bal, kwast die met de rest van de olie in en laat hem afgedekt 1 uur rusten.
    Week voor de vulling de rozijnen in de Vino Santo.
    Hak de amandelen, walnoten, vijgen en pruimen fijn en vermeng ze met de suiker.
    Schil de appels, verwijder de klokhuizen, snijd ze in stukjes en meng die, samen met de rozijnen, met de gehakte notenmassa.
    Vet een bet bakblik in.
    Rol het deeg op een theedoek tot een plak ter grootte van het bakblik uit.
    Verdeel de vulling hierover, rol de lap met behulp van de theedoek tot een lange rol op en leg de rol met de naad naar beneden op het bakblik.
    Prik er op verscheidene plaatsen met en vork in.
    Roer de eidooier met de olie en een eetlepel water los en bestrijk het deeg hiermee.
    Zet het bakblik in de op 200°C voorverwarmde oven en bak de koek 40 minuten.
    Laat de koek in de uitgeschakelde oven nog 5 minuten staan en bestuif hem voor het serveren met poedersuiker.


    Slordige taart

    Voor de bodem:
    2 grote eieren
    2 eetlepels suiker
    2 eetlepels zonnebloemolie
    2 eetlepels warm water
    5 eetlepels suiker
    6 eetlepels witte tarwebloem
    2 thelepels bakpoeder
    1 zakje vanillesuiker

    Klop alle ingrediënten met een mixer tot een deeg.
    Leg dit in een goed ingevette, gekartelde taartvorm van 26 cm doorsnee en bak het 15-20 minuten op 175°C.
    Neem de bodem, als hij is afgekoeld, uit de vorm.
    Bestrijk de taartbodem met abrikozenjam en leg hierop een laag met rum besprenkelde lange vingers.
    Leg hier een laag ananas- of vanillepudding op, daarrop een laag ananasstukjes en decoreer de taart tot slot met slagroom.


    Snelle appeltaart

    (2 personen)

    2 appels
    boter of olie om in te vetten
    1/2 blikje gekoeld croissantdeeg (Danerolles)
    1 eetlepel abrikozenjam
    1 eetlepel honing
    poedersuiker
    2 eetlepels geschaafde amandelen
    2 bolletjes vanille-roomijs
    kaneelpoeder

    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Schil de appels, verwijder de klokhuizen en snijd de appels in dunne ringen.
    Vet een lage taartvorm van ± 20 cm doorsnee in en bekleed de vorm met het croissantdeeg.
    Roer de jam en de honing door elkaar en verdeel dit mengsel over de taartbodem.
    Leg de appelringen erop.
    Bestuif de appels royaal met poedersuiker en strooi de amandelen erover.
    Bak de taart in de oven in ± 10 minuten goudbruin en gaar.
    Leg op elk bord een bolletje ijs en een appelpunt.
    Stuif wat kaneelpoeder over het ijs.


    Snelle perziktaart

    Rol 5 plakjes ontdooid diepvriesbladerdeeg tot een lap van ± 30 cm uit en bekleed er een ingevette lage taartvorm (doorsnee 25 cm) mee.
    Laat 1 blik halve perziken (825 gr) uitlekken, maar vang 4 eetlepels van de siroop op.
    Verkruimel 8 speculaasjes en verdeel het kruim over de bodem.
    Roer 4 eetlepels abrikozenjam met de siroop los.
    Snijd de perziken waaiervormig in, verdeel ze over de bodem en bestrijk met het jammengsel.
    Bak de taart in een op 200°C voorverwarmde oven in ± 25 minuten goudbruin en gaar.
    Garneer met toefjes slagroom.


    Soesjes met bramenmoes

    Pureer en zeef 200 gr bramen en vermeng ze met 1 eetlepel Crème de Cassis en 50 gr poedersuiker.
    Klop in een kom 2 dl slagroom met 2 zakjes slagroomversteviger stijf en schep er de bramenpuree door.
    Vul 12 soesjes van de banketbakker met dit mengsel.
    Marineer 50 gr bramen ± 30 minuten in 2 eetlepels poedersuiker en 2 eetlepels Crème de Cassis en serveer ze met de soesjes.


    Soezen

    2 dl water of melk
    100 gr boter
    100 gr bloem
    4 eieren

    Vet, voordat u het beslag gaat maken, een bakplaat in en bestuif die heel licht met bloem.
    Druk in die bloem met een glas of kopje ronde vormen, zodat u straks mooie gelijkmatige soezen kunt bakken.
    Breng het water of de melk met de boter aan de kook tot de boter helemaal is gesmolten.
    Neem de pan van het vuur, voeg er in één keer de gezeefde bloem bij en spatel die er goed door.
    Zet de pan opnieuw op het vuur en laat de massa, onder voortdurend spatelen, gaar worden; de massa moet als een bal van de bodem van de pan loskomen.
    Haal de pan dan weer van het vuur en voeg al roerend één voor één de eieren toe tot het beslag mooi van dikte is (een beetje vloeiend; het is mogelijk, dat u het laatste ei niet helemaal hoeft toe te voegen).
    Spuit het beslag met een spuitzak op de bakplaat en bak de soezen in een op 200°C voorverwarmde oven af.
    Vul de soezen naar keuze.

    Soezen van water rijzen beter, soezen van melk zijn wat lekkerder.
    U kunt het beslag ook in strepen op de bakplaat spuiten; dan krijgt u éclairs.


    Sour cream-applepie

    (Verenigde Staten)

    Voor het deeg:
    350 gr bloem
    50 gr basterdsuiker
    een snufje zout
    200 gr koude tot erwtjesgrootte gesneden boter
    5 eetlepels koud appelsap

    Voor de vulling:
    4-5 appels (liefst gemengde soorten)
    1 bekertje zure room
    2 eetlepels bloem
    1 zakje vanillesuiker
    3 eetlepels suiker
    3 eetlepels basterdsuiker en gewone suiker door elkaar
    1 theelepel koekkruiden
    100 gr gehakte gemengde noten

    Kneed een soepel deeg van de bloem, de basterdsuiker, het zout, de boter en het appelsap.
    Leg het deeg in folie verpakt 30 minuten koel weg, deel het dan in 2 stukken en rol elk stuk (tussen bakpapier) uit: de ene tot een ronde lap van ± 28 cm, de ander van 24 cm.
    Bekleed een met bakpapier beklede taart- of quichevorm van 24 cm met de grootste deeglap en snijd de rand bij.
    Schil voor de vulling de appels, boor de klokhuizen uit en snijd ze in heel dunne partjes.
    Klop een glad mengsel van de zure room, de bloem, de vanillesuiker en de suiker.
    Vermeng dit in een kom met de appelpartjes, schik de partjes in de deegvorm en verdeel er de room over.
    Bestrooi de roomvulling met een mengsel van de 2 soorten suiker, de koekkruiden en de gehakte noten.
    Snijd de tweede deeglap bovenop gelijkmatig naast elkaar in, maar niet in repen en leg hem over de vulling.
    Bak de pie 50 minuten bij 180°C, dek eventueel met aluminiumfolie af.
    Serveer de pie warm, met Amerikaans (pecan)noten-roomijs.


    Spaans amandelgebak

    70 gr boter
    2 eieren
    4 eidooiers
    100 gr suiker
    85 gr zelfrijzend bakmeel
    1/4 liter slagroom
    1 zakje slagroomversteviger
    2 eetlepels poedersuiker
    250 gr mascarpone
    150 gr gepelde amandelen of amandelschaafsel
    2 eetlepels suiker
    een taartvorm van 28 cm doorsnee
    bakpapier

    Bekleed de vorm met bakpapier of vet hem goed in en bestuif hem met wat bloem.
    Laat de boter in een steelpan smelten, maar niet bruin worden.
    Klop de eieren en de eidooiers met de suiker krachtig 10 minuten.
    Voeg het gezeefde bakmeel toe en vermeng alles luchtig.
    Giet dan de gesmolten boter bij het deeg en schep het geheel snel door elkaar.
    Vul de vorm met het beslag en zet hem ± 45 minuten midden in een op 180°C voorverwarmde oven.
    Laat de taart na de baktijd even in de oven staan.
    Neem hem dan voorzichtig uit de vorm en zet hem op een taartrooster om verder af te koelen.
    Klop de slagroom met de versteviger en de poedersuiker stijf.
    Roer de mascarpone in een aparte kom met de room los en bestrijk de taart
    jier royaal mee.
    Rooster de amandelen heel licht in een droge koekenpan en voeg de suiker toe.
    Pas op dat het niet te donker wordt!
    Laat de amandelen even afkoelen en bestrooi er de taart mee.


    Speculaasjes

    150 gr boter
    125 gr lichtbruine basterdsuiker
    1 theelepel zout
    10 gr (= 2 afgestreken eetlepels) speculaaskruiden
    200 gr zelfrijzend bakmeel
    1 eetlepel melk
    50 gr geschaafde amandelen

    Roer de boter met de suiker en het zout romig en roer er dan de melk door.
    Vermeng het zelfrijzend bakmeel met de speculaaskruiden, zeef het boven een kom en roer het door het botermengsel.
    Kneed alles dan goed en laat het deeg minstens 1 uur rusten (beter is het
    nog om het een dag te laten staan).
    Rol het deeg daarna op een met bloem bestoven werkvlak uit tot een lap van ± 1 cm dik en steek hieruit met behulp van vormpjes of met een mesje koekjes uit.
    Smeer een bakblik in met boter en leg de koekjes erop, dik bestrooid met de geschaafde amandelen, die er licht moeten worden ingedrukt.
    Verwarm de oven voor op 210°C, schuif het bakblik op de middelste richel en bak de koekjes in ± 20 minuten gaar.
    Neem de koekjes met een pannenkoekmes voorzichtig van de bakplaat en laat ze laten afkoelen.


    Spekkoek I

    100 gr bloem
    7 grote of 10 kleine eieren
    500 gr boter
    250 gr basterd- of poedersuiker
    10 theelepels kaneel
    5 theelepels fijne anijs
    3 theelepels nootmuskaat
    3 theelepels kruidnagelpoeder
    3 theelepels gemalen kardemom
    2 eetlepels koffieroom
    de uit 1 vanillestokje geschraapte zaadjes of 5 theelepels vanillesuiker
    zout

    Roer de boter met de vanille en de helft van de suiker tot een glanzende
    massa.
    Splits de eieren.
    Klop de dooiers schuimig met de rest van de suiker en klop het eiwit daarna stijf.
    Roer vervolgens het boter-vanille-suikermengsel met het geklopte eiwit en de schuimig geroerde eidooiers luchtig door elkaar.
    Zeef er de bloem en het zout door en schep het met de melk nogmaals goed om.
    Verdeel dit beslag in gelijke delen over 2 kommen.
    Voeg aan één kom de kruiden toe. Dit beslag wordt beige-bruin, het andere blijft lichtgeel.
    Vet een springvorm van ± 27 cm doorsnee goed met boter in en schep er een dun laagje van het lichte beslag in.
    Schuif de vorm op het bovenste rooster onder de grill, die op zijn hoogste stand moet worden gezet (of gebruik de bovenverwarming van de oven, ± 125°C).
    Breng, als het beslag gaar is (wat na enkele minuten het geval zal zijn), op de gare laag eenzelfde laagje van het 'bruine' beslag aan.
    Herhaal deze handelingen tot het beslag op is.
    Nadat ± 5 laagjes zijn aangebracht, moet de springvorm op een lager rooster worden gezet.
    De koek is klaar, als het bovenste laagje gaar is.


    Spekkoek II

    250 gr boter
    200 gr witte basterdsuiker
    7 eidooiers
    75 gr bloem
    25 gr maïzena
    1 theelepel zout
    10 theelepels kaneel
    7 eiwitten
    3 theelepels gemalen anijs
    3 theelepels nootmuskaat
    3 theelepels kruidnagelpoeder
    4 theelepels kardemompoeder
    1/2 theelepel vanillemerg
    50 gr boter

    Vet een springvorm van 24 cm doorsnee dun met boter in.
    Verwarm de oven voor op 175°C.
    Roer de boter met de suiker tot een lichte, romige massa (± 10 minuten met de elektrische mixer).
    Klop de eidooiers één voor één door de botermassa.
    Zeef de bloem met de maïzena en het zout en spatel ze door de botermassa.
    Klop een stevig schuim van de eiwitten en spatel het luchtig door het deeg.
    Doe 1/3 deel van het deeg over in een andere schaal.
    Vermeng de specerijen en schep ze door de kleinste portie deeg.
    Schep een dun laagje van het lichte deeg in de springvorm, zet de vorm op de onderste richel van de oven en laat het deeg in ± 10 minuten gaar worden.
    Verhit de grill.
    Smelt de 50 gr boter.
    Neem de vorm uit de oven, bestrijk de cake dun met boter, schep er een dun laagje gekleurd deeg op en bak dit 3-4 minuten op 10 cm afstand onder de grill.
    Bestrijk de cake weer dun met boter, schep er een dunne laag licht deeg op en bak dit onder de grill in 3-4 minuten gaar.
    Ga op deze manier door tot al het beslag op is.
    Laat de spekkoek in de vorm afkoelen.
    Haal hem dan uit de vorm en laat hem op een rooster helemaal koud worden.

    N.b.: Spekkoek moet minstens een dag, maar liever nog enkele dagen staan voor hij wordt aangesneden. Verpakt in aluminiumfolie kan hij ook heel goed worden ingevroren.


    Spritsstukken

    500 gr patentbloem
    375 gr boter
    215 gr basterdsuiker
    25 gr ei
    25 gr citroenrasp

    Roer de boter zacht en voeg de suiker, het ei en de citroenrasp toe.
    Kneed dit licht en kneed er bij gedeelten de bloem luchtig door.
    Spuit het deeg in stroken van ± 4 cm breed op een licht ingevette bakplaat en bak die in een op 170°C voorverwarmde oven goudbruin en gaar.
    Snijd de sprits daarna direct in stukken van ± 9 cm lengte.


    Stroopwafels I

    voor de wafels:
    500 gr bloem
    250 gr gesmolten roomboter
    150 gr witte basterdsuiker
    50 gr gist
    een beetje lauwe melk
    1 ei

    voor de vulling:
    500 gr stroop
    300 gr donkere basterdsuiker
    75 gr boter
    1 theelepel kaneelpoeder

    Het geheim van de stroopwafel valt in twee delen uiteen. De ene helft van het geheim is, dat u de wafels alleen warm kunt verwerken; anders breken ze. De andere helft is dat door de stroop boter en suiker moeten worden gewerkt, waardoor de stroop nog stijver en nog kleveriger wordt.
    Ook de bereiding bestaat uit twee delen: het bakken van de wafels en het maken van de vulling.
    Maak van de wafelingrediënten een beslag. Laat u daarbij niet misleiden door het woord 'beslag', want het wordt een vrij stevige massa die u met de handen door elkaar zult moeten kneden.
    Laat het deeg 3 kwartier rijzen, liefst op een vochtig-warme plaats.
    Kneed het dan opnieuw en verdeel het vervolgens in balletjes ter grootte van een stevige knikker.
    Bereid dan de vulling.
    Verwarm de stroop en meng er de andere ingrediënten door.
    Leg een balletje deeg in een wafelijzer en bak het aan beide kanten gaar.
    Til de wafel met een mes uit het ijzer en snijd hem open als hij nog warm is (wacht u te lang, dan zal de wafel breken).
    Besmeer de ene wafelhelft met de vulling en druk de andere helft erop.
    Om te voorkomen dat u niet snel genoeg bent om de wafels open te snijden, kunt u het bakken en opensnijden het beste met z'n tweeën doen.


    Stroopwafels II

    500 gr bloem
    250 gr roomboter
    1 mespuntje zout
    1 ei
    50 gr gist

    Voor de vulling:
    500 gr stroop
    250 gr boter
    150 gr witte basterdsuiker

    Maak van de bloem met de gist (die u met wat suiker tot een vloeibaar papje roert), het losgeklopte ei, het zout en de lauwe gesmolten boter een gistbeslag en laat dat op een warme plaats 3 kwartier rijzen.
    Klop het beslag dan met een houten lepel door en vorm er ± 50 balletjes van, ter grootte van een knikker.
    Neem 1 balletje, leg het tussen het met boter ingevette, voorverwarmde wafelijzer en druk het ijzer heel losjes dicht.
    Bak de wafels op een niet te fel vuur in een paar minuten gaar, maar niet te bruin.
    Steek er, zodra het wafeltje uit het ijzer is genomen, met de punt van een mesje tussen (het wafeltje moet van binnen hol zijn; dat bereikt u door het ijzer losjes dicht te drukken en de wafeltjes niet te vlug te bakken) en vul het meteen met het stroopmengsel.
    Verwarm de stroop met de suiker en de boter au bain-marie en zorg dat het mengsel constant op temperatuur blijft.

    Het is handig als u dit werkje met 2 personen doet: de een bakt, de ander Splitst de wafels en doet het stroopmengsel erin.


    Stroopwafels III

    400 gr bloem
    225 gr suiker
    375 gr boter
    2 1/2 theelepel gemalen kaneel
    3 eieren
    150 gr keukenstroop
    150 gr bruine basterdsuiker
    zout

    Zeef de bloem.
    Klop 225 gr boter wit en voeg het zout, de suiker, 1 1/2 theelepel van de kaneel en de bloem toe.
    Vermeng dit mengsel met de losgeklopte eieren en kneed hier een goed samenhangend deeg van.
    Laat het deel op een koele plaats rusten.
    Vermeng intussen op het vuur de keukenstroop met de rest van de boter, de rest van de kaneel en de bruine basterdsuiker.
    Neem het mengsel, als de suiker is opgelost, van het vuur en roer tot het koud en smeerbaar is.
    Maak kleine balletjes van het deeg.
    Vet het warm gemaakte wafelijzer met wat boter in en bak van de balletjes kleine wafels.
    Bestrijk telkens een nog warm wafeltje met een laagje van het stroopmengsel en druk er een tweede wafeltje op.
    Eet de wafels warm.
    Lekker met een bolletje vanilleroomijs.


    Strudelvariaties

    De rollen of 'Strudel' behoren tot de meest geliefde meelspijzen van Oostenrijk. Hoe dunner het deeg, des te beter ze zijn. Als u er een krant onder houdt, moet u de tekst kunnen lezen. Het deeg moet precies volgens het recept worden gemaakt, zodat het zonder scheuren of plakken heel dun kan worden uitgerold. Bij andere recepten kunt u nog wel eens improviseren, maar dat is bij recepten voor Strudeldeeg absoluut uitgesloten.
    De bloem voor de Strudel moet niet vochtig en niet vers gemalen zijn. Het beste is bloem die 13% eiwit en 65% zetmeel bevat. Deze hoeveelheden kunnen als volgt worden bepaald: doe 100 gr bloem in een linnen zakje. Week dit zakje in een kom met ruim water en pers het uit tot er geen water meer in het zakje wordt opgenomen. In het zakje moet nu een aangenaam riekende, gelige, deegachtige massa (eiwit) zijn overgebleven die na droging 13 gr moet wegen. Is de massa grijzig, niet deegachtig, of onaangenaam riekend, dan is de bloem niet geschikt voor de Strudelbereiding. Op de bodem van de kom zet zich het zetmeel af dat uit de bloem werd gewassen. Na afgieten en drogen moet hiervan 65 gr overblijven.

    Hier volgen twee recepten voor het deeg.

    Strudeldeeg I

    250 gr bloem
    een snufje zout
    1 eetlepel olijfolie
    1 ei
    4-7 eetlepels lauwwarm water (zoveel als de bloem opneemt)

    Kneed de ingrediënten met de hand of met de deeghaken tot een soepel deeg. Er moeten blaasjes op komen en het moet gemakkelijk van de hand loslaten.
    Vorm het deeg tot een ronde klomp en leg die op een met bloem bestoven deegplank.
    Zet er omgekeerd een verwarmde schaal overheen en laat het deeg 1/2-1 uur rusten.
    Leg een gladde doek van ± 1 x 1 meter uit en bestrooi die met bloem.
    Rol het deeg met een met bloem bestoven deegroller zo ver mogelijk uit.
    Houd nu het deeg met één hand vast en trek het met de andere langzaam verder uit. Eerst aan de ene kant, dan aan de andere, tot het zo dun als papier is geworden.
    Snijd de dikkere buitenranden eraf.
    Of er nu één grote of enkele kleinere Strudel worden gemaakt, hangt af van uw vaardigheid. Kleinere Strudel zijn voor beginners gemakkelijker te maken.

    Strudeldeeg II

    250 gr bloem
    een snufje zout
    3 theelepels olie
    lauwwarm water

    Bereiding als van Strudeldeeg I.


    Apfelstrudel

    750 gr rijpe, zachte appels
    kaneel
    2 eetlepels suiker
    boter
    brood- of beschuitkruim
    100 gr rozijnen
    citroenschil en/of een paar fijngemalen noten
    boter of eidooier

    Snijd de appels in heel dunne schijfjes en laat ze met de suiker en de kaneel even koken.
    Smeer het Strudeldeeg met een kwastje met boter in en bestrooi met brood- of beschuitkruim.
    Verdeel de appels en de rozijnen er gelijkmatig over en strooi er desgewenst wat gemalen noten en/of stukjes citroenschil over.
    Rol het geheel op door de doek aan één kant op te tillen en laat de Strudel uit de doek op een met boter ingesmeerd bakblik of in een tulbandvorm glijden.
    Bak de Strudel, afhankelijk van de grootte, 30-40 minuten in een flink hete oven (200°C).
    U kunt ook 1/4-1/2 liter melk in de bakvorm gieten. De Strudel blijft dan van binnen extra sappig.


    Kwetsenstrudel

    750-1000 gr ontpitte kwetsen, in vieren gesneden, bestrooid met suiker en kaneel.


    Kersenstrudel

    750 gr ontpitte, verse of ingemaakte kersen, geraspte noten, kaneel, citroenrasp, suiker en paneermeel.


    Maanzaadstrudel

    150 gr maanzaad
    beschuitkruim
    3 eetlepels suiker
    kaneel
    1 eetlepel rum
    2-3 eetlepels marmelade

    Overgiet het maanzaad in een zeef met wat water.
    Maal het en vermeng het met de andere ingrediënten.


    Kwarkrol

    125 gr oud witbrood zonder korst
    125 ml melk
    500 gr kwark
    1 ei
    80 gr boter
    80 gr suiker
    citroenrasp
    3 eetlepels rozijnen

    Snijd het witbrood in kleine stukjes, laat het in de melk weken en wrijf het met de kwark door een zeef.
    Splits het ei en sla het eiwit stijf.
    Roer de boter met de eidooier schuimig, voeg de suiker toe en roer er lepel voor lepel het kwarkmengsel door.
    Spatel er tenslotte het stijfgeslagen eiwit door.
    Smeer de massa uit over het Strudeldeeg, strooi er de citroenrasp en de rozijnen over en behandel het verder als de Apfelstrudel.


    Strudel met peren

    4 eetlepels rozijnen
    4 eetlepels rum
    3 peren
    boter
    2 eetlepels griessuiker
    een snufje kaneel
    een lapje bladerdeeg van 30 x 12 cm (A)
    een lapje bladerdeeg van 30 x 8 cm (B)
    1 eidooier

    Week de rozijnen ± 2 uur in de rum.
    Schil de peren en verdeel ze in 8 partjes.
    Smelt een klontje boter, stoof de partjes peer op hoog vuur en voeg er de geweekte rozijnen en de griessuiker aan toe.
    Laat ze even karameliseren en voeg de kaneel toe.
    Rol het bladerdeeg tot de gewenste afmetingen uit.
    Leg deeg B op een met boter ingevette bakplaat en verdeel de peren in het midden van het bladerdeeg.
    Klop de eidooier los en bestrijk de randen ermee.
    Maak inkepingen in deeg A en leg het op deeg B.
    Bestrijk het eveneens met het eigeel en zet het geheel 20-25 minuten in een oven van 180°C.
    Laat de Strudel daarna gedeeltelijk afkoelen.
    Verdeel hem in vieren en dien lauw op.

    Tip: Serveer met een bolletje vanille-ijs en versier met schijfjes peer en muntblaadjes.


    Taart met koffie en chocolade

    een springvorm van 24 cm doorsnee
    bakpapier
    bloem
    6 eieren
    175 gr suiker
    90 gr gesmolten boter
    150 gr gezeefd zelfrijzend bakmeel
    2 zakjes espresso-koffiepoeder
    1/2 dl water
    1 pakje banketbakkerspoeder
    150 gr marsepein

    Voor de chocoladelaag:
    250 gr couverture- of extra bittere chocolade
    chocoladeblaadjes

    Bekleed de springvorm met bakpapier, vet dat in en bestuif het met bloem.
    Splits de eieren, klop de eiwitten stijf en klop de dooiers met de suiker dik en schuimig.
    Spatel hierbij luchtig, afwisselend en in delen de gesmolten boter, het zelfrijzend bakmeel en de eiwitten.
    Schep het beslag in de vorm en bak het in het midden van een oven van 185°C in 40-45 minuten gaar en stevig.
    Laat het even in de geopende oven staan en keer het dan op een rooster.
    Los het espresso-koffiepoeder in het kokende water op en laat dit afkoelen.
    Bereid het banketbakkerspoeder volgens de beschrijving met melk en de koude espresso.
    Snijd de taart in 2 lagen, bestrijk de onderlaag dik met de room en leg het bovenstuk erop.
    Dek af met het dun en wat groter uitgerolde stuk marsepein.
    Smelt Voor de chocoladelaag 150 gr chocolade au bain-marie tot 35°C en klop er dan 50 gr in stukjes bij.
    Lepel dit over de taart, strijk het met een warm mes glad en laat drogen.
    Versier de taart met chocoladeblaadjes.


    Taartjes van chocolade en Duvelbier

    20 gr gepasteuriseerd eigeel
    25 gr suiker
    10 gr gelatine
    75 gr Duvelbier
    200 gr room
    18 gr Gin
    100 gr Duvelbier
    2 gr gelatine
    chocoladecake

    Verwarm het eigeel met de suiker au bain-marie en klop tot het is afgekoeld.
    Los de gelatine in de Gin met wat Duvelbier op en voeg dit aan de eimassa toe.
    Sla de room op en voeg die toe.
    Voeg dan het overige bier toe.
    Bekleed vormpjes met chocoladecake en vul ze met de compositie.
    Geleer ze af met de 100 gr Duvelbier waarin de 2 gr gelatine is opgelost.


    Tarte tatin I

    Voor het deeg:
    125 gr bloem
    1 eidooier
    50 gr boter
    zout
    water
    1 eetlepel poedersuiker

    Voor de vulling:
    125 gr boter
    150 gr suiker
    appels

    Karameliseer de suiker en de boter, spreid de karamel in een ronde ovenschaal uit en leg er appelschijfjes/plakjes in.
    Bereid het deeg, rol het uit en schik het over de appels en de vulling.
    Zet het geheel ± 20 minuten in een op ± 180°C voorverwarmde oven.
    Neem de taart, als het deeg mooi bruin is, uit de oven, leg een platte schaal omgekeerd op de taart en keer het geheel om (laat de taart eventueel even met de schaal erop staan, zodat de suiker goed in de hele taart kan trekken).
    Serveer de taart warm met wat kaneelijs, apfelkorn, of alleen met wat kaneel of poedersuiker.


    Tarte tatin II

    250 gr bloem
    170 gr witte basterdsuiker
    zout
    225 gr boter
    1 ei
    1 kg appels (Franse Golden Delicious)

    Meng de bloem in een keukenmachine met 75 gr basterdsuiker, een snufje zout, 125 gr boter, het ei en 1-2 eetlepels koud water tot een soepel deeg.
    Laat het deeg in folie een half uur in de koelkast rusten.
    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Schil de appels, halveer ze en verwijder de klokhuizen.
    Snijd de rest van de boter in plakjes.
    Verdeel de helft daarvan en van de rest van de suiker over de bodem van een dichte metalen taartvorm met een doorsnee van 26 cm.
    Zet de appels met de bolle kant naar beneden op de suiker en verdeel er de rest van de suiker en boter over.
    Zet de vorm op zacht vuur en laat de suiker in ± 8 minuten licht kleuren.
    Schuif de vorm in de oven en laat de karamel in ± 15 minuten donkerder kleuren en de appels beetgaar worden.
    Laat de appels uit de oven afkoelen.
    Bestuif het aanrecht met bloem en rol het deeg uit tot een ronde lap van 30 cm.
    Bedek de appels met het deeg en druk het deeg aan.
    Bak de tarte tatin in nog eens ± 30 minuten goudbruin en gaar.
    Leg een platte schaal op de vorm en keer de taart direct op de schaal.
    Lekker met half stijf geklopte slagroom of slagroom met mascarpone.


    Tarte tatin III

    (8-10 personen)

    6 grote appels (Elstar)
    citroensap

    Voor de taartbodem:
    225 gr bloem
    1 ei
    140 gr koude boter in blokjes
    3 eetlepels suiker
    een snufje zout

    Voor de karamel:
    60 gr boter
    120 gr suiker

    Voor de sabayon:
    4 eidooiers
    50 gr suiker
    1 dl witte wijn
    1/4 borrelglas Grand Marnier

    Taartbodem:
    Doe de bloem, het ei, de koude klontjes boter, het zout en de suiker in de kom van de keukenmachine en draai een soepel deeg.
    Wikkel dit in aluminiumfolie en laat het in de koelkast een half uur rusten.
    Schil intussen de appels, snijd ze in vieren en smeer die tegen het
    verkleuren in met citroensap.

    Karamel:
    Leg de boter in een steelpan met dikke bodem, strooi er de suiker over en zet de pan op zacht vuur, zodat de boter smelt en zich met de suiker vermengt.
    Roer niet, maar schud even zachtjes met de pan, opdat de suiker de boter opneemt.
    Zet het vuur dan 3/4 hoog en wacht tot de karamel bruin is.
    Roer nog steeds niet.
    Giet de karamel in een dichte bakvorm (dus geen springvorm) en leg de appelparten er dakpansgewijs op met de bolle kant schuin naar beneden. Vul de vorm goed op.
    Rol het deeg iets groter uit dan de taartvorm, leg de lap over de appels en druk de randen naar beneden tussen de appels en de wand.
    Bak de taart in 45 minuten in een op 200°C verwarmde oven bruin en gaar. Keer hem, zodra hij uit de oven komt om en laat afkoelen.
    Warm hem voor het serveren nog 2 minuten op in de magnetron.

    Sabayon:
    Zet een pan klaar die dient als bain-marie voor de koperen bol.
    Doe alle ingrediënten in de bol.
    Laat het water van de bain-marie niet te hard koken, zet de bol erop en klop met een elektrische handmixer tot een mooie stevige sabayon is
    verkregen.
    Snijd de taart in punten en giet de sabayon erover en ernaast.
    Zorg voor een goede mise en place voor de sabayon!


    Tarte tatin van peer

    250 gr bloem
    25 gr witte basterdsuiker
    zout
    125 gr koude boter
    1 ei
    1-2 eetlepels koud water
    4 stevige handperen
    3 eetlepels bakgember
    60 gr boter
    85 gr kristalsuiker
    vanille-ijs

    Vermeng de bloem met de suiker en een mespunt zout.
    Snijd de boter er met 2 messen door tot een kruimelig mengsel ontstaat.
    Voeg het losgeklopte ei en 1 eetlepel water toe en kneed het snel tot een egaal deeg.
    Voeg eventueel nog wat water toe.
    Pak het deeg in huishoudfolie en laat het in de koelkast 30 minuten rusten.
    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Schil intussen de peren, verwijder de klokhuizen en snijd het vruchtvlees in parten.
    Smelt de boter, voeg 60 gr suiker toe en laat de suiker al roerend smelten en goudbruin kleuren.
    Schenk dit mengsel in een lage taartvorm met een doorsnee van 20 cm, verdeel er de parten peer en de gember over en bestrooi met de rest van de suiker.
    Rol het deeg uit tot een lap van ± 26 doorsnee en dek de taartvorm ermee af.
    Stop het deeg goed tussen de randen van het bakblik en het fruit.
    Prik het deeg met een vork op verschillende plaatsen in en bak de taart in de oven in ± 45 minuten goudbruin en gaar.
    Laat de taart 15 minuten rusten, keer hem op een mooie schaal om en serveer hem warm in punten met een bolletje ijs.


    Tompouce met aalbessenroom

    (2 personen)

    75 gr rode aalbessen
    2 eetlepels witte basterdsuiker
    1 plakje diepvriesbladerdeeg
    4 eetlepels slagroom
    1 eetlepel rode bessengelei
    poedersuiker

    Verwarm de oven voor op 225°C.
    Was de bessen en ris ze van de steeltjes (houd 2 takjes achter).
    Doe ze in een kom en schep er 1 1/2 eetlepel basterdsuiker door.
    Laat het plakje bladerdeeg ontdooien en halveer het.
    Vet een bakplaat in, leg het bladerdeeg erop en laat het in het midden van de oven in ± 15 minuten lichtbruin en gaar worden.
    Klop de slagroom met de rest van de basterdsuiker stijf en schep de bessen erdoor.
    Halveer de plakjes bladerdeeg overlangs.
    Bestrijk de onderkanten met de gelei, schep de bessenroom erop en zet de bovenkanten er weer op.
    Bestrooi ze met poedersuiker en garneer met een takje bessen.


    Tompouce met bramen

    2 plakjes diepvriesbladerdeeg
    2 eetlepels suiker
    2 eetlepels geschaafde amandelen
    100 gr roomkaas
    3/4 dl vanillevla
    2 eetlepels gembersiroop
    200 gr bramen
    poedersuiker

    Ontdooi het bladerdeeg, leg de plakjes op een ingevette bakplaat en snijd ze diagonaal doormidden.
    Bestrooi ze met de suiker en de geschaafde amandelen en bak ze in een op 225°C voorverwarmde oven in ± 8 minuten goudbruin en gaar.
    Roer de verse roomkaas met de vanillevla en de gembersiroop los.
    Was de bramen en laat ze in een zeef goed uitlekken.
    Snijd de plakjes bladerdeeg overdwars door en leg de onderste helften op 4
    bordjes.
    Strijk het verse roomkaasmengsel erover uit en verdeel de bramen, op 4 na, over dit mengsel.
    Leg hierop de bovenste helften van het bladerdeeg, bestuif deze licht met poedersuiker en garneer met de achtergehouden bramen.


    Traditionele cakejes in een eigentijds jasje

    Zeef 375 gr zelfrijzend bakmeel boven een kom en wrijf er met de toppen van de vingers 90 gr boter door.
    Schep er 200 gr witte basterdsuiker, 3 dl karnemelk en 1 losgeklopt ei door.
    Neem 1/3 deel van het deeg en roer er 1 eetlepel muntlikeur of -siroop en 1 eetlepel fijngehakte muntblaadjes door.
    Verdeel de helft van het witte beslag over 12 ingevette cakevormpjes of 1 ingevet muffinblik.
    Verdeel het muntbeslag erover en dek af met de rest van het witte beslag.
    Roer de deegsoorten met een satéstokje door elkaar, zodat een marmer-effect ontstaat.
    Bak de cakejes in een op 200°C voorverwarmde oven in ± 20 minuten goudbruin en gaar en laat ze op een taartrooster afkoelen.
    Smelt au bain-marie in 2 aparte pannetjes 50 gr witte en 50 gr pure chocolade.
    Schenk de gesmolten witte chocolade over 6 cakejes en de pure chocolade over de rest van de cakejes en laat het glazuur drogen.


    Traditionele fruitcake

    Stoof 150 gr boter, 150 gr lichtbruine basterdsuiker, 2 dl water, 2 eetlepels honing en 500 gr gemengd gedroogd fruit onder af en toe roeren 30 minuten.
    Laat het mengsel 30 minuten afkoelen.
    Klop deeg van 350 gr zelfrijzend bakmeel, 3 eieren, een mespunt gemalen kaneel, gember en kardemom en het vruchtenmengsel.
    Bak de fruitcake 30 minuten in een op 180°C voorverwarmde oven en daarna 1 1/2 uur 160°C.
    Laat de cake in de vorm op een taartrooster afkoelen.
    Versier hem met glazuur, gemaakt van 1 eiwit waardoor geleidelijk 500 gr gezeefde poedersuiker, 2 eetlepels gezeefd sinaasappelsap en 1 theelepel dunne honing zijn geklopt.
    Garneer de fruitcake met stukjes gekonfijte sinaasschil en vruchtjes.


    Trifle

    10 plakken cake
    8 eetlepels abrikozenjam
    1 glas medium dry sherry
    1/2 liter vanillevla
    2 bekers crème fraîche
    1/8 liter slagroom
    1 eetlepel suiker
    12 blauwe druiven
    8 bitterkoekjes

    Bestrijk de plakken cake met jam.
    Leg 5 plakken cake in een schaal en schenk de helft van de sherry hierover.
    Roer de vla en de crème fraîche door elkaar en schenk de helft van dit mengsel over de cake in de schaal.
    Verdeel de rest van de cake en de sherry erover en dek af met de rest van de vla.
    Klop de slagroom met de suiker stijf.
    Garneer de trifle met toefjes slagroom, druiven en bitterkoekjes.


    Tropische taart met drie laagjes

    Vet een springvorm van 20 cm doorsnee in.
    Verwarm de oven voor op 180°C.
    Schil 1 mango en snijd het vruchtvlees in plakken van de pit.
    Splits 3 eieren, klop het eiwit met 50 gr suiker stijf en schep er 125 gr geraspte kokos door.
    Klop 100 gr zachte boter met 50 gr basterdsuiker romig en voeg al kloppend de eidooiers en 1/2 dl rum of melk toe.
    Schep er tenslotte 200 gr zelfrijzend bakmeel door.
    Verdeel de mango over de bodem van de vorm, giet het beslag erover, schep het eiwit erop en maak mooie pieken.
    Bak de taart in het midden van de oven in ± 50 minuten lichtbruin en gaar.
    Lekker met tropische vruchtensaus uit een potje.


    Tulband met kersen

    (combi-magnetron)

    200 gr Honig mix voor fijne cake
    1 pot kersen op sap (± 350 gr)
    165 gr boter op kamertemperatuur
    165 gr suiker
    3 eieren (m)
    3 eetlepels kirsch
    eventueel poedersuiker
    een glazen magnetronbestendige tulbandvorm (inh. 1 1/2 liter)

    Verwarm de oven voor op 200°C en plaats het rooster op de onderste richel.
    Beboter de vorm en bestuif deze met bloem.
    Klop de boter en de suiker tot een luchtige, bijna witte massa.
    Roer er één voor één de eieren door en voeg de kirsch toe.
    Spatel het cakemeel er luchtig door en strooi vervolgens de kersen in het beslag.
    Schep dit enkele malen luchtig om en doe het beslag in de vorm.
    Plaats de vorm in de voorverwarmde oven, schakel de magnetron in op 90 Watt en bak de tulband in 30 minuten gaar en goudbruin.
    Verwijder de vorm 5 minuten nadat de tulband uit de oven is genomen.
    Laat de tulband op een taartrooster afkoelen en bestrooi hem vlak voor het opdienen met poedersuiker.


    Tulpkoekjes met ijs en chocoladesaus

    4 eiwitten
    120 gr suiker
    80 gr bloem
    80 gr boter
    2 kleine potjes room
    4 repen bittere chocolade
    vanille-ijs

    Smelt de boter en roer er de suiker, de eiwitten en de gezeefde bloem door.
    Klop het mengsel even met een garde op (laat het niet schuimen).
    Vet een bakplaat met wat olie in en bestrooi hem met bloem.
    Smeer met de bolle kant van een lepel telkens 1-2 eetlepels beslag in een ronde vorm op de bakplaat uit tot alle deeg is gebruikt.
    Zet de bakplaat in een op 200°C voorverwarmde oven en bak de koekjes in ± 5 minuten goudgeel (ze zijn klaar als de randen kleuren).
    Haal de koekjes één voor één uit de oven en vorm ze meteen door ze over
    een omgekeerd glas te plooien.
    Laat ze afkoelen en vul ze met ijs.
    Laat de chocolade in de warme room smelten en schenk de saus over de koekjes.


    Turkse rozijnentaart

    (4-6 personen)

    200 gr bloem
    1/2 theelepel bakpoeder
    een snufje zout
    1 eetlepel citroenrasp
    1 zakje vanillesuiker
    75 gr suiker
    1 ei
    2 eetlepels yoghurt
    125 gr boter
    5 dl melk
    100 gr amandelsnippers
    500 gr rozijnen
    1 pakje witte gelatine
    2 kopjes geklopte slagroom
    cognac
    1 pakje instant vanillepudding
    boter om in te vetten
    paneermeel om mee te bestrooien

    Vermeng de bloem met het bakpoeder en het zout en zeef het op een werkblad.
    Strooi er de geraspte citroenschil, de vanillesuiker en de suiker over, maak er een kuiltje in en giet daar het ei en de yoghurt in.
    Verdeel de boter in vlokjes over de bloem en kneed de ingrediënten met bloem bestoven handen van buiten naar binnen tot een glad en soepel deeg.
    Wikkel het deeg in een vochtige doek en laat het in de koelkast minstens 1 uur rusten.
    Rol het deeg vervolgens op een met bloem bestrooid werkblad tot het formaat van de bakvorm die u wilt gaan gebruiken uit.
    Vet de bakvorm in en strooi er paneermeel in.
    Leg het deeg in de vorm, prik er herhaaldelijk met een vork in en bak het 20-25 minuten in een op 180°C voorverwarmde oven.
    Neem het deeg uit de oven en zet het weg.
    Verhit de melk in een pan en maak de vanillepudding volgens de aanwijzingen op de verpakking.
    Roer de amandelsnippers door de pudding en breng op smaak met cognac.
    Neem de pudding van het vuur, laat haar afkoelen en verdeel de pudding gelijkmatig over het deeg.
    Spoel de rozijnen onder koud stromend water af, laat ze goed uitlekken en verdeel ze over de taart.
    Bereid de witte gelatine volgens de aanwijzingen op de verpakking, verdeel die over de rozijnen en laat het geheel daarna goed afkoelen.
    Leg de rozijnentaart op een schaal, garneer met geklopte slagroom en serveer de taart direct.


    Valentijns briochehart met banketbakkersroom

    Voor de brioche:
    15 gr verse gist (of 1/2 zakje gedroogde gist)
    2 theelepels suiker
    1/2 dl lauwe melk
    250 gr bloem
    1 theelepel zout
    2 losgeklopte eieren
    125 gr zachte boter in stukjes
    75 gr grofgehakte geroosterde hazelnoten

    Voor de banketbakkersroom:
    1/2 opengesneden vanillestokje
    2 1/2 dl melk
    60 gr suiker
    3 eidooiers
    20 gr maïzena
    2 dl slagroom

    Voor het glaceren:
    5 eetlepels rode bessengelei
    2 eetlepels geroosterd amandelschaafsel

    En verder:
    1 ingevette hartvormige bakvorm, inh. 3/4 liter

    Brioche:
    Roer de gist met de suiker en de melk los tot een vloeibare massa.
    Zeef de bloem met het zout klop de eieren los.
    Houd 2 eetlepels ei achter.
    Doe de rest van het ei met het gistmengsel en de boter bij de bloem en kneed het tot een elastisch deeg dat van de wand van de kom loslaat.
    Kneed er met de hand de hazelnoten door en laat het deeg afgedekt op een lauwwarme plaats 30-40 minuten rijzen.
    Kneed het deeg dan heel kort door, druk het in de vorm en laat het afgedekt op een lauwwarme plaats 1-1 1/2 narijzen.
    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Bestrijk de bovenkant van het deeg met het achtergehouden ei.
    Bak de brioche 25-30 minuten op het rooster in het midden van de oven.
    Stort hem op een taartrooster en laat afkoelen.

    Banketbakkersroom:
    Breng de melk met het vanillestokje en 40 gr suiker op middelhoog vuur aan de kook en laat het daarna op laag vuur 10 minuten trekken.
    Klop de eidooiers en de rest van de suiker dik en schuimig en klop de maïzena erdoor.
    Zeef de melk en schraap het merg boven de melk uit het vanillestokje.
    Schenk de hete melk al kloppend bij het eimengsel, doe het terug in de pan, breng het al roerend aan de kook en laat nog 2 minuten doorkoken.
    Schenk de banketbakkersroom in een schaal, strooi er poedersuiker over en laat het iets afkoelen.
    Dek de schaal af en laat het in de koelkast verder afkoelen.
    Klop de afgekoelde banketbakkersroom op.
    Klop de slagroom stijf en meng hem luchtig door de banketbakkersroom.

    Glaceren:
    Halveer het briochehart overlangs, verdeel de banketbakkersroom over de onderste helft en leg de andere helft erop.
    Breng de bessengelei met 1 eetlepel water aan de kook en laat de gelei oplossen.
    Strijk de gelei over het brood, strooi er het amandelschaafsel over en laat de brioche afkoelen.


    Vastenavondkoeken

    500 gr bloem
    30 gr boter
    125 gr suiker
    4 eieren
    1 dl room
    1 eetlepel rozewater
    frituurvet
    poedersuiker

    Meng de bloem, de gesmolten en afgekoelde boter, de suiker, de eieren, de room en het rozewater tot een soepel deeg en rol dit op een met bloem bestoven aanrecht zo dun mogelijk uit.
    Snijd het in langwerpige stukken en bak die in heet frituurvet lichtbruin.
    Laat ze uitlekken en bestuif ze dik met poedersuiker.


    Victoria Sponge

    (± 8 punten)

    100 gr + 1 eetlepel suiker
    75 gr gezeefde bloem + 1 eetlepel bloem
    3 eieren
    4 eetlepels aardbeien- of abrikozenjam
    11/4 dl stijfgeslagen slagroom
    2 ingevette ronde bakvormen, doorsnee 18 cm

    Bestuif de bakvormen met een mengsel van 1 eetlepel bloem en 1 eetlepel suiker.
    Verwarm de oven voor op 190 °C.
    Klop in een kom de eieren en 100 gr suiker schuimig.
    Zet de kom op een pan met heet water en klop het mengsel dik en schuimig tot het volume is verdubbeld.
    Haal de kom uit de pan en klop het mengsel nog ± 5 minuten.
    Spatel in gedeelten 75 gr bloem door het eimengsel.
    Schenk het deeg in de bakvormen en beweeg de vormen heen en weer tot het deeg egaal is verdeeld.
    Bak beide cakes in het midden van de oven in ± 20-25 min. gaar en lichtbruin.
    Haal de cakes uit de vorm en laat ze op een rooster afkoelen.
    Bestrijk 1 cake met jam en slagroom en leg de andere cake erop.


    Vijf koekjesvariaties van één basisrecept deeg

    (± 25 koekjes)

    200 gr bloem
    1/2 theelepel zout
    100 gr witte basterdsuiker
    125 gr koude boter
    1/2 ei

    Kneed een deeg van de bloem, het zout, de basterdsuiker, de in stukjes gesneden koude boter en het ei.
    Verpak het in folie en laat het in de koelkast minstens 1/2 uur rusten.
    Rol het deeg op en snijd er plakjes van of rol het uit en steek er koekjes uit.
    Leg de koekjes op een met bakpapier beklede bakplaat en bak ze ± 20 minuten in een op 175°C voorverwarmde oven.


    Amandelkoekjes

    Bestrijk het uitgerolde deeg met losgeklopt ei en strooi er geschaafde
    amandelen over.
    Steek of snijd er figuurtjes uit.


    Gemberkoekjes

    Kneed 2 eetlepels gembersiroop door het deeg, rol het uit en snijd er rechthoekjes van 5-4 cm uit.
    Bestrijk elk koekje met een theelepel bakgember.


    Notenrondjes

    Vorm van het deeg een rol met een doorsnee van 4-5 cm.
    Bestrijk de buitenkant met water of ei en rol hem door 50 gr nougatinekruimels of geraspte kokos.
    Snijd de rol in plakjes van 3/4-1 cm dik.
    Leg ze op de bakplaat, bestrijk ze dun met ei en leg er cashewnoten op.


    Chocolate-chip cookies

    Hak een reep pure chocolade van 40 gr in stukjes en kneed ze door het deeg.
    Vorm van het deeg 20 bolletjes, druk ze plat en bak ze goudbruin en gaar.


    Jambloemen

    Rol het deeg uit en steek of snijd er bloemen uit.
    Leg de helft van de bloemen op de bakplaat en bestrijk ze met water.
    Steek uit de rest van de bloemen met een appelboor uit het midden een rondje en leg deze bloemen op het deeg op de bakplaat.
    Schep in elk rondje wat jam en bestrijk het deeg met ei.


    Visitandine

    Een rond taartje in de vorm van een schuitje, waarvan het deeg veel eiwit bevat en verder fijngemalen amandelen, boter en suiker.
    Soms wordt de bovenkant na het bakken bestreken met abrikozenjam en daarna met suikerglazuur met Kirsch.
    Deze taartjes zijn oorspronkelijk het product van kloosters en zijn bedacht om overgebleven eiwitten te gebruiken.

    Vermeng 500 gr suiker met 500 gr amandelpoeder en 150 gr gezeefde bloem.
    Voeg er beetje bij beetje 12 eiwitten aan toe en werk ze er grondig door met op het laatst 750 gr gesmolten, nauwelijks nog warme boter.
    Meng er tenslotte 4 zeer stijfgeklopte, in de koelkast gekoelde eiwitten door.
    Beboter de vormpjes voor deegschuitjes en vul ze, met behulp van een spuitzak met grote gladde spuitmond, met kleine hoeveelheden van het beslag.
    Zet ze in een op 220°C voorverwarmde oven tot de gebakjes goudgeel gekleurd en vanbinnen zacht zijn.


    Vogelnestjes met ijs en paaseitjes

    frituurolie
    14 diepvriesloempiavelletjes (toko)
    1 eetlepel gemalen kaneel
    4 eetlepels poedersuiker
    200 gr abrikozen (blik, 425 gr)
    4 bolletjes stracciatella-ijs
    12 kleine gekleurde suiker-eitjes
    12 blaadjes munt

    Verhit de frituurolie tot 180°C.
    Snijd de loempiavellen in luciferdunne reepjes.
    Vermeng de kaneel en de poedersuiker.
    Bak de deegreepjes in de frituurolie in 2 minuten krokant, laat ze uitlekken en schud ze met de kaneelsuiker om.
    Pureer de abrikozen met 4 eetlepels van het sap uit het blik.
    Schik de deegreepjes als vogelnestjes op de bordjes, laat het midden vrij en schep de saus eromheen.
    Leg in elk nestje een bolletje ijs en garneer met de paaseitjes en de muntblaadjes.


    vruchtencake met noten

    (vorm van 22 cm doorsnee)

    125 gr boter
    125 gr suiker
    1 zakje vanillesuiker
    zout
    2 eieren
    2 eetlepels advocaat
    125 gr zelfrijzend bakmeel
    100 gr mandarijntjes (blik)
    50 gr walnoten

    Smelt een klontje boter en vet de bakvorm hiermee in.
    Laat de mandarijntjes uitlekken en snijd ze doormidden.
    Verwarm de oven voor op 180°C.
    Roer de boter met de suiker, de vanillesuiker en zout glad en luchtig.
    voeg één voor één de eieren toe en roer de advocaat erdoor.
    Schep het bakmeel in gedeelten door het beslag en voeg de mandarijntjes toe.
    Vul de vorm met het cakemengsel en garneer met de walnoten.
    Zet de vorm in de oven en bak de cake ± 50 minuten.
    Controleer met een vork of hij dan gaar is en laat hem zo nodig nog wat langer in de oven staan.


    Vruchtenvlaai

    25 gr boter + boter voor het invetten van de vorm
    1/8 liter melk
    250 gr bloem
    1 mespunt zout
    1/2 zakje gedroogde gist
    1 eetlepel suiker
    1 ei
    een taartvorm, 28 cm doorsnede

    Voor de vulling:
    verse vruchten naar keuze, zoals abrikozen, perziken, kersen zonder pit,
    aardbeien
    suiker
    1 zakje taartgeleipoeder
    2 1/2 dl appelsap

    Smelt de boter voor het deeg in een pannetje, voeg de melk toe en verwarm die tot lauwwarm (37°C).
    Zeef de bloem boven een mengkom en roer het zout erdoor.
    Maak in het midden een kuiltje en strooi de gist en de suiker daarin.
    Schenk het lauwwarme boter-melkmengsel met het losgeklopte ei erop (houd 2 eetlepels achter voor het bestrijken), strooi er wat van de bloem op en kneed dit tot een samenhangend deeg.
    Vorm een bal van het deeg en laat deze in een mengkom onder een vochtige doek of onder plasticfolie 30 minuten rijzen.
    Vet intussen de vorm in.
    Rol het deeg met een deegroller uit tot een ronde lap die iets groter is dan de vorm, leg die in de vorm en laat nogmaals 30 minuten rijzen.
    Maak intussen de vruchten schoon en bestrooi ze met suiker.
    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Prik de deegbodem met een vork in en dek hem af met een stuk aluminiumfolie.
    Strooi daar een blinde vulling van bijvoorbeeld overjarige peulvruchten over en bak de deegbodem 15 minuten voor.
    Verwijder het folie en de peulvruchten en bak de bodem in nog ± 5 minuten lichtbruin.
    Laat de deegbodem in de vorm afkoelen.
    Maak de taartgelei met het appelsap volgens de aanwijzingen op het zakje.
    Verdeel de vruchten over de deegbodem en schenk de gelei erover.

    Variatie: Rijstevlaai
    maak een deegbodem en zoals hierboven is beschreven.
    Breng voor de vulling al roerend 90 gr paprijst met 3/4 liter melk, 1 mespunt zout en 1 zakje vanillesuiker in een pan met dikke bodem aan de kook en laat dit 1 uur zachtjes koken.
    Splits intussen 2 eieren.
    Klop de dooiers met 2 eetlepels suiker wit en schuimig en spatel ze door de rijstebrij.
    Klop de eiwitten met een snufje zout stijf en spatel ook die erdoor.
    Verdeel de luchtige rijstebrij over de deegbodem.
    Strijk de bovenkant glad en bak de vlaai ± 25 minuten in de hete oven.


    Walnotenbrood

    4 eieren
    140 gr suiker
    35 gr paneermeel
    140 gr gemalen walnoten

    Voor het glazuur:
    400 gr poedersuiker
    3 eetlepels rum
    1 eetlepel water

    Klop het eiwit stijf, voeg de suiker en het eigeel langzaam toe en roer alles door elkaar.
    Roer er op het laatst het paneermeel door.
    Doe het deeg in een met boter ingevette en met paneermeel bestrooide broodbakvorm en bak het ± 35 minuten p 175°C.
    Klop voor het glazuur de poedersuiker, het water en de rum tot een massa en strijk die over het afgekoelde brood.


    Walnotentaart

    Voor de siroop:
    185 gr suiker
    1/4 liter water
    185 gr honing
    4 kruidnagels
    citroensap
    een citroenschilletje

    Voor de taart:
    125 gr boter op kamertemperatuur
    90 gr suiker
    6-8 eieren
    45 gr bloem
    2 theelepels bakpoeder
    2 theelepels gemalen kaneel
    1/2 theelepel gemalen kruidnagel
    zout
    300 gemalen walnoten
    45 gr paneermeel
    geraspte sinaasappelschil

    Maak de siroop door de suiker, het water en de honing in een pan te doen.
    Breng al roerend aan de kook tot de suiker is opgelost.
    Voeg de hele kruidnagel, het citroensap en de schil toe, zet het vuur laag en laat zachtjes inkoken.
    Laat de siroop volledig afkoelen.
    Verwarm de oven voor op 180°C.
    beboter een taartvorm van 23 x 30 x 7 cm en bestuif met wat bloem.
    Doe de boter en de suiker in een kom en klop tot een romig mengsel.
    Voeg één voor één de eidooiers toe en klop na elke toevoeging goed.
    Schep er vervolgens de gehakte walnoten, het paneermeel en de geraspte sinaasappelschil door.
    Doe de eiwitten in een andere kom en klop ze tot stijve pieken; zorg dat u de bak en de gard GOED vetvrij heeft gemaakt.
    Schep 1/3 deel van de eiwitten door het beslag en spatel ook de rest erdoor.
    Giet het beslag in de geprepareerde taartvorm, zet de taart ± 40 minuten in de oven tot hij diep goudbruin is en veerkrachtig aanvoelt.
    Neem de taart uit de oven en giet er onmiddellijk de siroop over.
    Laat de taart in de vorm volledig afkoelen.


    Warme appelcarré

    (2 personen)

    1 grote appel
    1 eetlepel rozijnen
    2 eetlepels appelstroop
    1 theelepel kaneel
    4 driehoekjes gekoeld croissantdeeg
    1 eetlepel koffieroom
    1 eetlepel suiker

    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Schil de appel en snijd hem in kleine stukjes.
    Meng de rozijnen, de appelstroop en de kaneel door de appelstukjes.
    Spreid de driehoekjes croissantdeeg uit en druk steeds 2 driehoekjes tegen elkaar tot een vierkant.
    Vet een bakplaat in, leg er een deegvierkant op en spreid het appelmengsel erover uit.
    Vouw het andere vierkant dubbel en knip het elke cm in.
    Vouw dit deegvierkant weer open, leg het over de appelvulling en druk de zijkanten goed dicht.
    Bestrijk de bovenkant met koffieroom en strooi de suiker erover.
    Bak de appelcarré in de oven in ± 15 minuten goudbruin en gaar.
    Neem het uit de oven, snijd hem in 2 stukken en serveer deze direct, bijvoorbeeld met een bolletje walnotenijs.


    Warme appeltaartjes met calvados

    (2 personen)

    2 dikke plakken (volkoren) ontbijtkoek
    1 eetlepel bloem
    1 eetlepel boter
    2 appels
    1 eetlepel custardpoeder
    1 eetlepel rozijnen
    2 eetlepels calvados
    2 eetlepels appelstroop
    2 1/2 dl vanillevla

    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Rol de plakken ontbijtkoek op een met bloem bestoven werkvlak uit tot lapjes van 1/2 cm dik.
    Vet 2 eenpersoons-taartvormpjes met de boter in en bekleed ze met de ontbijtkoek.
    Druk de koek goed tegen de wand en snijd de overtollige koek langs de bovenrand weg.
    Schil de appels en snijd ze in kleine stukjes.
    Doe de appelstukjes in een kom en schep er het custardpoeder, de rozijnen, de calvados en de appelstroop door.
    Schep dit mengsel in de vormpjes en strijk de bovenkant glad.
    Bak de taartjes in de oven in ± 10 minuten bruin en gaar.
    Serveer de taartje warm met vanillevla.


    Warme mango-gembertaartjes

    (2 personen)

    2 plakjes roomboterbladerdeeg (diepvries)
    1 kleine mango
    2 eetlepels bakgember
    3 eetlepels (fijne tafel)suiker
    1 1/2 eetlepel custardpoeder
    2 eetlepels geschaafde amandelen

    Laat de plakjes bladerdeeg ontdooien.
    Schil de mango en snijd het vruchtvlees in stukjes.
    Snijd de gember eventueel fijner en schep de gember, 1 eetlepel suiker en de custard door de mangostukjes.
    Bekleed 2 taartvormpjes van ± 10 cm doorsnee met de plakjes bladerdeeg, druk het deeg goed tegen de randen en snijd het overtollige deeg weg.
    Verwarm de oven voor op 225°C.
    Schep het mangomengsel in de taartbodems, strooi de geschaafde amandelen en de rest van de suiker over de taartjes en bak ze iets onder het midden in de oven in ± 20 minuten bruin en gaar.
    Neem de warme taartjes uit de vormpjes en leg ze op 2 bordjes.


    Warme vijgentaartjes

    4 plakjes diepvriesbladerdeeg
    2 losgeklopte eidooiers
    6 eetlepels suiker
    4 verse vijgen
    boter om in te vetten

    Bestrijk de plakjes deeg met het eigeel en bestrooi ze dik met 4 eetlepels
    suiker.
    Snijd de vijgen vanboven diep in, maar niet doormidden en bestrooi ze vanbinnen met de rest van de suiker.
    Zet de vijgen op de suikerkant van de plakjes deeg en vouw het deeg eromheen.
    Bestrijk de taartjes met eigeel en bak ze volgens de aanwijzingen op de verpakking goudbruin.


    Weense chocoladetaart

    Voor het deeg:
    250 gr bittere chocolade
    250 gr zachte boter
    150 gr suiker
    5 eidooiers
    3 eieren
    250 gr gemalen amandelen
    100 gr paneermeel
    2 theelepels bakpoeder
    5 eiwitten
    3 eetlepels bessenjam
    3 eetlepels water

    Voor het glazuur:
    100 gr bittere chocolade
    santen

    Voor de garnering:
    chocoladekrullen

    Breek voor het deeg de chocolade in stukjes, roer ze au bain-marie romig en laat ze iets afkoelen.
    Roer de boter romig en roer de zachte chocolade erdoor.
    Roer er na elkaar 50 gr suiker met de eidooiers, de eieren en de gemalen amandelen door.
    Vermeng het paneermeel en het bakpoeder, zeef dit en roer het er lepel voor lepel door.
    Klop de eiwitten stijf en voeg, onder voortdurend kloppen, de rest van de suiker toe.
    Voeg de eiersneeuw aan de deegmassa toe en schep die er voorzichtig door.
    Doe het deeg in een ingevette springvorm van 28 cm doorsnee en strijk het glad.
    Schuif de vorm op het rooster in een op 150-175°C voorverwarmde oven, laat de taartbodem ± 70 minuten bakken en laat hem dan afkoelen.
    Laat de bessenjam met het water al roerend enkele minuten koken en besmeer de bovenkant en de rand van de taart er gelijkmatig mee.
    Roer voor het glazuur de bittere chocolade met de santen au bain-marie romig en bestrijk de taart er gelijkmatig mee.
    Garneer de nog vochtige bovenkant van de taart met chocoladekrullen.


    Wentelteefjes met abrikozenjam

    (2 personen)

    1 ei
    25 gr witte basterdsuiker
    1 theelepel koekkruiden
    2 dl volle melk
    1/2 dl Grand Marnier of Cointreau
    3 sneetjes oud casinobrood
    25 gr boter
    3 eetlepels abrikozenjam
    2 toefjes munt

    Klop het ei los met de suiker, de koekkruiden, de melk en de likeur.
    Snijd de sneetjes brood diagonaal door.
    Wentel de brooddriehoekjes door het eimengsel en laat ze even staan.
    Verhit de boter in een koekenpan en bak de wentelteefjes snel aan beide kanten goudbruin.
    Leg ze op 2 bordjes en schep de jam ernaast.
    Garneer de wentelteefjes met een toefje munt.


    Wentelteefjes met marmelade en Schotse room

    8 sneetjes witbrood
    4 eieren
    2 dl melk
    boter
    (whisky)marmelade
    2 eetlepels single maltwhisky (bijvoorbeeld Glen Grant)
    2 dl slagroom

    Snijd de korsten van het brood.
    Klop de eieren in de melk los en week het brood erin.
    Smelt de boter en bak het brood langzaam bruin.
    Besmeer de wentelteefjes met marmelade.
    Doe de whisky bij de slagroom, klop deze stijf en garneer er de wentelteefjes mee.


    Wijntaart met druiven

    15 gr verse gist
    4 eetlepels lauwwarme melk
    350 gr gezeefde bloem
    1 mespunt zout
    1 eetlepel witte basterdsuiker
    ± 110 gr boter
    1 eetlepel poedersuiker
    1 trosje blanke (tafel)druiven (± 225 gr), ontveld, gehalveerd en ontpit
    3 eieren
    115 gr suiker
    1 dl Pinot Blanc (Elzas)

    Verkruimel de gist in een kommetje en voeg de melk toe.
    Blijf roeren tot het mengsel glad is en laat het 5 minuten staan.
    Zeef de bloem als een berg in een kom en strooi er het zout en de basterdsuiker over.
    Maak een kuiltje in de bloemberg, schenk er het gistmengsel in en voeg 80 gr zachte boter toe.
    Meng alles met de vingers en kneed het daarna tot een glad en soepel deeg.
    Vorm een bal en laat die, verpakt in plasticfolie, in de koelkast 2 uur rusten.
    Rol het deeg daarna op een met wat bloem bestoven werkvlak tot een ronde lap met een doorsnee van ± 30 cm uit en bekleed er een beboterde quiche- of taartvorm van ± 24 cm doorsnee mee.
    Prik met een vork gaatjes in de deegbodem en stuif er wat poedersuiker over.
    Klop de eieren en 100 gr suiker tot een luchtige massa en voeg, onder voortdurend roeren en kloppen, de wijn toe.
    Verdeel de druiven over de taartbodem en schenk er het ei-wijnmengsel over.
    Zet de vorm 20 minuten in het midden van de op 220°C voorverwarmde oven.
    Neem de taart daarna even uit de oven, bestrooi het oppervlak met 15 gr suiker en leg er flintertjes boter (15 gr) op.
    Zet de vorm nogmaals 20 minuten in de oven.
    Schakel na 10 minuten de ovenwarmte uit en houd de ovendeur gesloten.
    De taart wordt doorgaans lauwwarm als nagerecht opgediend, maar smaakt ook koud erg goed.


    Winterse notentaart

    250 gr gepelde walnoten
    125 gr boter
    250 gr suiker
    1 eetlepel rum
    4 eieren (nr. 3)
    50 gr bloem
    abrikozenjam

    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Vet een springvorm van 22 cm doorsnee in en bedek de bodem met bakpapier of aluminiumfolie.
    Houd een paar mooie noten apart voor de garnering en maal de rest fijn.
    Klop de eieren los.
    Zeef de bloem.
    Roer de boter zacht en romig.
    Roer er achtereenvolgens zeer geleidelijk de gemalen noten, de suiker, de rum, de losgeklopte eieren en de gezeefde bloem door.
    Roer het beslag mooi glad en schep het in de springvorm.
    Bak de taart iets onder het midden in de oven in ruim een half uur gaar.
    Schakel de oven uit, haal de taart na 5 minuten uit de springvorm en laat hem op een rooster verder afkoelen.
    Bestrijk, als de taart volledig is afgekoeld, de bovenkant met abrikozenjam en garneer hem met de achtergehouden noten.


    Wortelcakejes met yoghurtglazuur

    (8-10 stuks)

    Schrap 250 gr worteltjes, snijd ze in stukjes en kook ze gaar.
    Laat ze ± 5 minuten afkoelen en pureer ze.
    Hak 100 gr pecannoten grof.
    Verwarm de oven voor op 180°C.
    Vet 8-10 metalen cakevormpjes van 1 1/2 dl dun met olie in.
    Zeef 225 gr bloem met 225 gr suiker en klop er met een mixer 2 eieren, 1 dl olie en 3/4 dl Griekse roomyoghurt door.
    Spatel de wortel en de noten erdoor.
    Vul de vormpjes voor 2/3 en bak de cakejes in 25-30 minuten goudbruin en gaar.
    Laat de cakejes ± 5 minuten afkoelen en keer ze op een rooster.
    Mix voor het glazuur 125 gr yoghurt met 50 gr boter tot een gladde massa.
    Zeef er 125 gr poedersuiker boven en blijf kloppen tot de suiker geheel is opgelost.
    Schenk het glazuur over de bovenkant van de cakejes en laat het eroverheen lopen.
    Garneer met limoenschil of pecannoot.


    Wortel-notentaart

    150 gr winterwortel
    150 gr gepeld gemengde noten
    100 gr boter
    150 gr rijstebloem
    3 eieren
    1 theelepel bakpoeder
    1 1/2 dl grand marnier of cointreau
    1 eetlepel amandelsnippers

    Splits de eieren.
    Rasp de wortelen en maal de noten fijn, besprenkel ze met grand marnier of cointreau en laat even zo intrekken.
    Smelt de boter op een laag pitje.
    Klop de dooiers romig los en vermeng ze met de boter, de rijstebloem, het bakpoeder en cointreau.
    Vermeng dit met de wortel-notenmassa.
    Verwarm de oven intussen voor en klop het eiwit tot stijve pieken.
    Vet een springvorm in en spatel het eiwit luchtig door het beslag.
    Schep de gehele massa in de bakvorm, bestrooi met de amandelsnippers en bak de taart in 45-50 minuten midden in de oven bij een temperatuur van 200-220°C gaar.


    Worteltaart

    250 gr bloem
    250 gr geraspte wortel (het mag zowel winter- als was- als bospeen zijn)
    200 gr suiker
    2 dl olie
    2 eieren
    2 theelepels bakpoeder
    (200 gr gehakte noten)
    125 gr rozijnen of droog fruit)
    2 theelepels kaneel
    een snufje nootmuskaat
    zout
    (vanillesuiker)

    Meng alle ingrediënten door elkaar, doe het mengsel in een niet te grote ingevette bakvorm en bak de taart ± 40 minuten op 175°C.
    De taart is gaar als er niets meer aan een erin gestoken breinaald blijft hangen.


    Worteltaart met roomkaas

    voor de taart:
    3 kopjes bloem
    1 1/2 kopje witte basterdsuiker
    1 theelepel zout
    1 1/2 theelepel bakpoeder
    1 kopje ananasstukjes met de siroop (blik)
    2 kopjes geraspte wortel
    4 eieren
    3 3/4 dl plantaardige olie
    1 theelepel vanille-essence
    1 kopje gehakte walnoten

    voor de toplaag:
    1 kopje gezeefde poedersuiker
    125 gr MonChou (op kamertemperatuur)
    vanille-essence of citroensap naar smaak.

    Verwarm de oven voor op 180°C.
    Vet 2 ronde lage bakvormen van ± 20 cm doorsnee met boter in en bekleed ze met bakpapier.
    Zeef de bloem, de suiker, het zout en het bakpoeder in een deegkom.
    Voeg de ananas, wortel, eieren, olie en vanille toe en mix hiervan een beslag.
    Roer er daarna de walnoten door.
    Verdeel dit beslag over de 2 bakvormen en bak het een uur in de oven.
    De tart is gaar als een erin gestoken satéprikker er schoon uitkomt.
    Keer de vormen om en laat de cake op een ovenrooster afkoelen.
    Roer voor de toplaag de poedersuiker beetje bij beetje door de roomkaas tot die luchtig is.
    Voeg dan naar smaak citroensap of vanille-essence toe.
    Besmeer de afgekoelde cake met de roomkaas, leg de tweede cake erop en besmeer die met het overige roomkaasmengsel.


    Worteltaart II

    1 kop zonnebloemolie
    2 kop zelfrijzend bakmeel
    2 kop suiker
    3 kop geraspte winterwortel
    1/2 theelepel zout
    3 theelepels kaneel
    4 eieren

    Meng alles goed door elkaar, stort het in een (ronde) vorm en bak het dan 45-60 minuten in het midden van een op 175°C voorverwarmde oven.

    Voor het glazuur:
    250 gr poedersuiker
    100 gr boter
    100 gr MonChou
    vanille-essence
    een scheutje melk

    Klop als met een mixer door elkaar en smeer het over de taart.


    Yoghurt-notencake

    100 gr boter
    200 gr suiker
    4 eieren
    200 gr bloem
    1 theelepel bakpoeder
    zout
    kaneel
    2 dl yoghurt
    50 gr geraspte pure chocolade
    100 gr grofgehakte hazelnoten

    Klop de boter met de suiker wit en piekerig en klop er één voor één de eieren door.
    Zeef de bloem met het bakpoeder, zout en kaneel en schep dit, afgewisseld met de yoghurt bij het eimengsel.
    Schep er de chocola en de hazelnoten door.
    Schep het deeg in een ingevet cakeblik en bak het 15 minuten in een op 175°C voorverwarmde oven.
    Temper de oven tot 150°C en bak de cake in 30-45 minuten gaar.
    Laat de cake 10 minuten in de uitgeschakelde oven staan, keer hem op een rooster en laat het uitdampen.


    Yoghurttaart met exotisch fruit

    4 physalis
    2 vijgen
    2 passievruchten
    1 tamarillo
    1 kiwi
    2 mini-bananen
    1 stervrucht
    1 pak kant-en-klaar kruimeldeeg
    4 eidooiers
    100 gr suiker
    50 gr vanillesuiker
    1 dl melk
    1 dl yoghurt
    4 vellen gelatine (á 2 gr)
    1 pakje kant-en-klare coulis (abrikozen of een smaak naar keuze)
    blaadjes munt om te garneren

    Klop de eidooiers met de suiker tot een wit schuim.
    Week de gelatine in water.
    Breng de melk aan de kook en roer die beetje bij beetje door het eierschuim.
    Knijp de gelatine uit en los de vellen in de warme crème op.
    Roer er de yoghurt door.
    Bekleed een taartvorm van 24 cm doorsnee met het deeg, prik de bodem meermalen met een vork in en bak het deeg 8 minuten in een op 200°C voorverwarmde oven.
    Laat afkoelen.
    Giet de yoghurtcrème in de voorgebakken bodem en zet de taart 1 uur in de koelkast om de crème te laten opstijven.
    Schil de kiwi en snijd de vrucht in plakjes.
    Was de stervrucht en snijd ook die in plakjes.
    Was de vijgen en snijd ze in vieren.
    Halveer de passievruchten.
    Was de tamarillo en snijd hem in plakjes.
    Pel de banaantjes en snijd ze in de lengte doormidden.
    Garneer de taart met alle vruchten, bestrooi met de munt en geef er de coulis
    bij.


    Yoghurttaart met vruchten

    (voor een vorm van 26 cm doorsnee)

    Voor het deeg:
    2 eieren
    80 gr suiker
    2 eetlepels warm water
    100 gr tarwebloem
    100 gr gehakte hazelnoten

    Voor de vulling:
    9 witte gelatineblaadjes
    1 pot kersen op sap (uitlekgewicht 340 gr)
    1 blik abrikozen op sap (uitlekgewicht 340 gr)
    6 dl yoghurt
    100 gr honing
    2 eetlepels citroensap
    1/2 geraspte citroenschil
    2 dl slagroom

    Bekleed een springvorm met bakpapier.
    Verwarm de oven voor op 180°C.
    Splits de eieren, klop de eiwitten met 20 gr suiker stijf en roer de eidooiers met de rest van de suiker en het water tot een lichte crème.
    Zeef de bloem en meng het met de noten.
    Schep het eiwit en het bloemmengsel door de crème, doe het in de vorm en bak het 15 minuten in de oven.
    Week de gelatine.
    Laat de vruchten uitlekken, vang het sap op.
    Meng de yoghurt met 80 gr honing, het citroensap en de citroenschil.
    Druk de gelatine uit, los hem au bain-marie of in de magnetron op, laat afkoelen en meng hem door de yoghurt.
    Klop de slagroom stijf en schep die door de yoghurt.
    Meng de rest van de honing met 50 ml abrikozensap, verhit dit en druppel het over de taartbodem.
    Bestrijk de bodem met 1/3 van de yoghurt en beleg met kersen en abrikozen.
    Houd enkele vruchten apart.
    Bestrijk met de rest van de yoghurt en zet de taart 3 uur in de koelkast.
    Garneer met abrikozen, kersen en eventueel gehakte hazelnoten.

    Kooktip 1: Yoghurttaartjes: vul 15-18 grote papieren vormpjes elk met ± 1 eetlepel deeg en bak ze. vul ze met vruchten en yoghurt. Besprenkel de bodem niet met sap.

    Kooktip 2: Zo lost u gelatine goed op: laat 9 gelatineblaadjes in 1/2 liter koud water ± 15 minuten weken. druk ze goed uit en los ze in 2-3 eetlepels heet water op.

    Als u volle yoghurt vervangt door magere en iets minder slagroom verwerkt, is het aantal calorieën lager.


    Zandkoekjes

    (± 45 stuks)

    250 gr bloem
    1/4 theelepel nootmuskaat
    150 gr lichtbruine basterdsuiker
    150 gr boter
    1 ei
    1 eetlepel melk
    4 eetlepels witte kristalsuiker
    1 theelepel kaneel
    boter om in te vetten

    Meng de bloem, de nootmuskaat en de basterdsuiker door elkaar.
    Voeg de boter in klontjes toe en kneed het (met koele hand) snel tot een glad deeg.
    Klop het ei in een kommetje los en verdun het dan al kloppend met de melk.
    Voeg dit mengsel aan het deeg toe en kneed het erdoor.
    Laat het deeg afgedekt op een koele plaats minstens 1 uur rusten.
    Bestuif het werkvlak met bloem, rol steeds stukjes van het deeg tot zeer dunne lappen uit en steek er met een klein gekarteld vormpje koekjes uit.
    Meng de suiker en de kaneel door elkaar.
    Bestrooi de koekjes daarmee en leg ze op een beboterd bakblik.
    Verwarm de oven voor op 200°C, schuif het bakblik op de middelste richel en bak de koekjes in 8 minuten gaar.


    Zandspritsjes

    425 gr patentbloem
    360 gr boter
    140 gr poedersuiker
    50 gr ei
    25 gr citroenrasp

    Roer de boter zacht en voeg de suiker, het ei en de citroenrasp toe.
    Kneed dit licht en kneed er bij gedeelten de bloem luchtig door.
    Spuit het deeg in rozetjes of langwerpige koekjes op een licht ingevette bakplaat en bak de koekjes in een op 180°C voorverwarmde oven goudbruin en gaar.


    Zoete aardappelkoekjes

    250 gr rode zoete aardappelen
    625 gr gehakte amandelen
    500 gr suiker
    2 eidooiers
    1 vanillestokje
    geraspte citroenschil
    75 gr bloem
    150 gr pijnboompitten
    150 gr gehakte walnoten
    2 eiwitten

    Schil de zoete aardappelen en snijd ze in grove blokjes.
    Doe ze in een pan en giet er zoveel water bij dat ze onder staan.
    Voeg het opengespleten vanillestokje toe en schraap het merg eruit.
    Breng het geheel aan de kook en kook de aardappelen in ± 15 minuten gaar.
    Giet ze goed af, doe ze in een grote kom en stamp ze tot puree.
    Doe de amandelen, de suiker, de eidooiers en de citroenrasp bij de afgekoelde puree en schep alles met een pollepel tot een glad deeg dat een beetje op gepureerde aardappelen lijkt.
    Kneed het deeg een paar minuten in een kom, dek de kom met een theedoek af en laat het rusten.
    Verwarm de oven voor op 180°C.
    Vet een bakplaat met olie in.
    Doe de pijnboompitten en de walnoten in en ondiepe kom.
    Neem stukjes deeg ter grootte van een walnoot, maak hier balletjes van en plet ze licht.
    Bestrijk ze met wat eiwit en haal ze vervolgens door de gehakte noten.
    Schik de koekjes niet te dicht op elkaar op de bakplaat en zet ze 15-20 minuten in de oven tot de koekjes goudbruin zijn.


    Zoete kaasflapjes met honing

    500 gr bloem
    4 eieren
    zout
    50 gr boter
    15 eetlepels vloeibare honing
    500 gr mozzarella
    500 gr hüttenkÄse
    4 eetlepels sinaasappelrasp
    1 eidooier

    Kneed de bloem met de eieren en een snufje zout tot een soepel deeg.
    Kneed de roomboter in partjes door het deeg en voeg eventueel wat water toe (het deeg moet zacht zijn, maar mag niet kleverig worden).
    Rol het deeg op een met bloem bestrooid aanrecht zeer dun uit en steek er met een koekjessteker rondjes uit met een middellijn van 10 cm.
    Roer de dobbelsteentjes mozzarella door de hüttenkÄse en voeg de sinaasappelrasp toe.
    Schep 3 theelepels van de vulling in het midden van de helft van de rondjes deeg, bestrijk de randen met de losgeklopte eidooier, bedek ze met nog een rondje deeg en druk de randen stevig op elkaar.
    Frituur de deegflappen, 2 tegelijk, in de hete olie goudgeel.
    Schep ze voorzichtig uit de pan en dien ze direct op.
    Geef de honing er apart bij.


    Zomerfruittaart met romige citroencrème

    Voor de taartbodem:
    125 gr zachte boter
    100 gr poedersuiker
    1 ei
    150 gr bloem
    zout

    Voor de crème:
    1 dl citroensap
    de geraspte schil van 1 citroen
    125 gr boter
    4 eieren
    100 gr suiker
    1 dl slagroom

    Voor de vulling:
    500 gr vruchten, bijvoorbeeld aardbeien, blauwe bessen of frambozen

    Roer de boter met de poedersuiker romig.
    Roer het ei erdoor en meng er daarna de bloem, gezeefd met zout, door.
    Verpak het deeg in plasticfolie en laat het in de koelkast tenminste 2 uur rusten.
    Verwarm de oven voor op 200°C.
    Rol het deeg op een met bloem bestoven werkvlak uit en bekleed er een ingevette taartvorm met een doorsnee van ± 26 cm mee.
    Prik de bodem met een vork in, bekleed het deeg met folie, vul het met een steunvulling (bijvoorbeeld van rauwe peulvruchten) en bak de bodem ± 10 minuten in het midden van de hete oven.
    Neem de vulling eruit, bak de bodem nog 5 minuten en laat hem daarna op een rooster afkoelen.
    Doe het citroensap, de schil, de boter, de eieren en de suiker in een pan, roer goed door elkaar en verwarm het mengsel steeds roerend tot tegen de kook aan, maar laat het niet koken.
    Zeef het mengsel en laat het onder nu en dan roeren geheel afkoelen.
    Klop de slagroom stijf en schep die voorzichtig door de lobbige citroenmassa.
    Vul de taartbodem met dit mengsel.
    Maak de vruchten schoon en verdeel die, vlak voor u hem in 8 stukken snijd, over de taart.


    Zomerse frambozen-kwarktaart

    Voor de taartbodem:
    4 eieren
    100 gr bloem
    100 gr suiker

    Voor de vulling:
    250 gr kwark
    2 1/2 dl room
    1 1/4 dl melk
    100 gr basterdsuiker
    50 gr suiker
    250 gr frambozen
    6 blaadjes (rode) gelatine
    2 eetlepels (frambozen)likeur

    Klop voor de taartbodem de eieren met de suiker au bain-marie tot een
    stevige lauwe massa op.
    Spatel er de gezeefde bloem door en schep het beslag in een ingevette springvorm (doorsnede 24 cm).
    Bak de bodem in de op 175°C voorverwarmde oven in ± 20 minuten gaar en laat hem afkoelen.
    Week de gelatine in ruim koud water.
    Sla de room zonder suiker stijf.
    Splits de eieren.
    Roer de dooiers en de basterdsuiker door de melk en verwarm het mengsel al roerend langzaam op laag vuur tot vladikte (het mag niet koken).
    Knijp 4 blaadjes gelatine uit en los ze in de hete vla op.
    Doe de kwark in een kom, schenk er wat van de vla over en roer dit door elkaar.
    Blijf roeren tot een gladde crème ontstaat en laat deze tot handwarmte afkoelen.
    Schep dan met een garde de stijf geklopte slagroom door de crème.
    Leg de taartbodem in een met plasticfolie bespannen kunststof taartring en besprenkel met de likeur.
    Stort de crème op de taartbodem en zet de taart in de koelkast om op te stijven.
    Maak 1 dl frambozencoulis door de schoongemaakte frambozen samen met 50 gr suiker in een keukenmachine fijn te malen.
    Druk deze massa door een zeef en breng het aan de kook.
    Knijp de 2 overgebleven blaadjes gelatine uit en voeg ze aan de nog warme frambozencoulis toe, maar laat het geheel niet meer aan de kook komen.
    Zet de coulis in een bak met ijswater en wacht, al roerend, tot de massa begint te geleren.
    Haal de opgesteven taart uit de koelkast en giet er de frambozengelei op.
    Maak met de taart schuin draaiende bewegingen, zodat de gelei zich egaal over de taart kan verspreiden en overal even dik is.
    Zet de taart terug in de koelkast om verder op te stijven.
    Snijd de taart voor het serveren met een warm mes los van de taartring.
    Gebruik ook voor het snijden van de taartpunten een warm mes.


    Zuidlaarder bollen

    (3 bollen)

    1/2-3/4 liter lauwwarm water
    65 gr gist
    750 gr patentbloem
    250 gr roggebloem
    20 gr zout
    75 gr roomboter
    25 gr citroenrasp
    600 gr krenten
    600 gr rozijnen
    50 gr sukade
    1 handvol tarwezemelen
    1 ei

    Voor de bereiding van het recept is een keukenmachine met kneedhaken erg handig, maar niet noodzakelijk.
    De handmatige bereiding van het deeg vergt een paar flinke spierballen.

    Was de krenten en de rozijnen en wel ze ± 30 minuten.
    Doe het handwarme water in een keukenmachine of in een royale beslagkom en los het gist erin op.
    Voeg de beide gezeefde bloemsoorten aan het vocht toe, schakel de machine op de laagste stand in en laat het deeg even draaien.
    Voeg dan de op kamertemperatuur gebrachte boter, de citroenrasp en het zout toe en laat het deeg op de laagste stand ± 8 minuten draaien tot zich een compacte massa vormt.
    Bij de handmatige bereiding moet u het deeg eenzelfde tijd flink kneden om de juiste homogeniteit te verkrijgen.
    Haal de deegbal uit de kom, verpak hem losjes in een plastic zak en laat die in een warme omgeving, bijvoorbeeld naast de oven of de verwarming, 20 minuten rijzen.
    Sla de gisting na 20 minuten rust met de hand uit het deeg; d.w.z.: sla met uw handen en uw vuisten op het deeg tot het een platte koek is.
    Vouw het deeg dan als een theedoek op en besla het weer een tijdje tot het plat is.
    Herhaal dit enkele malen.
    Laat het deeg hierna in de plastic zak opnieuw 15 minuten rijzen.
    Laat intussen de gewelde zuidvruchten uitlekken en ontdoe ze zoveel mogelijk van het aanhangende vocht, bijvoorbeeld door ze in een theedoek te rollen.
    Doe het deeg na de rijstijd terug in de beslagkom, zet de keukenmachine in de laagste stand en meng de krenten, rozijnen en sukade door het deeg.
    Om de vruchten echt goed door de massa te mengen, moet u het deeg wellicht met de hand nog even doorkneden.
    Door de toevoeging van de vulling zal de massa nu nogal plakkerig zijn.
    Laat het deeg hierna nog eens 10 minuten rijzen.
    Strooi de tarwezemelen op een licht ingevet bakblik.
    Verwarm de oven voor op 190°C.
    Verdeel het deeg na het rijzen in 3 gelijke delen en vorm hier met de hand mooie bollen van.
    Leg de bollen op het bakblik en laat ze nogmaals 10 minuten rijzen.
    Snijd de bollen aan de zijkant met een klein mesje rondom in (niet doorsnijden!) en druk de ingesneden bol van binnen naar buiten plat.
    Het insnijden van de bol zorgt ervoor, dat de uiteindelijke Zuidlaarder bol van boven mooi plat blijft en het deeg overal even gaar wordt.
    Bestrijk de 3 platte bollen met een losgeklopt ei, zodat ze een mooi bruin korstje krijgen.
    Laat ze nu, voor de laatste maal, in een warm hoekje 40 minuten rijzen en bak ze in de oven in ± 25 minuten bruin en gaar.


    Zweedse boterkoek

    250 gr boter
    250 gr witte basterdsuiker
    150 gr bloem
    2 eieren
    citroen- en vanille-aroma
    150 gr krenten
    150 gr rozijnen
    amandelschaafsel

    Meng de boter, de suiker, de bloem, de eieren en de aroma's in een kom door elkaar tot een geheel is ontstaan.
    Wel de krenten en rozijnen boven heet water tot ze goed zijn gezwollen.
    Leg het deeg op een ingevette bakplaat van 40 x 30 cm en strooi er de rozijnen en de krenten over.
    Strooi er als laatste een grote hand amandelschaafsel over en bak de koek ± 45 minuten in het midden van een op 175°C voorverwarmde oven.


    Zwitserse pannenkoeken

    (6 personen)

    een scheutje citroensap
    1 appel
    100 gr müsli
    500 gr melk
    30 gr vloeibare honing
    50 gr hazelnoten, walnoten of amandelen
    200 gr zelfrijzende bakmeel
    50 gr suiker
    4 eieren
    boter
    suiker, vanille-ijs of sinaasconfiture

    Schil de appel, hak hem in stukjes van 3 cm en besprenkel die met citroensap.
    Week de müsli in de melk met de honing.
    Hak de noten.
    Zeef de bloem en de suiker boven een kom.
    Haal de melk met de müsli ook door een zeef en klop de melk, samen met de eieren door het bloemmengsel.
    Roer er de müsli, de gehakte noten en de gehakte appel door.
    Vet een koekenpan van 22 cm doorsnee met boter in, laat de pan heet worden en bak de pannenkoekjes hierin.
    Serveer ze met warm ijs, suiker, sinaasconfiture, of met müslisaus.


    Zwitserse worteltaart

    5 eieren
    250 gr suiker
    het sap en de geraspte schil van 1/2 citroen
    250 gr gemalen amandelen of hazelnoten
    250 gr geraspte wortel
    1 theelepel kaneel
    1 mespuntje gemalen kruidnagel
    50 gr bloem

    Roer de eidooiers met de suiker, het citroensap en de citroenschil schuimig.
    Meng er de noten, de wortel, de kaneel, de kruidnagel, de bloem en de stijfgeklopte eiwitten door.
    Doe het geheel in een beboterde en met bloem bestoven springvorm en bak de taart 1 uur in een matig warme oven.
    Bestrijk de taart, nadat hij is afgekoeld met witte glazuur.






    Send this link to email: